Slag van Rafah

De Britse troepen verzamelen op 8 en 9 januari 1917 in Egypte onder het bevel van generaal sir Archibald Murray. Ze verdrijven de Turken van het schiereiland Sinaï waarna ze Palestina binnenvallen. Ze behalen een belangrijke overwinning in de slag van Magruntein (ook bekend als slag bij Rafah) waarbij ze zo’n 1600 Turken gevangen nemen en een handvol artilleriewapens buitmaken. Onder Murrays’ troepen vallen 487 slachtoffers. Hij plant een invasie in Palestina. Zijn eerste doelen zijn een reeks door de Turken bezette kammen van de Gaza aan de Middellandse-Zee-kust tot Beersheba in het binnenland over een afstand van ongeveer 32 kilometer. Murray’s laatste doelwit is Jeruzalem.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

turkish_howitzer_10-5cm

Turkse Howitzer

Lawrence in Arabië

Kapitein T.E. Lawrence, een Brits verbindingsofficier, arriveert op 16 oktober 1916 in Jeddah. Hij moet contacten leggen tussen de leiders van de Arabische revolutionairen en het Britse establishment. Hij wordt de adviseur van prins Feisal, die de verschillende Arabische stammen probeert te verenigen tegen de Turken. Lawrence, een voorstander van een onafhankelijke Arabische staat, wordt wegens zijn prestaties bekend als “Lawrence of Arabia”.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

TE_Lawrence.jpg

Pozières heroverd

Einde juli 1916 worden de Australische soldaten voor het eerst ingezet tijdens de slag om de Somme. Het Britse opperbevel richt zijn aandacht op een heuvelrug nabij Pozières. Vandaaruit is een aanval op Duitse versterkingen ten noorden van Thiepval mogelijk. In het oorspronkelijk plan had Thiepval al op 1 juli 1916 bij het begin van de slag in Britse handen moeten vallen.

Tussen 23 juli en 5 augustus 1916 veroveren de Australische 1e en 2e divisies Pozières en de nabijgelegen heuvelrug. De eerste aanval start op 23 juli 1916 om 12u30 en de Australiërs dringen door tot de hoofdstraat van Pozières.  De Duitse tegenaanval mislukt en in de nacht van 23 op 24 juli rukken de Australiërs verder op. Daarna worden ze het doelwit van de Duitse artillerie. Op 27 juli neemt de 2e divisie de posities over van de 1e divisie.

De 2e divisie moet de heuvels rond Pozières innemen. De aanval begint op 29 juli om 12u15 maar de Duitsers slaan de aanval af en de Australiërs verliezen 3.500 soldaten. Ook een tweede aanval kent geen succes. Pas na een intens bombardement op 4 augustus slagen de Australiërs erin om de heuvels in te nemen.

De gevechten bereiken een boerderij met de naam Mouquet Farm. De Duitsers zullen er stand houden tot 26 september 1916. In de zeven weken van gevechten in en rond Pozières verliezen de Australiërs 23.000 soldaten waarvan 6.800 doden. Dit verlies is vergelijkbaar met het verlies van de Australiërs gedurende 8 maanden aan het front in Gallipoli in 1915.

bronhttp://www.awmlondon.gov.au/battles/pozieres
Pozieres1916.jpg

slag van Romani

De slag van Romani eindigt op 5 augustus 1916 : de Britten, Australiërs en Nieuw-Zeelanders halen een belangrijke zege op de Duitse en Ottomaanse troepen. Voor de Britten is het hun eerste grote overwinning op de Ottomanen.

