De laatste avond van Fritz Krebs

Engelse jachtvliegers en bommenwerpers zijn op de terugweg van een bombardement op Moorslede als ze boven het Polygoonbos vijftien Duitse albatrossen tegenover zich krijgen. Er begint een gevecht tussen Britse en Duitse piloten.

Rond kwart voor 8 ’s avonds schiet de Britse kapitein G.H. Bowman Vizefeldwebel Fritz Krebs neer ten noorden van Zonnebeke. De pas 21-jarige Duitse piloot heeft dan acht luchtoverwinningen op zijn naam.

Fritz Krebs ligt begraven op het Deutscher Soldatenfriedhof Menen, ook bekend als Menenwald, maar de grafsteen met zijn naam erop zou zich bevinden in het museum van het vliegplein van Wevelgem. Het Deutscher Soldatenfriedhof Menen ligt aan de Groenestraat en Kruisstraat op de grens van Menen en Wevelgem. Hier rusten iets meer dan 48.000 Duitse militairen, bijna allemaal geïdentificeerd. Dat aantal maakt Menen de grootste Duitse militaire begraafplaats uit de eerste wereldoorlog. In België zijn er nog drie andere grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog : Hoogleden, Langemark en Vladslo.

bronnen : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.theaerodrome.com/aces/germany/krebs.php
https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/albatros-bij-zonnebeke

 

Jasta6

Londen lijdt onder de Gothas

Van op een of meerdere vliegvelden in de buurt van Gent onderneemt het Duitse leger op 13 juni 1917 een eerste zwaar bombardement op Londen, resulterend in 162 doden. Een van de betrokkenen, Von Eberhardt, schrijft daarover het volgende.

Nadat we door een opening in het wolkendek de monding van de Theems herkennen, begint de bewolking dunner te worden. Vanaf Southend treedt de Britse luchtafweer in actie, maar alle schoten liggen veel te hoog. Om 12u bereiken we met zeventien toestellen de Britse hoofdstad. Ondertussen zijn we omringd door Engelse vliegtuigen, maar ze vliegen zo ongeorganiseerd dat ze geen gevaar inhouden.

Heen en weer vliegend over Londen gooien we onze bommen uit. Dokken, loodsen, spoorwegen en een brug over de Theems worden getroffen. Zodra ze van hun bommenlast zijn verlost, stijgen onze toestellen zonder problemen tot 4500 meter. Na vierenhalf uur vlucht bereiken we opnieuw onze thuishaven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gotha-GV-Bomber

Erich Paul Remark start frontdienst

Op 12 juni 1917 bereikt de 18-jarige student Erich Paul Remark het front tussen Torhout en Houthulst. Eind juli krijgt hij in Sint-Juliaan (Langemark) granaatsplinters in zijn lichaam en wordt terug naar Duitsland gebracht.

Later wordt hij bekend als auteur onder de naam Erich Maria Remarque. Hij was nauwelijks zes weken aan het front maar die brachten voldoende inspiratie voor zijn meest bekend boek Im Westen nichts Neues (van het westelijk front geen nieuws).

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Peter Eickmeyer gebaseerd op het boek van Remarque.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EickMeyer_ImWestenNichtsNeues_Remarque

 

 

dood van een Britse luchtaas

Tegen de avond van 7 mei 1917 sterft de Britse luchtaas Albert Ball op een wat vreemde wijze.

Even voordien neemt hij nog samen met een eskadron Britse jagers boven het dorp Annoeuillin deel aan de achtervolging van Lothar von Richthofen, een zeer bekwame Duitse vlieger. Omdat zijn brandstoftank doorzeefd is, wordt de Duitser tot landen gedwongen.

Net als zijn collega’s vliegt Albert Ball verder, maar wordt onzichtbaar door een laaghangende donkere onweerswolk. Als hij weer tevoorschijn komt, vliegt hij volgens getuigen ondersteboven. Ruimte of tijd om het toestel te corrigeren is er niet meer en het crasht.

