Raoul Snoeck op herstelverlof

Raoul Snoeck is al een hele tijd gewond in een hospitaal. Even vreest hij zelfs voor de amputatie van een been… Maar op 3 januari 1916 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben genezen. Ik had reeds veertien dagen eerder kunnen vertrekken, kreeg ik niet die celvliesontsteking, een kwalijke verwikkeling. Al bij al was het bijna een geluk gewond te zijn. Want ondertussen gingen twee wintermaanden voorbij die ik bij de kachel kon doorbrengen. Ik ontvang een brief van juffrouw Bulthé uit Holland. Ze heeft vernomen dat ik een onderscheiding gekregen heb en behandelt me in alle toonaarden als dappere held. Kom, zo heldhaftig is dat nu ook weer niet, ik heb zoals zovelen enkel mijn plicht gedaan. Daar hoef ik niet fier op te zijn. In de loopgraven vragen we niets liever dan actie, nietsdoen is moordend. Op verkenning wreken de Duitsers zich door gaten in ons vel te schieten.

Het zal duren tot maart 1916 voor Raoul Snoeck weer aan het front is. In die periode passeert hij ook in Parijs waar hij onderstaande foto laat maken.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

RaoulSnoeck_Jan1916

de nachtmerrie van Raoul Snoeck

Op 31 oktober 1915 is Raoul Snoeck gewond afgevoerd van de eerste linie naar een hospitaal in Calais. Op 4 november 1915 komt hij toe in een hospitaal in Rennes. Op 20 november 1915 had Raoul nog genoteerd dat zijn wonde goed aan het genezen was (lees hier).

Maar in december loopt er iets mis. Zijn dagboek meldt het volgende.

10 december 1915
Mijn verwonding houdt me nog altijd in Rennes. Vandaag heb ik van thuis uit oude brieven met foto’s ontvangen. (…) Wat is het prettig nieuws te ontvangen van thuis, dat doet meer deugd dan een zwachtel. Ik stuur mijn ouders enkele interessante foto’s die ik hier heb genomen.

16 december 1915
We veranderen van hospitaal.

17 december 1915
Ik heb kennis gemaakt met een Franse dame, mevrouw Heyman. Haar echtgenoot is kapitein bij het Franse leger. Deze charmante vrouw komt dikwijls het hospitaal bezoeken om zieken te troosten.

18 december 1915Beenprothese
Ik ben moedeloos, heb niets te lezen en niets te doen en dagdroom over mijn familie. Schrijven is mijn enige afleiding. Ik noteer al mijn indrukken en neem veel foto’s.

19 december 1915
Wegens verhuis van hospitaal is mijn wonde drie dagen zonder verband gebleven. In de bil ontwikkelde zich een abces dat ontaardde in celweefelontsteking. De dokter is erg ongerust en ik trouwens ook, want ik zou niet graag hebben dat ze mij een poot afzetten.

Met dit bericht sluit Raoul Snoeck het jaar 1915 af. Hij zal terug beginnen schrijven op 1 januari 1916.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

 

Engels kerstverlof voor dokter Lievens

In het dagboek van dokter Lievens lezen we over zijn verlof in Engeland tijdens de kerstdagen van 1915.

23-12-1915
Overzet CalaisFolkestone met de cargo. Het is slecht weer en buitengewoon nevelig. We doen er zeven uur over. Ik word niet zeeziek. Ik kom aan in Londen omstreek 19u30 en vind Jozef Ide in het Empire Hotel. Hij ziet er heel goed uit. Hij ziet er heel goed uit en is heel tevreden met zijn situatie.

24-12-1915
Ik vertrek naar Coventry, naar Clément de Mont, Dalton Road 8. Hij woont er in een mooi knus huisje. De ontvangst is allerhartelijkst. Ik laat me fotograferen.