De gevechten grijpen plaats nabij de Egyptische stad Romani, op zowat 37 kilometer van het Suez-kanaal. De Duitse poging om dat kanaal onder controle te krijgen mislukt dus. Gedurende een week worden de Duitse troepen nog achtervolgd zodat ze ook hun basis in Bir el Abd moeten prijsgeven en zich terugtrekken in El Arish.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SlagRomani1916

Arabische opstand start in Mekka

De sjarif van Mekka is Hoessein bin Ali, lid van een familie die een rechtstreekse afstammeling van de profeet claimt, de Hasjemieten. Hoessein slaagt erin om de eerste twee jaren van de oorlog neutraal te blijven. Zoals alle neutralen wordt hij bestookt met voorstellen en aanbiedingen van de oorlogvoerenden. De Turkse regering durft hem niet tot medewerking dwingen maar ze betaalt hem daar gewoon voor. Ook de Britten ontdekken het potentieel van de neutrale Hoessein. Ze betalen hem ook maar hebben nog iets meer in de aanbieding : een politieke toekomst zonder de Turken. Hoessein krijgt daarvan de schriftelijke bevestiging in een aantal brieven van Henry MacMahon, de Britse hoge commissaris in Egypte. Hoessein legt samen met MacMahon de grenzen vast van een toekomstige Arabisch rijk, van Egypte tot Perzië waarvan hij de kalief zal worden.

Sharif_Hussein_Bin_AliWanneer Djemal Pasja lucht lijkt te krijgen van Hoesseins plannen, laat de sjarif de opstand beginnen. Hij lost persoonlijk het eerste schot. In de vroege ochtend van 10 juni 1916 richt hij vanuit een raam in zijn eigen huis het geweer op een gebouwtje van het Turkse leger. Hoessein heeft een primitief legertje van nomaden bij mekaar gekocht. De krijgers hebben alleen oude geweren, dolken en zwaarden. Maar dat volstaat om de eerste dagen door te komen. Op 13 juni 1916 zijn de Turken al uit Mekka verdreven.

De Britten doen vervolgens wat ze beloofd hebben. Een schip van de Royal Navy komt kanonnen leveren. De aanval op Jeddah voeren de Britten en de krijgers van Hoessein samen uit. De stad wordt vanop zee gebombardeerd door de Engelse kruisers Hardinge en Fox, en valt zonder hoge kosten in Hoesseins handen. Het legertje neemt nog twee havensteden in maar dan verliest de revolte haar elan. De Turkse overmacht in Medina is te groot. De Turken kunnen Medina ook blijvend bevoorraden en versterken doordat het via een spoorlijn verbonden is met Damascus.

bron : Knack Historia 1916

 

Sykes en Picot verdelen Midden-Oosten

In het geheime Sykes-Picotverdrag afgesloten op 9 mei 1916 spreken Britten en Fransen af hoe ze het naoorlogse Midden-Oosten onder elkaar zullen verdelen. Het Ottomaanse rijk zou daarvan het grootste slachtoffer moeten worden. Twee andere grote mogendheden, Rusland en Italië, gaan akkoord met het verdrag, dat genoemd is naar de twee voornaamste onderhandelaars : Mark Sykes en Georges Picot.

De Britten zouden het gebied aan het noorden van de Perzische Golf krijgen, de wijde regio om Basra. Voor de Fransen was er het kustgebied van Noord-Syrië en Libanon, met onder meer de steden Beiroet en Damascus. Het tussenliggende binnenland wordt verdeeld in invloedssferen : de Bijbelse regio zou onder internationaal bestuur komen. Voor een derde grote partij is er geen plaats, dus ook niet voor de Ottomanen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A-Line-in-the-Sand-01

Britse nederlaag bij Kut el Amara

Het Brits-Indiase garnizoen onder leiding van sir Charles Townshend, dat sedert 7 december 1915 belegerd wordt in Kut el Amara, geeft zich op 29 april 1916 over aan de Ottomaanse belegeraars. In de geschiedenisboeken staan deze gevechten genoteerd als de eerste slag om Kut.

