doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

de angst van Joris Lannoo

Sinds weken krijgt Joris Lannoo van de staf allerlei documenten over de situatie in de Duitse stellingen in Diksmuide en rond de Minoterie (de bloemmolens). Op verschillende kaarten en papieren staat geschreven dat ze bestemd zijn voor de 5e compagnie van Lannoo. Sommige hogere officieren denken dat een directe aanval op de Minoterie misschien wel een doorbraak aan het front kan teweegbrengen. Ook kapitein Jacoby en adjudant Lannoo zijn daar nauw bij betrokken. Jacoby noteert over de schrikbeelden van de Minoterie.

Zij zijn altijd aanwezig in ons gezichtsveld, alsof wij voortdurend bewaakt en bespied worden. De ruïne zit vol “fusils pointés” en talloze scherpschutters die schieten op al wat beweegt. (een fusil pointé is een geweer die op een vaste pikkel is gemonteerd)

Alsof Joris beseft dat de kans om te sneuvelen in de volgende weken bijzonder groot is, zet hij op 3 september 1917 zijn handtekening op een prentbriefkaart en schrijft op de keerzijde een beknopte boodschap :”voor moeder”. Op zijn kepie kan je duidelijk het regimentscijfer aflezen en de ster op de kraag is goed zichtbaar. Zijn gezicht oogt wat vermoeid en een beetje meewarig.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo_191709

Executies in Gent

Executies in Gent

EmilieSchatteman

Emilie Schatteman

In Gent stellen de Duitsers op 12 september 1917 drie mensen terecht uit de streek van Boekhoute : Leonie Rammeloo, Emilie Schatteman en Isidoor van Vlaanderen. Deze laatste is een 44-jarige jachtwachter, vader van acht kinderen, die een half jaar eerder was opgepakt, net als de beide anderen. De zus van Leonie Rammeloo vertelt hoe ze informatie bezorgen aan het Britse netwerk D.P.

Twee- of driemaal per week trokken we naar het dorp om een rolletje met inlichtingen, dat daar in het schortje van een kind genaaid werd om zo het gevaar van de pinhelmen te vermijden. Terug thuis lag er reeds een stukje stof met koord en steen klaar om het rolletje in te steken en over de grens te werpen. Hetzelfde gebeurde in omgekeerde richting.

LeonieRammeloo

Leonie Rammeloo

Deze verzetsleden stonden in contact met de Brusselse verzetsheldin Gabrielle Petit, die op 1 april 1916 in Brussel geëxecuteerd werd. Via Boekhoute kon zij haar verloofde naar Engeland laten overbrengen.

 

 

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://vdkg.weebly.com/de-slachtoffers/leonie-rammeloo

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen/

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen-2/

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917

 

 

Duits bombardement op Sint-Jacobskapelle

Aalmoezenier De Weyels, een benedictijn, zit op 8 augustus 1917 midden in een beschieting.

Weer krijgen we een hevige beschieting van tweede- en derdelijnsloopgraven. In Sint-Jacobs-Kapelle valt een granaat op een schuilplaats van onze derde compagnie. Daarbij wordt soldaat Dalle uit Lombardsijde op slag gedood en soldaat Minne van hetzelfde dorp raakt dodelijk gewond en sterft twee uur later.

Aflossing door de grenadiers en geen beschietingen vannacht. We worden ingekwartierd in Gijverinkhove. In de herberg Het Rozendael vind ik logies.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Pierre Paulus.

PierrePaulus_BrancardiersBelges

de legendarische kolonel Murphy

n de nacht van 4 op 5 augustus 1917 is er fel gevochten om de Kantijnebossen, ergens in de richting van Zillebeke. Onderpastoor Van Walleghem hoort met bijzonder veel lof spreken over een Ierse kolonel die bij zijn troepen de onkwetsbare wordt genoemd. De auteur heeft het over “kolonel Morhy” maar het zou ook Murphy kunnen zijn.

Voor de aanvallen en te midden van de gruwelijkste bombardementen staat deze Morhy samen met een sergeant-majoor boven op de borstwering, al pijprokend zijn orders te schrijven, want in het helse lawaai kon men elkaar toch niet horen. Daarna trok hij ten aanval en was de enige officier van zijn bataljon die terugkeerde.

