de angst van Joris Lannoo

Sinds weken krijgt Joris Lannoo van de staf allerlei documenten over de situatie in de Duitse stellingen in Diksmuide en rond de Minoterie (de bloemmolens). Op verschillende kaarten en papieren staat geschreven dat ze bestemd zijn voor de 5e compagnie van Lannoo. Sommige hogere officieren denken dat een directe aanval op de Minoterie misschien wel een doorbraak aan het front kan teweegbrengen. Ook kapitein Jacoby en adjudant Lannoo zijn daar nauw bij betrokken. Jacoby noteert over de schrikbeelden van de Minoterie.

Zij zijn altijd aanwezig in ons gezichtsveld, alsof wij voortdurend bewaakt en bespied worden. De ruïne zit vol “fusils pointés” en talloze scherpschutters die schieten op al wat beweegt. (een fusil pointé is een geweer die op een vaste pikkel is gemonteerd)

Alsof Joris beseft dat de kans om te sneuvelen in de volgende weken bijzonder groot is, zet hij op 3 september 1917 zijn handtekening op een prentbriefkaart en schrijft op de keerzijde een beknopte boodschap :”voor moeder”. Op zijn kepie kan je duidelijk het regimentscijfer aflezen en de ster op de kraag is goed zichtbaar. Zijn gezicht oogt wat vermoeid en een beetje meewarig.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo_191709

Duits bombardement op Sint-Jacobskapelle

Aalmoezenier De Weyels, een benedictijn, zit op 8 augustus 1917 midden in een beschieting.

Weer krijgen we een hevige beschieting van tweede- en derdelijnsloopgraven. In Sint-Jacobs-Kapelle valt een granaat op een schuilplaats van onze derde compagnie. Daarbij wordt soldaat Dalle uit Lombardsijde op slag gedood en soldaat Minne van hetzelfde dorp raakt dodelijk gewond en sterft twee uur later.

Aflossing door de grenadiers en geen beschietingen vannacht. We worden ingekwartierd in Gijverinkhove. In de herberg Het Rozendael vind ik logies.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Pierre Paulus.

PierrePaulus_BrancardiersBelges

Open brief van de Frontbeweging

De Frontbeweging is een initiatief van een aantal Vlaamse intellectuelen die opkomen voor de rechten van de Nederlandstaligen in het Belgische leger waar vooral Franstaligen leiding geven. Op 11 juli 1917 publiceren ze een open brief aan koning Albert I. In die brief staat onder meer het volgende te lezen :

Vlamingen, gedenkt het Guldensporenfeest (op 5en Augustus, 1914)

Sire,

Vol vertrouwen in U die, bij het ingaan van den wereldoorlog, de Vlamingen aan het Guldensporenfeest herinnerde, komen wij tot U, wij, de Vlaamsche soldaten, het Vlaamsche leger, het leger dus van den Yzer, om U te zeggen wat wij lijden, waarom wij lijden, om U te zeggen dat we ons bloed voor ons land veil houden doch dat het niet mag dienen om de boeien van ons volk nauwer toe te halen maar om het vrij te laten ademen, vrij te laten leven.
We hebben geen vertrouwen in onze oversten die ons meer dan ooit tegengaan. De pers, die ons gedurig bekampt, wordt gesteund. We wantrouwen de regering die door ons gestemd, misbruik makend van haar gezag ons 85 jaar lang heeft bedrogen. In U alleen, 0 Koning geloven we nog: op 5  Augustus 1914, wist gij de Vlamingen aan te spreken, lijk het behoorde, als wilde ge aantonen dat we terecht op U mogen rekenen, zoals op den aanvoerder van het Vlaamsche leger in 1302. Gij staat hier te velde om recht en eer te verdedigen en zult dit nooit bewust dulden dat uw eigen onderdanen door hun en uw machthebbenden in die eer en dat recht gekrenkt worden. Ook daarom komen we U ter gelegenheid van het Guldensporenfeest om ons recht vragen.
Van af 1830, begon de lijdensgeschiedenis van het Vlaamsche volk. Ons volk is verachterd, verongelijkt, diep vervallen. In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets. We wilden dat de grondwet die zegde dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, geen ijdel woord bleef ( .. )

