gevechtspauze in Turkije

Hans Tröbst schrijft in zijn dagboek over de periode na de slag aan de Sakarya, waar de Turken de Groene tot staan hebben gebracht voor Ankara. De gevechten zijn dan wel gedaan maar nu moet er voor alles gewerkt worden aan de spoorwegen om terug troepentransporten mogelijk te maken.

Na hartelijk afscheid van de kameraden reisde ik ’s anderendaags naar Polatli dat op drie kwartier rijden lag. Polatli was in tegenstelling tot de voorbije dagen redelijk leeg. Het hoofdkwartier was naar Sivrihisar verhuisd en tot mijn spijt stelde ik vast dat mijn vorige kwartier op slechts twee uur verwijderd was van het oude Gordion, waar destijds Alexander de Grote de befaamde knoop ontward had.

De algemene oorlogstoestand was somberder dan ooit. De frontofficier wist niet alles, en de stafofficieren hulden zich in zwijgen. De Grieken hadden zich in vruchteloze aanvallen aan de Sakarya uitgeput, hadden uiteindelijk toch de overgang van de rivier bedwongen en waren tot kort voor Polatli gestopt. De toestand van het Griekse leger was midden september 1921 zo dat ze volledig omsingeld waren en dat de capitulatie enkel een kwestie was van enkele dagen. De terugtocht naar Eskisehir was afgesloten, maar de Turkse soldaten waren door de voortdurende strijd ook zodanig aan het einde van hun krachtendar ze niet meer in staat waren de vijand te vernietigen en de veldtocht nog dit jaar te beëindigen. En zo was de toestand midden oktober.

Er heerste een gevechtspauze die de Turken benutten om soldaten vanuit de Kaukasus en Armenië over te brengen. Want voor hun was het van groot belang om de vijand voor het begin van de winter uit de drie bezette steden te verdrijven. Want de Grieken hadden alle dorpen verbrand, de spoorwegen konden niet gerepareerd worden en de Turken waren dus gedwongen om zich terug te trekken naar de enkele gespaarde dorpen rond Sivrihisar en dan kon de veldslag in de lente van volgend jaar weer helemaal opnieuw beginnen.

Nadat ik vijf uur op de trein in Polatli had gewacht, kon de reis eindelijk verder gaan. In het ganse land waren er geen kolen en dus moesten de machines op hout gestookt worden. En omdat het hout meer dan honderd kilometers in de omtrek niet voorhanden was, moest het met ossenkarren aangebracht worden. In mijn wagon was een internationaal gezelschap : een Arabische luitenant, een Duitse kapitein, een Anatolische luitenant en vier voormalige Russische officieren, waaronder een officier uit Tsjerkasy, twee uit Dagestan en één uit Azerbeidzjan. Men hoorde Duits, Arabisch, Turks, Russisch en Kaukasusdialecten door mekaar. Bij de bouw van de toren van Babel kon het niet erger geweest zijn. Uiteindelijk bracht de trein ons na urenlange vertraging in Ankara tegen half twaalf. Op een afstand van zestig tot zeventig kilometer had de trein elf uur en half nodig gehad. Men had die afstand op die tijd bijna als voetganger kunnen afleggen.

In Ankara kreeg ik te horen wat mijn nieuwe taken zouden zijn. Oorspronkelijk had men voorzien dat ik me bezig zou houden met het opstellen van artillerie in het station. Maar dan was men van mening veranderd en men had me in het spoorbataljon gezet die op dat moment bezig was met de herstelling van de brug nabij Beli-Köprü. Ik was tevreden en ook al was het niet mijn vak, het was tenminste iets nieuws. Maar het was wel weer duidelijk dat de Turkse legerleiding echt niet wist wat aan te vangen met buitenlandse officieren.

