Oproer in Boom

In Boom eisen de Duitsers op 17 november 1916 183 werkloze arbeiders op. Ook de verslaggever van het Davidsfonds kijkt toe.

Wanneer rond de middag de 183 opgeëiste inwoners van Boom, begeleid door een dozijn pinhelmen, door de Lepoldstraat naar Willebroek stappen, heeft daar een vijandige betoging plaats die op een bepaald ogenblik in een algemene opstand dreigde over te slaan. Een zwarte volksmassa raasde en huilde op het voetpad :”Smeerlappen, moordenaars”.

Juffrouw C. Nagels uit Reet, onderwijzeres in de buitenschool van de Zusters der Presentatie, wordt uit de massa gehaald maar ze geeft de pinhelm zo’n klinkende muilpeer, dat het hele Duitse piket toeschiet en in allerhaast hun kommandant ontbiedt. Het meisje wordt gevankelijk meegevoerd, beboet en acht dagen opgesloten in de gevangenis van Antwerpen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekeningen komt uit “25 maanden op de Duitse Pijnbank” van Honoré Staes

HonoréStaes_Weggevoerden.jpg

naar het front bij Miraumont

In zijn dagboek beschrijft gezondheidsofficier Hugo Natt op 16 november 1916 hoe hij in de buurt van Miraumont (ten zuiden van Arras) ’s nachts naar het front trekt.

De weg was redelijk, ganzenmars. Af en toe een granaattrechter. De eerste die er een ziet, roept “granaattrechter”, de mannen achter hem geven het door. De wegen worden alsmaar slechter. Zo nu en dan komt er een munitiewagen aangesuisd, dan is het “rechts houden”, meestal beland je dan in een diepe sloot.

Nu kruisen we een spoorwegovergang en lopen dan in hoog tempo verder omdat juist dit gebied straks onder vuur komt te liggen. Langs een steile spoordijk, omhoog naar de heuvel waar de toegang tot de schuilplaats ligt.

“Wat zal er gebeuren ?”, is de telkens herhaalde vraag.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Albin Egger-Lienz, “Die Namenlosen”.

albineggerlienz_dienamenlosen

cursus mitrailleur in Criel

Raoul Snoeck wordt op cursus gestuurd naar Criel (Normandië).

15 november 1916 : Ik ben in Criel voor inwijding in het gebruik van de mitrailleur, hoewel ik absoluut niet de bedoeling heb me in dat regiment te laten inlijven. Het is een reglement en iedereen moet het gehoorzamen. Voor de rest ben ik er gelukkig om, ik ben van nature erg nieuwsgierig en verlang zoveel mogelijk te leren. In het leven weet je nooit genoeg.

18 november 1916 : ’s Morgens theorie, ’s namiddags oefeningen met de mitrailleur. Bij terugkeer van de rotskust, waar wij schietoefeningen hielden, worden we in het kamp opgewacht door een fotograaf. Hij maakt een kiekje van ons bij de mitrailleur. Ik stuur die foto naar mijn ouders, ze zullen blij zijn met die prettige oorlogsherinnering.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

raoulsnoeck_november1916

Vredesgesprekken Duitsland Rusland

Hugo Natt, gezondheidsofficier bij de Duitse reservedivisie 56, is op 14 november 1916 aangekomen in Marquion (ten zuidoosten van Arras) en slaat een praatje met zijn collega’s.

We praten over de vredesonderhandelingen met Rusland, waarover de afgelopen dagen weer veel is gesproken. Er zouden onderhandelingen gaand e zijn : in Berlijn zou een huis van de Russische gezant verlicht zijn geweest, ook zou er een dubbele wachtpost hebben gestaan. Volgens de laatste berichten zouden de onderhandelingen op het laatste ogenblik afgebroken zijn, nadat de landen van de Entente (de geallieerden) Rusland een grote lening hadden toegezegd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

eingang_zur_russischen_botschaft_in_berlin

Russische ambassade in Berlijn

Marsorders voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach is een Duitse onderofficier bij de artillerie. Op 11 november 1916 krijgt hij goed nieuws en marsorders voor de Somme.

Ik word vandaag gepromoveerd tot luitenant met ingang vanaf 3 november 1916. Het is een heel inspirerend moment en ik ben er heel vereerd mee.

