Duitse frontsoldaten op zoek naar rust

In zijn geschiedkundige oorlogskroniek van Rousselare en ’t Ommeland verhaalt Alfons Denys over de 22 Duitse soldaten die hij op 13 oktober 1917 in zijn woning moet inkwartieren.

Nooit zag hij soldaten die zo beslijkt en zo moe waren. Vijf dagen en nachten na elkaar hadden ze in Broodseinde (Zonnebeke) Brits artillerievuur moeten ondergaan, verscholen in slijktrechters. Veel van hun kameraden waren gesneuveld.

De soldaten wasten zich in kuipen die de familie Denys ter beschikking stelde. Hun lichamen waren zwart en blauw van de kou. Hun uniformen en ondergoed leken uit een modderkuip te komen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

U-Passchendaele_P249.jpg

 

Belgen volgen opleiding in Bayeux

Brancardier Louis Bruynseels lijkt zijn tijd te verliezen in het Belgische militair opleidingscentrum in Bayeux.

Vandaag (8 oktober 1917) beginnen onze militaire studies :”school van de soldaat is een theorievak dat we letterlijk uit het hoofd moeten leren. ’s Morgens oefeningen op het plein en ’s middags op het open veld. We gaan schieten aan zee in Arromanches (Normandië) op twee uren stappen van Bayeux.

Zo verlopen de dagen met veel werk en weinig eten. Dat laatste ging toch een beetje te ver : veel aardappelen schillen en er niet één op tafel zien komen. Een zekere middag reageerde niemand op de bel. Maar toen de orders werden gegeven, moesten we toch aantreden. We hebben wel iets bereikt maar de volgende dag heeft de majoor toch een hartig woordje met ons gesproken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bayeux_CISLA_Infanterie_1

Paardenkeuring te Gent

Schrijfster Virginie Loveling vraagt zich op 23 september 1917 in haar oorlogsdagboek af waar alle opgeëiste paarden zijn.

Om de twee of drie weken is er gedwongen paardenkeuring. De beste zijn al lang meegenomen, vervolgens ook de afgekeurde en nu is het de beurt aan de afgereden knollen. Ze zijn in menigte naar het front gestuurd, krachtig en gezond, of voor andere diensten gebruikt. Te oordelen naar het steeds vernieuwen van de voorraad, moet hun leven kort zijn.

Het is een deerniswekkend schouwspel om de laatste uitgeputte paarden te zien. In lamlendige groepen worden ze langs de minst gebruikte straten naar de weiden buiten de stad gedreven om te herstellen. Het zijn geraamten, als het ware met een schurftige huid overdekt, hinkend, verwond, wankelend…

Dagelijks sterven er tien, twaalf of meer. Op een dag lagen er dertig dood. De rompen worden weggevoerd. Ja, naar waar ? Naar het slachthuis om er worst van te maken ? Of naar de brandoven waar ze tot een bruin, zwart, stinkend meel gemalen worden. ?

bronnen
oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds
Foto gevonden op http://www.geheugenvannederland.nl

Paardenkeuring_GroteOorlog

de vastberaden brancardier

Brancardier Valère De Boodt is op 22 september 1917 voor dertien dagen met verlof in Le Tréport waar ook een deel van zijn familie verblijft. Zijn vreugde maar ook zijn vastberadenheid blijken uit de regels die hij schrijft in zijn dagboek :

Hoe zoet smaakt een verlof na zoveel lange maanden zuur leven, na alle vermoeienissen en gevaren. Na enkele dagen ben ik alweer een heel ander mens. Hoe gelukkig zullen we zijn als deze wrede oorlog voorbij zal zijn. Konden wij maar bij onze terugkeer in België alles terugvinden zoals wij het hebben achtergelaten. Wat moeten vader, moeder en zussen om ons lot bekommerd zijn.