Een Franse vrouw kan hem nog uit het verhakkelde toestel sleuren maar Albert Ball overlijdt later. Een afdoende verklaring voor de mysterieuze crash wordt nooit gevonden. Zijn toestel werd niet beschadigd tijdens het luchtgevecht. Mogelijk raakte de piloot gedesoriënteerd in de donkere onweerswolk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlbertBall_geschilderd_door_NoelDavis

Albert Ball geschilderd door Noel Davis

Laatste missie van graaf von Schmettow

Op 30 april 1917 vertrekt UC-26 op haar achtste en laatste missie richting Caen. Daar lost ze de helft van haar mijnen op 2 mei en dezelfde dag vergaat HMS Derwent in dat mijnenveld. UC-26 kan in de volgende dagen vermoedelijk nog drie schepen in het Kanaal doen zinken. Op 9 mei 1917 besluit om Schmettow na een matige missie huiswaarts te keren. Hij wilt de Dover Barrage boven water doorvaren, dicht bij de Franse kust.

Als UC-26 zich rond middernacht ter hoogte van Kaap Gris Nez bevindt, wordt ze opgemerkt door drie torpedobootjagers. Onmiddellijk duikt ze onder maar HMS Milde kan haar net op tijd rammen. UC-26 wordt geraakt in de drukromp, vlak voor de toren en duikt oncontroleerbaar naar de bodem op 46 meter diepte. De overlevenden kunnen het binnenstromende water tegenhouden, maar slagen er niet in om de U-boot te doen rijzen. Als de elektrische verlichting het begeeft, weet de bemanning dat haar U-boot niet meer aan de oppervlakte zal komen.

Ontsnapping via de luiken is de enige optie. De bemanning verdeelt zich zich in twee groepen, één in het achterste compartiment, een tweede in de commandoruimte. Vervolgens stellen ze de druk in de duikboot gelijk met die aan de buitenzijde, laten water binnen en openen de luiken. Een deel van de overlevenden wordt in een luchtbel naar de oppervlakte geduwd en acht van hen slagen erin verse lucht te ademen. Dit is op zich al een hele prestatie, aangezien ze zonder duikmateriaal van 46 meter diepte zijn geraakt.

De Britten halen slechts twee Duitsers levend uit het water : Leutnant zur See Heinrich Petersen en Maschinistenmaat Acksal. De twee overlevenden geven aan dat de Britten de zes anderen gewoon aan hun lot overlaten. Britse bronnen vermelden dan weer dat er slechts twee levend aan de oppervlakte gekomen zijn, De overoptimistische commandant Graf von Schmettow is niet onder hen.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

GrafVonSchmettow

Einde van het Nivelle offensief

Een week nadat de Britten bij Arras en de heuvelrug van Vimy in de aanval zijn gegaan, zetten de Fransen 19 divisies van het 5e en 6e leger in over een breedte van 80 km, van Soissons tot Reims. Maar de Duitsers zijn op de hoogte van de plannen van de Franse generaal Nivelle. Op 16 april 1917,  de eerste dag, lijden de Fransen een verlies van 40.000 soldaten. Het massale gebruik van de Char Schneider-tanks haalt ook weinig uit, er gaan op deze dag 150 van deze tanks verloren. Het Duitse 1e leger onder Fritz von Below, houdt gemakkelijk stand, vooral omdat de Duitsers zich op de hogere gronden bevinden.

Het is ironisch dat Nivelles eigen uitvinding, de “gordijnvuur”-aanval in dit geval alleen maar leidt tot meer Franse slachtoffers. Nivelle blijft echter koppig geloven in zijn plannen en hij laat zijn mannen vier dagen doorvechten. Maar her en der dreigen muiterijen die alleen met grote moeite onderdrukt kunnen worden. Er zijn een paar kleine successen zoals de verovering van 4km van de 30 km in totaal van de weg over de heuvelrug, de Chemin des Dames, die een onderdeel is van de Hindenburglinie. Uiteindelijk wordt het offensief op 9 mei 1917 definitief afgebroken.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Nivelle Nights6

 

Marsorders voor het oostfront

Herbert Sulzbach, een Duitse luitenant bij de artillerie, zit al enkele jaren aan het westfront. In april 1917 heeft hij verlof maar daarna moet hij naar zijn nieuwe regiment aan het oostfront.

