Duitse voorbereidingen in de sneeuw

Herbert Sulzbach, Duitse artillerieofficier, noteert in zijn dagboek het volgende.

Einde januari 1917 en het is 15 graden onder nul. Vandaag moet ik de leiding van artilleriebatterij nummer 8 op me nemen. Hun hoofdkwartier is in Péronne. De artilleristen waren me niet bekend voor ik daar aankwam> We bereiden een operatie voor onder de naam “gifpil”. Ik ben voortdurend druk bezig, te beginnen met een lange wandeling van het hoofdkwartier van het regiment tot aan de frontlinies nabij Barleux. De artilleriecommandanten willen hun veldkanonnen, houwitsers en mortieren richten op de toekomstige doelen maar het moet wel gebeuren op een manier dat de Fransen niets vermoeden. De schuilplaatsen aan het front zijn ijskoud en  ik voel me bevroren en hongerig. De nacht breng ik door in de frontlinies omdat ik ook mijn eigen batterij moet richten op de toekomstige doelen.

Daags erop is het bijzonder druk rond de enige veldtelefoon want alle officieren willen hun soldaten de nodige bevelen doorgeven. Een operatie zoals deze moet goed voorbereid worden. Je ziet heel wat officieren die mekaar van haar noch pluim kennen maar die toch vanaf het eerste moment samenwerken in een goed gevoel van kameraadschap.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

winter1917_04

een ijskoude winter

Op zondag 28 januari 1917 heeft Jozef Gesquière tijd om een kijkje te nemen op de Veurnse kade :

Kaai en vaarten liggen toe. Het baat niet meer het ijs bij dag door te breken. ’s Nachts zijn de vaarten weer met een dikke ijskorst dichtgevroren. En daarmee ligt de scheepvaart voorgoed stil en de schaarste aan kolen doet zich nu meer en meer voelen. Droevig vooruitzicht.

Ook elders is het ijskoud. Jan Frans Van Hansbeke uit Aalst overlijdt op 27 januari 1917 in Armeville door bevriezing.

In Nederland gaat op 27 januari 1917 de derde Elfstedentocht door. Aan de start staan 42 wedstrijdrijders en 108 toerschaatsers. Coen de Koning gaat als eerste over de eindmeet na 9 uur en 53 minuten. Sjoerd Swierstra wordt 28 minuten later tweede.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018

nieuwpoort_1917

Training in Fécamp

Gaston Le Roy brengt de eerste weken van 1917 in Fécamp, Frankrijk door om training te krijgen.

1 januari 1917 : Het lijkt wel of onze sneltrein alle herbergen aandoet. In Abbeville staan we drie uur stil. In Eu ook, maar nu worden we verwittigd en we stappen in EU eens uit om de benen te strekken. Daarna stoomt de trein wat sneller, we vliegen Dieppe voorbij en rond middernacht komen we in Fécamp aan.

3 januari 1917 : We verblijven in een oud oefenkamp maar de keuken is uitstekend. We logeren in een oude maalderij. De tucht staat ons toe uit te gaan tussen 18 en 21 uur. Tot 17 uur zijn de koffiehuizen voor ons gesloten. De dienst : opstaan om 6u30, om 8u in het gelid. In de voormiddag oefeningen op het kleine plein en in de namiddag op de grote heuvel. Voor mij is dat een berg.

4 januari 1917 : Ze leren ons handgranaten werpen. Dit tijdverdrijf ligt me niet nauw aan het hart. Ik probeer er zo weinig mogelijk van te bakken om ervan af te geraken.

8 januari 1917 : De hellingen op de polygoon liggen er glad bij na de regen. Er staat een stevige wind en het is er koud. De oefeningen worden afgelast en ik blijf op mijn zoldersalon.

11 januari 1917 : De tijd vliegt. Naar de polygoon, naar de stad. Eten, drinken en uitgaan. De picons smaken heerlijk, maar onze portemonnee raakt leeg.
Op straat moeten alle lichten worden gedoofd. Er is een zeppelin in aantocht. Een half uur later heerst volledige duisternis. Iedereen keert snel huiswaarts, ook wij blijven binnen. Maar er gebeurt niets.

13 januari 1917 : Met vreugde en een massa luizen verlaat ik Fécamp. Rond 4 uur stappen we de trein op. De wagons zijn smal en klein. We hebben weinig plaats met acht man in een coupé. Toch kan ik wat slapen. Het sneeuwt de hele nacht.

