Duits veldlazaret in Beringen

In Beringen noteert de verantwoordelijke van het Davidsfonds op 20 februari 1917 het volgende voor het Oorlogsboek :

Van een eigenlijke bezetting door Duitse troepen kan niet gesproken worden, tenzij dan voor de periode van 20 februari tot 9 april 1917. Drie uiteengeslagen afdelingen van Duitse veldlazaretten (150 man elk) waren in Danzig opnieuw gevormd en sloegen enkele maanden hun tenten op in Beringen. Het gemeentelijke college kreeg nogmaals zijn deel van 150 man onder leiding van een Dokter Zitzke en moest zijn klassen ondertussen sluiten.

Als in 1917 de Duitsers de burgerlijke bevolking van West-Vlaanderen hun huizen doen ontruimen, komt een honderdtal vrij begoede inwoners van Wervik tijdelijk hun toevlucht in Beringen zoeken, waar zij door de bevolking liefderijk onthaald worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVeldlazaret.jpg

Duitsers openen de Montzenroute

Op 15 februari 1917 openen de Duitsers de in snel tempo aangelegde spoorlijn 24 tussen Aken en Tongeren als een onderdeel van het traject tussen het Ruhrgrbied en de haven van Antwerpen. Deze route krijgt de naam Montzenroute met als meest karakteristiek onderdeel het viaduct van Moresnet. Gezien de neutrale opstelling van Nederland in deze oorlog was het gebruik van de Ijzeren Rijn (via de grensovergang tussen Hamont en Weert) niet meer mogelijk. De officiële opening van de lijn, met tal van genodigden en toespraken volgt bijna twee weken later.

Weldra is de lijn druk in gebruik voor transporten van vooral militaire goederen allerhande. Op een gewone werkdag rijden er zowat vijftig treinen in beide richtingen. Vanaf 9 oktober 1917 is er ook personenvervoer op spoorlijn 24. Vlakbij de dorpskern van Sint-Martens-Voeren is een circa 20 meter hoger en 250 meter lange viaduct dat deel uitmaakt van spoorlijn 24. Dit viaduct is gekend als het viaduct van Moresnet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

viaductmoresnet

Gesneuveld na één dag frontdienst

LeonVanHecke_1917.jpgLeon Van Hecke uit Tielt, buurjongen van Joris Lannoo in de Ieperstraat, vlucht op 13 oktober 1914 naar het zuiden van Frankrijk. Daar krijgt hij op 1 juli 1916 de oproep voor zijn legerdienst. Op 13 februari 1917 komt hij terecht bij de grenadiers aan het front in de sector Boezinge. De dag erna sneuvelt Leon door de kogel van een Duitse sluipschutter. Joris Lannoo schrijft een in memoriam in het Gazetje van Tielt van juli 1917.

bron : Romain Van Landschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

 

 

dokter Lievens tussen koude en geweervuur

Dokter Lievens is einde januari en begin februari 1917 bij de vooruitgeschoven posten nabij het Viconiakasteel en de kerk van Stuivekenskerke.

26-1-1917 : ’s Avonds proberen de Duitsers nog een van onze posten te veroveren. Deze poging heeft geen succes net zo net zomin als die van de vooravond. Onze schuilplaats is beklagenswaardig. Je kunt je er niet in bewegen en wij logeren daar met vijf in, opgehoopt als haringen in een ton. Het is zo koud dat al onze drank bevriest.

27-1-1917 : Het heeft een beetje gesneeuwd waardoor het van langsom gevaarlijker wordt om de passerelles te gebruiken. Je kunt elk ogenblik vallen. De volledige wacht is op post gedurende de hele nacht zonder aflossing want er klinkt ongewoon lawaai bij de vijand. De thermometer wijst -21° aan.

30-1-1917 : In de nacht van 30 op 31 januari is er grote opschudding. De Duitsers vallen de kleine posten 1,2,3 en 5 aan. Ze beginnen met een buitengewoon hevig bombardement. Na zowat een uur houdt die zondvloed van projectielen op, maar dan treden de mitrailleurs in het wit gekleed en plat op de buik schuiven ze over het ijs vooruit met behulp van twee met ijzer gepunte stokken die elke soldaat vasthoudt. In een witte vermomming zijn ze tot aan onze prikkeldraadversperring geraakt zonder dat wij ze opmerkten. Ze waren al bezig die door te knippen toen plots alarm werd geslagen.

lissac_nuit

Pierre Lissac – Nuit

Dadelijk springen onze mannen in de gevechtsloopgraaf en met geweerschoten en geratel van mitrailleurs ontvangen ze de vijand. Tegelijk spreidt onze gewaarschuwde artillerie met een hevig spervuur van alle granaatkalibers een gordijn van schroot en vuur achter hen, waardoor hun aftocht afgesneden is. Enkelen gooien handgranaten, anderen slagen erin tot bij onze loopgraven te geraken, maar ze worden onmiddellijk met de bajonet terug gedrongen. Beetje bij beetje luwen de gevechten en uiteindelijk wordt het weer stil.
Jammer genoeg verliep het gevecht ook voor ons niet zonder verliezen. Zes strijdmakkers zijn omgekomen en zestien zijn min of meer zwaargewond. De sneeuw valt al een poosje met kleine vlokjes en bedenkt die helden met een blanke sluier.