De opgave van ons spoorbataljon was om de brug van Beli-Köprü en omliggende sporen zo snel mogelijk te herstellen. Het was van levensbelang voor het leger om de spoorweg voor het begin van de winter terug open te stellen want de sneeuw die doorgaans rijkelijk valt, zou het autoverkeer langs de wegen bijzonder moeilijk maken. De Sakarya was hier vijf meter breed en snelstromend zodat het plaatsen van de steunpilaren van de nieuwe brug dagen in beslag nam. Bovendien was ook de veertig meter lange ijzeren brug over de Pursak tot ontploffing gebracht, samen met heel wat andere, kleinere spoorovergangen. De Grieken hadden van de vernieling duidelijk hun werk gemaakt.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

nieuwe politieke partijen zien het licht

Van 7 tot 10 november 1921 houden de Fasci Italiani di combattimento hun jaarlijks congres. Op 9 november 1921 acht Mussolini het moment daar om de paramilitaire groepen om te vormen tot een nieuwe politieke partij, de Partito Nazionale Fascista (PNF). Het symbool van deze partij zijn de bijlen met roedenbundel (fasces cum securi) , symbool van de rechterlijke macht uit de Romeinse oudheid. Binnen het jaar zullen de leden van deze nieuwe partij een mars op Rome houden en zo de macht voor hun leider (duce) afdwingen.

Enkele dagen later, op 14 november 1921, wordt de Partido Comunista de España (PCE) opgericht. Die nieuwe partij is een samengaan van 2 communistische partijen die hun krachten willen bundelen om zo meer politiek gewicht in de weegschaal te kunnen leggen. In 1936 zullen de Italiaanse fascisten en de Spaanse communisten met elkaar slaags raken tijdens de Spaanse burgeroorlog. En nog enkele jaren later, in 1941, zullen Italiaanse soldaten zij aan zij met de Duitse soldaten oprukken tegen de Sovjet-Unie als Hitler het land is binnengevallen om af te rekenen met de communistische aartsvijand. We zijn dan 20 jaar na de oprichting van de PNF, die de tweede wereldoorlog niet zal overleven.

bron

https://en.wikipedia.org/wiki/November_1921

Onbekende soldaat in Rome

Onbekende soldaat in Rome

In navolging van de Britten en Fransen in 1920 kiezen ook de Italianen een onbekende soldaat uit die begraven zal worden in Rome. Op 11 plaatsen waar er gevochten is, worden gesneuvelden, waarvan de identiteit niet bekend is, opgegraven. Op 28 oktober 1921 worden deze elf lijkkisten in de basiliek van Aquileia samengebracht. Maria Bergamas, moeder van de vermiste Antonio Bergamas, mag een keuze maken tussen deze elf lijkkisten. Antonio Bergamas, inwoner van Trieste (toen nog niet Italiaans) was in 1914 gedeserteerd uit het Oostenrijks-Hongaarse leger. Maar zodra Italië in 1915 de kant van de geallieerden gekozen had, had hij als vrijwilliger in het Italiaans leger dienst genomen. Hij sneuvelt op 18 juni 1916 en wordt begraven. Een bombardement van het kerkhof zorgt ervoor dat men hem achteraf niet meer kan identificeren.

Zodra Maria Bergamas een lijkkist heeft uitgekozen, wordt die apart bewaard. De tien overige lijkkisten worden op 4 november 1921 begraven op het kerkhof nabij de basiliek van Aquileia. De gekozen lijkkist wordt op een trein geladen die in Aquileia vertrekt op 29 oktober om 8 uur. Die dag loopt het traject via de volgende stations : Aquilei, Udine, Treviso, Mestre , Venezia Santa Lucia. In Venetië vertrekt de trein op 30 oktober en doet de volgende stations aan : Padova, Rovigo, Ferrara, Bologna Centrale, In Bologna vertrekt de trein op 31 oktober en passeert de volgende stations : Pracchia, Pistoia, Prato, Firenze Santa Maria Novella, Arezzo. In Arezzo vertrekt de trein op 1 november en gaat langs de volgende stations : Chiusi, Orvieto, Orte, Portonaccio. De laatste rit brengt de trein op 2 november van Portonaccio naar Roma Termini.