16 januari 1917 : De 13e begon de terugreis. Een dag en twee nachten deed de trein erover om Calais te bereiken. Een trage en vermoeiende toch. De levensmiddelen voor de voorziene veertien uur zijn al lang op. Dan krijgen we elk vier beschuiten, aardappelen en een fles heldere koffie.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

Handgranaten01.jpg

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg

 

de jaarovergang voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach is aan de Somme gelegerd bij de Duitse artillerie. Tijdens de jaarovergang 1916-1917 noteert hij het volgende in zijn dagboek.

24 december 1916 : Deze kerstavond is de derde die ik aan het front doorbreng. Dit keer houden de Fransen geen rekening met de mooiste van alle feestdagen en om 7 uur ’s avonds moet ik schuilen voor een bombardement. Iedereen is erg op zijn hoede en hoewel er geen grootschalige aanvallen meer zijn, zijn er nog steeds schermutselingen langs het ganse Sommefront. Later op de avond ga ik langs de verschillende posities van onze artilleristen en we bezoeken onze kameraden in de loopgraven waar er volop Stille Nacht gezongen wordt. De post is de voorbije nacht bezorgd en iedere soldaat heeft een geschenk gekregen. Er zijn ook versterkingen aangekomen en deze nieuwelingen krijgen nu een idee wat het betekent Kerstmis te vieren in de frontlinies.

26 december 1916 : We stappen door Biaches dat aan de Somme gelegen is. Het dorp bestaat in feite niet meer. Onze frontlinies lopen dwars door de vernielde huizen en kelders. Je krijgt de indruk dat de frontlinies nog de veiligste plek zijn. Op onze tochten tussen de posities van onze batterijen en de frontlinies liggen we geregeld onder vuur en moeten we dekking zoeken.

31 december 1916 : Ook al zijn de laatste weken aan de Somme heftig geweest, toch hebben onze frontlinies in het westen niets aan kracht ingeboet. Op alle andere oorlogsfronten hebben we overwinning op overwinning behaald. Onze hoop op vrede in het nieuwe jaar is daarom gerechtvaardigd.
Ons nieuwjaarsfeestje aan de Somme met de nodige drank was bijzonder vrolijk, alles in acht genomen. De verschillende eenheden wensten mekaar gelukkig nieuwjaar langs de telefoon.
Het vredesaanbod van onze Keizer schijnt afgewezen te zijn door de geallieerden.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

weihnachten1916

einde training voor Raoul Snoeck

November en december 1916 waren trainingsmaanden voor Raoul Snoeck. Maar eindelijk komt dan het moment dat Raoul de opleiding in Frankrijk kan stoppen en terug naar België mag gaan.

24 december 1916 : We zijn nog altijd in Mailly, waar we elke dag oefeningen uitvoeren. Vandaag hebben we met de hele divisie de aanvalsgolven bestudeerd. Da verloopt als volgt : een eerste lijn soldaten rukt op naar een aangeduide stelling, een tweede neemt posities in voor de eerste en zo gaat dat maar door. Ze gelijken op de golven van de zee die uitdienen op het strand. Helaas, hoeveel soldaten zullen er niet sneuvelen voor de inname van et uiteindelijke doel !

26 december 1916 : Alle mannen verlangen naar België terug te keren, achter de Ijzer. Vandaag heeft een bataljon Franse soldaten een demonstratieaanval uitgevoerd met vlammenwerpers en granaten in aanwezigheid van het voetvolk van onze divisie en van Franse infanteristen.

31 december 1916 : De 6e divisie komt ons vervangen en we zijn allen heel blij naar België terug te mogen.

1 januari 1917 : Om zeven uur ’s morgens vertrekken we om de trein te nemen op zeven kilometer van Mailly. We stappen op om negen uur ’s avonds en reizen gedurende zesendertig uur : de enen uitgestrekt op stro in beestenwagons, de anderen als haringen in een ton in derdeklascompartimenten. Bij aankomst in Adinkerke krijgen we twee dagen rust in De Panne.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon.

