Raoul Snoeck krijgt de Leopoldsorde

In zijn dagboek noteert Raoul Snoeck het volgende :

RidderLeopoldsorde20 november 1915 : Na drie weken behandeling ben ik bijna genezen. Over veertien dagen ben ik weer op de been en dan krijg ik nog veertien dagen herstelverlof. Daarna keer ik terug naar het front, waar ik misschien wel voor de derde maal gewond raak. Alle goede dingen bestaan uit drie, zegt men, twee is niet genoeg. Het leven is hier eentonig, zelden is er nieuws : of je nu kranten leest of niet, je wordt niets wijzer. De stilte regeert over de hospitaalbedden, er zijn veel meer zieken dan gewonden.

22 november 1915 : Zojuist heb ik in een nummer van ‘Vaderland’ het heuglijke nieuws gelezen dat ik benoemd ben tot  Ridder in de Leopoldsorde, een mooie verrassing. Ik ben fier en gelukkig, vooral voor mijn ouders. Ik verwacht mijn decoratie in het hospitaal, waar ze me die komen opspelden,, een gelegenheid om een klein feestje te bouwen. Ik zou thuis willen zijn om samen met mijn paatje op stap te gaan en te pronken met mijn decoratie. Ik heb altijd gezegd dat ik iets anders nodig heb dan een anjer in mijn knoopsgat

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & zoon

Gentenaren ondereen in Rennes

Raoul Snoeck heeft Adinkerke verlaten en is via Calais aanbeland in het hospitaal van Rennes.

4 november 1915 : Ik ben in Rennes. Mijn gezondheid is uitstekend en de wonde bezorgt me niet al te veel last. Ze groeit vlug dicht. Rond de opening waarlangs de kogel mijn lichaam verlaten heeft, vormt zich niettemin een kleine ontsteking.

12 november 1915 : Mijn wonde geneest goed, hoewel ik nog altijd op bevel in mijn ongeluksbed blijf liggen. Ik heb enkele Gentenaars ontmoet, onder andere Albert Vandenabeele en De Keukelaere. Samen keuvelen we over onze goede stad Gent in het Gents natuurlijk. De dagen glijden traag voorbij. De kost is niet famues : twee maaltijden per dag ! Als je geen zieke maag hebt, is dat zeker onvoldoende. Gelukkig kunnen we door een verpleeger laten meebrengen wat we verlangen. Dat is een oplossing voor hen die centen hebben, want in het hospitaal krijgen we geen soldij.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, SNoeck-Ducaju & Zoon

Uit sympathie voor het Gents dialect beeld ik hieronder een Gentse leesplank af. We mogen niet vergeten dat Raoul Snoeck zijn dagboek in het Frans schreef. Frans was in die dagen een taal met bijzonder hoog aanzien. Maar als het gaat om een thuisgevoel te hebben in den vreemde, dan kiest Raoul toch voor het Gents.

GentseLeesplank

Raoul Snoeck komt toe in Rennes

Op 3 november 1915 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Ze brengen ons naar het station. De reeds gevormde hospitaaltrein is nog bijna leeg. Hij omvat wagons die zijn ingericht als gelegenheidsambulances met brancards voor zwaargewonden en enkele wagons van tweede en derde klasse voor lichtgewonden. Iedereen neemt plaats zoals hij kan. De beste gevallen helpen de anderen. Na een tijd is de trein volgepropt met soldaten van alle legeronderdelen, die door elkaar uitgestrekt liggen met omzwachtelde hoofden, armen en benen. Van alle kanten worden brancards aangebracht met doodsbleke soldaten. Je hoort geen enkele kreet, soms ontsnapt een klacht of een diepe “ah” aan de opgeklemde tanden. Een groot aantal gewonden ligt op het perron, wachtend om in een wagon gehesen te worden. Ik bekijk al die ongelukkigen, er bestaan niet genoeg woorden om die pijnlijke tonelen op te roepen, ik voel afschuw en medelijden tegelijk.

