Elliot Springs in actie boven Oostende

Elliot Springs, een van de meest succesvolle Amerikaanse gevechtspiloten, begeleidt op 3 augustus 1918 met zijn eskadron een aantal bombardementsvliegtuigen op weg naar Brugge. In de buurt van Oostende proberen drie Duitse Fokkers de formatie langs boven aan te vallen. Elliot Springs schiet er een neer en drijft de andere twee op de vlucht. 

Elliott_White_Springs_1918.pngVoor een ietwat gelijkaardige actie, bijna drie weken later in Bapaume (Frankrijk), ontvangt hij het Distinguished Flying Cross. Alleen zijn de aanvallers hier met zijn vijven, waarvan Springs er twee neerhaalt. Gebrek aan munitie dwingt hem te landen maar hij stijgt weer op en haalt nog een derde vijandelijk toestel neer.
Na de oorlog verwerft Elliot Springs bekendheid als schrijver. Zijn eerste boek Warbirds, gebaseerd op oorlogsgebeurtenissen, is meteen een succes. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

 

Sulzbach tussen terugtocht en vlucht

In de maandovergang van juli op augustus 1918 noteert Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, een aantal zaken in zijn dagboek die doen twijfelen : is de Duitse artillerie zich aan het terugtrekken of gaat het om soldaten op de vlucht ?

30 op 31 juli : De vijand zet het terrein voortdurend onder gas. Ik werk door zonder een pauze om onze terugtocht voor te bereiden. Ik sta er alleen voor want kapitein Knigge en Seebach zijn een aantal dagen weg op speciale missie, waarschijnlijk om onze nieuwe posities in de achterhoede te verkennen. Ik heb mijn voorbereidingen gedaan en laat ons hopen dat dit volstaat om te voorkomen dat er ook maar iets in handen van de vijand valt. Komende nacht begint onze terugtocht.

1 augustus : Voorbije nacht begonnen onze batterijen zich terug te trekken. Om 5u ’s morgens liggen we onder Frans trommelvuur, waarbij er heel wat gasgranaten zijn gebruikt. Ik zet mijn gasmasker op, maar dit gas is dagenlang actief. Het ligt op de grond, je weet niet dat het er is, je ziet het niet en je riekt het niet en ondertussen doet het zijn werk. We hebben heel wat gewonden en de arme kerels lijden aan tijdelijke blindheid en voortdurend braken.

In de nacht van 1 op 2 augustus geef ik het bevel om terug te trekken. Ons arme regiment heeft heel wat te lijden gehad. Alle kanonnen van batterij nr 1 zijn aan flarden geschoten en batterij nr 4 telt nog maar een handvol manschappen. De rest zijn gewond door het gas. Dit Franse offensief heeft ons al 19 officieren gekost. om 9u30 zijn we in onze nieuwe positie en door de gebeurtenissen van de laatste dagen voel ik me aan het einde van mijn krachten.

2 augustus : We zijn aan de Vesle gelegen. Deze rivier wordt voortaan onze eerste linie. De strategische terugtocht is een compleet succes, maar we kunnen niet ontkennen  dat dit een gevolg is van onze nederlaag. We mogen stellen dat juli 1918 voor ons een ernstige nederlaag  is.

In de avond van 2 augustus 1918 trekken vier divisies zich terug door Braisnes, het verkeer was geregeld, iedere divisie had zijn eigen weg en ze trokken zich langzaam terug als eindeloze reuzewormen. We bivakkeren in Presles.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

DuitseArtillerie_19180801

heimwee aan het Ijzerfront

We staan er niet meer bij stil met onze smartphones en sociale media, maar tijdens de oorlog hoorden heel wat Belgische soldaten niets meer van hun familie. Het grootste deel van België was bezet en het was slechts een minderheid van de Belgische soldaten die nog familie had in het vrije België of in Frankrijk of Engeland. De meesten konden slechts dromen van een brief af en toe. Daarom zocht men naar oorlogsmeters, vrouwen die een deel van hun vrije tijd besteedden aan correspondentie met soldaten.

Een Vlaams soldaat aan het Ijzerfront schrijft in een brief begin augustus 1918 aan zijn oorlogsmeter.

Ja, ik voel me soms wel alleen, zo ver van allen en alles. Ik kan soms over de borstwering van onze eerstelinieloopgraaf kijken naar het lieve land ginder, waar ’s morgens de zon opgaat.

O, ik zou dat graag weer eens zien : mijn land, mijn dorp, mijn huisje, mijn raampje met het vredig gezicht van mijn lieve moeder, weer eens horen de vermanende stem van vader en het lachen van de kleine zusjes. ’t Is zo heel ver dit alles.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GroteOorlog_20180801

Frank Linke-Crawford sneuvelt

Frank Linke-Crawford, gevechtspiloot bij het Oostenrijks-Hongaarse leger, sneuvelt op 31 juli 1918. Zijn wat ongewone achternaam dankt hij aan zijn Hongaarse vader en Britse moeder.

Het is toch wat ironisch dat deze geoefende jachtpiloot met 32 luchtoverwinningen op zijn naam ten oder gaat tegen een piloot die slechts één enkele overwinning boekte. De man die hem neerschiet, is de Italiaanse korporaal-piloot Aldo Astofi, die in zijn hele carrière maar één enkele overwinning behaalt.

