Frans Bosmans vergeten Belg in Dokkum

Frans Bosmans, Belg in Dokkum

Frans Bosmans, Belg in Dokkum

Bij het zoeken naar informatie over de interneringskampen voor Belgen in Nederland kom ik uit op een bijzonder pakkend verhaal. Wie het helemaal wil lezen, kan daarvoor terecht op deze webpagina van wereldoorlog1418.nl .

Samengevat komt het verhaal van Martinus Franciscus Bosmans hierop neer : op 5 augustus meldt hij zich als oorlogsvrijwilliger en verlaat de ouderlijke woning in Herenthout. Vanuit Luik trekt Frans Bosmans zich met de andere Belgische soldaten terug naar Antwerpen. Tot ook Antwerpen valt op 10 oktober 1914. Die dag steekt Frans Bosmans de Nederlandse grens in Klinge over. Op 12 oktober 1914 wordt hij geïnterneerd in het kamp van Harderwijk. De internering en bijbehorende verveling worden gebroken als Frans in 1917 werk vindt in Dokkum. En niet alleen werk… Hoe het met Frans afloopt, lees je op de hoger vermelde pagina van wereldoorlog1418.nl. Een aanrader !

De sluizen aan de Ganzepoot gaan open in Nieuwpoort

Vandaag, 28 oktober 2014, is er een plechtigheid in Nieuwpoort. Koning Filip I ontvangt buitenlandse staatshoofden voor een herdenking. Die reden van de herdenking staat te lezen in de kalender 2014-2018 van het Davidsfonds. Die tekst zet ik hieronder. De tekening die ik erbij heb gezet komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens.

In de nacht van 28 op 29 oktober 1914 zetten de Belgen bij vloed de schutsluizen open aan de Ganzepoot. Het zeewater stroomt dan volop in de Noordvaart en verspreidt zich door sloten en grachten over de hele polder. Als het water in de Noordvaart even hoog staat als het zeewater, gaan de sluizen weer dicht. Bij de volgende paar hooggetijden herhalen de Belgen deze operatie.

Het eindresultaat is dat een oppervlakte van zowat 25 vierkante kilometer tussen de Ijzer en de berm van de spoorlijn Nieuwpoort-Diksmuide onder water staat. Die berm is slechts één tot een paar meter hoger dan de Ijzervlakte die ze doorkruist, maar dat is voldoende om te fungeren als dijk. Het front ligt hier vast voor de rest van de oorlog. De Duitsers kunnen het vergeten om langs hier naar Calais en Duinkerken op te rukken. Belangrijke figuren achter de inundatie van de Ijzervlakte zijn de burgers Karel Cogge en Hendrik Geeraert.

uit "Afspraak in Nieuwpoort"

uit “Afspraak in Nieuwpoort”

 

de onderwaterzetting van de Ijzervlakte wordt voorbereid

Geniesoldaat Maurice Braet maakt op 26 oktober 1914 de aanloop mee van de onderwaterzetting van de Ijzervlakte.

Vandaag trekken de Belgen zich terug achter de spoorwegberm van de lijn Diksmuide-Nieuwpoort. De Veurnse onderzoeksrechter (Emeric) Feys suggereert kolonel (Félix) Wielemans een inundatie van het gebied tussen de spoorweg en de Ijzer. Hij stelt ook voor om een beroep te doen op de technische kennis van Karel Cogge, toezichter van de Veurnse Noordwatering. Cogge verstrekt de militaire overheid de technische bijzonderheden voor het overstromingsplan en legt ter plaatse de te volgen handelingen vast. Schipper (Hendrik) Geeraert komt er opnieuw bij om de zwengels van de sluizen te bedienen. De genietroepen dichten alle waterlopen onder de spoorwegberm, om de achterliggende Belgische sector droog te houden.

bron : kalender 2014-2018, Davidsfonds

Karel Cogge

Karel Cogge

HendrikGeeraert

Hendrik Geeraert

Van Mieghem en de landsverhuizers

Eugeen Van Mieghem is een Belgisch kunstenaar, geboren en getogen in Antwerpen, meer bepaald in de wijk van de oude haven. Hij maakt er kennis met de typische havensfeer en zou er waarschijnlijk ook een typisch havenberoep gevonden hebben als hij niet een bijzonder tekentalent had. Hij wordt jammer genoeg van de academie weggestuurd, nog wel door dezelfde profesoor die eerder ook Van Gogh had wandelen gestuurd. Maar zijn talent zal van Mieghem niet verloochenen en hij tektn met liefde de mensen die de haven van Antwerpen bevolken : de buildragers, de zakkenmaaksters, schippers, zwervers en emigranten. Voor de oorlog gaat het om de landverhuizers die oost-Europa verlaten om in Amerika een nieuw leven te beginnen. Menig schilderij van van Mieghem toont deze landverhuizers op zoek naar een beter leven.
En dan komt de grote oorlog die ook Antwerpen hard treft. Van Mieghem heeft deze tragiek treffend weten te tekenen in zijn typische stijl in onderstaande schilderij. Wie meer wil weten over deze kunstenaar kan terecht op  http://www.vanmieghemmuseum.com/main.php?lang=NL

Van Mieghem - vluchtelingen in Antwerpen

Van Mieghem – vluchtelingen in Antwerpen

Pastoor Cuppens en de slag van Halen

August Cuppens

August Cuppens

Deze blog gaat over mijn grootvader langs moederskant, Martinus Evers. Langs vaderskant heb ik geen weet van een voorouder die met de eerste wereldoorlog verbonden is. En dan is het heel leuk als ik mijn familienaam Cuppens toch zie opduiken bij een bekend slag, namelijk de slag van Halen.