Op 2 november 1921 om 9 uur wordt de lijkkist van de onbekende soldaat opgehaald door de koning en generaals van het Italiaanse leger. De lijkkist wordt op een kanonaffuit geladen en naar de basiliek van Santa Maria degli Angeli gebracht. Daar bewaakt een erewacht de lijkkist tot de dag van de begrafenis.

Op 4 november 1921, derde verjaardag van de wapenstilstand tussen Italië en Oostenrijk-Hongarije, wordt de lijkkist van de onbekende soldaat op een affuit geladen voor de allerlaatste rit naar de “Altare della Patria” in het centrum van Rome.

De honderdste verjaardag van deze gebeurtenis wordt in Italië herdacht en aan het aantal tweets te zien met #MiliteIgnoto geven de Italianen hier heel wat aandacht aan.

bron
https://it.wikipedia.org/wiki/Milite_Ignoto_(Italia)

Staatsgreep in Hongarije

De laatste keizer van Oostenrijk-Hongarije, Karl I, probeert zijn koningstroon in Hongarije te heroveren. Vanaf de zomer van 1920 heeft hij zijn terugkeer voorbereid. Hij is overtuigd dat hij de steun van Frankrijk zal krijgen omdat hij voor stabiliteit in de regio kan zorgen. Maar de kleine Entente, het samenwerkingsverband tussen de staten Tsjechoslowakije, Joegoslavië en Roemenië , wil zijn terugkeer ten allen prijze verhinderen.

Een eerste staatsgreep vindt plaats op 24 maart 1921 wanneer Karl I onverwacht opduikt in Hongarije om de troon op te eisen. Op 25 maart probeert hij graaf Erdödy te overhalen zich bij hem aan te sluiten. De graaf weet hoe riskant het is, probeert Karl I te overtuigen van het gevaar maar zal hem dan toch begeleiden naar Boedapest. Daar heeft Karl op 27 maart een onderhoud met de huidige machthebber, admiraal Horthy. Horthy ziet de oorlogsdreiging met de kleine Entente al hangen als Karl I daadwerkelijk op de troon zou komen en hij weigert hem alle steun. De protesten uit binnen- en buitenland worden groter en op 5 april 1921 wordt Karl I uitgewezen en keert hij noodgedwongen naar zijn ballingsoord in Zwitserland terug.

Op 20 oktober 1921 volgt een tweede staatsgreep als Karl I en zijn echtgenote Zita van Zwitserland naar Hongarije reizen. Maar de verwachte koningsgezinde troepen zijn niet talrijk aanwezig want het telegram met de oproep tot mobilisatie is onderweg verloren gegaan. e doorreis naar Budapest wordt daardoor 24 uur uitgesteld. Op 21 oktober in de avond komt het koningspaar an in Boedapest. In allerijl wordt een noodregering samengesteld. De militaire steun blijft beperkt tot tweeduizend soldaten. Maar er wordt verder gewerkt aan de eedafname van trouw aan de koning bij allerlei regimenten. Op 23 oktober is er dan een triomfmars voorzien in Boedapest. admiraal Horthy, die niet meer zeker is van de trouw van de reguliere soldaten, heeft een paramilitaire groep van 300 studenten ingezet. Aan deze studenten is gezegd dat er een groep van Tsjechoslowaakse soldaten de grens is overgestoken om Boedapest in te nemen. In Kelenföld komt het tot een vuurgevecht tussen beide groepen waarbij er 19 doden vallen. Wat daarop volgt, is een reeks bevelen die mekaar tegenspreken waardoor de chaos nog toeneemt. In deze chaotische situatie beslist Karl I de staatsgreep te stoppen om verder bloedvergieten te vermijden. Karl en Zita worden gearresteerd en daarna het land uitgezet.

