Brutale bloedprocessie in Brugge

Als het geen oorlog was, zou in Brugge op 8 mei 1916 de Heilig Bloedprocessie plaatsvinden. Naar verluidt had admiraal Ludwig von Schröder gezegd : “De Bruggelingen zullen dit jaar een feest hebben van het Heilig Bloed dat ze nog lang zullen onthouden.” Hij zou daarmee gedoeld hebben op de drie terechtstellingen die ‘s namiddags doorgingen.

Julius Delaplace, Julius De Sloovere en Charles Titeca worden alle drie geëxecuteerd omwille van spionage. Net voor  de aanvang van de terechtstelling excuseert de commandant van het executiepeloton zich bij de verplicht aanwezige Brugse burgerlijke autoriteiten :”Het is droevig voor u als voor ons.”.

FusillesdeBruges

boete voor verstopte duiven

In Het Volk staat op 6 mei 1916 een stukje over twee Belgen die zich niet hielden aan het Duitse decreet over duiven. In plaats van ze in te leveren bij de bevoegde overheid, waren de beestjes goed verborgen. Een militaire patrouille vond de dieren echter tijdens een huiszoeking.

Omdat het gemeentebestuur van Ingooigem had nagelaten om zelf huiszoekingen te doen, krijgt het als dwangstraf een boete van 3000 mark opgelegd.

Duitsers_Duiven

 

Verwarring over de tijd

Stijn Streuvels twijfelt over het juiste uur en noteert op 5 mei 1916 in zijn dagboek :

In afwachting dat het met het uur in huis in orde komt en tot overeenstemming, houd ik er hier in huis drie verschillende uren op na. In de keuken is het oude Belgische tijd, in mijn werkkamer nieuwe Belgische tijd, en in de voorplaats wijst de hangklok de nieuwe Duitse tijd aan, ten behoeve van de ingekwartierde militairen.

Met het nieuwe zomeruur zijn de mensen nog altijd in de war : niemand kan ertoe besluiten zijn uurwerk door te draaien. En ik geloof dat het nog lang zal duren eer de boeren hun noenklokje zullen luiden om 11 uur.

Ingooigem blijft volgens oude gewoonte onvermurwbaar als het erom gaat nieuwe gebruiken in te voeren. Als er dan nog eenheid zou zijn in de besluiten : de knechtenschool (jongensschool) heeft het nieuwe uur in voege gebracht en de meisjesschool niet.

Zomertijd-Wintertijd

Chinese arbeiders achter de frontlinies

De Franse en Chinese overheden ondertekenen op 4 mei 1916 een akkoord over de aanwerving van Chinese arbeiders. Onder het bewind van Yuan Shikai stelde China zich nog neutraal op. In het conflict tussen de oorlogvoerende partijen. Na diens dood kantelde het evenwicht naar de zijde van de geallieerden. China wil evenwel zijn economische banden met Duitsland niet al te zeer schaden. Daarom stuurt het land geen troepen maar arbeiders om achter het front te werken.

Enige tijd later sluit ook Groot-Brittannië een gelijkaardige overeenkomst met China. In het contract staat onder meer dat een deel van het loon uitbetaald wordt aan de familie, terwijl transport, voeding en dergelijke ten koste vallen van de opdrachtgever.

Travailleurs_chinois

laatste patrouille van Arthur Metz

ub-13-metzOberleutnant zur See Arthur Metz verlaat met de UB-13 Zeebrugge op 23 april 1916. Metz heeft de opdracht om gedurende een week de scheepvaart ter hoogte van Southwold aan te vallen. Na zijn vertrek raakt de Duitse admiraliteit elk spoor van UB-13 bijster. Vermoedelijk is de duikboot een dag na het vertrek in een Brits mijnenveld geraakt.

Britse rapporten bevestigen de Duitse vermoedens. Op 24 april 1916 zijn de Britten begonnen met een groot mijnenveld te leggen 18 mijl ten noorden van de Belgische kust. Daarmee willen ze het Belgische zeegebied zo goed mogelijk afsluiten voor U-boten. Die dag worden er ook verschillende ontploffingen gehoord in de netten. UB-10 is erin terechtgekomen en heeft bij verschillende pogingen om vrij te komen, mijnen tot ontploffing gebracht. Na acht uur spartelen kan UB-10 zichzelf bevrijden en veilig de basis te raken.
UB-13 heeft minder geluk. Ze raakt de ankerkabel van de drifter Gleaner of the Sea ter hoogte van de Thorntonbank. Door maneuvers om vrij te komen komt de duikboot in contact met een mijn in de sleep van het konvooi waarna die ontploft. Een patrouillerend watervliegtuig merkt wat er gaande is en werpt een bom op de plaats waar wrakstukken en olie aan de oppervlakte komen. Het wrak van de UB-13 blijft onontdekt tot de vroege jaren negentig van de vorige eeuw.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

 

Gevechten rond de Mort Homme

Eind april 1916 veroveren de Fransen na onmenselijke inspanningen de top van de Mort Homme, ook bekend als Côte 304. De Duitse legerleiding wil deze strategische plek absoluut terug en geeft op 3 mei 1916 het sein voor de tegenaanval.