25-12-1915
Ik woon de goed gezongen hoogmis bij. Heel de kerk is versierd met hulst en maretak. ’s Avonds dineren we bij meneer Wheeler, 10 Grosvenor Road. Er wordt een prachtige kalkoen opgediend, maar die is opgevuld met gember, worsten, spek en Brusselse kool. Als dessert volgt de traditionele plumpudding. Tot slot drinken we nog een port. Daarna volgen gezelschapsspelen en een concert. Ik heb me heel goed geamuseerd.

26-12-1915
Ik denk veel aan mijn gezin. Nooit eerder wenste ik zo vurig om bij vrouw en kinderen te zijn. Ontbijt bij mevrouw Archer, waarna de jonge heer me met de auto laat kennismaken met de omgeving van Coventry, Stratford-on-Avon, het land van Shakespeare, en het domein van Lord Lee. Prachtige eikenbomen. Ontelbare herten. Om 17 uur drinken we thee bij mevrouw Blythe , the Belmont, Saint Patrick’s road. ’s Avonds ben ik bij meneer Hayward, South Hurst Rochester Road.

27-12-1915
Terugkeer naar Londen. Van harte dank ik de heer Clement en zijn vrouw die zo uitermate vriendelijk zijn geweest voor mij.

bronnen
André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
foto komt uit http://the-lothians.blogspot.be/2014_08_01_archive.html

BelgianSoldiers_LondonStation1915

Belgische soldaten wachten in een Londens station alvorens verder te reizen

verbroedering bij verzopen loopgraven

Louis Barthas, de Franse korporaal, zit in de eerste linies nabij Agnez-lès-Duisans (Artois) als hij een zondvloed meemaakt. In zijn dagboek noteert hij het volgende.

Op een dag regende het zo overvloedig dat het water de schuilplaats binnenstroomde. Als een waterval gutste het over de treden van de twee trappen. Enkele mannen moesten zich opofferen om in die stortbuien een dam te bouwen die toch drie of vier keer door het water werd doorbroken. De rest van de nacht brachten we door met het gevecht tegen het water.

De volgende dag, 10 december 1915, moesten de soldaten op verschillende plaatsen uit de loopgraven komen om niet te verdrinken. De Duitsers waren gedwongen hetzelfde te doen. Toen kregen we een eigenaardig schouwspel te zien : twee vijandelijke legers, oog in oog met elkaar, die geen enkel schot losten.

Gemeenschappelijk leed smeedt de harten aaneen en doet de haat verdwijnen. Tussen onverschillige mensen en zelfs tegenstanders ontstaat sympathie. Degenen die dat ontkennen, hebben niets begrepen van de menselijke psychologie. Fransen en Duitsers bekeken elkaar en zagen dat ze allemaal gelijk waren. We lachten naar elkaar, begonnen met elkaar te praten, handen te schudden, tabak, koffie en wijn uit te wisselen. Hadden we maar dezelfde taal gesproken !

Op een dag klom een reus van een Duitser op een heuveltje en hield een toespraak waarvan alleen de Duitsers de woorden verstonden, maar wij wel degelijk de betekenis, want hij brak met een gebaar van woede zijn geweer op een boomstronk in tweeën. Van twee kanten brak applaus uit en de Internationale weerklonk.

bronnen 
Dirk Lambrechts, oorlogsdagboeken van Louis Barthas, uitgeverij Bas Lubberhuizen
de foto komt van http://loic-dessins.webnode.fr/la-grande-guerre/

loicdessins01

 

van Petrograd naar Kaaskerke

In de periode van 4 tot 7 december 1915 is dokter Lievens in de loopgraven ter hoogte van Diksmuide langs de spoorlijn Diksmuide-Nieuwpoort (loopgraaf Petrograd). In deze periode krijgt de dokter een dringende oproep.

In de nacht van 6 december  word ik naar het kerkhof van Kaaskerke geroepen om een soldaat te verzorgen die door een kogel is gewond. Dit kerkhof is de minst beschermde plek van onze sector. Om er te geraken moet je eerst onder de rails van de spoorweg door en daarna over de vaderlanderkes van de loopgraven klauteren zonder de minste dekking. Voortdurend sissen kogels om me heen. Met de brancardiers zoeken we naar de gewonde. geen spoor. Vuurpijlen verlichten onheilspellend de trieste omgeving.