Op 19 november 1921 start de laatste ballingschap van Karl I op het Portugese eiland Madeira. In maart 1922 wordt hij verkouden en die verkoudheid leidt tot een longontsteking. Op 1 april 1922 sterft hij dan op de leeftijd van 34 jaar.

bronnen
https://ww1.habsburger.net/de/kapitel/putschversuche-ungarn
https://en.wikipedia.org/wiki/Charles_I_of_Austria#Attempts_to_reclaim_throne_of_Hungary

Karl I op 21 oktober 1921 in het station van Ödenburg

diplomatieke successen voor Mustafa Kemal

Na de slag aan de Sakarya zijn de Grieken op de terugtocht. Hun droom om de Turken onder leiding van Mustafa Kemal te verslaan voor Ankara is voorbij en de enige weg is terug. Door dit militaire succes slaagt Kemal erin om verdragen te sluiten.

Het eerste verdrag is het verdrag van Kars, ondertekend door Turkije en de Sovjet-Unie op 13 oktober 1921. De ondertekenaars van het verdrag zijn Kâzım Karabekir voor Turkije en Yakov Ganetsky voor de Sovjet-Unie. Door dit verdrag worden de grenzen tussen beide landen vastgelegd, meer bepaald de grenzen met de sovjet-republieken Armenië, Azerbeidzjan en Georgië. Doordat Turkije terrein wint door dit verdrag, wordt de grens met Iran langer, wat later nog zal leiden tot grensconflicten rond de kleine Ararat.

Een week later volgt het verdrag van Ankara, ondertekend op 20 oktober 1921. De ondertekenaars zijn Henri Franklin-Bouillon voor Frankrijk en Yusuf Kemal Bey voor Turkije. Hiermee eindigt de Franks-Turkse oorlog in Cilicië en wordt Cilicië definitief overgedragen aan Turkije. In ruil erkent Turkije het Franse mandaat over Syrië. Er komt een speciaal statuut voor de sanjak van Alexandretta. Het gebied is Syrisch, maar het Turks wordt er erkend als officiële taal. Bovendien wordt het graf van Suleyman Shah, de stichter van het Ottomaanse rijk, erkend als Turks grondgebied. Tijdens de Syrische burgeroorlog zal dit graf nog zorgen voor de nodige spanningen tussen Turkije en Islamitische Staat.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Kars
https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Ankara_(1921)
https://en.wikipedia.org/wiki/Tomb_of_Suleyman_Shah

bloedige nacht in Lissabon

In de vroege ochtend van 19 oktober 1921, vanaf 5 uur, verzamelen leden van de Republikeinse wacht en matrozen in de Terreiro do Paço, het grote plein van Lissabon nabij de zee. Daarna trekken ze naar de Avenida da Liberdade, een centrale boulevard in het centrum. Ze nemen posities in en stellen artillerie op in nhet Eduardo VII park. Als de zon opkomt, begint de artillerie te schieten, gesteund door schepen aan de monding van de Taag.

De regering van Antonio Granjo, aan de macht sinds 10 juli 1921, wordt gedwongen af te treden. De eerste minister Granjo geeft de macht van de regering terug aan president António José de Almeida. Maar als de nacht valt, is er nog geen nieuwe regering aangetreden. Een vrachtwagen met soldaten onder leiding van Abel Olímpio rijdt rond op zoek naar notabelen die ze uit de weg willen ruimen om de machtsoverdracht te vereenvoudigen. Het eerste slachtoffer is de eerste minister Granjo die pas is afgetreden. Hij wordt in zijn schuilplaats ontdekt en neergeschoten. Buiten Granjo zullen er nog vijf anderen sterven tijdens de bloedige nacht of noite sangrenta, zoals de Portugezen die later zullen noemen.