Ik blijf in de loopgraven tot 2 februari en elke nacht zijn er min of meer ernstige schermutselingen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, in de loopgraven van WO I, Lannoo

De tekening bij dit artikel is van Pierre Lissac, getiteld “Nuit”.

 

 

 

Guynemer haalt als eerste een Gotha neer

De Fransman Georges Guynemer is de eerste piloot die erin slaagt een zware Duitse bommenwerper van het type Gotha G.III neer te halen. Hij doet dat op 8 februari 1917 aan boord van een SPAD VII. Weer een opmerkelijke prestatie van de jonge piloot (geboren 24 december 1894), ook al omdat hij nog maar anderhalf jaar in de lucht was.

Guynemer zal op 11 september 1917 neergeschoten worden in de buurt van Poelkapelle zonder dat er ooit nog een spoor van hem gevonden wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gotha01

een ijskoude winter

Op zondag 28 januari 1917 heeft Jozef Gesquière tijd om een kijkje te nemen op de Veurnse kade :

Kaai en vaarten liggen toe. Het baat niet meer het ijs bij dag door te breken. ’s Nachts zijn de vaarten weer met een dikke ijskorst dichtgevroren. En daarmee ligt de scheepvaart voorgoed stil en de schaarste aan kolen doet zich nu meer en meer voelen. Droevig vooruitzicht.

Ook elders is het ijskoud. Jan Frans Van Hansbeke uit Aalst overlijdt op 27 januari 1917 in Armeville door bevriezing.

In Nederland gaat op 27 januari 1917 de derde Elfstedentocht door. Aan de start staan 42 wedstrijdrijders en 108 toerschaatsers. Coen de Koning gaat als eerste over de eindmeet na 9 uur en 53 minuten. Sjoerd Swierstra wordt 28 minuten later tweede.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018

nieuwpoort_1917

Hindenburg Programm voelbaar tot in Boom

In het kader van het Hindenburg Programm kondigt der bezetter ook in Boom aan dat het verbruik van kolen moet dalen. Daarom wordt het gebruik ervan in openbare gebouwen als kerken, scholen en musea verbonden. Een lokaal bestuurslid van het Davidsfonds meldt op 26 januari 1917 in het oorlogsdagboek van de vereniging dat de scholen moeten sluiten. De kinderen blijven thuis want buiten vriest het dat het kraakt. Sommige scholen of klassen vinden onderdak in burgerhuizen. Daar mag de verwarming wel aan.

Bijna tegelijkertijd eisen de Duitsers in Boom en elders wol en koper op. De mensen brengen die binnen, maar met mondjesmaat. In de huizen van gegoede burgers doen de pinhelmen huiszoekingen, maar erg veel vinden ze niet, want de burgers zijn vindingrijk.

Voorgaande maatregelen maken deel uit van het Hindenburg Programm dat onder meer inhoudt dat de schaarser wordende grondstoffen in de eerste plaats voor het leger bestemd zijn.

Hieronder staat een affiche die de Duitse bevolking oproept zuinig te zijn  met zeep. De basisbestanddelen, olie en vet, worden namelijk ook gebruikt bij de aanmaak van munitie.

bronnen
oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds
https://de.wikipedia.org/wiki/Deutsche_Wirtschaftsgeschichte_im_Ersten_Weltkrieg

spare_seife_aber_wie

Grootseminarie Brugge opgeëist

De Duitse Kommandantur in Brugge meldt op 17 januari 1917 aan het stadsbestuur dat men het Grootseminarie binnen de week moet ontruimen en voegt eraan toe dat het meubilair ter plekke moet blijven. Een paar dagen later blijkt de helft daarvan al verdwenen.

De Kommandant, Freiherr von Büttlar, eist natuurlijk dat de meubels terugkomen, want in het seminarie moet er de mogelijkheid zijn om matrozen van de duikbootbasis in Zeebrugge te huisvesten. In de bijbehorende kerk zullen protestantse diensten doorgaan.

De president van het seminarie dringt bij de Duitse overheid aan op bescherming van de 40.000 waardevolle boekdelen in de bibliotheek. Achteraf zal blijken dat de bibliotheek inderdaad ontruimd is en de boeken gered.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Google Books Novi Monasteri Volume 8

grootseminariebrugge_januari1917

Neergestort in Ploegsteert

mottershead_thomas

Thomas Mottershead

Tijdens een gevecht op 7 januari 1917 met twee Duitse vliegtuigen slaagt Thomas Mottershead erin om een ervan neer te halen, maar het tweede treft zijn brandstoftank. De tweede man aan boord, luitenant W.E. Gower, slaagt er niet in om het ontstane vuur te doven met zijn handblusser. Gehuld in vlammen lukt het Mottershead toch nog om het toestel neer te zetten. Enkele dagen later overlijdt hij aan zijn brandwonden, vijf dagen voor zijn 25ste verjaardag.

Na zijn dood ontvangt Thomas Mottershead het Victoria Cross, de hoogste en meest prestigieuze onderscheiding voor Britse troepen. Tijdens de eerste wereldoorlog worden slechts 628 van deze militaire eretekens toegekend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Mottershead_1917.jpg

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg