Pastoor Cuppens en de slag van Halen

August Cuppens

August Cuppens

Deze blog gaat over mijn grootvader langs moederskant, Martinus Evers. Langs vaderskant heb ik geen weet van een voorouder die met de eerste wereldoorlog verbonden is. En dan is het heel leuk als ik mijn familienaam Cuppens toch zie opduiken bij een bekend slag, namelijk de slag van Halen.

Pastoor August Cuppens was afkomstig van Beringen, maar was pastoor van Loksbergen, deelgemeente van Halen, in 1914. Hij heeft dus de slag meegemaakt, of op zijn minst de geweerschoten de ganse dag gehoord. En ongetwijfeld heeft hij na de slag ook de gesneuvelde soldaten en paarden zien liggen. Wie het verloop van de slag van Halen wilt kennen, kan terecht op deze pagina.

Na de slag worden Duitse vaandels, geweren en helmen als trofeeën naar de pastorij van Loksbergen gebracht. Deze pastorij fungeert als hoofdkwartier van generaal Léon de Witte. Pastoor Cuppens doet er alles aan om het de soldaten naar hun zin te maken. Zo haalt hij een dode Duitse ulaan van het slagveld, doet de man opnieuw laarzen, een jas en een helm aan en zet het lijk rechtop in de gang van de pastorij. De Duitsers komen echter terug op 19 augustus en pastoor Cuppens moet de dode Pruis in allerijl in de tuin begraven. De pastorij wordt geplunderd en Cuppens wordt als gijzelaar meegenomen. Hij kan echter ontsnappen en verschuilt zich achter het huis van de burgemeester. Uiteindelijk raakt hij op 6 oktober over de Nederlandse grens en krijgt onderdak bij de kruisheren van Uden. Het is daar dat hij zijn gedicht over de zilveren helmen schrijft en zijn woede tegen de Duitse bezetter botviert :”Als er ’n rechtveerdige God bestaat, dan komt nooit meer een Pruis in de hemel.”.

Het is niet de eerste tekst die pastoor Cuppens schrijft. Hij was vriend van Guido Gezelle en ontving geregeld kunstenaars in zijn pastorie zoals  Hugo Verriest, Stijn Streuvels, Maria Belpaire, Alice Nahon. Hij heeft meegewerkt aan het tijdschrift “Dietsche Warande en Belfort”. Maar August Cuppens is nog het meest bekend voor de tekst van het lied “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen”. Hij is dan ook niet aan zijn proefstuk toe als hij het gedicht “de slag der zilveren helmen” schrijft. Hiermee maakt Cuppens een duidelijke verwijzing naar de slag der gulden sporen (Kortrijk – 11 juli 1302).

Bronnen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.