Tijdens de eerste dagen van de belegering kon de Britse cavalerie ontsnappen maar daarna werd de omknelling steviger georganiseerd door de oude Duitse generaal baron von der Goltz, die de Ottomaanse troepen aanvoert samen met Khalil Pasha. Er wordt een bevrijdingsleger gestuurd van 30.000 soldaten onder leiding van generaal George Gorringe. Begin april neemt hij Fallahiyeh in ten koste van 2.000 soldaten. Daags erna valt hij Sannaiyat aan zonder het te kunnen veroveren. Gorringe richt zich nu op de andere oever van de Tigris en verovert op 15 april 1916 Bait Asia. Een Turkse tegenaanval kost hem 1.600 soldaten. Over alle gevechten heen verliest Gorringe 23.000 soldaten.

In de loop van april 1916 maken de Britten nog een primeur mee : ze werden bevoorraad vanuit de lucht. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat die techniek wordt toegepast. De situatie wordt zo penibel dat de Britse overheid zelfs in het geheim probeert om haar troepen vrij te krijgen met een afkoopsom, maar de Ottomanen weigeren. Dat is voor Townshend het sein om zich onvoorwaardelijk over te geven. Generaal Gorringe wordt vervangen door sir Frederick Maude. Het Britse garnizoen van Kut el Amara gaat in gevangenschap en velen zullen sterven zonder hun vaderland terug te zien.

KutElAmara_Overgave.jpg

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Paarden opgeofferd in Kut el amara

In Kut el amara zijn de omsingelde Britten allang zowel trekpaarden als muilezels aan het slachten, maar ze hebben de rijdieren welbewust gespaard. Nu gaat dat niet langer. Er lijkt weer een poging tot ontzet te zijn gestrand. Er is een order gekomen om de laatste paarden af te maken, zodat ze als voedsel kunnen dienen voor het ingesloten en bijna verhongerende garnizoen.

Luitenant Edward Mousley plukt vers gras. Daarna gaat hij naar de plaats waar de paarden staan opgesteld. Zijn paard Don Juan herkent zijn eigenaar natuurlijk en begroet hem enthousiast, zoals hij dat het dier heeft geleerd. Mousley geeft hem het gras te eten.

Daarna begint de slacht. Een onderofficier schiet de paarden af. Geknal. Een voor een zakken de grote, zware dierenlichamen in elkaar. Bloed vloeit. Mousley kijkt eerst toe, ziet dat ook de paarden trillend volgen wat er gebeurt, terwijl ze hun beurt afwachten. Don Juan stampt net als de andere onrustig, maar verder is hij volkomen stil. Als het bijna zover is, kan Mousley niet langer toekijken. In plaats daarvan vraagt hij de onderofficier met het geweer om nauwkeurig te richten en het hem te zeggen als alles achter de rug is. Daarna kust hij het dier op de wang en vertrekt. Hij ziet nog hoe het paard zich omdraait en hem nakijkt.
Dan klinkt er nog een knal.

Het avondeten bestaat die avond uit het hart en de nieren van Don Juan. Deze delen van het paard zijn altijd gereserveerd voor de eigenaar. Mousley heeft ook Don Juans zwarte staart gekregen. Het is uiteraard een vreemd gevoel, maar hij vindt het niet verkeerd. Hij schrijft in zijn dagboek :”Ik weet zeker dat hij het liefst had gehad dat ik het deed, en niet iemand anders.”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Photo: David Appleby - DreamWorks II Distribution Co., LLC. (Do NOT COPY even with credits)

slag bij Sannaiyat

Er is nog altijd een Brits leger in Kut-el-Amara omsingeld door Turkse troepen. De Britse versterkingstroepen die het Britse leger moeten ontzetten, boeken weinig vooruitgang. Bij de eerste slag van Sannaiyat op 6 april 1916, op 24 km van Kut, moeten de Turken 450 meter terugwijken, maar de Britten lijden verliezen en zijn niet veel dichter bij hun doel. Bij een nieuw gevecht in Sannaiyat op 9 april 1916 gaat de Britse terreinwinst verloren.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

A machine gunner at Sannaiyat, April 1916.

A machine gunner at Sannaiyat, April 1916.