Pastoor August Cuppens was afkomstig van Beringen, maar was pastoor van Loksbergen, deelgemeente van Halen, in 1914. Hij heeft dus de slag meegemaakt, of op zijn minst de geweerschoten de ganse dag gehoord. En ongetwijfeld heeft hij na de slag ook de gesneuvelde soldaten en paarden zien liggen. Wie het verloop van de slag van Halen wilt kennen, kan terecht op deze pagina.

Na de slag worden Duitse vaandels, geweren en helmen als trofeeën naar de pastorij van Loksbergen gebracht. Deze pastorij fungeert als hoofdkwartier van generaal Léon de Witte. Pastoor Cuppens doet er alles aan om het de soldaten naar hun zin te maken. Zo haalt hij een dode Duitse ulaan van het slagveld, doet de man opnieuw laarzen, een jas en een helm aan en zet het lijk rechtop in de gang van de pastorij. De Duitsers komen echter terug op 19 augustus en pastoor Cuppens moet de dode Pruis in allerijl in de tuin begraven. De pastorij wordt geplunderd en Cuppens wordt als gijzelaar meegenomen. Hij kan echter ontsnappen en verschuilt zich achter het huis van de burgemeester. Uiteindelijk raakt hij op 6 oktober over de Nederlandse grens en krijgt onderdak bij de kruisheren van Uden. Het is daar dat hij zijn gedicht over de zilveren helmen schrijft en zijn woede tegen de Duitse bezetter botviert :”Als er ’n rechtveerdige God bestaat, dan komt nooit meer een Pruis in de hemel.”.

Het is niet de eerste tekst die pastoor Cuppens schrijft. Hij was vriend van Guido Gezelle en ontving geregeld kunstenaars in zijn pastorie zoals  Hugo Verriest, Stijn Streuvels, Maria Belpaire, Alice Nahon. Hij heeft meegewerkt aan het tijdschrift “Dietsche Warande en Belfort”. Maar August Cuppens is nog het meest bekend voor de tekst van het lied “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen”. Hij is dan ook niet aan zijn proefstuk toe als hij het gedicht “de slag der zilveren helmen” schrijft. Hiermee maakt Cuppens een duidelijke verwijzing naar de slag der gulden sporen (Kortrijk – 11 juli 1302).

Bronnen

Hubert Cleuren ontsnapt uit de hel van Luik

Hubert Cleuren

Hubert Cleuren

Bij de mobilisatie wordt Hubert Cleuren uit Vlijtingen (Riemst) ingedeeld bij het 14e linieregiment en naar de fortengordel rond Luik gestuurd. Daar verwacht men de eerste Duitse aanval. Hubert komt terecht in het fort van Chaudfontaine en zal er als verkenner op patrouille gaan om de artillerie van het fort in te lichten over de posities van de Duitsers. Bij een Duitse aanval moeten de verkenners zich bij het garnizoen in het fort voegen. De Duitse artillerie neemt het fort van Chaudfontaine onder vuur. Net zoals bij het fort van Loncin zal gebeuren, is er een granaat tot in de munitievoorraad van het fort geraakt en is daardoor het ganse fort ontploft. Hubert Cleuren beschrijft in zijn oorlogsnotities na de oorlog dit moment :” Schrikkelijke ogenblikken. Ik zal het ook riskeren om uit het fort te lopen, want hier blijven is zeker de dood tegemoet gaan. Op goed geluk dus maar vooruit. Het lukt goed, nu ben ik in het open veld. Waar naartoe ? Overal Duitsers. Ik loop regelrecht naar een huisje dat door de bewoners verlaten is. Alles ligt daar overhoop. Haastig ontdoe ik mij van mijn soldatenkleren en staop op het dorp af in burger. Ik ben bevreesd mijn eigen zaak te verrade, daar ik bleek uitzie en beef gelijk een riet. In het dorp krioelt het reeds van de Duitsers die in compagnie op het fort aantrekken. Zij bezien mij niet en stappen maar door. (…)”

Hubert Cleuren slaagt erin om te ontsnappen uit Luik en terug naar zijn legeronderdeel te gaan. Hij zal de oorlog overleven en sterft in 1966 in Mechelen-aan-de-Maas. (bron : Timmie van Diepen HBVL – bijlage oorlog in Limburg 1914-1918).