De staatsgreep levert geen stabiele regering op. Op 20 oktober wordt Manuel Maria Coelho eerste minister maar hij dient zijn ontslag al in op 3 november. De volgende regering houdt het vol tot 16 december. Daarna volgt een periode van politiek geweld en onrust tot de verkiezingen van 29 januari 1922.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Night_(Lisbon,_1921)

Waar is Hans Tröbst ?

Het laatste bericht van Hans Tröbst, Duitse officier in Turkse dienst, dateert alweer van 9 juli. Na een tactische terugtocht tot aan de Sakarya rivier, zijn de Turken erin geslaagd om de Grieken een halt toe te roepen. Van 23 augustus tot 13 september 1921 woedt de slag tussen Turken en Grieken aan de Sakarya rivier. Daarna is het Griekse leger op de terugtocht. Maar waar is Hans Tröbst gebleven ? We volgen hem aan de hand van enkele uittreksels uit zijn dagboek. Op 15 augustus 1921 heeft het bataljon van Hans Tröbst bevel gekregen om naar Ankara te marcheren. Daar vinden we Tröbst terug.

De Grieken waren weer in opmars vanuit Eskişehir. Rijkelijk vier weken had de Griek laten voorbijgaan voor hij terug besloot een nieuwe aanval te wagen. Een onschatbare tijdswinst voor de Turken die in deze periode soldaten mobiliseerde. Ik had de indruk dat de Griek weer op een gedisciplineerde en strijdlustige troepenmacht zou stoten. Toch zag men de komende gebeurtenissen met zorgen tegemoet. De officiersfamilies kregen het bevel de stad te verlaten en terzelfdertiojd werden voorbereidingen getroffen om het oorlogsministerie en de regering naar Kayseri in Cappadocië te verhuizen. Wij bleven tot 24 augustus in de stad tot we op 25 augustus het bevel kregen om naar Jokshahan aan de rivier Kizil Irmak te marcheren. We rekenden op drie dagen tot Jokshahan. Vanaf de tweede dag kreeg het landschap weer een bergachtig karakter. Jokshahan was met Akara verbonden door een weg die tijdens de Groote Oorlog geouwd werd en tot Erzurum had moeten leiden tot de gebeurtenissen de bouw stopzette. Hier had men alle materialen uit Kutachia, Eskişehir en Ankara verzameld om ze in karavanen naar Josgad en Kayzeri te transporteren. Ware bergen van munitie, machineonderdelen en levensmiddelen waren in een bonte verzameling opgestapeld. In de vroege namiddag braken we onder een tropische hitte weer op aan de vijftig meter brede, visrijke rivier Kisil Irmak. s’ Avonds kwam weer het bevel dat het bataljon terug naar Ankara zou moeten keren. Omdat we haast moesten maken, keerden we per trein terug en na dertien uren sporen waren we weer in Ankara.

Wat voor mij bijzonder onaangenaam was, was dat men me niet aan het front liet en als Etappist beschouwde ik mezelf als soldaat tweede klasse. (De Duitsers gebruikten de term Etappengebiet voor de streek onder militair bevel achter de frontlinies en het landsgedeelte onder burgerlijke overheid. Tijdens de Groote Oorlog was Gent hoofdstad van het Etappengebiet in België). Ik besloot een laatste poging te wagen en me tot generaal Refet Pasha te wenden. Alsof het lot mijn gedachten kon lezen, kreeg ik bij aankomst in Ankara het bevel om ’s anderendaags om twee uur bij het kabinet van de oorlogsminister te verschijnen. ’s Anderendaags zag ik mijn bataljon vertrekken om stellingen te bowuen op zeventig kilometer ten zuidwesten van Ankara. Enkel één compagnie bleef achter in de stad. Om 2 uur stapte ik in de werkkamer van de generaal. Met bijzondere vriendelijkheid beloofde hij me van alles en hij smeekte me om nog enkele dagen in Ankara te blijven.

