Duitsers veroveren Fort Vaux

Na bijzonder bitsige gevechten slagen Duitse troepen er op 7 juni 1916 in om Fort Vaux in te nemen, dat deel uitmaakt van de verdedigingsgordel rond Verdun.

De slag om Verdun begon op 21 februari 1916 met een negen uur durende beschieting. In de volgende dagen en maanden rukken de Duitse troepen steeds verder op in de richting van verdun en Fort Vaux, maar de Fransen verdedigen zich bijzonder moedig.

Op 1 juni 1916 bereikt het Duitse leger de terreinen van Fort Vaux. In afwachting van de feitelijke aanval op 2 juni beschieten ze het fort aan een ritme van 1500 tot 2000 granaten per uur. Tegen de avond bezetten ze al het dak van het fort, op 3 juni veroveren ze twee gangen en op 5 juni slagen ze erin een opening in de gangmuur te maken. Vanaf nu zijn er man-tegen-mangevechten waarbij de Duitsers vlammenwerpers gebruiken. Alleen via postduiven hebben de Fransen nog contact met de buitenwereld. Uiteindelijk gaan ze ten onder aan een tekort aan drinkwater in een verzengende hitte.

In de ochtend van 7 juni 1916 volgt de Franse overgave. De 250 overgebleven soldaten zijn uitgedroogd en storten zich na de overgave op de met regenwater gevulde obustrechters rond het fort. Commandant Sylvain Raynal krijgt van de Duitsers een eervolle overgave. De Duitse kroonprins bezorgt hem persoonlijk een nieuwe sabel ter vervanging van zijn eigen degen die hij ij het fort achterliet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FortVaux_Verdun_major_raynal

Majoor Sylvain Raynal (midden) met ordonnans en Duitse officier (l) na overgave

het moedigste regiment van de KuK Armee

De KuK Armee staat voor Königliche und Kaiserliche Armee.We hebben het dan over het leger van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Maar het moedigste regiment is niet Oostenrijks noch Hongaars. Die eer is voorbehouden voor het Bosnisch-Herzegovinisch infanterieregiment nr 2 en is gebaseerd op de gevechten tijdens de zogenaamde Strafexpedition van Oostenrijk-Hongarije tegen Italië.

Op verschillende plaatsen langs het front wordt er in juni 1916 hevig gevochten om de bergtoppen en de posities in het rotsachtige gebergte. De Monte Meletta (of Monte Fior in het Italiaans), een stevige bergtop van 1824 meter hoogte, is de scène van bloedige gevechten. Voor bevelhebber Conrad Von Hötzendorf is de inname van deze bergtop cruciaal om door te kunnen stoten naar de vlaktes.

Op 5 juni 1916 gaan Bosnische en Oostenrijkse troepen in de aanval. Ze bestormen de bergtop maar de goed verschanste Italianen onthalen hen op geweervuur. Daarneboven worden ze per ongeluk bestookt door hun eigen artillerie.

Twee dagen duren de gevechten en pas op 7 juni 1916 komt er een doorbraak. Tegen de avond bestormt de aanvalsgroep van de 49-jarige Kroaat Oberstleutnant Stevo Dui de bergtop. Na hevige lijf-aan-lijfgevechten veroveren en behouden Dui en zijn mannen de positie ondanks de Italiaanse tegenaanvallen. Heel de nacht duurt de brutale strijd om de bergtop. Krijgsgevangenen worden er niet genomen. 208 Bosnische soldaten en 1233 Italiaanse Alpini komen om het leven. Voor de rest van de oorlog zou het bosnisch-herzegowinisches Infanterieregiment nr 2 als het moedigste worden beschouwd van het hele Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar de vele heroïsche exploten van jonge soldaten en oudere officieren ten spijt, daags na de verovering verzandt het offensief aan de rand van de Asiogovlakte.

bron : Historia 1916, Knack

bosnjaci-na-monte-meletta-1916-1918

Bosnische soldaten op de Monte Meletta

Ici, on ne salue plus !

Einde mei 1916 heeft Louis Barthas met zijn kameraden de frontlinies van Verdun mogen verlaten. Ze behoren tot de gelukkigen die het overleefd hebben. Maar Barthas noteert in zijn dagboek een anecdote die duidelijk aantoont dat de soldaten niet zonder rancune tegenover hun officieren van de eerste linies zijn teruggekomen.

Voor de deur van het gemeentehuis van Béthancourt stond een wachtpost. Het was niemand anders dan Sabatier die door een granaatinslag bij heuvel 304 begraven en weer opgegraven was. De twee officieren van het bataljon passeerden hem en wierpen een discrete blik op zijn kapotjas waarvan drie knoopsgaten als weduwen treurden om hun knopen; zijn broek zat vol scheuren en glorieuze modder van heuvel 304. Maar de twee grootheden stonden paf van ontzetting toen ze zagen dat de spotvogel Sabatier het niet nodig vond zijn pijp uit zijn mond te nemen. Een nieuwe pijp, want de andere was in stukken uit zijn mond gevallen door de granaatontploffing bij heuvel 304. Dit was al een zwaar vergrijp voor een wachtpost, maar de onbeschaamde Sabatier beging zelfs majesteitsschennis door voor zijn meerderen niet het geweer te presenteren. Hij bleef even onverstoorbaar als wanneer de postbode voorbij zou zijn gekomen.