Aan de Somme is de slag nog altijd bezig en we krijgen onze marsorders… naar de Somme ! Ik heb al voorspeld dat we hiervan niet gespaard zouden blijven. Na al de voorbije rustige maanden gaan we naar de grootste veldslag ooit. We zijn in actie geweest op alle grote slagvelden in het westen, op Verdun na, ondanks dat we aan een rustig front in Evricourt gelegerd waren. En dus worden we teruggetrokken uit onze divisie en op de marsweg, in Noyon, neemt onze divisiecommandant, generaal Sack, plechtig afscheid van ons. Voor de eerste keer mag ik mijn nieuwe plaats innemen en salueren voor de rangen der soldaten op appèl. Het is eeb bijzondere eer voor ons om de divisie te verlaten en in actie te komen aan de Somme.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

De tekening hieronder is van Otto Flechtner en is getiteld “Deutsche Artillerie auf dem Marsch”.

ottoflechtner_deutscheartillerieaufdemmarsch_1916

Mijmeringen aan het Ijzerfront

Raoul Snoeck vraagt zich af hoe het zal zijn later, om weer burger te zijn. Op 9 november 1916 noteert hij in zijn dagboek.

Alvorens ons hier te begraven had iedereen in het burgerleven een sociale betrekking of beroep. De meesten waren landbouwers of werklieden. Er zijn weinig geletterden bij de mensen die ons omringen en ondanks de maatschappelijke verschillen, gelijken we erg op elkaar. We spreken dezelfde taal doorspekt met het bargoens van de loopgraven. Door het gedwongen samenleven hebben we dezelfde smaak, dezelfde manieren ontwikkeld en vragen ons af hoe het zal zijn als we in het burgerlijk leven terugkeren.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei uit het Frans vertaald door Andre Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

belgischesoldaten_rustpauze_1916

Hoeren en tamboeren

Ook in Frankrijk, waar al sinds jaar en dag een systeem met legale bordelen bestaat, heeft de oorlog tot een sterk toegenomen sekshandel geleid. Elke dag komen er grote hoeveelheden soldaten met verlof naar Parijs, en de hoeren zijn vanuit het hele land toegestroomd. De arrestaties voor illegale prostitutie zijn met veertig procent toegenomen.

Ook geslachtsziekten als syfilis zijn duidelijk toegenomen. Veel legers delen routinematig condooms uit aan soldaten die met verlof gaan. Niet dat het veel helpt. Van de Canadese soldaten in Frankrijk leed vorig jaar 22 procent aan een of andere venerische ziekte. En van de geallieerde soldaten die de hoofdstad de volgende zomer bezoeken, zal 20 procent besmet terugkeren. Het is ook niet zo dat iedereen ziekte probeert te vermijden. Bij tijden verdienen besmette hoeren beter dan gezonde, aangezien ze soldaten trekken die een venerisch kwaaltje willen oplopen om op die manier niet naar het front te hoeven. Dit verschijnsel komt op de meest groteske wijze tot uitdrukking in de handel in gonorroe-etter; soldaten kopen het en smeren hun geslachtsdeel ermee in in de hoop zo in het ziekenhuis te belanden. De echt wanhopige soldaten wrijven het in hun ogen; het resultaat is vaak levenslange blindheid.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

prostitution-tranchees

Duitsers eisen werklozen op

De evolutie aan het front dwingt de Duitsers tot een nieuwe strategie. Bij Verdun houdt het Franse leger stand. Het herovert zelfs systematisch terrein. Aan de Somme slaan de Duitsers een grote geallieerde aanval af, maar ze beseffen welke enorme vijandige kracht zich in dat gebied aan het concentreren is. Het Duitse leger moet weer versterkt worden. Nog meer Duitse mannen moeten gemobiliseerd worden. Arbeiders uit bezette gebieden moeten hen vervangen.

In de eerste week van oktober 1916 begint het Duitse leger heel brutaal met dwangrekrutering van arbeiders in het etappengebied, de zone net achter het front. Een paar weken later volgen operaties in het hele land.

gisbertcombaz_barbarennemenslavenmeeOp 7 november 1916 laten de Duitsers in Kortrijk opgeëiste werklozen vrij die wegens gezondheidsredenen niet kunnen werken. Zij vertellen dat de andere werklozen zonder eten zitten. Moeders broers en zusters van de opgeëisten trekken met eten naar de kazerne van Kortrijk, waar ze zouden moeten verblijven. Stijn Streuvels noteert er het volgende over.