Op 10 april ben ik in Keulen en dan reis ik door via Mainz naar Frankfurt-am-Main. Daar zie ik mijn ouders, mijn vrienden en kennissen weer eens. Ik ontmoet er ook mijn vriend Kurt Reinhardt en zijn broer, luitenant Reinhardt, maar ze zijn jammer genoeg hier voor een droevige reden. Hun vader is ernstig gewond geraakt en ligt op zijn sterfbed.

Vanuit Frankfurt-am-Main reist Sulzbach naar Berlijn en op 26 april verlaat hij Berlijn om op 28 april in Wenen aan te komen. Op 29 april reist hij dan naar Boedapest. Op 30 april neemt hij opnieuw de trein, dit keer met bestemming Lemberg (momenteel Lvov in Oekraïne).

Op 30 april begin ik aan een rit van 22 uur op de trein. Bijzonder charmant, dit groene Hongaarse platteland, zo weelderig, rijk en gevarieerd. We rijden voorbij de Tokay regio, voorbij de Karpaten waar we 2 jaar geleden de Russen verjaagd hebben. Stilletjesaan begint het landschap Oost-Europese trekken te vertonen. De trein stopt vaak en je ziet er een mengeling van allerlei volkeren : Tsjechen, Slovaken, Slovenen. De trein rijdt door de Lubkow pas, valleien en kloven. Ik ben bijzonder gefascineerd door het Hongaarse landschap en alle nieuwe dingen die ik zie, maar tenslotte val ik in slaap. Op 1 mei 1917 kom ik aan in Lemberg. Ik verfris me en doe een eerste wandeling door dit Galicische stadje. Ik breng ook een bezoek aan mijn nicht Vera. ’s Middags reis ik door naat Krasnoe en Zolochev, het laatste station voor ik het front bereik en mijn nieuwe post bij batterij nr 8.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Galizien

Galicië

het Nivelle offensief

RobertNivelleGeneraal Robert Nivelle opent op 16 april 1917 een groot offensief waarvan hij beloofd heeft dat het de Duitse verdediging op het westelijk front makkelijk zal verslaan. Nivelles oversten zijn echter niet overtuigd van zijn plan en stemmen er pas mee in nadat hij gedreigd heeft met ontslag. De aanval bestaat uit oeffensieven in Champagne en langs de Aisne. Bij deze onderneming zijn het Franse 5e leger onder generaal Olivier Mazel en het 6e leger van generaal Charles Mangin betrokken. Ze worden gesteund door het 1e leger van generaal Marie-Emile Fayolle en het 10e leger van generaal Denis Duchêne. Nivelle beschikt over 850.000 soldaten en 7.000 artilleriewapens. Tegenover hem staan twee Duitse legers : het 1e onder generaal Fritz von Below en het 7e onder generaal Max von Boehn.

De Franse opmars vindt plaats over een front van 64 kilometer tussen Soissons en Reims waarbij het leeuwendeel van de troepen zich toelegt op de verovering van de Chemin des Dames, een reeks dichtbeboste kammen die parallel lopen met de frontlinie. Nivelle probeert een kruipend artilleriespervuur of gordijnvuur om de hoofdaanvalln te dekken. De Duitsers zijn zich maar al te goed bewust van de situatie aangezien er weinig geheimhouding is en ze plannen voor de aanval hebben bemachtigd. Vlak voor het offensief begint vernielt een Duits vliegtuig een hele reeks Franse ballons gebruikt voor artillerieobservatie en beschieten de Duitsers colonnes Franse soldaten en tanks.

