Duitse artillerie volgt de stormtroepen

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, volgt de oprukkende stormtroepen samen met zijn kameraden. Zijn startpunt is Saint-Quentin.

21 maart 1918 : De artillerie begint te vuren om 4u40 and na 5 uur trommelvuur, om 9u40 begint de infanterie met zijn stormaanval voorafgegaan door voortschrijdend trommelvuur. ’s Avonds zit ik op een affuit om mijn gedachten van deze dag te ordenen. Ik zou er helder boeken over kunnen schrijven. Het onmogelijke is dan toch gebeurd : we hebben een doorbraak geforceerd. Tijdens het vuren moest ik af en toe een pauze nemen, omdat ik het niet meer uithield met al het gas en de rook. De kanonniers staan in hemdsmouwen met het zweet dat van hen afdruipt. Granaat na granaat wordt afgevuurd op de vijandelijke linies en je moet geen bevelen meer geven omdat de soldaten geestdriftig genoeg zijn om snel de granaten af te vuren.

22 maart 1918 : We rukken op naar Essigny maar er is zo’n opstopping van voertuigen dat we nauwelijks een kilometer verder geraken na drie uur. We passeren de eerste linie van de Britten en zijn al snel in hun tweede linie. We horen dat generaal Foch tegen ons oprukt met het Franse reserveleger.

23 maart 1918 : Onze stormtroepen nemen Ham in en we zullen al snel onze oude posities terug innemen die we in 1916 hebben verlaten. Nu hebben we minder last van opstoppingen en we rukken sneller op.

24 maart 1918 : Onze sappeurs bouwen een brug over het kanaal en we zien enkele grote Britse kanonnen. We gaan verder naar Dury.

26 maart 1918 : Vanuit Eppeville bereiken we om 4 uur Nesle. In Carrépuis nemen we posities in links van het dorp. Onze infanterie brengt grote aantallen Britse krijgsgevangenen naar achter. Er zitten ook enkele Fransen tussen. De eerste Fransen die ik spreek, vragen me angstig of het waar is dat onze zware kanonnen Parijs onder vuur nemen. In Carrépuis worden we voor het eerst gebombardeerd door vijandelijke vliegtuigen.

27 maart 1918 : in Laboissière worden we onder vuur genomen door de Fransen. Ik leid mijn batterij naar veilige posities door het vijandelijk bombardement en we hebben slechts enkele gewonden te betreuren. Het lijkt erop dat we ons doel bereikt hebben en de Britse legers hebben gescheiden van de Franse.

Ook in Faverolles komen we terecht in een Frans bombardement. We trekken ons terug en brengen de nacht door in houten hutten. Daags erna zien we dat Faverolles grotendeels onbeschadigd is.  Alles lijkt hier vreedzaam, een hoop voorraad ligt voor het grijpen en de burgers lijken op het laatste nippertje te zijn gevlucht.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military.

operation-michael-german-offensive-march-21-1918

 

 

 

Ferdinand Foch in de tegenaanval

Ferdinand Foch coördineert vanaf voortaan alle Britse, Franse en Amerikaanse troepen op het westfront na een bijeenkomst van de gezamenlijke Supreme War Council op 27 maart 1918. Fochs hoofdbekommernis is het stoppen van het Duitse offensief, Operatie Michael, dat in noord-Frankrijk een bres heeft geslagen in de Britse linie. Franse versterkingen spoeden zich naar de bedreigde sector ten zuiden van de Somme waar ze samen met de Britse troepen onder het bevel staan van de Franse generaal Marie Fayolle.

Het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng dat ten noorden van de Somme strijdt, stopt de Duitse opmars, deels door doeltreffende steun vanuit de lucht. De Duitsers proberen twee dagen later een nieuwe aanval te lanceren met als doelwit Arras. Dat offensief mislukt echter. De strijd concentreert zich nu ten zuiden van de Somme.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

FerdinandFoch

verpleging onder moeizame omstandigheden

Dokter Lievens beschrijft helse maartdagen in zijn dagboek.

21 maart 1918 : Om 5 uur krijgen we gasalarm. Een hevige beschieting met mosterdgasgranaten en andere gassen woedt op heel ons front en verplicht ons het gasmasker op te zetten. Buiten is het nog donker en je kan niet zien of de gasrook in de lucht hangt. Gewonden worden aangebracht, onder wie luitenant De Coene, die ik allen moet verzorgen met het gasmasker op.