De slag aan de Sakarya duurde al twaalf dagen en ik had weinig hoop om daar nog iets van te beleven. De Turk vocht tegen een driemaal talrijkere vijand die de modernste militaire materialen had die hij van zijn Engelse vrienden had gekregen. Het was stil in de stad. De meeste families hadden Ankara al verlaten. Ikzelf lag met een zware malaria-aanval in bed. Zodra ik weer op de been was, kreeg ik de melding dat ik zo snel mogelijk naar mijn bataljon moest gaan om een commando over te nemen. Op 12 september 1921 vertrokken we. Het bataljon zou in het dorp Karagedik nieuwe stellingen moeten bouwen. Want de vijand had zijn omsingelingspogingen nog niet opgegeven, en de nieuwe linie zou de Griekse opmars tot staan moeten brengen.

bron : Hans Tröbst – Mit den Kemalisten Kreuz und Quer durch Anatolien – (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

aanval op Otto Ballerstedt

Nu Hitler de nieuwe voorzitter is geworden van de NSDAP (lees meer daarover in dit bericht) , zet hij zijn propaganda op dezelfde manier voort als voorheen. De aanhoudende spanningen tussen Beieren en het Reich komen hem daarbij goed van pas. Nadat minister Matthias Erzberger van Financiën op 26 augustus 1921 is vermoord (meer info in dit bericht) , roept president Friedrich Ebert de noodtoestand uit. In strijd met de grondwet weigert Gustav von Kahr, minister-president van Beieren, te erkennen dat die ook in Beieren van kracht is. Zo blijft de sfeer onverminderd explosief. Materiële onvrede draagt het nodige aan de stemming bij. Met de devaluatie van de mark stijgen de prijzen. Voedselproducten zijn in 1921 bijna acht keer zo duur als vlak na de oorlog.

Om publicitaire redenen voert Hitler de provocaties aan het adres van zijn politieke vijanden en de autoriteiten verder op. Op 14 september 1921 verstoort hij de orde op een bijeenkomst in de Löwenbräukeller, waar één van zijn aartsvijanden, de voorzitter van de separatistische Bayernbund, Otto Ballerstedt, het woord zal voeren. Een groepje volgelingen van Hitler is vroeg gekomen om de zitplaatsen rond het podium te bezetten. Hitlers aankomst in de stampvolle zaal is het signaal om onder de kreet “Hitler, Hitler” het podium te bestormen. Iemand doet het licht uit in de hoop dat er dan niet gevochten zal worden. Maar dat maakt de chaos alleen maar erger. Als de lichten weer aangaan, blijken Ballerstedt en een partijgenoot gemolesteerd en gewond te zijn. De inmiddels gewaarschuwde politie moet naar het schijnt Hitlers hulp inroepen om zijn mannen tot bedaren te brengen. Dat doet hij graag. Hij heeft zijn doel bereikt. “Ballerstedt zal vandaag niet meer spreken.”, zo verklaart hij.

De zaak is daarmee niet afgefdaan. Ballerstedt dient een klacht tegen Hitler in. De rechter veroordeelt hem wegens verstoring van de openbare orde tot drie maanden cel, waarvan twee maanden voorwaardelijk, afhankelijk van goed gedrag. Zelfs zijn machtige vrienden kunnen niet voorkomen dat Hitler die ene maand moiet zitten. Tussen 24 juni en 27 juli 1922 zit hij in de Stadelheim-gevangenis in München. Hitler rekent later nog met Otto Ballerstedt af. Tijdens de nacht van de lange messen eind juni begin juli 1934 is Ballerstedt één van de duizenden slachtoffers van deze dagenlange moordpartijen.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/September_1921

Ian Kershaw, Hitler – hoogmoed 1889-1936, Het Spectrum, p. 242

Otto Ballerstedt

politieke moord in het Zwarte Woud

Het lagere aan de Rijn gelegen deel van het Renchdal wordt omzoomd door hellingen met wijngaarden en boomgaarden. Verderop in het dal gaan ze over in dichte bossen, afgelegen zijdalen en de bergketens van het middendeel van het Zwarte Woud. Vanuit het kuuroord Bad Griesbach loopt een wandelweg met nauwe bochten door een dicht woud naar de Alexanderschans op de Kniebis, een langgerekte bergrug.