De Vlaamse eisen konden samengevat worden als gelijke rechten na de oorlog. Voorts werden de Franse benoemingspolitiek, de tegenwerking van Vlaamse initiatieven, de censuur van de Vlaamse pers en de aanvallen tegen de Vlamingen in de Franstalige pers aangekaart. De brief had een grote impact en zorgde voor verontwaardiging. Ogenblikkelijk werd een klopjacht ingezet op de auteurs en zelfs op de bezitters ervan.

Frontbeweging_19170711.png

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Frontbeweging
https://sites.google.com/site/debliedemaker/geschiedenis-1/koning-albert-i-en-de-taalproblemen-aan-het-IJzerfront
https://debliedemaker.wordpress.com/2014/03/16/taalproblemen-aan-het-IJzerfront/

 

Unternehmen Strandfest

De Britten denken al vanaf 1914 plannen uit om de Duitsers uit de Belgische kust te verdrijven. Pas in 1917, met de derde slag van Ieper, lijkt het moment daar om een landing op de Belgische kust uit te voeren. Deze landing krijgt de naam “Operation Hush” en wordt voorafgegaan door verkenningstochten door vliegtuigen en schepen om de doelen aan de Belgische kust in kaart te brengen.

Op 19 juni 1917 nemen de Duitsers enkele Britse soldaten krijgsgevangen tijdens een verkenningsopdracht. De Duitsers hebben nu door dat de Britten een landing op de Belgische kust plannen. Daarom plannen de Duitsers een tegenaanval onder de naam “Unternehmen Strandfest“. Vanaf Lombardsijde wordt op 10 juli 1917 om 5u30 de aanval ingezet op de smalle strook land aan de oostelijke oever van IJzer. Daarbij voeren Duitse vliegtuigen bombardementen uit. Matrozen van de gespecialiseerde Sturmabteilung vallen de Britse loopgraven aan. Uiteindelijk valt het Britse bruggehoofd in Duitse handen. De foto hieronder toont Britse krijgsgevangenen in Brugge op 11 juli 1917, daags na Unternehmen Strandfest.

Maar ook voor wie er niet bij is, is de aanval indrukwekkend. Joris Van Severen vermeldt in zijn dagboek het volgende :

Van 6 uur ’s morgens tot 1 uur van de nacht, zonder een seconde stilstand, bombardement van de Engelsen op de Duitse stellingen van Nieuwpoort. Hachelijk. Het horen alleen, op 5 km afstand, bemachtigt bang mijn ziel. En ’s avonds ben ik verwonderd. Dan zitten nog levende mensen in die poel ! Dan zijn er nog die de moed hebben fusees te werpen. En dan gaat het Engelse geschut erop los met obussen die wreedakelig en flakkerlaaiend met een geweldige gloed door de nacht branden en walmen. Dit is het wreedste en het afgrijselijkste dat ik gezien heb sinds deze oorlog.

Brugge_1917_0711_Strandfest.jpg

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Hush
http://www.zeeuwsarchief.nl/zeeuwse-verhalen/marinekorps-flandern-1914-1918/
Joris Van Severen, die vervloekte oorlog – dagboek 1914-1918, studiecentrum Joris Van Severen

 

Britse versterkingen in Veurne

Via de vaart in Adinkerke arriveren vier boten elk beladen met 150 tot 200 Britse soldaten die de Fransen komen aflossen. Langs de vesten in Veurne begeven ze zich naar het front. Jozef Gesquière voegt er nog aan toe :

De jongens lijden erg onder de laaiende zon die zo onbarmhartige zit te steken tussen dikke donderwolken. De soldaten zien er, hoewel vermoeid, toch allemaal even opgeruimd uit en af en toe neuriën ze hun eigenaardig klinkende liedjes. Geen lawaai of getier maar welluidende liederen. De Schotten die begeleid worden door pijp- en doedelzak spelers krijgen natuurlijk de meeste bijval.