Ter vervollediging van het plaatje moet worden gezegd dat Frank Linke-Crawford zijn laatste gevecht op zijn eentje aanging tegen een overmacht van vijandelijke vliegtuigen. Hij wordt begraven in Marburg an der Drau (nu Maribo). Als het plaatsje bij Joegoslavië gaat horen, wordt Frank Linke-Crawford herbegraven op de stedelijke begraafplaats van Salzburg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Frank_Linke_Crawford_1

Duitsers zoeken dwangarbeiders

In de loop van de nacht van 29 op 30 juli 1918 halen Duitse soldaten landbouwer Frans Cleemput uit zijn woning aan de Moorselbaan in Aalst en sluiten hem op in de Kommandatur. Terwijl men hem op 11 augustus 1918 naar de trein richting Duitsland brengt, tracht hij te ontsnappen op het Stationsplein. Een bewaker schiet hem ter plaatse dood.

Eerder in juli 1918 proberen de Duitsers ook elders mensen op te pakken om voor hen te werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken. In sommige dorpen van de provincie Luxemburg wordt bijna de volledige mannelijke bevolking gedeporteerd. In Gent zijn de Duitsers op zoek naar jonge arbeidskrachten. Ze houden daarvoor razzia’s in cafes en op trams.

De tekening hieronder is van de Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisRaemaekers_Dwangarbeiders

 

Lissewege zwaar gebombardeerd

In ’n Lissewehaerke, een frontblaadje voor Lisseweegse soldaten, staat te lezen dat rond 29 juli 1918 Britse vliegers het centrum van hun dorp bombardeerden. Een van die bommen komt terecht op de kerktoren, waar een draadloze telegraaf staat. Tal van Duitse soldaten die in het dorp gestationeerd zijn, laten het leven.

Naar verluidt was het bombardement van Lissewege ernstig. Daarom vluchten de meeste dorpelingen naar Knokke of Hoeke. Hun kleding, meubelen en dieren nemen ze mee. Een andere bron vermeldt 5 september 1918 als dag van het bombardement.

De tekening hieronder is van de Duitse soldaat-kunstenaar Otto Dix, getiteld “bombardement van lens”

OttoDix_BombardementdeLens

mislukte proef van de Franse artillerie

Tijdens een proefschot van de Obusier 520 Modèle 1916 ontploft dit spoorweggeschut op 27 juli 1918 in aanwezigheid van een commissie van officieren en technici. Als bij wonder raakt niemand gewond. Een nieuwe loop is nog niet klaar tegen wapenstilstand.

Naar men aanneemt is dit spoorweggeschut het zwaarste dat de Fransen ooit bouwden. Het vreselijke tuig is in staat granaten van 1400 kilogram te schieten over een afstand van 16 kilometer en heeft daarvoor 275 kilogram kruit nodig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Obusier520_Modèle1916

vertwijfeling bij de Duitsers

Rudolf Binding ziet het einde naderen voor het Duitse leger, waarvan hij zelf officier is. In Reims noteert hij dit op 25 juli 1918.

De verwarring neemt toe. Nu kijken we vanuit het westen op Reims. De buurt is lieflijker : een heuvelland met behoorlijke verhogingen, bossen, dalen en verwilderde wijngaarden. Maar het zijn onaangename dagen geweest in overvolle, kapotgeschoten krotten, doelloos heen en weer gestuurd van de een naar de ander, dag en nacht ergens vandaan beschoten of met bommen bestookt.

Vandaag schijnen we overal stand te houden. Maar ik heb geen vertrouwen meer. Het Amerikaanse leger is er : een miljoen. Dat is te veel.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Alfred Stenger – der letzte Deutsche angriff – Reims 1918

AlfredStenger_LetzteDeutscheAngriff_Reims1918

Mephisto in geallieerde handen

Mephisto is  een Duitse tank van het type A7V. In april 1918 geraakt deze tank tijdens een Duitse aanval op Villers-Bretonneux vast in een granaattrechter waarna de bemanning noodgedwongen de tank verlaat.

In de nacht van 22 op 23 juli 1918 gaan Australische soldaten en 2 Britse tanks onder dekking van de artillerie de Mephisto wegslepen als een trofee. Dit wegslepen is niet zonder gevaar want de Duitsers vuren gasgranaten af tijdens de berging.

Mephisto is nu de enige overgebleven A7V tank en wordt tentoongesteld in Brisbane (Australië).

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Mephisto_(tank)

https://deanoworldtravels.wordpress.com/2016/02/05/mephisto-the-last-german-a7v-sturmpanzerwagen/

Mephisto_Juli1918

Rijstrellen in Japan

In Uozo (Japan) mondt op 23 juli 1918 een aanvankelijk rustige betoging tegen de zeer hoge rijstprijzen uit in felle rellen, de “rijstrellen” (of kome sodo in het Japans). Deze rellen houden aan tot in september en veroorzaken onder meer de val van de regering van premier Terauchi Masatake. De volgende paar maanden hebben meer dan zeshonderd dergelijke rellen plaats : stakingen, brandstichtingen, aanvallen op officiële gebouwen, plundering van voorraden.

Tijdens de oorlogsjaren kent Japan een opmerkelijke economische groei, maar het profijt daarvan komt vooral terecht bij een kleine groep grootindustriëlen, die bovendien de banken controleren. De prijsstijgingen op de wereldmarkt, onder meer van rijst, zijn ook in Japan voelbaar. De prijs van de rijst stijgt tot meer dan het dubbele, onder andere omdat sommigen enorme voorraden opkopen en later weer op de markt brengen aan een flink hogere prijs.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://japandaily.jp/rice-riots-1693/

RiceRiots_KomeSodo_19180723