Duitse frontsoldaten op zoek naar rust

In zijn geschiedkundige oorlogskroniek van Rousselare en ’t Ommeland verhaalt Alfons Denys over de 22 Duitse soldaten die hij op 13 oktober 1917 in zijn woning moet inkwartieren.

Nooit zag hij soldaten die zo beslijkt en zo moe waren. Vijf dagen en nachten na elkaar hadden ze in Broodseinde (Zonnebeke) Brits artillerievuur moeten ondergaan, verscholen in slijktrechters. Veel van hun kameraden waren gesneuveld.

De soldaten wasten zich in kuipen die de familie Denys ter beschikking stelde. Hun lichamen waren zwart en blauw van de kou. Hun uniformen en ondergoed leken uit een modderkuip te komen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

U-Passchendaele_P249.jpg

 

Nieuw-Zeelanders voor Passendale

Nieuw-Zeelanders voor Passendale

Vooral voor de Nieuw-Zeelandse troepen in Passendale is 12 oktober 1917 een zwarte dag. De Britse bevelhebber Haig zendt de New Zealand Division ten aanval tegen de Duitse stellingen in het licht heuvelende landschap. In enkele uren tijd verliezen velen onder hen het leven. Ze blijven als het ware steken in de modder en moeten het veelal stellen zonder de dekking van de artillerie, die ook nauwelijks vooruit kan.

Na de gevechten worden de nog resterende Nieuw-Zeelanders afgelost door Canadese eenheden, die enkele weken later uiteindelijk het dorp Passendale zullen veroveren, ook met enorme verliezen.

Toeristische tip : Ter ere van de gevallen manschappen van de New Zealand Division is het New Zealand Memorial opgericht (Gravenstafelstraat 55, Passendale). Die herinnert aan hun inzet tijdens de gevechten om het nabije Broodseinde, zowat een week eerder.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Passchendaele-Jacking-a-field-gun-at-Flanders

de loopgraven van Thomas Ernest Hulme

T_E_HulmeAf en toe gebeurt het dat ik een gebeurtenis niet dag op dag 100 jaar later op deze blog vermeld. Bij sommige gebeurtenissen ben ik dan liever iets te laat dan dat ik het helemaal niet vermeld. Zo’n gebeurtenis is de dood van Thomas Ernest Hulme, gestorven in Oostduinkerke op 28 september 1917.

Thomas Hulme studeert in 1904 aan de universiteit van  Cambridge waar hij tot twee maal toe wegens onbehoorlijk gedrag wordt geschorst. In 1906 en 1907 werkt hij op boerderijen en houtzagerijen in Canada. Als hij terugkeert naar Groot-Brittannië, vertaalt hij het werk van Henri Bergson waarvoor hij de nodige erkenning krijgt.

In 1914 wordt hij als vrijwilliger ingelijfd in het Britse leger. Hij raakt gewond in 1916 en keert terug naar het front in 1917. Daar wordt hij 4 dagen na zijn 34e verjaardag door een Duitse obus in stukken gereten in Oostduinkerke, nabij Nieuwpoort. Blijkbaar was hij te zeer in gedachten verzonken om te schuilen voor de obus die de anderen wel hadden horen aankomen.

De tekening hieronder is van Ivan Petrus Adriaenssens en komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort”.

AfspraakInNieuwPoort_TEHulme

 

 

Trenches : St Eloi

Over the flat slope of St Eloi
A wide wall of sand bags.
Night,
In the silence desultory men
Pottering over small fires,
Cleaning their mess-tins;
To and fro, from the lines,
Men walk as on Picaddilly,
Making paths in the dark,
Through scattered dead horses,
Over a dead Belgian’s belly.

The Germans have rockets.
The English have no rockets.
Behind the line, cannon,
hidden, lying back miles.
Before the lines, chaos.

My mind is a corridor.
The minds about me are corridors.
Nothing suggests itself.
There is nothing to do but keep on.

