Op het Duitse vliegveld van Gontrode (Melle) verongelukken op 12 augustus 1917 meerdere toestellen van het type Gotha, een zware Duitse bommenwerper. Minstens één toestel stort neer nadat het onderweg geraakt is. Minstens één andere Gotha crasht nadat het bij de landing gehinderd wordt door een vliegtuig dat op dat ogenblik zonder brandstof valt.
Vooraleer vliegtuigen hun taak in de oorlog overnemen, wordt het vliegtuig van Gontrode al gebruikt door Zeppelins. Omwille van de zware bommenwerpers die vandaaruit Groot-Brittannië aanvallen, krijgt dit vliegveld de bijnaam “vondst van de duivel”.
Slechts vier dagen voor hij sneuvelt, schrijft student Gerhard Gürtler op 11 augustus 1917, een brief naar huis. Hij heeft het daarin over de felle gevechten van de derde slag om Ieper.
De mannen in de frontlinie horen uur na uur en nacht na nacht niets anders dan het trommelvuur, het gekreun van gewonde vrienden, het geschreeuw van gevallen paarden en het wilde bonken van hun eigen hart.
Zelfs in de korte rustpauzes spoken in de vreemde stilte de herinneringen van grenzeloos lijden door hun doodvermoeide hersenen. Er is geen ontsnappen aan, er rest hun alleen afschuwelijke herinneringen en wachten op wat komen gaat.
Ik heb geen foto van Gerhard Gürtler gevonden. Bij bovenstaande brief heb ik gekozen voor het centrale paneel van de triptiek “der Krieg” van Otto Dix, die zelf ook aan het front is geweest tijdens de grote oorlog.
Grote, langdurige veldslagen worden regelmatig in kleinere veldslagen opgesplitst, niet alleen door de latere historici om hun gemak, maar ook omdat er in feite diverse lokale gevechten zijn. De derde slag bij Ieper wordt bijvoorbeeld onderverdeeld in veldslagen bij Frezenberg, Geluveld, Pilkem, Langemark, de Meenseweg, het Polygoonbos, Poelkapelle, Passendale.
Op 10 augustus 1917 tijdens de slag om Geluveld, beginnen Britse troepen een aanval tegen de hoogten rond Geluveld, die strategisch goed gelegen zijn. Vanaf die hoogten kunnen de Duitsers vooral de rechterflank van de Britten zwaar onder vuur nemen. De aanval mislukt en enkele dagen later verplaatsen de gevechten zich naar Langemark.
Aalmoezenier De Weyels, een benedictijn, zit op 8 augustus 1917 midden in een beschieting.
Weer krijgen we een hevige beschieting van tweede- en derdelijnsloopgraven. In Sint-Jacobs-Kapelle valt een granaat op een schuilplaats van onze derde compagnie. Daarbij wordt soldaat Dalle uit Lombardsijde op slag gedood en soldaat Minne van hetzelfde dorp raakt dodelijk gewond en sterft twee uur later.
Aflossing door de grenadiers en geen beschietingen vannacht. We worden ingekwartierd in Gijverinkhove. In de herberg Het Rozendael vind ik logies.
Dit bericht is iets langer dan 100 jaar na de feiten gepubliceerd. Maar door de film “Lawrence of Arabia” is de val van Aqaba wel grandioos weergegeven. Het filmfragment staat hieronder.
In werkelijkheid ging het er iets anders aan toe. De Britten hebben een officier T.E. Lawrence naar het Arabische schiereiland gestuurd. Hij kent de streek al van voor de oorlog en spreekt vloeiend Arabisch. Zijn opdracht bestaat erin om de Arabische opstandelingen onder leiding van emir Faisal I te ondersteunen meet raad.
Omdat er al Britse troepen zijn in Palestina, is een aanval op de haven van Aqaba (in huidig Jordanië) nuttig, omdat ze zo de Ottomanen van een haven nabij Gaza ontnemen en via de haven de Arabische opstandelingen van wapens kunnen voorzien. Een eerdere poging van de Britten in 1916 om te landen in de haven was al mislukt. Dus probeert Lawrence de haven aan te vallen via de Nefoed woestijn, ook al wordt die als ondoordringbaar beschouwt door de meeste nomaden.
De slag om Aqaba wordt voorafgegaan door een gevecht tussen Arabieren en Ottomaanse soldaten in een kampplaats in Abu al Lasan, halfweg tussen Aqaba en de stad Ma’an. Na een eerste bezetting van de kampplaats, worden de Arabieren terug verdreven. Bij hun tweede poging slagen ze er op 2 juli 1917 wel in de kampplaats definitief te veroveren.