Wees gerust, geliefden, uw zonen doen trouw hun stoere plicht en zullen deze voor u, tot de laatste ademtocht vervullen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/NSBDUDZELEDOETDEGROETENAAN/NIEUWMUNSTER19141918

ValereDeBoodt_1918

Valère De Boodt in 1918

 

 

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

de resten van Ieper

Kapitein Frank Hurley, officieel oorlogsfotograaf van het Australisch leger, schrijft op 3 september 1917 in zijn dagboek hoe Ieper eruit ziet.

De mooie toren is nu een zielige hoop bakstenen met littekens en vol kogelgaten. De prachtige gebeeldhouwde muren zitten vol granaatscherven waarbij geen spoor is overgebleven van het beeldhouwwerk. De beelden zijn onthoofd en de prachtige zuilen en gebeeldhouwde pilaren liggen als gevallen reuzen dwars over de verwrongen overblijfsels van daken en andere bovenbouwwerken. O, het is te erg voor woorden.

Toeristische tip : In het centrum van de vredesstad Ieper, in de ooit kapotgeschoten Lakenhallen op de Grote Markt, is nu het In Flanders Fields museum ondergebracht. Eem absolute aanrader voor iedereen die wil kennis maken met talrijke uiteenlopende aspecten van de Groote Oorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ieper1917_01

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917

 

 

whisky vervangt het dagboek

EdwinCampionVaughanGeruime tijd houdt Edwin Campion Vaughan, kapitein in het Warwickshire Regiment, een dagboek bij. Op 28 augustus 1917 schrijft hij er voor het laatst in, niet omdat hem iets overkomt, maar omdat hij vaststelt dat ruim driekwart van de manschappen van zijn compagnie om het leven kwam bij de gevechten om Langemark Ridge.

Precies een halve eeuw na zijn dood in 1931 wordt zijn dagboek gepubliceerd onder de titel Some desperate glory. Op 28-8-1917 schrijft hij :

Dit is dan het einde van de D-compagnie. Ziek en eenzaam keer ik terug naar mijn tent om het verslag over de slachtoffers te schrijven. Maar in plaats daarvan zit ik op de grond en drink whisky na whisky terwijl ik in een lege en zwarte toekomst staar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Duits bombardement op Sint-Jacobskapelle

Aalmoezenier De Weyels, een benedictijn, zit op 8 augustus 1917 midden in een beschieting.

Weer krijgen we een hevige beschieting van tweede- en derdelijnsloopgraven. In Sint-Jacobs-Kapelle valt een granaat op een schuilplaats van onze derde compagnie. Daarbij wordt soldaat Dalle uit Lombardsijde op slag gedood en soldaat Minne van hetzelfde dorp raakt dodelijk gewond en sterft twee uur later.

Aflossing door de grenadiers en geen beschietingen vannacht. We worden ingekwartierd in Gijverinkhove. In de herberg Het Rozendael vind ik logies.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Pierre Paulus.

PierrePaulus_BrancardiersBelges

de legendarische kolonel Murphy

n de nacht van 4 op 5 augustus 1917 is er fel gevochten om de Kantijnebossen, ergens in de richting van Zillebeke. Onderpastoor Van Walleghem hoort met bijzonder veel lof spreken over een Ierse kolonel die bij zijn troepen de onkwetsbare wordt genoemd. De auteur heeft het over “kolonel Morhy” maar het zou ook Murphy kunnen zijn.

Voor de aanvallen en te midden van de gruwelijkste bombardementen staat deze Morhy samen met een sergeant-majoor boven op de borstwering, al pijprokend zijn orders te schrijven, want in het helse lawaai kon men elkaar toch niet horen. Daarna trok hij ten aanval en was de enige officier van zijn bataljon die terugkeerde.

Een andere keer zat hij te observeren in een boom. Hij werd opgemerkt door de Duitsers, die hem tevergeefs beschoten. Dan schoten ze met shrapnels naar hem : de tak waarop hij zat, brak af en Morhy viel op de grond. Kalm veegde hij de aarde van zijn kleding en vertrok op zijn gemakt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6009017270_bd30a421f0_b