Duitsers eisen werklozen op

De evolutie aan het front dwingt de Duitsers tot een nieuwe strategie. Bij Verdun houdt het Franse leger stand. Het herovert zelfs systematisch terrein. Aan de Somme slaan de Duitsers een grote geallieerde aanval af, maar ze beseffen welke enorme vijandige kracht zich in dat gebied aan het concentreren is. Het Duitse leger moet weer versterkt worden. Nog meer Duitse mannen moeten gemobiliseerd worden. Arbeiders uit bezette gebieden moeten hen vervangen.

In de eerste week van oktober 1916 begint het Duitse leger heel brutaal met dwangrekrutering van arbeiders in het etappengebied, de zone net achter het front. Een paar weken later volgen operaties in het hele land.

gisbertcombaz_barbarennemenslavenmeeOp 7 november 1916 laten de Duitsers in Kortrijk opgeëiste werklozen vrij die wegens gezondheidsredenen niet kunnen werken. Zij vertellen dat de andere werklozen zonder eten zitten. Moeders broers en zusters van de opgeëisten trekken met eten naar de kazerne van Kortrijk, waar ze zouden moeten verblijven. Stijn Streuvels noteert er het volgende over.

Maar wanneer ze daar aankomen, vernemen ze dat de werklozen al vertrokken zijn. Elk volgens eigen goeddunken hebben ze dan hun eetwaar aan de man gebracht, uitgedeeld of verkocht. Ik hoor vertellen dat veel Kortrijkzanen 4,50 frank betaald hebben voor een goed tarwebrood. Maar in alle broden staken vriefjes. Ik heb er een gezien waarop met onbeholpen hand geschreven stond :”Courage. Niet tekenen. Aloïs”.

bronnen 
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Knack Historia, 1916

De tekening bij dit artikel is van Gisbert Combaz met als titel “de barbarenh nemen de slaven mee”.

 

Verbroedering in de Champagne

Louis Barthas schrijft over de leven-en-laten-leven-mentaliteit in de loopgraven in de Champagne.

Op zes meter van onze versperring hadden de Duitsers hun eigen versperring opgericht. Tussen de twee was prikkeldraad gesmeten maar slechts vier sprongen scheidden de twee volken, de twee rassen die elkaar aan het uitmoorden waren. Er was zelfs een overdekte gang die op één meter van de Duitse zandzakjes uitkwam.

(…) Hun verbazing (van de burgers aan het thuisfront bedoelt Barthas) zou in verbijstering zijn omgeslagen als ze de Franse en Duitse wachtposten hadden gezien die rustig op de borstwering een pijp zaten te roken en van tijd tot tijd als goede buren in hun buitendeur een luchtje schepten en met elkaar een babbeltje maakten. Bij elke aflossing werden deze gewoonten en gebruiken van de wachtposten doorgegeven. De Duitsers deden hetzelfde en al stond de hele Champagne in vuur en vlam, dan nog zou op deze bevoorrechte plaats geen granaat zijn gevallen.

(…) Soms wisselden we geschenken uit : pakjes Franse legertabak die ze in hun dikke Duitse pijpen oprookten of heerlijke sigaretten “made in Germany” die in onze Franse post terechtkwamen.
(…) De een zal het prachtig vinden, de ander misdadig. Het hangt ervan af of je het ideaal van menselijkheid onder of boven het ideaal van het vaderland plaatst. We kunnen er zeker van zijn dat dit gebaar van verbroedering op meer dan één plaats is voorgekomen. Onze bevelhebbers , onze leiders, moeten zich geen illusie maken : was er tussen de loopgraven een redelijke afstand geweest, waren er geen prikkeldraadversperringen geweest, dan zou iedereen elkaar de hand hebben gereikt. Eén bewijs, van de duizenden, dat deze gruwelijke oorlog tegen de wil van het volk ontketend is.

bronnen 
Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen
http://www.lefigaro.fr/culture/2015/12/17/03004-20151217ARTFIG00239-monument-des-fraternisations-mon-grand-pere-serait-fier.php

De tekening hieronder is van Thérèse Bisch en draagt de titel “Fraternisation”.