Dit ging te ver. Deze overtreding van de discipline schreeuwde om wraak. De majoor liep op de onverlaat af en zei streng :”Sinds wanneer wordt hier niet meer gesalueerd ?”.
Zonder een spier te vertrekken wees Sabatier naar de zon die net achter een wolk schuilging en riep met bulderende stem :”Pardon, de zon is al onder.”.
– “Wat zeg je ?”
– “Ik zeg dat we jullie op heuvel 304 niet gezien hebben. Hier wordt niet meer gesalueerd.” (Je dis qu’à la cote 304 on ne vous a pas vu. Ici on ne salue plus.)

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuijzen

Poilu_Pipe

 

Dodendraad tussen Neerpelt en Hamont verhuist

Net als elders langs de grens tussen België en Nederland staat “den Draad” in noord-Limburg er nu al geruime tijd, maar dat blijkt niet voldoende om iedereen die de grens wil overschrijden, tegen te houden. het voornaamste probleem voor de Duitsers is dat deze elektrische versperring op tal van plaatsen, onder meer te Neerpelt, te ver van de werkelijke grens staat, waardoor het tussenliggende niemandsland veel te groot is. Niet alleen is dat gebied moeilijker te bewaken, er is ook alle ruimte voor smokkelaars, spionnen en andere trafikanten om ongezien te blijven.

Op 6 juni 1916 begint de bezetter de elektrische draad te verplaatsen in noordelijke richting, dichter bij de Nederlandse grens dus. De stad Hamont ligt daardoor voortaan aan de Belgische kant van de draad, en niet aan de Nederlandse kant. De werkzaamheden gebeuren door Belgische arbeiders onder Duits toezicht. Vijf frank per dag krijgen de arbeiders daarvoor. Op 14 augustus 1916 wordt de nieuwe versperring onder stroom gezet.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Prof. Dr. Alex Vanneste, de elektrische draadversperring aan de Belgisch-Nederlandse grens tijdens de eerste wereldoorlog, uitgave in eigen beheer

Dodendraad_Achel

 

Val van Lutsk

Op 4 juni 1916 is het zo ver : de Russen vallen aan en beginnen aan wat later het Broesilov offensief genoemd wordt. Dit offensief was goed voorbereid door generaal Broesilov en het was een Russisch antwoord op de Franse vraag aan zijn geallieerden om offensieven te starten en zo de Duitse druk op Verdun te verminderen. Hoe Broesilov dit offensief voorbereidde, lees je hier.

Na een artilleriebombardement gaan de Russen tot de aanval over. Zij richten zich op het Oostenrijks-Hongaarse leger omdat ze dit als de zwakste schakel aan het oostfront inschatten. Een van de eerste steden die in hun handen valt is Lutsk (8 juni 1916) . De Russische schilder Leonid Sologub heeft van deze gebeurtenis een schilderij gemaakt dat we hieronder weergeven.

bronnen :
https://nl.wikipedia.org/wiki/Broesilov-offensief
http://www.artnet.com/artists/leonid-sologub/breakthrough-at-lutsk-collection-of-drawings-from-fAChid3UYjxMh8Rojsumsw2
leonid-sologub-breakthrough-at-lutsk;-collection-of-drawings-from-the-first-world-war-series,-(18-works)

 

 

Doorbraak bij Passo Buole

Sinds 15 mei 1916 is er een Oostenrijks-Hongaars offensief gaande (onder de naam Strafexpedition) in de bergen rondom het Asiagoplateau. De successen van de vijand zijn groot geweest, in elk geval vergeleken met de vruchteloze doorbraakpogingen van het Italiaanse leger bij Isonzo. Als het de Italianen niet lukt hen te stoppen, dan bereiken ze het laagland en kunnen doorgaan tot aan de kust, tot aan Venetië. De snelheid van de opmars verrast sommige Italiaanse eenheden.

Op 23 mei 1916 is er al een bataljon Italiaanse alpenjagers achtergebleven op Cima Undici terwijl de Oostenrijks-Hongaarse soldaten al de berg achter hen, Cima Dodici, hadden ingenomen. Pas na enkel angstige uren, waarbij ze brandende dorpen doorkruisen, kunnen ze aansluiting vinden bij hun eigen troepen.

Op 30 mei 1916 neemt de Oostenrijks-Hongaarse artillerie gedurende enkele uren de Italiaanse posities op de Passo Buole onder vuur.Daarna valt de infanterie van de Kaiserliche und Königliche Armee aan. De Italianen verzetten zich hevig en de Passo Buole krijgt de naam Thermopylae van Italië (verwijzing naar de slag bij de Thermopylae tussen 300 Spartanen en een groot Perzisch leger).

