Belgische opstand in het interneringskamp in Zeist

Nicolaas Bosboom, Nederlands minister van oorlog

Nicolaas Bosboom, Nederlands minister van oorlog

Voor de Belgische officieren die naar Nederland vluchtten was er geen huisvestingsprobleem, zij mochten in gewone pensions wonen. De soldaten echter waren ondergebracht in interneringskampen, waar de leefomstandigheden slecht waren. Ze kwamen terecht in door prikkeldraad omgeven kampen, zoals dat van Zeist, in onverwarmde barakken, met veel ratten soms.
Op 2 december 1914 breekt er een opstand uit in het interneringskamp in Zeist : de Belgische soldaten pikken de erbarmelijke leefomstandigheden niet langer. Bij de gevechten vallen 8 doden en 18 gewonden. Nederland is geschokt en de verantwoordelijke minister van oorlog, Nicolaas Bosboom, mag weliswaar aanblijven, maar moet de kampen herinrichten en het leven erin menselijker maken (bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds).

De Nederlanders zijn zelf dit oorlogsverleden ook nog niet vergeten. Deze TV-reportage geeft een goed beeld van het leven in het kamp van Zeist en hoe het kon leiden tot de opstand van 2 december 1914.

De Oostenrijkers nemen Belgrado in

Op 2 december 1914 neemt het Oostenrijkse leger Belgrado in. Het Servische leger was zich al een tijdje aan het terugtrekken sinds november. En vandaag kan generaal Oscar Potiorek aan het hoofd van het Oostenrijkse leger de keizer melden dat de dood van de aartshertog gewroken is. Hij kan daarmee een schandvlek van zijn blazien halen want Oscar Potiorek was verantwoordelijk geweest voor de veiligheidsmaatregelen die het bezoek van de aartshertog in Sarajevo tot een goed einde hadden moeten brengen. Het Servische leger is nu gebroken. Dat denken de Oostenrijkers toch. En daarmee maken ze een grote misrekening. De Serviërs hebben zich met opzet terug getrokken om een beter strijdtoneel op te zoeken. Op 15 december 1914 zullen de Serviërs Belgrado opnieuw innemen en zal het Oostenrijks leger op de vlucht zijn. Maar vandaag 100 jaar geleden triomfeert dat Oostenrijkse leger nog…

Oostenrijkse intocht in Belgrado op 2 december 1914

Oostenrijkse intocht in Belgrado op 2 december 1914

Von Bissing wordt gouverneur-generaal van België

MoritzVonBIssingMoritz von Bissing heeft er al een behoorlijke militaire carrière op zitten wanneer hij op 27 november 1914 zijn benoeming krijgt tot gouverneur-generaal van België. Hij beschikt in die functie over uitgebreide bevoegdheden en is alleen verantwoording verschuldigd aan de Duitse keizer. Hij is rotsvast overtuigd van een Duitse overwinning en richt zich dan ook volledig op een duurzame Duitse heerschappij over België.

Von Bissing wil ook de Vlamingen op zijn hand krijgen en zijn Flamenpolitik zal leiden tot de vernederlandsing van de universiteit van Gent. In 1917 overlijdt von Bissing.

Het gouvernement-generaal omvat niet het ganse bezette deel van België. Tussen het front (operatiegebied) is er nog een zogenaamde etappengebied waar de rechten van burgers al een pak minder waren dan in het gouvernement-generaal. De keizerlijke marine had daarnaast nog een marinegebied. De rest van het bezette België viel onder von Bissing.

bronnen :

Oorlogskalender 2014-2018 , Davidsfonds

http://nl.wikipedia.org/wiki/Moritz_von_Bissing

http://buck.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/458/406/RUG01-001458406_2011_0001_AC.pdf

IndelingBezetBelgie

Odon ontmoet zijn neef Cyriel tijdens de repos in Alveringem

Odon Van Pevenaege schrijft in zijn dagboek over de laatste dagen van november het volgende :

Na twee dagen zonder enige actie, gingen we de Fransen aflossen. Zij lagen juist voor Diksmuide. Het was het 93e Régiment Territorial dat mijn bataljon moest vervangen. Ze maakten de rechterkant van de sector uit. Er werd ons gezegd dat we 2 dagen tranchée en dan 4 dagen repos zouden hebben. Zo ging het ook. Na 2 dagen werden we afgelost door de karabiniers. Aangezien er 3 regimenten in een divisie zijn, hadden we 2 dagen tranchée en 4 dagen repos. Maar de mannen vroegen om 3 dagen tranchée en 6 dagen repos te doen. Onze generaal stemde daarmee in. Zo moesten we minder over en weer lopen. Mijn werk in de tranchée was erg gemakkelijk. Ik was délégué bij mijn pelotonchef. Die 2 dagen waren snel voorbij en we waren weinig gebombardeerd geweest.