ThereseBisch_Fraternisation.jpg

Jansen en Janssen in Verdun

Jansen en Janssen in Verdun

Op 24 oktober 1916 valt het fort Douaumont nabij Verdun terug in Franse handen. In de loop van de slag van Verdun (21 februari – 15 december) verandert het fort van Douaumont tweemaal van bezetter, telkens zonder nauwelijks een schot te lossen. Op 24 oktober is de tweede maal.

Op 25 februari 1916 vallen de Duitsers het fort aan, een van de belangrijkste forten van de verdedigingslinie rond Verdun. Vooraf hebben ze ingecalculeerd dat de inname hen mogelijk tot tienduizend soldaten kan kosten. Wat de Duitsers nog niet weten, is dat de Fransen het fort ontmantelden en slechts zestig lichtbewapende militairen achterlieten. De verovering van het fort vraagt dan ook niet veel tijd of bloed.

Na een uitgebreide voorbereiding beginnen de Franse troepen op 24 oktober 1916 aan een tegenaanval op het fort van Douaumont. Er is iets wat zij niet weten : de dag voordien was er brand uitgebroken in het fort de de Duitsers hadden het helemaal ontruimd.

In onze 2e bron klinkt het anders : Gedekt door de mist heroveren de Fransen fort Douaumont en nemen 6000 Duitsers gevangen. De Duitse tegenaanvallen worden afgeweerd.

Wat de juiste toedracht ook is, de Franse regering wil dit heuglijke moment vereeuwigen en geeft schilder Henri Georges Jacques Chartier de opdracht de aanval van de Fransen op Douaumont te vereeuwigen. En de twee soldaten vooraan met snor, lijken wel dubbelgangers van mekaar. Ze doen sterk denken aan het duo Jansen en Janssen uit Kuifje (in de Franse versie heten ze Dupont en Dupond).

henri-georges-jacques-chartier-reprise-du-fort-de-douaumont

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Ian Westwel,, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag
http://www.geo.fr/photos/reportages-geo/premiere-guerre-mondiale-la-censure-pour-masquer-la-realite-des-combats-160983

Overval op Duitse loopgraaf

Raoul Snoeck noteert op 18 juli 1916 het volgende in zijn dagboek :

Vandaag zijn we met een compagnie doorgestoten tot in een ver vooruitgeschoven Duitse loopgravenkop. De aanval werd voorafgegaan door een artilleriebombardement en is volledig geslaagd. We hebben de vierentwintig Duitsers die de versterkte bunker bezetten met dolken omgebracht. De loograaf werd ondersteboven gekeerd door onze artillerie. We vonden er halfbedolven uiteengereten lijken, de overlevenden bewaarden nog schrikbeelden van angst in de ogen. Als je het nog niet bent, zou je gek worden van dergelijke gruwelen. Maar tijdens de actie geven we niet toe aan sentimentaliteit. We zijn beneveld door kruitgeur, haat en overleveingsinstinct. In het begin van de oorlog zijn we al te dikwijls slachtoffer geweest van onze goedhartigheid. Maar de tijden zijn veranderd, teveel beproevingen hebben ons gestaald !

Onderstaande schilderij is van François Flameng en heeft als titel “tranchée conquise”.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

flameng_tranchee_conquise.jpg

Flameng – tranchée conquise

Afspraak met de dood

Sinds het begin van de oorlog melden zich tal van buitenlandse vrijwilligers om dienst te nemen in het Franse leger. Ze worden ondergebracht in het Vreemdelingenlegioen. Mintens twee onder hen sneuvelen op 4 juli 1916 aan de Somme : de Amerikaan Alan Seeger en de Pool Bernard Kacenelen.

Behalve het feit dat ze  tot dezelfde strijdmacht behoren en op dezelfde dag sneuvelen, is er niets dat hen bindt. Het contrast tussen beiden kan niet groter zijn. Bernard Kacenelen is een onbekende Poolse vrijwilliger bij wie er zelfs onzekerheid is over zijn naam. Alan Seeger daarentegen zal bekend worden als oorlogsdichter. Zijn familie schonk een klok voor de heropgebouwde kerk van Belloy-en-Santerre zodat door het klokkengeluid zijn stem blijft klinken.