We komen aan in Rennes om acht uur ’s morgens. De gewonden worden uit de wagons gehaald, de vormeloze massa geslacht mensenvlees weggebracht, het is akelig.

bron

Raoul Snoeck, In de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Henri Gervex - train des blessés

Henri Gervex – train des blessés

de badinstallatie van De Panne

Eind oktober 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek.

24 oktober 1915
De koude dagen breken aan. Wie er heeft, trekt zijn wintergoed aan. Mijn handschoenen van vorig jaar heb ik gevoerd met een lap van een oude onderbroek.

25 oktober 1915
Zonder spijt verlaten we de armzalige schuur, waar regen en wind vrije doortocht hadden en waar luizen en vlooien met duizenden woekerden. Het stro was gewoon verstoft. Nu overnachten we in De Linde (gehucht op de grens met Hoogstade en Pollinkhove), wel ver van het dorp maar het is er goed. Een wind- en regendichte zolder vormt de volgende tien dagen ons verblijf.

26 oktober 1915
We trekken naar De Panne voor een bezoek aan de badinstallatie. Ik herleef als gezuiverd en met ontsmette kleren. Ik krijg er ook vers ondergoed, wat ten zeerste welkom is, want bij gebrek aan een hemd droeg ik enige dagen een onderlijf.

De badinstallatie in De Panne bevond zich in de sloepenlaan. Na de oorlog werd het omgebouwd tot cinema Palace. Het plezier van nog eens een bad te kunnen nemen vinden we ook terug in het oorlogsdagboek van Fons Versmissen

bronnen

André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

http://www.depanne.be/product/1410/42-t-bad

http://oorlogsdagboek14-18fonsversmissen.skynetblogs.be/

De Panne - sloepenlaan

De Panne – sloepenlaan

Dokter Lievens trekt naar de eerste linie

In het dagboek van dokter Lievens staat op 25 oktober 1915 het volgende te lezen :

Op weg naar Diksmuide trekken we doorheen Lampernisse. De dorpskerk is totaal vernietigd, alleen een hoop stenen blijft over. Van Lampernisse leidt een houten pad ons door de velden tot aan de Oude Barrière op het kruispunt van de weg naar Pervijze en de weg van Lo naar Diksmuide.

Vanaf dat punt kom je in gangen die je doorheen Kaaskerke tot bij de eerste linie brengen. Hier wordt voortdurend geschoten. De kogels fluiten in alle richtingen, de vuurpijlen verblinden je, je botst tegen alle soorten hindernissen, je komt afgeloste infanteriemannen tegen die beladen zijn als ezels. Het is bijna onmogelijk om in de smalle gang een tegenligger te kruisen. Heb je het ongeluk naast de passerelle te trappen, dan ben je nat en bemodderd tot aan de knieën. Je vloekt en je gromt.

Uiteindelijk beland ik in mijn schuilplaats tegen de Ijzeroever in het midden van de sector. Ik zit van kop tot teen onder het slijk. Tijdens de nacht verzorg ik Louis Silverrams van de 1e eskadron, die door een kogel in de voorarm werd getroffen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts in de loopgraven van WOI, Lannoo

Marc-Henri Meunier - passerelle no 15

Marc-Henri Meunier – passerelle no 15

Dijkbreuk aan de Dodengang

Begin oktober 1915 krijgt de Boyau de l’Yser – door de soldaten weldra Boyau de la Mort genoemd – twee zware Duitse aanvallen te verduren. Op dat moment bezet het 12e Linieregiment de sector.