Daarna trekt de groep Arabieren, ondertussen uitgegroeid tot een leger van 5000 Man naar Aqaba. Gesteund door het bombardement door Britse schepen slagen ze erin de havan van Aqaba op de Ottomaanse troepen te veroveren. In de film wordt het iets anders weergegeven.
n de nacht van 4 op 5 augustus 1917 is er fel gevochten om de Kantijnebossen, ergens in de richting van Zillebeke. Onderpastoor Van Walleghem hoort met bijzonder veel lof spreken over een Ierse kolonel die bij zijn troepen de onkwetsbare wordt genoemd. De auteur heeft het over “kolonel Morhy” maar het zou ook Murphy kunnen zijn.
Voor de aanvallen en te midden van de gruwelijkste bombardementen staat deze Morhy samen met een sergeant-majoor boven op de borstwering, al pijprokend zijn orders te schrijven, want in het helse lawaai kon men elkaar toch niet horen. Daarna trok hij ten aanval en was de enige officier van zijn bataljon die terugkeerde.
Een andere keer zat hij te observeren in een boom. Hij werd opgemerkt door de Duitsers, die hem tevergeefs beschoten. Dan schoten ze met shrapnels naar hem : de tak waarop hij zat, brak af en Morhy viel op de grond. Kalm veegde hij de aarde van zijn kleding en vertrok op zijn gemakt.
Het werk van een verklikker leidt ertoe dat Hendrik Jozef Jespers op 4 augustus 1917 aangehouden wordt door de Duitsers. De man, geboren in Zoersel, is scheepsbevrachter in Antwerpen.
Op 16 april 1918 volgt zijn terechtstelling in Fort V in Edegem. Hij rust nu op het Schoonselhof, vlak bij het monument ter ere van de gefusilleerde Belgische soldaten.
De Duitsers hebben soms een vreemde manier om te laten weten of een terechtstelling gehandhaafd blijft of een gratieverzoek is ingewilligd. Op de avond voor de terechtstelling wordt een flink aantal terdoodveroordeelden vanuit hun cel naar de gevangeniskoer gebracht. Zij ontvangen gratie, terwijl zij die in de cellen moeten blijven, ’s anderendaags de kogel krijgen.
De eerste oorlogsjaren is het relatief veilig in Wulpen in onbezet gebied. Het Belgische leger vormt de dorpsschool om tot noodhospitaal en de nonnetjes van de school steken ook hier de handen uit de mouwen. Ze horen tot de orde van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Bunderen.
Vanaf 1917 nemen de bombardementen toe in aantal en in hevigheid. Veel dorpelingen nemen de wijk naar Frankrijk en op 3 augustus 1917 volgen ook de zusters hen. Samen met zeventig kinderen krijgen ze een plek in de schoolkolonie van Le Vesinet, een paar tientallen kilometers buiten Parijs. Samen met andere kinderen uit onbezet gebied vormen ze daar de Colonie des Enfants de l’Yser.
Een steeds terugkerend feit in de eerste wereldoorlog is het miserabele weer ook in de zomer. Soldaat Duncan Ferguson kan ervan meespreken terwijl ze bij Ieper de voormalige Duitse stellingen van Hilltop Ridge bezetten op 2 augustus 1917.
Het regent bijzonder hard, de modder is vreselijk en de twee dagen die het bataljon doorbrengt in de linie zijn zowat de ergste ooit.
Diezelfde dag moet zijn bataljon door open veld en onder hevig Duits geschut naar Kitchener’s wood. Daar aangekomen blijft het Duitse vuren aanhouden, dag en nacht, en moeten de Britten meerdere Duitse tegenaanvallen afslaan.
Priester Van Walleghem heeft medelijden met de Engelsen aan het front in de buurt en noteert op 1 augustus 1917 het volgende :
Aanhoudende regen de hele dag. Wat een tegenslag voor het offensief van de bondgenoten. Zelden in mijn leven vind ik het slechte weer zo jammer als nu. Bovendien is het ook erg afgekoeld.
Wat moeten de Engelsen afzien in hun nieuwe posities zonder loopgraven en gedwongen te schuilen in obusputten halfvol water en dat onder de plassende regen. Ze zijn naar het gevecht getrokken in hun zomerkostuumpje in korte broek en zonder regenjas.