Het verhaal van Hubert Cleuren is ook te lezen op europeana1914-1918

de eerste Hamontenaar sneuvelt in Vottem

Jean Geusens

Jean Geusens

Jean Geusens is de eerste Hamontenaar die sneuvelt in Vottem in de nacht van 5 op 6 augustus 1914. Hij is een van de 22 Belgen die gedood worden als hun groep onverwacht uitkomt bij Duitse soldaten die direct het vuur openen. Commandant Van Loo sterft als een van de eersten in een vuurgevecht waarbij 22 Belgen en 11 Duitsers het leven verliezen. Na het vuurgevecht neemt pastoor Crèvecoeur het initiatief om alle gesneuvelde soldaten in de parochiezaal te verzamelen. Daar worden de dode soldaten gefotografeerd door meneer Lajot. Op de meeste foto’s zie je duidelijk dat iemand met de hand het hoofd van de dode soldaat recht houdt. Vaak hebben deze helpers op de achtergrond een sigaret in de mondhoeken, waarschijnlijk om de geur van de lijken te verdoezelen. De inwoners van Vottem begroeven de soldaten gescheiden volgens nationaliteit. De foto’s werden later nog gebruikt om de soldaten te identificeren. Daarna verdwijnen de foto’s decennialang. Tot een Nederlands echtpaar de foto’s koopt op een vlooienmarkt. Dit echtpaar brengt de foto’s onder in het “In Flanders Fields” museum in Ieper. (bron Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, p. 44-45)

Dit verhaal is ook aan bod gekomen op deredactie.be : de foto’s van Vottem. Verder is het verhaal van Jean Geusens ook in detail te lezen op noordlimburg1914-1918.be

 

van 5 op 6 augustus 1914 : kolonel Dusart sneuvelt

kolonel Charles Dusart

kolonel Charles Dusart

Kolonel Charles Dusart was de commandant van het 11e linieregiment dat zijn kazerne had in Hasselt. Het kolonel Dusart-plein verwijst naar deze graag geziene militair. Tijdens zijn wandelingen te paard door Hasselt maakte deze Gentenaar graag een praatje met de bewoners uit de buurt van de kazerne. En ook tijdens de marsen zorgde hij op tijd en stond voor een pauze aan een herberg om er met zijn soldaten een pintje te drinken.

Op 29 juli 1914 verzamelt kolonel Dusart zijn 11e linieregiment in Hasselt om op te trekken naar Luik. Het 11e linie krijgt de taak om de gaten tussen de Luikse forten van Pontisse, Barchon en Evegnée te verdedigen. In de nacht van 5 op 6 augustus 1914, bij de eerste Duitse stormloop, worden de bataljons van Dusart achteruitgedrongen door de Duitse overmacht. De Duitsers dringen door tot op de andere oever van de Maas, waar Dusart in de buurt van het kerkhof van Rhées (nabij Herstal) zijn hoofdkwartier heeft. Terwijl Dusart zijn mannen vanuit de voorste gelederen aanvuurt, wordt hij dodelijk getroffen. Hij is de eerste Belgische hoge officier die het leven laat in de eerste wereldoorlog. In 1922 wordt het plein aan de kazerne omgedoopt tot kolonel Dusartplein.

bron : wikipedia en bijlage van HBVL “oorlog in Limburg 1914-1918”

4 augustus 1914 : Duitsland valt Belgie binnen

Wat voorafging

Op vrijdagavond 31 juli 1914 luiden de klokken overal in België om aan te geven dat de algemene mobilisatie van het Belgisch leger een feit is. Op zaterdag 1 augustus melden duizenden miliciens zich bij hun kazerne. Op zondag 2 augustus bezetten de Duitsers Luxemburg. Diezelfde dag geven ze ook een ultimatum aan de Belgische regering. De Duitsers eisen vrije doortocht door België om zo het Franse leger aan de Frans-Duitse grens in de rug te kunnen aanvallen. Koning Albert en zijn regering overleggen in spoedberaad. Op maandag 3 augustus komt het Belgische antwoord : van vrije doorgang kan geen sprake zijn. België wil zijn neutraliteit handhaven en zijn grondgebied verdedigen.

De inval

Op dinsdag 4 augustus 1914 is het dan zo ver : Duitse troepen vertrokken vanuit Aken steken om 7u30 de grens over bij Gemmenich, vlakbij het drielandenpunt waar België, Nederland en Duitsland samenkomen.Het doel van deze Duitse legers is de Maas en Luik. Daar wachten Belgische soldaten onder leiding van generaal Leman op de komst van de Duitsers.

Gemmenich

Edward Grey

Edward Grey

Diezelfde dag valt de eerste Belgische dode : lansier Fonck sneuvelt bij een gevecht met Duitse uhlanen in Thimister. De kroonraad beslist een beroep te doen op Franse, Russische en Britse steun.

De Britten vragen in een ultimatum aan de Duitsers om hun troepen uit België terug te trekken. Omdat er geen antwoord komt, verklaart Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. Tijdens deze eerste augustusdagen zou de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey de volgende uitspraak doen : “The lamps are going out all over Europe; we shall not see them lit again in our life”. Het is deze uitspraak die is blijven hangen en waardoor de Britten op 4 augustus 2014 bij de 100e verjaardag van het begin van de eerste wereldoorlog, de lampen tijdens een herdenking een voor een uitdoen.

 

lights_out