Op 2 oktober 1915 wordt het hoofd van de Dodengang vanaf 6u30 zwaar gebombardeerd. Weldra liggen de voorste tranchées T!, T2 en T3 er volledig vernield bij. Aan de kant van de Ijzer zijn er verschillende bressen geslagen. Rond 10 uur ziet men dat de Duitsers vanuit hun loopgraaf een inval doen in T1. Intussen steken anderen met vlotten de Ijzer over en dringen via de ingeslagen bressen de Dodengang binnen aan T2 en T3. Kort daarop slagen enkele Belgische soldaten erin, met geweervuur en bajonet, T3 te heroveren. Direct wordt ook de bres met aardezakjes gedicht. De eigenlijke tegenaanval laat niet op zich wachten. Over ingestorte borstweringen, prikkeldraadversperringen en puin waagt een peloton zich een baan in de vernielde Dodengang. Het slaagt er reeds tegen 11u30 in om T2 en T1 te heroveren en de Duitsers te verdrijven. Met de hulp van de genie begint men de loopgraaf te herstellen, worden de bressen met aardezakjes gedicht en brengt men de telefoonverbinding weer in orde. Intussen worden doden en gewonden weggehaald. Aan Belgische zijde telt men 15 doden, 44 gewonden en 7 vermisten.

Twee dagen later, op 4 oktober 1915, komt de Boyau de la Mort alweer onder zwaar Duits artillerievuur te liggen. Na drie uur bombardementen wagen de Duitsers een nieuwe aanval. Het peloton met korporaal Comhaire wordt er onmiddellijk heen gestuurd. “Vooruit, bajonet op het geweer !”, klinkt het bevel. Vooraan in de Dodengang verloopt de strijd moeilijk. De loopgraaf is zwaar vernield. Werpend met handgranaten, kunnen ze de vijand tenslotte verdrijven.
Nauwelijks is de kalmte ingetreden of het Belgisch veldgeschut neemt de vijandelijke stellingen onder vuur. De 75 mm granaten vliegen rakelings over de soldaten die het heroverde stuk Dodengang bezetten. Ze zien stenen, aarde en piketten met prikkeldraad in de lucht vliegen.

Het Duitse aanvalsvuur is voorlopig geblust en het 12e Linieregiment wordt op 6 en 7 oktober 1915 door het 1e regiment Jagers te voet afgelost. Voor de manschappen van et 12e Linieregiment volgt na enkele dagen werk (met kantonnement) te Bulskamp een week verlof in De Panne. Zij krijgen er op 16 oktober het bezoek van generaal-majoor Jules Jacques.

Nog in oktober 1915 beslist de legerleiding om de bezetting van de Boyau de la Mort in te perken. Het aantal verliezen loopt te hoog op. De genie van de 3e Legerdivisie krijgt de opdracht 275 meter voorbij paal 16 (aan T2) een dijkbreuk te veroorzaken. Op 11 oktober 1915 zorgt de explosie van 450 kilogram springstof voor een bres van 6 meter diep en 15 tot 20 meter breed. Tussen het nieuwe hoofd van de Dodengang en de dichtste Duitse stelling ligt nu een grote, diepe en moeilijk te overschrijden plas water. In de Dodengang zelf worden de wanden verstevigd door het vervangen van aardezakjes door cementzakjes. Voortaan blijft de bezetting er overdag beperkt tot drie ploegen van granaatwerpers.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de Dodengang, de Klaproos

Dijkbreuk aan de Dodengang

Dijkbreuk aan de Dodengang

burgemeester van Eeklo blijft weg van de botermarkt

Victor Roegiers

Victor Roegiers

Victor Roegiers, de burgemeester van Eeklo, heeft wat schrik, de bevolking is namelijk niet tevreden over het optreden van het schepencollege als het gaat om de opeisingen door de Duitsers. Hij blijft op 7 oktober 1915 thuis van de botermarkt en werkt aan zijn dagboek.

’s Morgens veel mist, die optrekt rond 10 uur. Overdag mooi en droog weer. Geen kanongebulder te horen. Zo te zien meer volk dan anders op de marktdag, maar minder kramen.

Rond de markt is er bijzonder ongunstige beweging : bijna al de vrouwen en kinderen van de gisteren aangehouden meters en timmerlieden zijn opgekomen, wel wetende dat ik de donderdag altijd op de botermarkt ben. Ze willen tegen mij manifesteren en misschien aan de verrader – zoals ik gisteren genoemd werd – enig ongemak of ongeluk toebrengen.