Thomas Ernest Hulme

Loopgraven : Sint-Elooi

Over de glooiing van Sint-Elooi
een zandzakkenwal.
Nacht,
en in de stilte maken linkerhanden
iets boven een vuurtje,
men spoelt een gamel om
van stelling naar stelling en terug
loopt men als op Piccadilly,
maakt men paden in het donker,
tussen hopen dood paard door,
over de dode buik van een Belg heen.

Jerry heeft mortieren.
Tommy heeft geen mortieren.
Achter de linie geschut,
verstopt, mijlen van hier.
Voor de linie chaos.

Ik ben een smalle strook grond.
Men is een smalle strook grond.
Niets oppert zichzelf.
Er valt niets te doen dan door te blijven gaan.

Vertaling : Benno Barnard.

bronnen
http://www.firstworldwar.com/poetsandprose/hulme.htm
https://www.theguardian.com/books/2011/oct/10/poem-of-the-week-t-e-hulme
http://archief.wo1.be/jwe/2001/sintelooi1111/body1.htm
http://www.wo1.be/nl/nieuws/60391/nieuwpoort-eert-britse-en-commonwealth-soldaten-met-memoriaal
https://en.wikipedia.org/wiki/T._E._Hulme

de tank van Poelkapelle

Wie googelt op “Poelkapelle 1917”, kan er niet naast kijken. Bij de zware gevechten tijdens de derde slag om Ieper (1917), speelden Britse tanks een grote rol. Eén tank bleef in de modder steken, en werd een bezienswaardigheid na de Groote Oorlog. In 1941 werd de Britse tank door de Duitse bezetter opgeruimd.

Enkele enthousiastelingen wilden echter dat Poelkapelle haar tank zou terugkrijgen. Eén van die enthousiaste mensen was zo vriendelijk me de link naar een opname door te sturen. Wie de rijdende tank van Poelkapelle in 2017 wil zien, kan op deze link terecht.

Meer informatie over de tank van Poelkapelle is hier te lezen : http://poelcapelle14-18.be/hettankproject

Voor alle duidelijkheid : de rijdende tank is gebouwd op ware schaal en dus een pak groter dan het model dat ze in Poelkapelle hebben geplaatst om de gesneuvelden van het Britse tankcorps te eren.

De foto komt van http://thebignote.com/2014/10/04/ypres-salient-tank-memorial/

Poelkapelle1917_03

 

 

 

Poelkapelle heroverd

Op enkele weken na drie jaar nadat het Duitse leger Poelkapelle veroverde op het Franse leger, is het op 9 oktober 1917 weer helemaal in geallieerde handen. Volgens getuigen grepen er gruwelijke man-tegen-man gevechten plaats in de ruïnes en kelders van de huizen. Er is sprake van bomtrechters waarin dode Britten en Duitsers de handen rond elkaars keel klemmen.

Voor zijn betoonde moed krijgt sergeant John Molyneux het prestigieuze Victoria Cross. Op de officiële nota die bij dit ereteken hoort, worden zijn moed, initiatief en schranderheid geprezen. Er staat ook beschreven hoe hij uit een loopgraaf sprong en vrijwilligers opriep hem te volgen om een boerderij, bekend als Olga House, te veroveren. Helaas moet er ook bij vermeld worden dat de helft van de manschappen die de sergeant volgden, het leven liet…

Bij de gevechten in Poelkapelle speelden de tanks een voorname rol, zoals mag blijken uit onderstaande postkaart.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Poelkapelle1917_01

 

Martinus Evers houder van de vuurkaart

Na de oorlog kregen de overlevende soldaten een bewijs dat de ze Groote Oorlog overleefd hadden. Deze Belgische soldaten werden houder van de vuurkaart. Martinus Evers kreeg daarvoor een gedenkpenning, die hieronder staat afgebeeld. Op de achterkant van deze penning staat zijn naam duidelijk te lezen.