Een van Alan Seegers meest bekende gedichten is “I have rendezvous with Death”. En zo gebeurde

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlanSeeger_Rendez-vous

Bombardement op Karlsruhe

In de loop van de oorlog kennen militaire lichtvaarttoepassingen een geweldige ontwikkeling. Aanvankelijk werden vliegtuigen ingezet voor verkenningen of werden granaten of kleine bommen uit het cockpitraam gegooid. geleidelijk aan konden vliegtuigen en zeppelins zwaardere bommen meenemen en heuse bombardementen uitvoeren. Tijdens de oorlog stierven in Groot-Brittannië meer dan 1400 mensen bij Duitse luchtaanvallen, terwijl er in Duitsland ongeveer 700 doden vielen bij geallieerde aanvallen.

Op 22 juni 1916 bombarderen Franse vliegtuigen de stad Karlsruhe en daarbij vallen 117 doden. Onder hen zijn 85 kinderen die een voorstelling van circus Hagenbeck bijwonen. Naar verluidt was het de bedoeling het oude spoorstation te treffen, maar alle bommen vallen in bewoond gebied.

De Franse schilder Henri Farré heeft onderstaand schilderij van dit bombardement gemaakt. Hij was niet alleen officieel schilder bij het leger maar tevens piloot

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://fr.wikipedia.org/wiki/Henri_Farré

HenriFarré_Karlsruhe1916.jpg

 

 

Kinderen aan het front

Kinderen aan het front

Louis Barthas heeft de hel van Verdun overleefd en is in juni 1916 in de Champagnestreek in de buurt van Châlons. Daar krijgt hij de hoede toegewezen over een bijzonder groep soldaten.

Op een avond, toen ik terugkwam van het werk, troffen we in de buurt van ons schuiloord een dertigtal jonge mannen van de lichting 17 en 18 aan, die officieel nog niet was opgeroepen. Ze waren vrijwillig of onder dwang geworven. Mager, baardeloos, bleek, met een brutale blik en met de ruwe taal van Parijse straatjongens. Het waren wat je noemt uitgeslapen types, hoewel een paar eruit zagen als jonge meisjes of jongens van vijftien jaar. Sommigen kwamen rechtstreeks uit een tuchthuis. (…) Voor die jongens die al zo vroeg op het slechte pad waren, had men de deuren van de gevangenissen opengezet in ruil voor een contract voor de duur van de hele oorlog. Zo kregen ze een kans op eerherstel. In werkelijkheid was het een vreemde ruil : om hen hun diefstal te vergeven liet men hen moorden. Wat een heropvoeding !

(…)  Al deze rekruten werden bij de 15e compagnie ingedeeld. Een sergeant, met de lijst in de hand, bood mij een twaalftal van deze slechteriken aan over wie ik korporaal moest spelen. Bij dit nieuws fronste ik mijn wenkbrauwen. Waarom kozen ze mij uit om zo’n jeugdige bende Parijse straatschoffies te commanderen ? Ik was er zeker van dat deze ongedisciplineerde types mij ongeluk en tegenspoed zouden brengen. (…) Enfin, we zouden wel zien. (…) Ik moet daar wel aan toevoegen dat deze kwajongens altijd respect voor mij hadden en ik durf zelfs te beweren dat ze op me gesteld waren. Ik behandelde hen ook niet ruw en berispte hen meer als een oudere vriend dan als meerdere.

bronnen
Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen
tekening komt uit Kris & Maël, Moeder Oorlog, uitgeverij Daedalus

MoederOorlog_1eaanklacht_01.jpg

 

Val van Lutsk

Op 4 juni 1916 is het zo ver : de Russen vallen aan en beginnen aan wat later het Broesilov offensief genoemd wordt. Dit offensief was goed voorbereid door generaal Broesilov en het was een Russisch antwoord op de Franse vraag aan zijn geallieerden om offensieven te starten en zo de Duitse druk op Verdun te verminderen. Hoe Broesilov dit offensief voorbereidde, lees je hier.

Na een artilleriebombardement gaan de Russen tot de aanval over. Zij richten zich op het Oostenrijks-Hongaarse leger omdat ze dit als de zwakste schakel aan het oostfront inschatten. Een van de eerste steden die in hun handen valt is Lutsk (8 juni 1916) . De Russische schilder Leonid Sologub heeft van deze gebeurtenis een schilderij gemaakt dat we hieronder weergeven.

bronnen :
https://nl.wikipedia.org/wiki/Broesilov-offensief
http://www.artnet.com/artists/leonid-sologub/breakthrough-at-lutsk-collection-of-drawings-from-fAChid3UYjxMh8Rojsumsw2
leonid-sologub-breakthrough-at-lutsk;-collection-of-drawings-from-the-first-world-war-series,-(18-works)

 

 

Duitse luchtmacht boven Mort-Homme

Louis Barthas stelt vast dat de Duitse luchtmacht ongehinderd verkenningsvluchten kan doen boven de frontlinies in Verdun.