SchotseSoldaten_WO1

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dure frieten aan het front

Raoul Snoeck komt op 1 juni 1917  terug van oefeningen en merkt dat logement van zijn kameraden en hemzelf in brand staat.

Een triestige dag. Na de oefeningen keer ik met mijn bataljon terug naar ons logement. We merken een dikke rookwolk en snellen erheen : de hoeve waar we verblijven, brandt als een strovuur. We hollen er heen als gekken in de hoop nog iets uit de vlammen te redden, maar komen te laat. De inboedel is volledig vernietigd en we zijn alles kwijt. Ik verlies kostbare herinneringen : foto’s van thuis, onderscheidingen, een deel van mijn oorlogsverslag. Door onachtzaamheid (ik verlaat anders nooit het logement zonder mijn geld mee te nemen) heb ik mijn portefeuille in de koffer laten liggen. Ik doorwoel mijn zakken en vind een potemonnee met vijf frank vijfenveertig. En over veertien dagen moet ik naar de CISLAI vertrekken (Centre d’Instruction pour Sous-Lieutenance Auxiliaire d’Infanterie).

Verslag van het onderzoek. Terwijl we op oefening waren, golfaanvallen uitvoerden en water en bloed zweetten (het was snikheet), waren artilleriesoldaten die het lokaal met ons delen, frieten aan het bakken. Daarbij is de frietpot omgekanteld op de gloeiende kolen. Vlammen schoten omhoog tot tegen het strodak dat kurkdroog was want het heeft al in vier, vijf weken niet meer geregend. Die frieten zijn duurder dan in de Gentse Donkersteeg !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

BelgischeFrieten

 

huiselijke sfeer achter het front

Raoul Snoeck geniet van de rust achter het front en noteert op 10 mei 1917 het volgende in zijn dagboek

Nog altijd in Stavele. Ik heb het genoegen kennis te maken met de heer en mevrouw Recour, brave mensen die tijdens de oorlog vele soldaten geholpen hebben. Mevrouw heeft me welwillend ontvangen en een kamer ter beschikking gesteld. Keer ik uit de loopgraven terug, dan kan ik me daar wassen en me op mijn gemak verzorgen. Elke avond komen we bijeen : Fernand Batta, Jacques de Béthune, Binche Hoebeke, Hollemans en ik. Anderen komen ons dikwijl gezelschap houden. Die huiselijke sfeer, de gedekte tafel, een weinig comfort en vriendelijke woorden geven ons de illusie thuis te zijn. Er staat onder meer een oude piano. We zingen onder meer “sluit je lieve ogen” in twee of drie stemmen. Sommigen vallen buiten de toon maar wat voor belang heeft dat ? De uren die we in dit aangename verblijf doorbrachten, kunnen tot de zonnigste herinneringen in ons pijnlijke bestaan worden gerekend.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_Stavele_19170510.jpg

 

een Duitse krijgsgevangene in Lettenburg

Dokter Lievens is op de avond van 27 mei 1917 in de medische divisiepost in Lettenburg. Daar wordt een Duitse soldaat gewond binnen gevoerd na een overval op een Duitse luisterpost.

Ik verzorg en ondervraag hem. Hij heet Friedrich Papenberg, is 42 jaar en hoort tot de 387e Landsturm. Hij was twee jaar in Charleroi, waar hij tot de lokale politie hoorde. Nog maar twee dagen geleden was hij naar ons front gestuurd, waar hij deel uitmaakte van het peloton op de stelling Kloosterhoek. Hij werd getroffen op het ogenblik dat de Belgen binnenvielen en hij weet niet wat er met zijn wachtcollega is gebeurd.

