Ontmoeting van wapenbroeders in Parijs

Raoul Snoeck is in Parijs waar hij een oude kameraad ontmoet.

17 mei 1917. Sinds twee dagen ben ik in Parijs. Vandaag heb ik Freddy Lecluse bezocht. ’s Namiddags zijn we samen naar Garche geweest. Op de heuvel vinden we een dure herberg met slechte wijn. Het weer is heerlijk. In de tuin schommelen vrouwen onvermoeibaar heen en weer. Sommigen nemen de voorzorg hun rok vast te spelden, maar dan wel boven de knieën om ons hun onberispelijk mooie benen te laten zien. Oh, die vrouwen ! We keren naar huis terug met een lege maag langs een stille welriekende lommerrijke dreef. Aan de hemel staan heel veel sterren.

20 mei 1917. Ik neem afscheid van Freddy. Met beklemd hart verlaat ik hem. Ah ! Bob de Béthune en Freddy, twee echte vrienden. Morgen lig ik opnieuw aan de ketting. Zou de trein niet kunnen ontsporen voor mij alleen ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_FreddyLecluse1917.jpg

huiselijke sfeer achter het front

Raoul Snoeck geniet van de rust achter het front en noteert op 10 mei 1917 het volgende in zijn dagboek

Nog altijd in Stavele. Ik heb het genoegen kennis te maken met de heer en mevrouw Recour, brave mensen die tijdens de oorlog vele soldaten geholpen hebben. Mevrouw heeft me welwillend ontvangen en een kamer ter beschikking gesteld. Keer ik uit de loopgraven terug, dan kan ik me daar wassen en me op mijn gemak verzorgen. Elke avond komen we bijeen : Fernand Batta, Jacques de Béthune, Binche Hoebeke, Hollemans en ik. Anderen komen ons dikwijl gezelschap houden. Die huiselijke sfeer, de gedekte tafel, een weinig comfort en vriendelijke woorden geven ons de illusie thuis te zijn. Er staat onder meer een oude piano. We zingen onder meer “sluit je lieve ogen” in twee of drie stemmen. Sommigen vallen buiten de toon maar wat voor belang heeft dat ? De uren die we in dit aangename verblijf doorbrachten, kunnen tot de zonnigste herinneringen in ons pijnlijke bestaan worden gerekend.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_Stavele_19170510.jpg

 

een Duitse krijgsgevangene in Lettenburg

Dokter Lievens is op de avond van 27 mei 1917 in de medische divisiepost in Lettenburg. Daar wordt een Duitse soldaat gewond binnen gevoerd na een overval op een Duitse luisterpost.

Ik verzorg en ondervraag hem. Hij heet Friedrich Papenberg, is 42 jaar en hoort tot de 387e Landsturm. Hij was twee jaar in Charleroi, waar hij tot de lokale politie hoorde. Nog maar twee dagen geleden was hij naar ons front gestuurd, waar hij deel uitmaakte van het peloton op de stelling Kloosterhoek. Hij werd getroffen op het ogenblik dat de Belgen binnenvielen en hij weet niet wat er met zijn wachtcollega is gebeurd.

Hij is erg verzwakt door het traject doorheen de inundatie. Nochtans levert hij een zichtbare inspanning om onze vragen te beantwoorden. Rechts van hen is de sector door marinetroepen bezet en links door een Landsturmregiment net als dat van hem. De beschietingen van 24 mei op Vicogne hebben niet de gewenste resultaten opgeleverd.  Er vielen geen dodelijke slachtoffers en de schuilplaatsen werden niet volledig vernietigd. Daarentegen waren de Duitse verliezen in Diksmuide zwaar als gevolg van het gebruik van torpedoprojectielen. (…)

Het nieuws dat zijn vrouw in Hannover hem laat weten, deugt niet : ze krijgen een beetje slecht zwart brood, geen aardappelen en weinig vlees. Hij toont een postkaart waarop zijn vrouw hem gelukwenst met zijn verjaardag en dat is juist vandaag. Zij hoopt dat ze volgend jaar die dag samen kunnen vieren en dat de goede God hem mag sparen tot het einde van de oorlog.