We zouden de hele duur van onze aflossing tot onze nek in het water hebben gestaan als niet op 16 mei 1916 ’s morgens een frisse bries de wolken verdreef en de zon weer scheen. Verschillende vijandelijke vliegtuigen lieten onmiddellijk hun onrustbarende geronk horen en cirkelden de hele dag over de heuvels 304 en Mort-Homme als onheilspellende vogels die de voorbode vormen van storm. Naïef dachten we dat onze moedige vliegers onmiddellijk de indiscrete verkenners zouden verjagen. Maar dat gebeurde niet. Die dag en ook de volgende dagen bleven ze ongestraft op lage hoogte zweven om onze stellingen te verkennen.

Kolonel Douce zei hierover :’Toen we in Artois waren, zeiden ze dat in Verdun elke dag vliegtuigen van de moffen werden neergehaald. Nu we hier zijn verklaren de communiqués dat hetzelfde gebeurt in Artois.’.

bronnen
Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen
tekening komt uit Yann & Hugault, Edelweiss

Edelweiss01_04.jpg

 

Barthas op patrouille op de côte 304

Louis Barthas is in de meidagen van 1916 in Verdun, meer bepaald op heuvel 304 (côte 304) tegenover de al even beruchte heuvel van de Mort-Homme. Door de hevige gevechten waarbij loopgraven al eens van bezetter wisselen, is het niet altijd zeker wie je tegenover je hebt.

De eerste linie had tussenruimtes van zo’n 400 meter tussen afdelingen en compagnieën. We waren er daardoor niet zeker van of recht voor ons Fransen of Duitsers lagen. De tussenruimtes werden zwaar gebombardeerd en waren absoluut onverdedigbaar. Die nacht kreeg sergeant Fontès van onderluitenant Lorius de opdracht een ‘moedige’ man te vinden. Hij moest mee op erkenning om te ontdekken of zich vóór ons soldaten van de Kaiser of van Poincaré (Franse president) bevonden. In onze afdeling vond sergeant Fontès geen enkele vrijwilliger die de benaming ‘moedig’ wilde krijgen. Iedereen had wel een voorwendsel te weigeren : de een had blaren aan zijn voeten, of reuma, de ander kon bewijzen dat hij aan de laatste patrouille had meegedaan. Jonge soldaten maakten gebruik van hun kwetsbaarheid en de ouderen van hun uitputting.

Ten slotte richtte sergeant Fontès zich aarzelend tot mij : ik, een korporaal die om zijn vooruitstrevende socialistische ideeën en zijn pacifisme bijna kapot was gemaakt. Het is waar dat hij zich niet als meerdere maar als kameraad of zelfs als vriend tot mij richtte. Ik aanvaardde de opdracht maar wel onder voorwaarde dat ik drie nachten vrijgesteld zou worden van wachtdienst, patrouille en corvee.

Zonder uitrusting, alleen met een geweer bajonet en twee dozen patronen vertrokken we. De maan gaf een beetje licht en het terrein waarover we liepen was doorzeefd en omgeploegd, net alsof er een aardbeving was geweest. Hier was geen leven meer in de natuur. Na enkele honderden meters in die chaos leken de grenzen van de horizon oneindig nietig : we voelden ons verloren in het midden van een uitgestrekte woestijn.

Plotseling hoorden we een verward geluid van stemmen. Angstig spitsten we onze oren : was het een Duitse patrouille of Fransen op corvee ? Maar al gauw hoorden we een paar luide vloeken die deden vermoeden dat hier mensen uit het zuiden van Frankrijk in de buurt waren. Het was een ploeg foerageurs uit mijn vroegere 21e compagnie onder commando van kapitein Hudelle, die ons als door de Voorzienigheid geroepen passeerde.

bron : Louis Barthas, Oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen.

broquet_fusee.jpg

Broquet – patrouille suprise par une fusée