Het Duitse 7e leger blokkeert de Franse opmars naar de Chemin des Dames. De Franse troepen stuiten op zwaar artillerievuur en sterk verdedigde mitrailleursposities. In de week van 16 tot 25 april verliezen de Fransen 134.000 soldaten waarvan 30.000 doden. Een deel van de Hindenburglinie op de Chemin des Dames valt tegen het einde van april 1917. De steeds moeizamer wordende strijd duurt tot in mei.

chemindames1917

bronnen

https://fr.wikipedia.org/wiki/Bataille_du_Chemin_des_Dames
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

 

 

ontsnapping uit de gezonken UC-26

In de ochtend van 8 mei 1917 wordt UC-26, onder bevel van Kapitänleutnant zeur See Mattias Graf von Schmettow, geramd door een Britse torpedobootjager. De duikboot zinkt voor Kaap Gris Nez. UC-26 komt terecht op een bodemdiepte van 50 meter en water stroomt binnen via de radiokamer. Er wordt meerdere keren gepoogd om lucht in de tanks te blazen en perslucht in de U-boot te laten, alles zonder resultaat. De machinekamer loopt onder n ook in de commandoruimte stijgt het water tot borsthoogte. Uiteindelijk zorgt het oprukkende water voor een vergrote drukken de toren waardoor het torenluik opengeslagen wordt. Oberleutnant zur See Heinrich Petersen raakt met zijn voet geklemd aan de torenladder, maar kan zich vrijmaken en opstijgen. Petersen weet dat hij onder meer dan 5 atmosfeer druk staat op deze diepte en probeert zijn opgang zoveel mogelijk te remmen. Zo weet hij de oppervlakte te bereiken. Rond hem hoort hij verschillende hulpkreten maar hij kan niemand zien door de hoge golven.

Pas twintig minuten later komt er een Britse torpedobootjager in zicht die reddingsgordels overboord gooit naar de drenkelingen. Petersen kan zich met zijn laatste kracht aan een van de gordels vastklampen. De Britten laten een reddingsboot te water en kunnen Petersen em Maschinistenmaat Axel uit het water halen. Een groep andere overlevenden bevindt zich nog wat verder. Als Petersen aan het dek van de Britse jager komt, hoort hij de commandant zeggen :”I think that will do it.”. Hij hoort nog het hulpgeroep van zeven of acht overlevenden in het water. De reddingsboot wordt echter terug op zijn plaats vastgemaakt en de kapitein maakt aanstalten om verder te varen. Petersen gaat naar de commandant en smeekt hem om ook de anderen te redden, maar valt dan bewusteloos op het dek waarna de torpedobootjager verder vaart.

Na meer dan 2 uur wordt Petersen wakker met zware draaiingen en oor-, hoofd- en nierpijn. Na 8 uur verdwijnt de oor- en nierpijn en uiteindelijk wordt Petersen goed behandeld op de torpedobootjager. In Dover aangekomen worden Petersen en Axel overgebracht naar gevangenenkampen. Tot in 1919 heeft Petersen nog last van de longoverdruk die hij heeft opgelopen bij de ontsnapping uit de UC-26.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Uboot_VictoryBonds

Uboot in de val gelokt

Op 30 maart 1917 wordt de UB-32 geconfronteerd met een verdacht stoomschip ter hoogte van Beachy Head. Op 3000 meter laat Oberleutnant Viebeg het vuur openen op wat een U-bootval blijkt te zijn. Het schip in kwestie, het Q-schip HMS Penshurst, wordt getroffen in de machinekamer en vlak onder de brug. Maar de Brit slaat hard terug en vult op de UB-32 met vier geschutsstukken. Uiteindelijke duikt de UB-32 onder nadat ze een torpedobootjager ziet toesnellen. De volgende dag torpedeert UB-32 het hospitaalschip ss Gloucester Castle ter hoogte van het eiland Wight. Doordat het schip traag vergaat, kan het overgrote deel van de opvarenden gered worden.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

U 53 im Kampf mit der U-Boot-Falle