Dan begint de gewonde man te snikken en met ogen vol angst vraag hij “Komm ich wieder gesund ?”. Hij wordt naar Sint-Jansmolen (Lampernisse) geëvacueerd. Ik blijf in Lettenburg tot de 31e mei.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DuitseSoldaatKrijgsgevangen01.jpg

 

Luchtacrobatie boven Ijzerfront

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek op 26 mei 1917.

Wacht Noord. Op 26 mei maak ik tegen de middag onder een lekker zonnetje een toch langs de kleine posten en luisterposten en neem foto’s die nog interessant beloven te zijn. In de namiddag nemen onze vliegtuigen een reeks vernietigingen van vijandelijke constructies voor hun rekening. Ze worden met ongehoorde hevigheid bestookt en wel twintigmaal heb ik de indruk dat ze worden geraakt door de ontelbare shrapnels die in hun omgeving ontploffen. Maar onze piloten raken erdoorheen met een stoutmoedigheid gekoppeld aan een wonderlijk toeval.

Na een uur schermutselingen zijn de Duitsers door hun voorraad heen en moeten ze noodgedwongen onze vermetele piloten ongestraft laag over hun linies laten vliegen. De Duitse woede uit zich dan in karabijnschoten en mitrailleurgeratel. Als toetje bezorgen onze piloten hen wat spektakel door loopings en plotse koersveranderingen uit te voeren, wat de Duitsers, als ze positief zijn, toch moeten bewonderen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Onderstaande tekening is van Romain Hugault, de piloot met de edelweiss

PilootEdelweiss20170529.jpg

Rouw in de compagnie

Gaston Le Roy noteert op 28 mei 1917 het volgende in zijn dagboek.

Rouw in de compagnie. Wij verliezen de heer Delannoy, onze geliefde kapitein, geliefd om zijn rechtvaardigheid.

Piloten die bij dit prachtige weer de streek overvlogen, gooiden enkele bommen, waarvan er één onze kapitein en onze chef-kok doodde. Nog anderen kwamen om het leven of raakten gewond (Fortem). Dit is het onbegrijpelijke van het noodlot : je hebt al zoveel beschietingen doorstaan in de eerste lijn en dan word je dodelijk getroffen tijdens de rustperiode, waarin je had gehoopt prettige dingen te beleven.

Ik sloop achterin binnen in het hospitaal en zag de gesneuvelde kapitein op een brancard liggen. In het kantonnement wordt over niks anders gesproken. De chef-kok ging zelden van zijn soepketel weg en zijn vriend, bij wie hij op bezoek was, is eveneens dood. John, de hond van de kapitein, loopt te treuren en is links en rechts op zoek naar zijn verloren meester.

Bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

De tekening hieronder is “tombes de camarades” van Jean Lefort.

JeanLefort_TombesdeCamarades.png

hospitaal l’Océan opent de deuren

Grotendeels gefinancierd met steun van het Amerikaanse Rode Kruis opent op 20 mei 1917 in Vinkem (Veurne) het hospitaal l’Océan. Tot september 1917 werkt het deels in tenten terwijl arbeiders houten paviljoenen bouwen voor het definitieve hospitaal.

Hospitaal l’Océan blijft werkzaam tot 15 oktober 1919 en behandelt in die periode bijna 9500 patiënten, zowel militairen als burgers. Achteraf gezien was de meest beroemde patiënt Joe English. Die Vlaamse frontsoldaat en ontwerper van de heldenhuldezerkjes overlijdt hier op 31 augustus 1918 aan een blindedarmontsteking.