Hij is erg verzwakt door het traject doorheen de inundatie. Nochtans levert hij een zichtbare inspanning om onze vragen te beantwoorden. Rechts van hen is de sector door marinetroepen bezet en links door een Landsturmregiment net als dat van hem. De beschietingen van 24 mei op Vicogne hebben niet de gewenste resultaten opgeleverd.  Er vielen geen dodelijke slachtoffers en de schuilplaatsen werden niet volledig vernietigd. Daarentegen waren de Duitse verliezen in Diksmuide zwaar als gevolg van het gebruik van torpedoprojectielen. (…)

Het nieuws dat zijn vrouw in Hannover hem laat weten, deugt niet : ze krijgen een beetje slecht zwart brood, geen aardappelen en weinig vlees. Hij toont een postkaart waarop zijn vrouw hem gelukwenst met zijn verjaardag en dat is juist vandaag. Zij hoopt dat ze volgend jaar die dag samen kunnen vieren en dat de goede God hem mag sparen tot het einde van de oorlog.

Dan begint de gewonde man te snikken en met ogen vol angst vraag hij “Komm ich wieder gesund ?”. Hij wordt naar Sint-Jansmolen (Lampernisse) geëvacueerd. Ik blijf in Lettenburg tot de 31e mei.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DuitseSoldaatKrijgsgevangen01.jpg

 

Luchtacrobatie boven Ijzerfront

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek op 26 mei 1917.

Wacht Noord. Op 26 mei maak ik tegen de middag onder een lekker zonnetje een toch langs de kleine posten en luisterposten en neem foto’s die nog interessant beloven te zijn. In de namiddag nemen onze vliegtuigen een reeks vernietigingen van vijandelijke constructies voor hun rekening. Ze worden met ongehoorde hevigheid bestookt en wel twintigmaal heb ik de indruk dat ze worden geraakt door de ontelbare shrapnels die in hun omgeving ontploffen. Maar onze piloten raken erdoorheen met een stoutmoedigheid gekoppeld aan een wonderlijk toeval.

Na een uur schermutselingen zijn de Duitsers door hun voorraad heen en moeten ze noodgedwongen onze vermetele piloten ongestraft laag over hun linies laten vliegen. De Duitse woede uit zich dan in karabijnschoten en mitrailleurgeratel. Als toetje bezorgen onze piloten hen wat spektakel door loopings en plotse koersveranderingen uit te voeren, wat de Duitsers, als ze positief zijn, toch moeten bewonderen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Onderstaande tekening is van Romain Hugault, de piloot met de edelweiss

PilootEdelweiss20170529.jpg

Rouw in de compagnie

Gaston Le Roy noteert op 28 mei 1917 het volgende in zijn dagboek.

Rouw in de compagnie. Wij verliezen de heer Delannoy, onze geliefde kapitein, geliefd om zijn rechtvaardigheid.

Piloten die bij dit prachtige weer de streek overvlogen, gooiden enkele bommen, waarvan er één onze kapitein en onze chef-kok doodde. Nog anderen kwamen om het leven of raakten gewond (Fortem). Dit is het onbegrijpelijke van het noodlot : je hebt al zoveel beschietingen doorstaan in de eerste lijn en dan word je dodelijk getroffen tijdens de rustperiode, waarin je had gehoopt prettige dingen te beleven.

Ik sloop achterin binnen in het hospitaal en zag de gesneuvelde kapitein op een brancard liggen. In het kantonnement wordt over niks anders gesproken. De chef-kok ging zelden van zijn soepketel weg en zijn vriend, bij wie hij op bezoek was, is eveneens dood. John, de hond van de kapitein, loopt te treuren en is links en rechts op zoek naar zijn verloren meester.

Bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

De tekening hieronder is “tombes de camarades” van Jean Lefort.

JeanLefort_TombesdeCamarades.png