Tijdens onze 4 dagen repos in Alveringem kregen we versterking van enkele oude soldaten die uit de forten van Antwerpen overgekomen waren naar Frankrijk. Bij die mannen bevond zich mijn neef Cyriel Van Pevenaege, maar omdat we elkaar al lang niet meer gezien hadden, herkende ik hem niet. Maar hij herkende mij wel. Zo waren die 4 dagen snel voorbij.

Cyriel Van Pevenaege (links op de foto)

Cyriel Van Pevenaege (links op de foto)

Cyriel Van Pevenaege was de neef van Odon. Tijdens hun jeugd hebben ze elkaar veel gezien, maar tijdens hun jeugdjaren minder. Zo komt het dat Odon Cyriel niet had herkend, maar andersom dus wel. Cyriel overleefde de oorlog, en het was hij die in 1918 het dagboek, de foto’s, de paternoster en het naamplaatje van Odon mee naar huis bracht.

bron : Odon, oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, door Ivan Adriaenssens, uitgeverij Lannoo.

De Serviërs trekken zich terug naar Belgrado

Op 19 november 1914 moeten de Serviërs Valjevo prijsgeven aan de Oostenrijkers. Ze trekken zich verder terug naar Belgrado. Einde november 1914 zijn de Oostenrijkers ervan overtuigd dat de weerstand van de Serviërs gebroken is. Maar het Servische leger is bijzonder taai. Begin december zullen ze nog terugslaan en het verloren grondgebied heroveren. Zo ver is het 100 jaar geleden nog niet : dan denkt het Oostenrijks-Hongaars leger de eindzege in Servië binnen handbereik te hebben. Voor het einde van het jaar zal de slag bij de Kolubararivier echter een einde maken aan die hoop.

Oostenrijkse soldaten nemen Servische kanonnen in beslag

Oostenrijkse soldaten nemen Servische kanonnen in beslag

Raoul Snoeck ziet de eerste sneeuw

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek.

20 november 1914 : De Ijzervallei is nog verder onder water gezet ten zuiden van Diksmuide. De Duitsers hebben zich volledig teruggetrokken op de rechteroever. Na een maand van onophoudelijke inspanningen zijn hun doorbraakpogingen volledig verijdeld. Het is barslecht weer. De sneeuw valt met grote vlokken.

22 november 1914 : Het vriest min vier tot min zeven. De kou hindert de krijgsverrichtingen. De Duitsers bestoken Ieper. Wat zal er overblijven van de architecturale schoonheid van ons land ?

24 november 1914 : Het houdt op met vriezen en herbegint met regenen. Velden en weiden worden ongeschikt voor militaire operaties. De situatie aan de Ijzer blijft onveranderd. Naar verluidt bombardeert de Engelse vloot furieus Zeebrugge om er de werven te vernietingen waar de Duitsers hun onderzeeërs klaarmaken.

Raoul Snoeck staat in het midden.

Raoul Snoeck staat in het midden.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Odon gaat na zijn rustperiode terug naar de eerste linie

Odon Van Pevenaege noteert op 15 november 1914 een aantal gebeurtenissen die duidelijk over een aantal dagen gespreid zijn. (bron : “Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat”, Ivan Adriaenssens, uitgeverij Lannoo)