Toeristische tip : een gedenksteen (Joe Englishstraat 3 te Vinkem) verwijst naar de locatie van legerhospitaal l’Océan. Dichtbij staat de heldenhuldezerk van Joe English. In de nabijheid ligt ook hoeve De Torrelen, waar hoofdgeneesheer Antoine Depage van l’Océan verbleef.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ocean

Tongeren verliest zijn Casino

Tijdens de bezetting eisen de Duitse militairen schouwburg Casino in Tongeren op. Een felle brand verwoest het gebouw totaal op 11 mei 1917. Een ongeluk, misdadig opzet of een verzetsdaad ? De reden voor de brand wordt nooit duidelijk. Paul Neven, de nieuwe voorzitter, en andere gegoede burgers zorgen ervoor dat er in 1920 al een nieuwe schouwburg Casino is.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.casino-tongeren.be/casino%20-historie.htm

Tongeren_Casino.jpg

Gasmasker verplicht !

Lut Ureels haar grootvader, dorpsonderwijzer,moet ook met een gasmasker leren omgaan.

Weer alarm voor gas. Iedereen moet een gasmasker hebben. Wie op straat komt zonder, kan een beginboete krijgen van 5 frank. De schoolkinderen moeten nu ook een gasmasker dragen van een bijzondere soort, een cagoule.

Geregeld zullen we oefeningen houden om de kinderen en onszelf eraan te gewennen om met het masker op te schrijven en te luisteren. Het is zeer onaangenaam om met zo’n masker voor te ademen. Het gezicht van een klas vol maskers is akelig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande afbeelding is een schilderij van Thérèse Bisch.
http://centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/peinture/objets/la-grande-guerre-dans-les-toiles-de-therese-bisch

ThereseBisch_Masques_a_Gaz

 

eerste luchtgevecht voor Willy Coppens

Willy Coppens, de bekendste Belgische piloot uit de eerste wereldoorlog, mag op 1 mei 1917 beschikken over een eigen toestel, een Sopwith Strutter, het snelste en meest moderne vliegtuig waarmee hij al mocht vliegen. Meteen stijgt hij op, op zoek naar zijn eerste luchtgevecht.

Als gevechtspiloot heeft Coppens nog geen ervaring, maar als piloot is hij zeer bedreven. Hij vliegt nu naar Ieper, boven Langemark en naar Houthulst, waar hij uiteindelijk een doelwit opmerkt. Coppens richt zich op vier opstijgende Duitse eenzitters, maar heeft geen oog voor de vier gevechtstoestellen die hem naderen. Zijn vliegtuig wordt geraakt, maar hij slaagt er toch in de aanvallers af te schudden. Na de landing telt hij 32 kogelgaten in zijn toestel. Enkele kogels moeten hem op een haar na gemist hebben.

bron : oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens

 

Duitse stormloop op de Redan

François Janssen van het 23e linieregiment noteert in zijn dagboek voor april 1917 het volgende.

Op 12-4-1917 ontketenden de Duitsers nogmaals een heving bombardement op deze “Redan” alsmede op de voorlijnen van gans de sector. Obussen van 77, 105, 150, ook bommen en torpedo’s vielen er tot 21 uur. Daarna schoten ze rode lichtkogels met 2 lichten, gevolgd door groene; dan weer lichtkogels groen en rood samen en dit alles rond de redan. De Duitsers gingen tot de aanval over en liepen onze lege redan binnen. Om 21u15 vroeg de majoor van de wacht bij middel van een lichtkogel spervuur van onze artillerie. Een fomidabel bombardement volgde. Tussen de twee fronten daverden de grondvesten als bij een aardbeving. De lucht was verpest door het schroot. De slijkerige schuilplaatsen schenen weg te glijden. Ons geschut hield dit vol tot 22 uur. De Duitsers hernamen dan tot 22u30. Op 15-4-1917 werd kolonel Gauthier vervangen door luitenant kolonel Galletay van het 2e Grenadiers die met Steenstrate reeds kennis gemaakt had.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

NachtelijkBombardement_GrooteOorlog