Na maanden van bittere strijd beslist de Duitse regering op 31 januari 1917 een onbeperkte onderzeese oorlog te voeren. Zodoende kunnen de 111 beschikbare Duitse onderzeeërs naar eigen goeddunken alle schepen tot zinken brengen. Duitsland meent dat zo’n campagne Groot-Brittannië binnen de vijf maanden tot overgave zal dwingen. Het Duitse opperbevel erkent dat de beslissing verregaande gevolgen zal hebben voor de diplomatieke relaties met de VS, die vermoedelijke de oorlog verklaren als hun neutrale schepen tot zinken worden gebracht. Men meent echter de de VS de eerste twee jaar weinig invloed op de oorlog in Europa zullen hebben, en tegen die tijd zouden de Centralen de oorlog toch gewonnen hebben.
VS-minister Robert Lansing ontvangt een nota over de onderzeese oorlog, die aankondigt dat alle schepene “gestopt zullen worden met ieder beschikbaar wapen en zonder verdere waarschuwing”.
Op 3 februari 1917 verbreekt de regering van de Verenigde Staten haar diplomatieke betrekkingen met Duitsland na de aankondiging van de onbeperkte onderzeese oorlog. President Woodrow Wilson houdt daarover een toespraak. Op de dag van zijn toespraak wordt een Amerikaans koopvaardijschip, de Housatonic, zonder enige waarschuwing tot zinken gebracht.
bron : Ian Westwel, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Het schilderij bij dit artikel is van Claus Bergen.


De Schotse kapitein John Lauder, 25 jaar oud, sneuvelt op 28 december 1916 door het schot van een Duitse sluipschutter. Hij is een van de talloze slachtoffers van de slag aan de Somme.
mannen onder hoongelach van de Duitse officieren onder wie de beul van het Meldeamt, als slaven naar Duitsland worden gevoerd. Toen zijn er tranen geschreid, vuisten gebald, en is er op de tanden geknarst over zulke gruweldaden.
Voor de kust van Hartlepool (oostkust Groot-Brittannië) op 27 november 1916 stort het luchtschip LZ-78 brandend in zee na een treffer vanuit een Brits vliegtuig. Alle negentien bemanningsleden laten het leven. Deze zeppelin, op de terugweg naar zijn basis, is nog maar aan zijn tweede aanvalsvlucht toe en behoort tot een nieuw en groter type.
Een document op datum van 22 november 1916 bevestigt de terugkeer van J.R.R. Tolkien (The Hobbit, The Lord of the Rings) naar Groot-Brittannië. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk van vier maanden deed hij immers de loopgravenkoorts op, een infectieziekte overgedragen door luizen.