Na die twee weken (rust) keerden we terug naar Fortem. Hier verbleef onze compagnie vlak bij de kerk van Oeren. De hele nacht regende het zonder ophouden. ’s Anderendaags gingen we verder in de richting van Lampernisse. We werden ernaartoe geleid langs kleine binnenwegen. Toen we in deze parochie arriveerden, kregen we repos in een stuk bietenveld, tot verdere orders zouden volgen. Het weer was niet goed en er dreigde voortdurend regen. Rond 16u kwam dan het bevel om voorwaarts te gaan. We gingen weer in de richting van Oostkerke. Achter het dorpsplein gekomen volgden we de spoorweg naar Diksmuide. Zo gingen we tot aan het gehucht Oude Bareel, baan Diksmuide-Oudekapelle en Diksmuide-Pervijze, dat wil zeggen de Drijstraat. Hier gekomen nam mijn bataljon de weg van Oudekapelle en na enkele honderden meters draaidenb we het veld in, richting Diksmuide. Het was een aardeweg, die ons door het vlakke land leidde. Het was er zo vuil dat er veel makkers hun schoenen verloren. Ik moest mijn geweer gebruiken als wandelstok. Desondanks viel ik in een gracht vol water. Het weer was ook al niet goed. Men zei dat we hier maar tweehonderd meter van de eerste linie waren en dat we ons tijdens de dag moesten schuilhouden. Als de vijand ons zag, zouden ze beginnen bombarderen. (…)
Na te hebben gegeten deed ik mijn natte schoenen uit om van sokken te veranderen en zonder veel gerucht te maken vertelden we elkaar onze belevenissen. Het duurde niet lang voor we sliepen. Toen ik ontwaakte, was het al licht. Ik ging door een kier van de deur loeren om het terrein te bekijken zonder zelf gezien te worden. De Fransen die op de eerste linie zaten, waren tranchees aan het graven.

Soldaten graven loopgraven - uit het boek "Odon"

Soldaten graven loopgraven – uit het boek “Odon”

de slag om Lodz

Russen en Duitsers in de slag om LodzHalf november 1914 is het oorlogsgeweld aan het westfront bijna tot een stilstand gekomen. Het Ijzerfront is zo goed als stabiel. De eerste slag om Ieper is in feite al gedaan, enkele kleinere schermutselingen niet te na gesproken. Maar aan het oostfront wordt er nog hevig slag geleverd. En die slag komt er in feite doordat Duitsers en Oostenrijkers aan de ene kant en de Russen aan de andere kant mekaars plannen doorkruisen. De Duitsers en Oostenrijkers willen oprukken naar Warschau (Russische deel van Polen). De Russen willen Silezië binnenvallen. Het is in die context dat de slag om Lodz plaats vindt. De slag duurt van 11 november tot 6 december 1914.

slag om Lodz 1914

slag om Lodz 1914

Offer 1914 – de Hauptverbandplatz in Sedan

Offer1914 is de tocht en documentaire van Hugo Luijten en Ruud Snijders. In deze aflevering wordt een beeld geschetst van een zogenaamde Hauptverbandplatz in Sedan. Meer informatie vind je ook op de facebook pagina van Offer 1914.
Deze aflevering is voorzien van scènes uit films. Ook de andere afleveringen zijn aan te bevelen !

Afgedreven zeemijn doodt 9 mannen in Westkapelle – Nederland

Nederland is de ganse oorlog neutraal gebleven. Daarmee is het land heel wat oorlogsellende gespaard gebleven. Maar toch is Nederland niet gespaard gebleven van alle ongemakken die de oorlog met zich meebracht. Denk maar aan de talloze Belgische vluchtelingen die door Nederland zijn opgevangen, naast soldaten van diverse nationaliteiten die de grens zijn overgevlucht en daar ontwapend tot het einde van de oorlog in kampen hebben verbleven.
Maar af en toe doodt de oorlog ook in Nederland. Dat is het geval wanneer op 16 november 1914 een afgedreven zeemijn ontploft aan de dijk in Westkapelle. In totaal waren er drie zeemijnen aangespoeld in Westkapelle en de eerste 2 zeemijnen waren onschadelijk gemaakt. Bij de derde zeemijn loopt het mis en de knal is tot in Walcheren te horen. De ontploffing doodt 9 jonge mannen, onder hen een kapitein, twee luitenants-ter-zee en een polderopzichter. Dit voorval schokt gans Nederland tot in de hoogste kringen : de koningin betuigt haar medeleven, in het parlement wordt gedebatteerd over hoe dit kon gebeuren. De begrafenis van de 9 mannen heeft plaats op vrijdag 20 november 1914. Veel Marine- en Landweermannen liepen mee in de omgang van de dijk naar de vuurtoren. Daar krijgen de overledenen een gezamenlijk graf.
Tijdens de oorlogsjaren zullen meer dan 6.000 zeemijnen aanspoelen op de Nederlandse kust.

Begrafenis te Westkapelle op 20 november 1914

Begrafenis te Westkapelle op 20 november 1914

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

http://www.joostbruinsma.nl/westkapelle1914/