Gedurende twee dagen en een nacht krijgen de Fransen een bijzonder hevig bombardement over zich heen. Op een front dat ongeveer 2 kilometer breed is, spuwen vijfhonderd Duitse kanonnen vuur, dood en vernieling. Schuilen is bijna onmogelijk voor de Fransen : hun terrein is bijna vlak, de loopgraven zijn ondiep, de granaatinslagen hebben de bodem doorwoeld.

Aanvoer van voedsel en munitie is bijna onmogelijk en gewonden kunnen niet geëvacueerd worden. Toch houden de Fransen het na de enorme beschietingen nog drie dagen vol tijdens man-tegen-mangevechten. De heuveltop komt weer in Duitse handen. Bij deze slachting laten tienduizend Fransen het leven.

MortHomme02

Dodengang onder vuur

Duitse troepen vallen op 2 mei 1916 het loopgravenstelsel aan dat een eeuw later nog steeds bekend staat als de Dodengang. Na een hevig bombardement rukt de Duitse infanterie op. Vooral de Dodengang krijgt veel vijandelijke aandacht, want vandaar zou een indringer zich verder een weg kunnen banen in het Belgische loopgravenstelsel.

De strijd om deze loopgraven zal nog meerdere dagen aanhouden. De Belgische soldaten krijgen het bevel van hogerhand om deze belangrijke stelling te verdedigen tot de laatste man.

Toeristische tip : het loopgravenstelsel dat we kennen als de Dodengang (Ijzerdijk 65, Diksmuide) is gratis te bezoeken tijdens de openingsuren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodengang05

Hamontenaren in Auvours

Op 30 april 1916 is onderstaande foto gemaakt. Het bordje bij de Belgische soldaten vermeldt datum en plaats : Auvours (in de gemeente Champagné vlak bij Le Mans). Hier ligt een Frans militair kamp dat onder de eerste wereldoorlog is toegewezen aan de Belgen. Door de verovering van het grootste deel van België had de Belgische militaire overheid natuurlijk nergens in eigen land opleidingskampen. Onder meer in Auvours konden ze de opleiding organiseren.

Het bordje onderaan vermeldt ook dat het gaat om Hamontenaren. In 2012 heb ik deze foto gevonden op de website van de gemeente Hamont-Achel. De soldaat achteraan rechts op de foto is Patrick Feijen. Zijn zoon, Guido Feijen, had die foto aan de gemeente Hamont-Achel opgestuurd met de vraag of er nog andere soldaten herkend werden.
Ik heb mijn grootvader nooit gekend. Maar die ene soldaat staande achteraan links (met witte broek), die trok wel enorm op mijn nonkels. Mijn moeder kon bevestigen dat zij die foto kende van vroeger. De soldaat op de achterste rij links is dus wel degelijk Martinus Evers.

HamontenarenInAuvours19160430_Bijgewerkt.jpg

Britse nederlaag bij Kut el Amara

Het Brits-Indiase garnizoen onder leiding van sir Charles Townshend, dat sedert 7 december 1915 belegerd wordt in Kut el Amara, geeft zich op 29 april 1916 over aan de Ottomaanse belegeraars. In de geschiedenisboeken staan deze gevechten genoteerd als de eerste slag om Kut.

Tijdens de eerste dagen van de belegering kon de Britse cavalerie ontsnappen maar daarna werd de omknelling steviger georganiseerd door de oude Duitse generaal baron von der Goltz, die de Ottomaanse troepen aanvoert samen met Khalil Pasha. Er wordt een bevrijdingsleger gestuurd van 30.000 soldaten onder leiding van generaal George Gorringe. Begin april neemt hij Fallahiyeh in ten koste van 2.000 soldaten. Daags erna valt hij Sannaiyat aan zonder het te kunnen veroveren. Gorringe richt zich nu op de andere oever van de Tigris en verovert op 15 april 1916 Bait Asia. Een Turkse tegenaanval kost hem 1.600 soldaten. Over alle gevechten heen verliest Gorringe 23.000 soldaten.

In de loop van april 1916 maken de Britten nog een primeur mee : ze werden bevoorraad vanuit de lucht. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat die techniek wordt toegepast. De situatie wordt zo penibel dat de Britse overheid zelfs in het geheim probeert om haar troepen vrij te krijgen met een afkoopsom, maar de Ottomanen weigeren. Dat is voor Townshend het sein om zich onvoorwaardelijk over te geven. Generaal Gorringe wordt vervangen door sir Frederick Maude. Het Britse garnizoen van Kut el Amara gaat in gevangenschap en velen zullen sterven zonder hun vaderland terug te zien.

KutElAmara_Overgave.jpg

Duitsers voeren de zomertijd in

Op bevel van de Duitse overheid laat de burgemeester van Hasselt op 28 april 1916 affiches uithangen over de “Tijdsberekening”. We lezen over de zomertijd onder meer :

Wanneer dus op 30 april de horloge op 11 uur Duitse tijd staat, moeten alle openbare horloges op 12 uur Duitse tijd gesteld worden. Onder openbare horloges verstaat men niet alleen de torenhorloges en die op straten en pleinen aangebracht zijn, maar ook alle uurwerken die voor het algemeen verkeer toegankelijk zijn, bijvoorbeeld in inrichtingen van openbaar verkeer, hotels, banken, scholen, winkels enzovoort.

De aandacht wordt erop geroepen dat deze nieuwe vastgestelde tijden voor alle verordeningen van de Duitse militaire en burgerlijke overheden geldig zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeutscheSommerzeit.jpg