Uiteindelijk weet een soldaat ons te vertellen dat een wapenmakker uit angst door het lint ging en dat ze hem naar een schuilplaats hebben gebracht. Die abri is een kelder met een stevige bovenkant. Ondertussen heeft onze vriend zich volledig herpakt. In plaats van een verwonding door een kogel had hij te lijden onder een stevige hysterische bui. Zijn strijdmakkers, die dergelijke scènes niet gewoon zijn, dachten dat hij gewond was en verzochten mij om snel te komen. En zo riskeer je soms je leven in de loopgraven voor niets.

Mijn dochtertje Elza is vandaag één jaar oud. Op 7 december ’s avonds vertrekken we naar Kruis Abeele, waar we in reserve liggen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

loopgraafPetrogradKaaskerke02

loopgraaf Petrograd – Kaaskerke

Oostende gebombardeerd

In Oostende lopen drie gevangen Marokkaanse soldaten over straat, onder begeleiding van vier Duitse soldaten, bajonet in de aanslag. Trambegeleider Charles Castelein heeft het gezien en schrijft verder ook nog in zijn dagboek op 3 december 1915 :

Men hoort van niets anders meer spreken dan van personen die voor allerlei slag van overtredingen aangehouden worden, zoals handel in paspoorten, te laat op straat lopen, winkelwaar te duur verkopen…

’s Morgens zijn er al zeven vliegers boven de stad. Een uur lang wordt er geschoten zonder genade en bommen vallen overal aan Petit Paris : bij de apotheker, in de Pieterslaan, in de Renbaanstraat, aan het Thermen hotel… Er zijn veel gewonden en er is ook een man gedood.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Oostende1915_Duitsluchtafweer

Oostende 1915 – Duits luchtafweer

de kruisweg van Barthas

Korporaal Louis Barthas, tonnenmaker van beroep, moet begin december 1915 terug naar het front. Hij is er niet gelukkig mee, zo blijkt uit zijn dagboek.

Na vijf dagen luizenjacht komen we vandaag terug in de linie, even smerig als bij onze aankomst in Agnez (tussen Lille en Amiens). Het heeft al twee dagen gestortregend. Het is niet te beschrijven in welke staat de verbindingsgangen zich bevinden. Hoe droevig zijn deze aflossingen.

Jezus viel op zijn kruisweg drie keer. Maar hoeveel keer zijn wij niet gevallen, uitgegleden en gestruikeld in deze gangen die inmiddels riolen van water en modder zijn geworden.

Om 9 uur ’s morgens zijn we uit Agnez vertrokken en pas om 7 uur ’s avonds bereiken we de reserveloopgraaf. We kruipen bij elkaar in een diepe, stevige, maar veel te smalle schuilplaats om de nacht door te brengen. Je moet wel halfdood zijn van moeheid om op die manier te kunnen slapen, op en over elkaar, vol modder en doorweekt van regen en zweet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesScott_Tranchee

Georges Scott – une tranchée

 

de bloemmolens van Diksmuide

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek.

28 november 1915
Ik fotografeer de brug en de Bloemmolens van Diksmuide (ook bekend als de Minoterie). Dat laatste had me het leven kunnen kosten, want de kogels fluiten om me heen. Gelukkig heb ik me onmiddellijk op de grond gegooid na het kiekje. Enkele minuten later op tien meter van me af krijgt in een loopgraaggang een sergeant van het 8e linie een kogel in het hart. ’s Avonds wordt bij André Brayeur door een kogel een vinger geamputeerd.