Maar wanneer ze daar aankomen, vernemen ze dat de werklozen al vertrokken zijn. Elk volgens eigen goeddunken hebben ze dan hun eetwaar aan de man gebracht, uitgedeeld of verkocht. Ik hoor vertellen dat veel Kortrijkzanen 4,50 frank betaald hebben voor een goed tarwebrood. Maar in alle broden staken vriefjes. Ik heb er een gezien waarop met onbeholpen hand geschreven stond :”Courage. Niet tekenen. Aloïs”.

bronnen 
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Knack Historia, 1916

De tekening bij dit artikel is van Gisbert Combaz met als titel “de barbarenh nemen de slaven mee”.

 

Een brief vanuit bezet gebied

Veel Belgische militairen kijken elke dag uit naar de komst van de postbode (2e man van links, met helm en fiets). Misschien brengt hij eindelijk een teken van leven van de geliefden. Vier jaar lang is het rechtstreekse contact tussen de Ijzerstreek en het bezette land nagenoeg helemaal verbroken. Vier jaar lang horen velen niets van hun achtergebleven familie en weet de familie niet of haar frontsoldaat nog in leven is. Correspondentie tussen beide kanten van de frontlinie is erg moeilijk maar niet onmogelijk. Daarvoor doet men een beroep op smokkelaars of kennissen in het neutrale Nederland, die wel met het bezette land kunnen corresponderen.

postbedeling_belgischleger

Op 1 november 1916 is Raoul Snoeck bij de gelukkigen. In zijn dagboek noteert hij :

Ik krijg nieuws van mijn ouders. Tussen de regels lees ik hun angst. Moeder schrijft in elke brief:”Wees voorzichtig, stel je niet teveel bloot aan het gevaar, hou je goed warm.”. Ik heb juffrouw Bulthé van Holland gevraagd hen zoveel mogelijk gerust te stellen. Helaas ! Onze ouders vrezen het ergste en denken dat we voortdurend in de strijd betrokken zijn, de bajonet op het geweer en de pet op het oor. Wild, bebloed en groots. Het is volstrekt niet altijd zo, hoewel een soldaat steeds gevaar loopt. We scheppen plezier in het vechten want we houden van actie, en aan het front zijn we vrolijk en talrijk. Vinden we na de strijd iedereen aanwezig in het kantonnement, wat doet het dan deugd te beseffen dat we enkele ‘grijzen’ gemold hebben en daarmee onze plicht vervuld. (…)

Overigens heb ik in het ergste voorzien. Vrienden bezitten mijn adres voor het geval me iets fataals zou overkomen, zodat ze mijn ouders kunnen verwittigen. Na het nemen van die voorzorg praten we er niet meer over, het is een stilzwijgende overeenkomst.

bronnen
Daniël Vanacker, Belgie in de Grote Oorlog, Roularta Books
Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

geen rustige Allerheiligen aan de Ijzer

Gaston Le Roy noteert op 1 november 1916 in zijn dagboek :

Bij terugkeer van de keuken naar de eerste lijn merkten we enkele explosies op langs de kant van de vijfde divisie. De beschieting schoof op naar onze schuilplaats aan F.A.. Niet enkel granaten maar ook vleugelbommen ontploften donderend op de grond. Ons geschut wachtte niet om de granaatwerpers wat terug te gooien.
Toen we de eerste lijn naderden, verergerde het nog. Met moeite kreeg de adjudant de mannen vooruit. Met enkele makkers bleef ik ook enige tijd vanaf de tweede lijn het spel gadeslaan. De zon dook onder, het werd nacht en nog steeds is het een razend sissen van weg- en aanvliegende moordtuigen. Een rood streepje van de brandende wiek maakte de bommen zichtbaar in de lucht. Angstige wachtten we het einde af, meer dan eens dacht ik dat mijn laatste ogenblik gekomen was, maar het ging voorbij. Ik geloof zelfs dat er bij ons geen enkel slachtoffer viel.

Nu is het weer rustig. Er klinkt zelfs geen geweerschot. Wie hier vannacht zou aankomen, zou nooit kunnen vermoeden dat op deze plek enkele uren geleden zoveel mensen in doodsangst verkeerden. Er wordt gelachen en geschertst.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

BelgischeArtillerie02.jpg