Mailly_EnterrementdelaClasse.jpg

kerstbestand in Ploegsteert

In de buurt van Sint Yvon (Ploegsteert) maakt tweede luitenant Cyril Drummond op 26 december 1916 een foto van een kerstontmoeting tussen Britse en Duitse soldaten. In zijn dagboek schrijft hij :

De frontlinies liggen hier maar enkele meters uit elkaar en toch lopen er soldaten rond, Britse en Duitse. Ze herstellen hun loopgraaf zonder dat er geschoten wordt. Het is een buitengewone situatie.

Een van de Duitsers wuift naar ons en zegt :”Kom hier !”. Wij antwoorden :”Kom jij hier als je wilt praten.”. Hij komt uit zijn loopgraaf tot bij ons. We begroeten elkaar somber. Er komen nog meer Duitsers en ook Dublin Fusiliers uit onze eigen loopgraven.

We spreken meestal Frans met elkaar want mijn Duits is niet goed. en geen enkele van de Duitsers spreekt Engels. Maar al bij al komen we goed overeen. Een van hen zegt :”Wij willen jullie niet doden en jullie willen ons niet doden, waarom schieten we dan ?”.

De foto die Cyril Drummond heeft gemaakt, staat hieronder

kerstmis1916_foto_cyrildrumond

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://deroojacques.blogspot.be/2014_12_01_archive.html
https://johnknifton.com/2015/12/23/the-christmas-truce-of-1916-my-grandad-was-there/

nieuwe training voor Raoul Snoeck

In november 1916 was Raoul Snoeck reeds in Frankrijk voor een opleiding (Lees hier). In de december 1916 zit hij niet meer in Criel maar in het militaire kamp van Mailly.

8 december : Om vijf uur ’s avonds verlaten we Adinkerke en komen ’s anderendaags na de middag aan in Mailly op 80 km van Verdun. Bailly is een groot kamp, uitgestrekt over een lengte van 28 tot 32 km in een vallei met dennenbossen. Er zijn hier enorm veel Russen. We moeten een maand blijven en dagelijks oefenen.

12 december : Heel ons bataljon is in Mailly, in de Champagnestreek, om de nieuwe Franse tactiek van aanvalsgolven te leren. Sinds vier dagen maken we loopgraven voor de oefeningen.

13 december : Onze compagnie krijgt negen mitrailleurs, waarvoor telkens drie man nodig zijn : een eerste om het te dragen, een tweede voor de munitie en de derde om te schieten. Gezien mijn speciale opleiding in het mitrailleren in het kamp van Criel, word ik in mijn peloton aangeduid om die ploegen te bevelen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

camp_de_mailly_1916

 

 

het verhaal achter een gedenksteen

In de buurt van herberg d’Hemelstrate in Reningelst (Poperinge) gooit een Duits vliegtuig drie bommen waarvan er een terechtkomt op het huisje van de familie Bulteel. Kapelaan Achiel Van Walleghem vertel in zijn dagboek op 5 december 1916 over de verschrikkelijke gevolgen.

Vier kinderen slapen op de zolder. Een ervan, een jongetje van 4 jaar, is op slag dood. Een meisje van 13 dat afgrijselijk gewond is, sterft nog dezelfde avond in het hospitaal van Couthove; Een jongetje van 9 raakt ook zeer erg gewond, maar geneest gelukkig na 3 maanden. Een andere jongen is ongedeerd.

Beneden slapen vader en moeder en tussen hen in het jongste kind. Het kind is dood an afgrijselijk verminkt. Als bij wonder hebben vader en moeder niet het minste letsel.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

bulteel_19161205

Onaangenaam bezoek van bovenaf

Samen met luitenant Klein loopt gezondheidsofficier Hugo Natt over het hevig toegetakelde slagveld in Miraumont. Plots duikt er een Brits vliegtuig op. Hugo Natt noteert op 23 november 1916 daarover het volgende in zijn dagboek.

We kijken voortduren omhoog naar de vliegtuigen die boven ons rondjes draaien. Net als kippen wanneer er een havik in de lucht cirkelt. Opeens blijft luitenant Klein pal staan : recht boven ons een vlieger die plotseling een heel scherpe bocht maakt. We wachten al op artillerievuur na deze vermoedelijke aanval.

Ineens klinkt er vlakbij een hels lawaai, en nog een keer : hij heeft twee bommen op ons gegooid. We duiken weg achter een hoop puin. Dan gaan we elk onze eigen weg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

WW1 Doc