Het is uiterst lastig werken want ik heb moeite om adem te halen. Ondertussen komen nog halfverstikte mannen binnen, wat me verwittigt voor het gevaar. Als ik mijn masker ook maar even oplicht, zal ik niet alleen hetzelfde lot of nog erger ondergaan, tevens zullen al mijn zieken en gewonden zonder hulp blijven. Door die gedachte aangespoord werk ik voort, terwijl mijn borst hijgend als een blaasbalg in een smidse naar lucht snakt. Algauw begin ik te voelen dat de stikstof vat krijgt op mij want bij herhaling moet ik niezen en braken in mijn gasmasker. Toch mag ik het niet afzetten. Maar de brilglazen verduisteren dermate dat alles voor mijn ogen begint te schemeren en ik alle werk moet staken. Mijn oren ruisen, mijn hoofd gloeit en ik voel dat het zo niet kan voortduren. Ik denk aan mijn vrouwke en aan mijn lieve kindertjes en vraag me angstig af wat er van hen zal worden. Ik beveel ze aan bij Onze-Lieve-Heer en offer mijn lijden op voor hun geluk en welzijn. Dan prevel ik een akte van berouw en bereid me voor op het ergste…

Hoe lang ik zo bleef liggen, kan ik niet vertellen. Iemand heeft me een Tissant-apparaat opgezet, waardoor stilaan gezondere lucht in mijn longen komt. Ik herleef… Met knikkende knieën en bevende handen herbegin ik met werken zoveel ik kan. Aan allen die op me wachten breng ik in de mate van het mogelijke hulp en redding. Om 8 uur wordt het gasalarm afgeblazen, niettemin voel ik de hele dag een onverdraaglijke hitte in heel mijn lichaam. Er is geen gelegenheid om een ogenblik rust te nemen. Ik zou zo graag een beetje slapen.

22 maart 1918 : ’s Avonds trek ik naar de Poste Durand in Nieuwpoort, waar mijn bataljon in reserve gaat liggen. Onze totale verliezen tijdens de voorbije drie dagen : 223 doden en gewonden.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Gasmasker_201803

 

Parijs onder Duits vuur

Zaterdag 23 maart 1918 : sinds twee dagen is in Parijs het verre geschut te horen waarmee de Duitse troepen bij de Somme hun grote lenteoffensief hebben ingezet. Voorlopig maken de inwoners van de Franse hoofdstad zich niet al te veel zorgen. Na bijna vier jaar oorlog zijn ze aan een dosis oorlogsgedruis gewend geraakt.

Rond 7u15 schrikt de stad op door een explosie aan het Bassin de la Villette in het negentiende arrondissement. Totaal onverwacht komt de knal niet, een week eerder is in de randgemeente La Courneuve een munitiefabriek in de lucht gegaan. Drie dagen later klonken er nog steeds ontploffingen. Misschien is de explosie van vandaag nog een nakomertje ?

Amper 20 minuten later volgt een tweede explosie, dicht bij een metro ingang op de Boulevard de Strasbourg aan de Gare de l’Est. Deze keer blijven acht personen levenloos achter op de trottoirs. Even later klinkt alweer een nieuwe explosie in het centrum van de Franse hoofdstad, nauwelijks een kwartier later gevolgd door een vierde. Vruchteloos speuren de Parijzenaars de hemel af op zoek naar Duitse Gotha-bommenwerpers die de hoofdstad sinds januari regelmatig bestoken. Maar er is geen vliegtuig te bekennen.

De granaten waarmee de Franse hoofdstad wordt beschoten, worden afgevuurd vanuit Crépy-en-Laonnois, op niet minder dan 120 kilometer van Parijs. In de bossen bij de Mont de Joie hebben de Duitsers op 2 verschillende plaatsen reuzenkanonnen geplaatst. Als basis van het kanon gebruiken ze het onderstel van het Lange Max-kanon. Daarop monteren ze een gigantische loop die bestaat uit twee lopen van een marinekanon en nog een extra loop van 6 meter erbovenop. Samen goed voor een lengte van 36 meter. In die loop monteren ze een tweede loop met een veel kleiner kaliber van 210 mm. Om te vermijden dat die superlange loop doorbuigt, wordt er ter versteviging een systeem op gemonteerd zoals bij een hangbrug.

Met de Pariser Kanonen kunnen de Duitsers 210 mm-granaten van 125 kilo meer dan 120 kilometer ver schieten. Ze hebben berekend dat de ideale hoe van de loop 55 graden bedraagt. Hiermee schieten zij de granaten tot op een hoogte van 40 kilometer, wat meteen de grootste hoogte is die een door mensen vervaardigd projectiel ooit heeft bereikt.