Doch ze vonden me daar niet ! Daar ik mij aan onaangenaamheden verwachtte, was ik thuis gebleven gelukkiglijk.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://freepages.genealogy.rootsweb.ancestry.com/~noemeetjesland/meetjesland/ons_meetjesland/1984_1/dagboek_Victor_Roegiers.htm

Sylvain Ryckeboer sterft in Hoogstade

Sylvain Ryckeboer

Sylvain Ryckeboer

Sylvain Ryckeboer, soldaat bij de Grenadiers, sterft op 29 september 1915  in hospitaal De Clep in Hoogstade aan de verwondingen die hij twee dagen geleden opliep. De jongeman raakte toen levensgevaarlijk gewond door een kogel in de rug, waarschijnlijk afgevuurd door een Duitse scherpschutter op de Minoterie (de Bloemmolens). Vanaf die plek hebben de Duitsers een uitstekend zicht op de Belgische loopgraven, slechts enkele tientallen meters verder op de andere oever van de Ijzer.

Kort na het begin van de oorlog werd Sylvain, een landbouwerszoon geboren in 1894 in Leisele, opgeroepen voor de legerdienst. Omwille van zijn lengte werd hij ingedeeld bij de Grenadiers (minimaal 1,80 meter).

De kogel in de rug moet vreselijk pijnlijk zijn geweest. Zijn familie vertelt achteraf dat zijn tanden in de houten operatietafel gedrukt stonden.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.cove.be/archief/projectgesned/ryckeboer.html

ongelukkige verjaardag voor een Leuvenaar

Soldaat Louis Van Tongelen, geboren in Leuven, komt om het leven op zijn 33e verjaardag (18 september 1915). Terwijl hij aan het werk is in de distilleerderij in Houplinnes (Nord-Pas-de-Calais), treft een granaat hem in de hartstreek.

Louis Van Tongelen ligt begraven op de Britse begraafplaats in Armentières, net als nog een 2e Belgische soldaat, Jules Geerts , geboren in Sint-Lievens-Esse en afkomstig van Grotenberge. Hij maakte deel uit van dezelfde compagnie, maar overleed een dag eerder in het hospitaal van Armentières. Beiden behoorden tot hulptroepen die op dat ogenblik uitgeleend waren aan het Britse leger. Dat is dan ook de reden waarom de Britten hun begrafenis regelden.

Toeristische tip : Louis Van Tongelen en Jules Geerts liggen naast elkaar begraven op het Cité Bonjean Military Cemetery (Avenue Roger Salengro, Armentières). Op deze begraafplaats rusten 2132 manschappen uit het Britse Gemenebest en meer dan vijfhonderd uit Duitsland.

CiteBonjeanMilitaryCemetery

Bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://cccbr.org.uk/rolls/cemeteries/details.php?cemName=Cite%20Bonjean%20Military%20Cemetery,%20Armentieres&cemID=27801&warID=1

Burgers gefusilleerd in Brugge

In het Aurora-beluik in Brugge stellen de Duitsers op 17 september 1915 zes burgers terecht wegens “vermeende actieve hulp aan de vijand”. Allemaal zijn ze veroordeeld door het Duitse Feldgericht, de krijgsraad dus.

De slachtoffers zijn Albert Achtergael (Gent), Prudent De Wispelaere (Brugge), Ferdinand Slock (Deinze), Emiel Van Verdeghem (Aalter) en de gebroeders René en Louis Van Eecke (Blankenberge).

Na de oorlog wordt het beluik, waar de kogelgaten na de terechtstelling zichtbaar bleven, een gedenkplaats. De naam Aurora-beluik ging geleidelijk over in Beluik van de Gefusilleerden.

Het oorspronkelijke beluik en de muur met de kogelgaten zijn inmiddels lang verdwenen. Deze en andere gefusilleerden worden nu herdacht in een ommuurde tuin met een gedenkzuiltje voor ieder slachtoffer. Een smeedijzeren hek sluit de tuin af. Ligging : Kazernevest zonder nummer, Brugge.

bron : oorlogskalender 2014-2018 – Davidsfonds

Beluik van de Gefusilleerden

Beluik van de Gefusilleerden