Op 26 augustus 1921, na de vroegmis, maakt Matthias Erzberger zich op voor een wandeltocht met zijn partijgenoot Carl Diez, waarbij hij zijn vrouw en dochter niet meeneemt. Het is de laatste dag van de vakantie. Na het zomerreces van het parlement wil hij uit zijn politieke ballingschap terugkeren naar de bedrijvigheid van de hoofdstad van het rijk. Enkele dagen daarvoor heeft hij in Berlijn persoonlijk te horen gekregen dat de rechtszaak tegen hem wegens belastingontduiking is geseponeerd.

Met Diez, zijn vriend uit de partij, is er een en ander te bespreken voor de komende dagen. Diep in gesprek verwikkeld laten de wandelaars op de oplopende Kniebisstrasse de huizen van Bad Griesbach achter zich. Die nacht heeft het hard geregend en het druppelt nog altijd waardoor ze onderweg bijna niemand tegenkomen. Na de derde haarspeldbocht, die tussen hoge dennenbomen ligt, worden ze ingehaald door twee jonge mannen, van wie er één een landkaart bij zich heeft. Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen hebben zich voorgenomen deze keer un opdracht wel uit te voeren en de omstandigheden lijken gunstig. Toch missen ze ook deze kans om in actie te komen. Erzberger en Diez, die achterop zijn geraakt, lopen nog maar een bocht verder tot een boswachtershut en gaan dan terug naar Griesbach. Dat is tegen elf uur ’s ochtends.

Opeens begrijpen Tillessen en Schulz dat de tijd hun door de vingers glipt. Haastig gaan ze de anderen achterna tot ze hen in de tweede haarspeldbocht inhalen. Als ze even blijven staan, verdwijnen de remmingen bij Heinrich Tillesen. “Omdat ik het gevoel had dat het de hoogste tijd was dat we iets deden, trok ik mijn pistool en sprong naar voren”, zal hij later verklaren. Erzberger staat een meter of twee, drie voor Tillessen als die meerdere schoten achter elkaar rechtstreeks van ooghoogte op hem afvuurt. “Schiet, schiet dan toch,” hoort Schulz zijn kameraad roepen, “anders zou het allemaal voor niets zijn.”. En dan richt hij op Carl Diez, die door de druk van het schot omver valt. Erzberger sleept zich ondertussen naar het struikgewas aan de rand van de weg en glijdt op zijn buik van de helling omlaag naar het dal. Ze blijven schoten op hem afvuren. Schulz springt van het talud, daarbeneden ligt Erzberger, neergevallen aan de voet van een den. Schulz buigt zich over hem en schiet twee keer op zijn hoofd. Daarna klimt hij het talud weer op. Tillessen staat daar nog. Diez ligt gewond op de weg.

Ze hebben een vluchtplan nodig. Ze willen zich dwars door de velden een weg banen naar Oppenau. Hun revolver verstoppen ze ergens in een bosje. Enkele uren later komen ze aan in het pension, doornat en doodop. ’s Middags bij de koffie horen ze van de waardin dat enkele uren eerder, maar één dorp verderop, de bekende politicus Matthias Erzberger is vermoord.

Schulz en Tillessen gaan terug naar München waar ze verslag uitbrengen bij hun meerdere Manfred von Killinger. Als in de pers de eerste uitkomsten van het onderzoek verschijnen, beveelt hij hun de wijk te nemen naar Oostenrijk, en later naar Hongarije. Het netwerk van Organisation Consul dat connecties heeft met bevriende rechtsten en nationalisten werkt soepel. Ze krijgen telkens op het juiste moment aanwijzingen en financiële middelen. De Münchense hoofdcommissaris van politie Pöhner zorgt voor de reispapieren.