29 november 1915
Het regent, dat belooft voor de aflossing. Jean Blocquions krijgt een kogel in het been. Om 19 uur verlaat ik mijn post en volg de weg van het decauvillespoor. Dit parcours is niet aan te bevelen, want je loopt zonder de minste dekking. Maar deze weg is veel korter dan de gewone weg KaaskerkeOude BarrièreLampernisseOeren. Dat is een goede vijftien kilometer te voet. Ik kom aan tegen middernacht, totaal vermoeid. Een goede maaltijd brengt me weer op krachten. Daarna ga ik op het stro liggen, waar ik onmiddellijk inslaap.

bronnen
André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
foto komt uit Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

 

Diksmuide_Minoterie

zicht op de bloemmolens of minoterie te Diksmuide vanuit Belgische loopgraven

koude dagen voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy heeft het vooral over de koude tijdens de laatste novemberdagen.

17 november 1915
Bij onze kepie krijgen we een kaki geverfde helm, voorzien van een leeuwenkop, net als op het wasstijfselmerk Amidon Remy. Wat hebben we lol… we zien eruit als politiemannen met die metalen pot op ons hoofd.

21 november 1915
Met de helm op verlaten we het luizennest om tweemaal zes dagen piket te doen. We genieten veel bijval, iedereen vindt ons leuk met ons nieuwe hoofddeksel.

22 november 1915
Halfzes… opstaan ! Na de koffie gaan we werken. Het is bitter koud, de weiden rondom de houten barak zijn berijmd. Het grootste deel van mijn vrije tijd breng ik bij M. van mijn gemeente door, bij een gloeiend kacheltje. Het doet zo’n deugd warm te hebben dat ik het ding wel zou kunnen omhelzen…

28 november 1915
Eerste sneeuw. Vannacht vriest het zo hard, dat het onmogelijk is te slapen. Ik rol mijn voeten in een doek en leg er stro, een deken en mijn kapotjas op maar het blijven ijsklompen. Met enkelen staan we op en trachten de voeten te verwarmen met rond te lopen. Wat zijn we blij als de ochtend aanbreekt en we warme koffie kunnen drinken.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger , Lannoo

IjzerfrontSneeuw

dokter Lievens onder vuur

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek op 26 november 1915 het volgende.

Hevige beschietingen van onze loopgraven met groot kaliber. De granaten vallen op ongeveer honderd meter van mijn schuilplaats. Terwijl ik aan het kijken ben, komt ineens een man in paniek aangelopen en zakt op tien meter van mij in mekaar. Ik haast me naar hem toe, onderzoek hem en stel vast dat hij in de dijven verschillende diepen wonden heeft, veroorzaakt door granaatscherven. Hij zegt me dat hij sergeant is bij de Genie en dat er mannen bedolven liggen (zijn naam was Brien Hubert). Een adjudant van de Genie, Hermes Fernand, hoort dat er soldaten in de problemen zitten en roept me, terwijl hij al in de richting loopt. Ik verbind haastig mijn gewonde, laat hem wegbrengen en spoed me dan ook in de richting van de beschieting, die al de hele tijd voortduurt.

De laatste granaat valt er als ik op dertig meter van het onheil ben. Bij onze aankomst vinden we daar geen levende ziel. Maar plots ontdek ik dan een met vettige aarde overdekte arm die uitsteekt. De aarde die net omgewoeld is, laat zich gemakkelijk verwijderen en ik haal er een onherkenbare man uit. Hij ademt niet meer. Dan bemerk ik wat verder een andere, half zittend, half liggend, met het hoofd geleund tegen een scherpe steen. Een dun straaltje bloed tekent een rode streep van zijn haarlijn tot de kin. Ik herken Hermes, die vijf minuten eerder bij mij was weggegaan. Naast hem ligt een andere figuur die wreedaardig is toegetakeld met een enorm gat in het hoofd, de uitgeslagen hersenen liggen rondom hem. Op het identiteitsplaats lees ik “Cornelis Jozef“, een man van mijn eskadron. Nog wat verder sterft een ander slachtoffer van wie de schedel is stukgeslagen door een granaatscherf. Al die ongelukkigen zijn al een geworden met de aarde waarin ze zijn opgenomen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

EclatObus02