Een andere keer zat hij te observeren in een boom. Hij werd opgemerkt door de Duitsers, die hem tevergeefs beschoten. Dan schoten ze met shrapnels naar hem : de tak waarop hij zat, brak af en Morhy viel op de grond. Kalm veegde hij de aarde van zijn kleding en vertrok op zijn gemakt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6009017270_bd30a421f0_b

gevecht tegen de modder

Priester Van Walleghem heeft medelijden met de Engelsen aan het front in de buurt en noteert op 1 augustus 1917 het volgende :

Aanhoudende regen de hele dag. Wat een tegenslag voor het offensief van de bondgenoten. Zelden in mijn leven vind ik het slechte weer zo jammer als nu. Bovendien is het ook erg afgekoeld.
Wat moeten de Engelsen afzien in hun nieuwe posities zonder loopgraven en gedwongen te schuilen in obusputten halfvol water en dat onder de plassende regen. Ze zijn naar het gevecht getrokken in hun zomerkostuumpje in korte broek en zonder regenjas.

bron : oorlogskalender 2014-2018

PilckemRidge1August1917StretcherBearersBoesinghe

Ledeberg gebombardeerd

Ook Ledeberg wordt gebombardeerd op 28 juli 1917, noteert Virginie Loveling in haar dagboek.

Nieuwe bomaanvallen op Gent en de voorstad Ledeberg. Vier personen zijn in één huis gedood. Een klein meisje, de eerste van haar klas, was geheel in het wit gekleed voor de spiegel bezig de laatste hand te leggen aan haar uit papier verloste krulletjes, klaar om naar de prijsuitreiking in school te gaan, toen een stuk ijzer haar bloedig neersloeg.

Ooggetuigen vertellen dat een hoop lillende ingewanden van de slachtoffers in een zak werden verzameld en op een kar weggevoerd. Elders vallen ook nog slachtoffers. Alle tien doden worden deze namiddag op kosten van de gemeente ter aarde besteld.

Bron : oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

avro-529-1917-600px

Britse bommenwerper uit 1917

Vlucht uit Zarren

felicien-vanhove.jpgNet als de andere burgers moeten Felicien Vanhove en zijn familie Zarren verlaten op 27 juli 1917. De stoet van vluchtende mensen, bepakt en beladen, is identiek aan wat hij eerder tijdens de oorlog zo vaak door zijn dorp zag trekken. Alleen maakt hij er nu zelf deel van uit.

We roepen, gauw, rap opladen en naar Torhout. In een kwartier zijn we opgeladen. Op alles waar een wiel is, wordt er een koffer of pak geladen, en weg zijn wij. Alles wat benen heeft, moet voeren en dragen, zelfs onze kleine Richard heeft wat op zijn rug gebonden. Nu maken wij dezelfde treurige stoet gelijk wij ze zo dikwijls binst de oorlog gezien hebben, en dat om 12 uur ’s nachts. Wij rijden, slepen en dragen wat wij kunnen, altijd maar vort, om uit het gevaar te raken.

Straks, in Torhout, zal schoenmaker Felicien Vanhove voor het laatst iets in zijn dagboek schrijven.

Zarren_markt1917

Zarren markt

 

Bronnen 
oorlogskalender 2015-2018, Davidsfonds
https://pieterserrien.be/boeken/oorlogsdagen/de-32-dagboekschrijvers/
http://users.telenet.be/zarren/periode1718.htm

 

 

Belgische piloot viert Nationale Feestdag

Tijdens een luchtgevecht haalt André De Meulemeester op 21 juli 1917 een Duits vliegtuig van het type Albatros neer. Omwille van het neerhalen van deze ‘vogel’ op de Belgische nationale feestdag geeft men hem de bijnaam Arend van Vlaanderen. Deze bijnaam is ook een verwijzing naar Brouwerij De Arend in Brugge, eigendom van zijn familie, waar de piloot na de oorlog ook gaat werken. In 1928, na de fusie met de Gentse brouwerij Belgica, wordt André De Meulemeester voorzitter van de raad van bestuur van Brouwerij Aigle Belgica.

AndreDeMeulemeester

Na Willy Coppens is André De Meulemeester de tweede meest succesvolle Belgische piloot tijdens de eerste wereldoorlog. Hij behaalt elf officieel bevestigde luchtoverwinningen en daarnaast negentien onbevestigde.

 

 

Zoals wel meerdere mensen heeft André de Meulemeester een ongewoon trekje. Zo zou hij bij iedere vlucht zijn chihuahua hebben meegenomen in zijn geel geschilderde vliegtuig. Sinds het najaar van 1916 maakt De Meulemeester deel uit van de eerste jachtescadrille, een eenheid die opereert vanaf een vliegveld in De Moeren.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://siagrius.be/siagrius/?p=684