Op 1 juni gaat de strijd verder op de Monte Cengio en de Monte Giove. Ook hier raken Italiaanse eenheden omsingeld. Versterkingen worden vakkundig tegengehouden door de Oostenrijks-Hongaarse artillerie.

bronnen
Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum
http://www.notiziedalfronte.it/strafexpedition-gli-austriaci-attaccano-passo-buole/
http://www.notiziedalfronte.it/strafexpedition-la-battaglia-infuria-sul-monte-cengio/

 

Italie_MeiJuni1916

slag om Mount Sorrel

Het Duitse leger zet op 2 juni 1916 een offensief in dat de geschiedenis ingaat als de slag om Mount Sorrel. Voor aanvang van de slag hebben de Duitsers de nabije Hill 60 reeds in handen. De strijd is fel, de Canadezen verdedigen zich moedig, maar ze kunnen niet beletten dat ook Hill 62 in Duitse handen valt op 6 juni. Minder dan een week later gaan de Canadezen in de tegenaanval en heroveren Hill 62 en de iets zuidelijker gelegen Mount Sorrel.

Beide zijden kennen zware verliezen, maar een belangrijk pluspunt voor de Canadezen van Mount Sorrel is de aanstelling van de Brit Julian Byng als nieuwe bevelhebber. Hij zal het wat ordeloze maar moedige Canadese leger omvormen tot een geduchte, moderne strijdkracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MountSorrel1916

Britse blokkade blijft

Het doel voor de Duitsers van de zeeslag bij Jutland (of slag bij het Skagerrak) was de Britse zeeblokkade te doorbreken. Die bezorgt de Duitse economie bijzonder veel hinder. Tijdens deze zeeslag op 31 mei en 1 juni 1916 zijn de Duitsers inzake terrein in het voordeel : terwijl de Britse schepen zich scherp aftekenen tegen de hemel, liggen de hunne in een wat meer mistige omgeving. Verlies hierbij niet uit het oog dat beide vloten over een enorme vuurkracht beschikken : ze beschieten elkaar op afstanden die variëren van 9 tot 17 kilometer ! Interessant om te weten is dat slechts 2 tot 3% van de afgevuurde zware granaten doel treft.

Tegen de morgen  zijn er enkel nog achterhoedegevechten. De Britse overmacht is groot, al verliezen zij meer manschappen en tonnenmaat dan de tegenstrever. De Duitsers slagen er niet in de zeeblokkade van hun land te doorbreken en zullen ook nooit meer een poging wagen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

skagerrak-schlacht.jpg

Aanloop naar de slag bij Jutland

Op 31 mei en 1 juni 1916 wordt de grootste zeeslag van de grote oorlog uitgevochten, bekend onder de namen slag bij Jutland (Britten) en slag voor het Skagerrak (Duitsers). Hoewel Groot-Brittannië en Duitsland beide over een grote zeemacht beschikken, worden er slechts twee grote zeeslagen uitgevochten. De andere, slag bij Doggersbank, vond plaats op 24 januari 1915.

De Duitsers willen de zeeblokkade van hun land doorbreken, maar de Britten zijn op de hoogte van een gedeelte van hun plannen. Daardoor verschijnt de Home Fleet met een grotere vloot dan verwacht en valt zij aan vooraleer de onderzeeërs van de Hochseeflotte op hun posities zijn.

Bovendien zijnde Britse schepen talrijker dan de Duitse : 28 slagschepen tegen 22, 9 slagkruisers tegen 5 enzovoort. Het Britse geschut is van een zwaarder kaliber, maar de Duitse schepen zijn beter gepantserd en hebben nauwkeuriger apparatuur voor afstandsmeting.

Meer informatie over deze slag is te lezen op deze pagina.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jutland_Skagerrak_1916.jpg

 

water voor het front

Een legerkamp met flink wat soldaten heeft nood aan een behoorlijke voorraad water. Onderpastoor Van Walleghem legt uit hoe dat gebeurt in Westouter.

Te Westouter heeft men op drie plaatsen de beken afgedamd die van de heuvels stromen. Zo heeft men grote waterreservoirs, soms wel met de oppervlakte van een gemeet (oude landmaat die varieert in grootte). Dat water leidt men dan door ijzeren buizen soms een half uur ver, maar op sommige plaatsen ook wel eens een uur ver. Daar wordt het water opgevangen in grote bakken, waar de waterkarren het komen halen. Eveneens daar zijn de drinkbakken voor de paarden. In veel plaatsen zijn ook waterputten gedolven, soms wel 12 meter diep. De boorden ervan zijn sterk bezet met hout.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto komt uit Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta
Wie gedetailleerde informatie wilt over waterwinning in de oorlog, kan terecht op http://wereldoorlog1418.nl/drinkwaterzuivering/index.html

Drinkwater_1916.jpg