Tussen 23 maart en 9 augustus 1918 vuurt het handvol Pariser Kanonen bijna vierhonderd granaten af op Parijs, samen goed voor 256 doden en 625 gewonden. Ze moesten de bevolking demoraliseren en zo de Franse regering onder druk te zetten om de oorlog te beëindigen. Maar het doel van massale paniek of ontreddering bereiken deze kanonnen nooit:

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

ParijsKanon_1918

Duitsers rukken op naar Amiens

Het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz breekt op 25 maart 1918 door op het samensmeltingspunt van het Britse 3e en 5e leger bij operatie Michael. Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigde van de Duitse generale staf, denkt dat de Britten op het punt staan in te storten dus geeft hij zijn bevelhebbers nieuwe orders. Marits moet oprukken naar Amiens, terwijl generaal Oskar von Hutier met zijn 18e leger Parijs moet aanvallen. Het 17e leger van generaal Otto von Below rukt verder op naar de havens bij de noord-Franse kust.

De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, brengt zijn Britse troepen in aller ijl over om de kloof in zijn linie te dichten. Maar zijn Franse evenknie, maarschalk Henri-Philippe Pétain, bekommert zich zoals Ludendorff vermoedde, meer om Parijs en stuurt slechts een beperkt aantal soldaten naar de sterk onder druk staande Britten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael_kaart01

Unternehmen Michael

Generaal Erich Ludendorff heeft een knock out aanval gepland op het westfront. Hij erkent dat met de nakende aankomst van duizenden Amerikaanse soldaten in Frankrijk Duitsland waarschijnlijk de oorlog zal verliezen. Daarom wil Ludendorff als eerste aanvallen. Hij stuurt 70 divisies van het oostfront waar de verwarring na de Russische revolutie de deelname van Rusland aan de oorlog beëindigd heeft. Op korte termijn geniet Duitsland dus een duidelijk numeriek voordeel op de Britten en de Fransen.

Ludendorff wil de verschillen tussen de Britse en de Franse strategie uitbuiten voor een groot Duits offensief. Hij meent dat de Fransen bij voorkeur Parijs verdedigen, terwijl de Britten eerder de havens aan de noord-Franse kust willen beschermen omdat daarlangs hun voorraden en troepen doorgesluisd worden. Ludendorff wil aanvallen tussen de Fransen en de Britten in noord-oost-Frankrijk.

Daartoe beschikt hij over drie legers : het 17e onder generaal Otto von Below, het 2e onder generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. Ze moeten oprukken over een 80 km breed front van Arras naar Saint-Quentin en La Fère. Dit gebied wordt verdedigd door het Britse leger onder generaal sir Julian Byng en het 5e leger van generaal sir Hubert Gough.

Ludendorff beschikt over 63 divisies waarvan vele aangevoerd door speciaal voor de aanval bestemde elitaire stormtroepeenheden terwijl de Britten slechts over 26 divisies beschikken. Het offensief krijgt de codenaam Unternehmen Michael , ook bekend als de Kaiserschlacht.

Unternehmen Michael begint met een plotseling, vijf uur duren bombardement van 6000 kanonnen op de Britten. Ze vuren zowel gas- als hoogexplosieve granaten af. Gedekt door een dikke mist vallen de Duitsers aan met op kop speciaal getrainde stromtroepen. De verrassingsaanval overdondert de Britten.

In de verwarring stort Goughs 5e leger in waardoor de rechterflank van Byngs 3e leger ongedekt is. Byngs soldaten, die een smaller front bezetten dan de soldaten van Gough, trekken zich georganiseerd terug naar de Somme. Daar boeken de aanvallers aanzienlijk minder vooruitgang.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael01

 

de laatste maanden van Hendrik Aegten

Als Hendrik Aegten uit Hamont zich in 1915 meldt als vrijwilliger voor het Belgische leger, bij het 4e regiment genie, is hij zo gezond als een visje. Een gezonde Kempenzoon.

HendrikAegtenZijn aanwezigheid aan het oorlogsfront gaat niet in de koude kleren zitten. Op 20 maart 1918, ongeveer drie jaar na zijn indiensttreding, brengen zijn medestrijders hem naar het hospitaal in Adinkerke wegens een longaandoening.

Wat er de volgende acht maanden met hem gebeurt, is niet geweten, alleen dat hij overlijdt op 18 november 1918. Postuum bezorgt het leger hem nog vijf frontstrepen.