MedailleMartinusEvers03

Tyne Cot in Britse handen

Geallieerde troepen veroveren op 4 oktober 1917 de heuvel die bekend zal blijven onder de naam Tyne Cot. De naam Tyne Cot verwijst naar een schuurtje (cottage) dat hier stond en omgeven was door vijf door de Duitsers gebouwde bunkers. Tot voor de Britse verovering was deze plek een versterkte positie van de Duitse Flandern-I-stelling.

De 3rd Australian Division richt na de verovering de grootste van die bunkers in als medische verbandpost. Zoals vaker in de omgeving van medische posten ontstaat er snel een begraafplaats. Na de oorlog  komen hier ook doden van andere locaties terecht en wordt dit de grootste Commonwealth-begraafplaats op het Europese vasteland.

De tekening hieronder is van John Goodchild en dateert van 1919.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnGoodchild_TyneCot

 

koperverzameling in Mechelen

In april 1917 was er al eens een opeising van koper in Mechelen. Iedereen moest het toen inleveren in de fabriek van Vincke en kreeg betaald per gewicht. Wie geen gevolg gaf aan de opeising, riskeerde een gevangenisstraf of een geldboete.

Op 1 oktober 1917 kleeft de Duitse overheid een nieuw opeisingsbevel voor koper aan de muren. Nu moeten de burgers hun koper inleveren in fabriek Roestenberg op de Raghenoplaats. Alles komt in aanmerking : toppen en krukken van deuren en vensters, lusters en sieraden… Alleen koper dat ijzervast staat, is vrijgesteld. In februari en juli van 1918 zullen er nog twee opeisingen van koper volgen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Image for object V 591 T from Museum Weißenfels - Schloss Neu-Augustusburg

Britten veroveren Polygoonbos

De slag van het Polygoonbos vormt een tweede succes van de “bite and hold” tactiek van de Britse generaal Herbert Plumer, na de Battle of Menin Road Ridge, die enkele dagen geleden eindigde.

Hier wordt de tactiek zo mogelijk nog strikter toegepast. Na iedere vooruitgang van 1 tot 1,5 kilometer houden de Britse troepen halt, om dan alles in gereedheid te brengen voor de te verwachten Duitse tegenaanval. Op papier oogt de strategie eenvoudig, maar laten we niet vergeten dat bij deze veldslag de twee Australische divisies 5471 mannen verloren.

Polygoonbos komt op 27 september 1917 in geallieerde handen, de omgeving daags erna. Daarna begint Plumer aan de voorbereiding van de volgende slag, die van Broodseinde.

bron : oorlogskalener 2014-2018, Davidsfonds

Battle-of-Polygon-Wood

slag om Menin Road Ridge

Vijf dagen geleden begonnen de gevechten om de heuvelrug bij de Meensesteenweg, vaak vermeld onder zijn Engelstalige naam Battle of the Menin Road Ridge. De slag, onderdeel van de derde slag om Ieper, eindigt op 25 september 1917 met een Britse overwinning, en belangrijker nog met de wetenschap dat de nieuwe tactiek van generaal Herbert Plumer uitstekend werkt en bovendien de Duitse legerleiding grote kopzorgen baart.

De nieuwe tactiek, bite and hold (bijten en vasthouden), gebruikt de sterke en goed uitgebouwde Duitse defensiestructuur tegen de Duitsers zelf. De generaal kiest voor een zeer zware aanval op een smal front onder aanhoudend gordijnvuur. Zodra dit veroverd is, kunnen de Britten vandaar de uitstekende Duitse versterkingen gebruiken om de vijand te bestoken. Ze gebruiken dezelfde strategie in Polygoon Wood (26 september) en Broodseinde (14 oktober).

Het schilderij hieronder is van Paul Nash, getiteld “the Menin Road”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PaulNash_MeninRoad