Hun opdrachtgevers in München hadden de politieke moord op de volksverrader vanuit de schaduw van de anonimiteit willen uitvoeren, zonder sporen na te laten. Maar anders dan de bedoeling is, zal Organisation Consul door de moord op Matthias Erzberger in het hele Duitse Rijk bekend worden. Twee weken na Erzbergers dood vaardigt het Openbaar Ministerie van Offenburg een arrestatiebevel uit tegen Heinrich Schulz en Heinrich Tillessen.

bron : Florian Huber, de wraak van de verliezers, Hollands Diep

slag aan de Sakarya

Tijdens de slag rond Kütahya-Eskisehir (lees meer daarover in dit bericht) zijn de Grieken in juli 1921 erin geslaagd om de Turkse defensielijnen te doorbreken. De Turken hebben zich teruggetrokken tot aan de rivier Sakarya. Daar hebben ze nieuwe defensies opgericht. Voor beide partijen is de volgende veldslag cruciaal. Verliezen de Turken, dan ligt hun hoofdstad Ankara binnen Grieks handbereik. Maar winnen de Turken, dan ziet het er voor de Grieken zeer benard uit. Ze staan dan als verliezer in vijandig gebied aan het einde van zeer uitgerekte bevoorradingslijnen. Na de inname van Eskisehir zijn de Grieken dan ook niet zeker wat ze het beste doen : hun posities consolideren, of een laatste poging wagen om de vijand definitief uit te schakelen ?

Op 10 augustus 1921 zet het Griekese leger zich in beweging. Ze rukken op richting Ankara en naderen de Sakarya waarachter de Turken zich hebben ingegraven. Ze marcheren negen dagen vooraleer ze contact maken met de Turkse soldaten. Op 23 augustus 1921 zijn er de eerste gevechten aan de rivier Gök met de Turkse voorposten. Op 26 augustus vallen de Grieken over de ganse lijn aan en ze steken de Gök over. Op 2 september veroveren de Grieken de strategische berg Chal. Hun poging om de linkerflank van de Turken op te rollen mislukt en daarna is het een inbeuken op de Turkse defensie. Door deze krachtsinspanning geraken sommige Griekse eenheden tot op 50 kilometer van Ankara. Maar verder geraken ze niet.

Dagenlang krijgen de Grieken geen versterking noch munitie. De Turkse cavalerie bestookt de Griekse aanvoerlijnen zeer deskundig. De Turken van hun kant kunnen wel voortdurend munitie en verse soldaten aanvoeren naar de meest bedreigde posities. Enkele dagen lijkt de strijd te luwen. Beide legers zijn stilaan uitgeput. In die rustige dagen slaagt een Turkse patrouille er bijna in om de Griekse koning Constantijn I gevangen te nemen.

Mustafa Kemal neemt op 8 september 1921 de leiding van een aanval op de berg Chal. De Grieken houden stand maar de Turken behalen toch een kleine militaire overwinning. De morele overwinning is echter vele malen groter. De Grieken vrezen dat dit de voorbode kan zijn van een definitieve doorbraak en met de herfst voor de deur verkiezen ze zich terug te trekken tot hun uitgangsposities in Eskisehir. Op 14 september 1921 beginnen ze aan hun terugtocht.

De Turkse overwinning aan de Sakarya zal de beslissende overwinning blijken in de maanden die komen. Mustafa Kemal wordt in Ankara gehuldigd als volksheld en krijgt de titel van veldmaarschalk. In oktober 1921 volgt er nog een verdrag met de Russen (verdrag van Kars) en een verdrag met de Fransen (verdrag van Ankara). Zo versterkt Mustafa Kemal de posities van de Turken door vrede te sluiten met een aantal voormalige vijanden.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_the_Sakarya