Opmerking : de oorlogskalender vermeldt dat Aegten uit Achel komt. Het Grevenbroekmuseum vermeld op de website dat hij in Hamont geboren is.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.grevenbroekmuseum.be/gesneuveldenHamont

op het slagveld na de veldslag

Dokter Lievens bezoekt op 19 maart 1918 de eerste linies na de hevige gevechten in sector Nieuwpoort.

Ik moet naar de post van Sint-Joris (Vache crevée). Tegen de avond krijg ik bevel om met een speciale ploeg het slagveld door te lopen om de doden weg te halen en tevens te zien of er geen gewonden meer liggen. Ik trek de Ijzer over op een vlot, volg de overkant tot tegen de briquetterie (steenbakkerij), neem daar de vaart van Passendale en kom weldra ter plaatse. De maan schijnt maar een fijne regen heeft de bodem in modder herschapen. Met moeite vind ik onze ongelukkige jongens, die in alle houdingen op het verschrikkelijke doorploegde land liggen. Velen lijken enkel te slapen, anderen zijn ijselijk verminkt. Anderen liggen er samen met Duitsers. Nog verderop liggen er alleen vijandelijke lijken.

En tussen al die doden houden onze dappere overlevenden stil en stom de wacht. Onze helden houden daar stand in groepjes van twee of drie man in granaatputten. Sinds twee dagen hebben ze bijna niets te eten of te drinken gekregen en dat nog te midden van al die emoties bovenop de gaswalm en de kruitrook, die keel, longen en darmen doen branden. Wie zal zich ooit het honderdste deel kunnen inbeelden van de pijn, de agnst en de ontbering die onze arme jongens moeten doorstaan ? 

De tekening hieronder is van de Fransman George Barrière.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

GeorgeBarriere_SoirdAttaque

Belgisch spionagenetwerk ontmanteld

Op de Stedelijke Schietbaan in Gent executeren de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog zowat vijftig mensen, onder wie een eigen officier. Op 19 maart 1918 sterven Theo Goedhuys, Achille De Backer en Alfons Van Caeneghem voor het vuurpeloton nadat een andere Belg hen heeft verraden. Op een drietalige aanplakbrief krijgt het publiek het nieuws over hun executie te lezen, ter afschrikking. 

Theo Goedhuys en zijn makkers waren actief in een spionagenetwerk dat de Britten inlichtingen verschafte over verplaatsingen van Duitse troepen en materiaal per trein. Theo, die na zijn huwelijk van Ledeberg naar Kortijk verhuist, werkt bij de spoorwegen als hoofdtreinwachter, een functie die toegang biedt tot allerhande nuttige spoorinformatie. 

Naar Theo Goedhuys is een plein genoemd in zijn geboorteplaats Nieuwpoort alhoewel zijn ouders kort na zijn geboorte naar Ledeberg verhuisden. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

TheoGoedhuys_19180319

 

Gaston Le Roy onder Duits vuur

Gaston Le Roy noteert op 18 maart 1918 

Bij een Duitse aanval hebben we veel mannen en enkele gevechtsposten verloren. Na de middag in volle daglicht rukken de karabiniers op om wat verloren ging te heroveren. De kanonnen vuren om het hardst, zowel de onze als de Duitse. Het is helder weer en de steenweg is van ver zichtbaar. Eén enkele weg leidt naar Nieuwpoort. Niet te verwonderen dat we duchtig beschoten worden als wij achter de karabiniers ee steenweg optrekken. Natuurlijk hebben de Duitsers de troepenbeweging gemerkt. Nieuwpoort is in een kruitwolk gehuld. Onze compagnie wordt uiteengeslagen en we krijgen bevel op eigen gevoel op te rukken en ’s avonds bijeen te komen aan de Pelikaanbrug. 

Eerst doorkruis ik een veld en stoot op een kanonnenbatterij die zelf onder vuur ligt. Ten einde raad neem ik toch maar de steenweg. Zoals steeds als het er warm aan toegaat, troost ik me met de gedachte : dood is dood, je sterft maar eens. De wagens van het Rode Kruis die af en aan rijden, worden niet ontzien, voor en achter ontploffen granaten. Ik slaag er toch in ongedeerd de verzamelplaats te bereiken. De beschieting houdt niet op. 

Boven onze hoofden voeren piloten acrobatentoeren uit. Dikke shrapnels ontploffen rond de vliegtuigen, de sierlijk in beweging blijven. Na de aanval maken zij enige loopings als om te groeten na hun welvervulde taak. 

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger , Lannoo

ArtillerieBelgeEnAction_191803