Zware zeppelinaanval op Farringdon Road London

Een aanval van een Duits luchtschip op Londen op 8 september 1915 vernietigt het gebouw dat staat op Farringdon Road nr 61. De Britten laten zich daardoor niet uit het lood slaan : in 1917 komt er een nieuw gebouw op dezelfde plaats. Uitdagend, maar ook met een blik op het verleden  krijgt het de naam Zeppelin building. Een herdenkingsplaat herinnert aan de verwoesting uit 1915.

Deze aanval, uitgevoerd door de L-13, was de meest succesrijke zeppelinaanval van de jaren 1915 en 1916. In financiële schade uitgedrukt veroorzaakte die ene aanval meer onkosten dan alle andere van 1915 samen.

Een klein onderdeel van het oorspronkelijke gebouw bleef bewaard, de steen toont nog de oorspronkelijke bouwdatum : 1887.

Zeppelin Building te Farringdon Road, London

Zeppelin Building te Farringdon Road, London

Britse vrouwen eisen recht op werk

In juli 1915 is Groot-Brittanie al bijna een jaar oorlog aan het voeren. De verliescijfers van het leger zijn hoog en een aantal mislukte offensieven leidde tot kritische artikels in de pers. In mei 1915 publiceert de Daily Mail een artikel onder de titel ‘The Shell Scandal: Lord Kitchener’s Tragic Blunder’. De ‘shell scandal’ verwijst naar het feit dat minister van oorlog Lord Kitchener zijn leger onvoldoende artilleriegranaten kon geven om de offensieven met succes te kunnen steunen. Deze granaatcrisis kon moeilijk worden opgelost nu zoveel mannen hun plaats in de fabrieken hadden ingeruild voor een plaats in de loopgraven.

Daarom komt er een nieuwe minister voor munitie David Lloyd George. Samen met de suffragette Emmeline Pankhurst organiseert hij een mars voor vrouwen waarin zij recht op werk opeisen. Deze mars gaat door op 17 juli 1915 onder een typische druilerige zomerregen in Londen. Ondanks het slechte weer komen er heel wat vrouwen naar de mars om duidelijke te maken dat zij net als de mannen hun steentje willen bijdragen tot deze oorlog. In de volgende maanden zullen vrouwen inderdaad meer en meer de werkplaatsen innemen in de fabrieken die de mannen hebben verlaten om naar het front te gaan.

GB_19150717

bron

http://www.phm.org.uk/our-collection/object-of-the-month/object-of-the-month-october-2014/

Zeppelins bombarderen Londen

De ballonvaart is decennia ouder dan de luchtvaart bij het begin van de Groote Oorlog; bij het beleg van Parijs in 1870 worden er al ballonnen gebruikt om bombardementen mee uit e voeren. Het was graaf Ferdinand von Zeppelin die de naar hem genoemde sigaarvormige ballon ontwierp. Voor de oorlog was dit luchtschip een groot succes; het vloog beter, langer en veiliger dan welk vliegtuig ook. Bij het beleg van Luik en Antwerpen worden er al zeppelins ingezet, maar dat is geen groot succes. Toch ziet de Duitse marine het gebruik ervan als bombardementstoestel helemaal zitten.

In eerste instantie worden vooral verkenningsvluchten ben de Noordzee gehouden. Vanaf 19 januari 1915 geeft keizer Wilhelm, met tegenzin, toestemming voor bombardementsvluchten boven Engeland. Bij de eerste aanval vallen 2 doden en 16 gewonden. Maar het is vooral het psychologische succes dat de zeppelins zo angstwekkend maakt; de Britse pers staat er vol mee. Omdat de zeppelins in staat zijn veel hoger te vliegen dan vliegtuigen, zien de Britten niet in hoe ze de verwoestende aanvallen kunnen stoppen.

Nadat de Fransen een aantal Duitse steden hebben gebombardeerd, geeft de keizer ook zijn consent aan een vergeldingsactie op Londen. Op 31 mei 1915 vind de eerste aanval plaats, waarbij 7 doden en 35 gewonden vallen. De succesvolste aanval is die van 8 september 1915, toen een zeppelin, de L-13, erin slaagt om het centrum van Londen te bombarderen. Deze ene aanval zorgt voor meer dan de helft van de materiële schade die alle zeppelins bij elkaar zullen aanrichten. Maar de zeppelins beginnen dan al snel aan effectiviteit in te boeten.

b : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

zeppelinLonden01

De Lusitania : Duitse drift of Britse provocatie ?

De ondergang van de Lusitania is altijd omgeven geweest met controversen. De Britten claimden dat kapitein Schwieger zijn twee torpedo’s had afgeschoten – vandaar de twee explosies – maar de Duitsers hebben altijd volgehouden dat de tweede explosie het gevolg was van ontploffende munitie. Dit zou betekenen dat er oorlogsmateriaal vervoerd werd met een “neutraal” schip. Later is uit geheime Britse documenten vast komen te staan dat deze Duitse claim inderdaad juist was.

Het torpederen van de Lusitania kwam zeer goed uit voor oorlogszuchtige Amerikanen die zich aan de zijde van de Britten wilden scharen. Dit werd door de Duitsers net zo ervaren, want zij hadden ook wat vragen te stellen. Waarom lapte kapitein Turner alle bevelen aan zijn laars en begon hij langzamer te varen ? Waarom zigzagde hij niet zoals was voorgeschreven door de rederij ? Turner stelde dat hij zigzaggen een verspilling van tijd vond. Waarom voer Turner midden op zee en niet zoveel mogelijk langs de kust, zoals voorgeschreven ? Waarom werd de Lusitania niet door de Britse admiraliteit gewaarschuwd voor de incidenten die de U-20 eerder had veroorzaakt in de Ierse zee ? De Duitsers dachten de antwoorden wel te weten. : de Lusitania is opgeofferd om Amerika bij de oorlog te betrekken. Een claim dat het schip ook Canadese militairen vervoerde, bleek achteraf geheel en al ongegrond te zijn.

Hoe dan ook, het zinken van de Lusitania was een propagandistische ramp voor Duitsland, hoewel president Wilson vooralsnog een neutrale koers bleef varen.

Wie nog meer wil nalezen over de mysteries rond de Lusitania, vindt leesvoer onder bronnen. Een recent werk van Gérard Piouffre, behandelt de laatste reis van de Lusitania en de diplomatieke gevolgen ervan. Een korte inhoud van dit boek vind je onder bronnen (URL begint met “guerre et conflits” voor Franse bespreking of met “france24.com” voor een Engelse bespreking)

TorpillageLusitania

bronnen

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

https://foolscrow.wordpress.com/2014/05/07/sinking-the-lusitania-an-act-of-mass-murder-by-the-banksters/

http://www.centenarynews.com/article?id=1616

http://www.theguardian.com/world/2014/may/01/lusitania-salvage-warning-munitions-1982

http://guerres-et-conflits.over-blog.com/2015/03/lusitania.html

http://www.france24.com/en/20150507-100-year-anniversary-sinking-lusitania-usa-britain-germany-first-world-war

De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Dokter Lievens op verlof in Engeland

Dokter Lievens is vanaf 18 april 1915 op verlof. Hij heeft het geluk naar Engeland te kunnen trekken.

18 april 1915  : In verlof naar Londen met René Van Snick. Eerst logeren we in Calais in het Hotel Terminus.

19 april 1915 : We vertrekken naar Folkestone om 8u15. Na een voorspoedige overtocht komen we omstreeks de middag aan en boeken inb het Pavilion Hotel. Wij zoeken Jozef Ide (schoonbroer van dokter Lievens) in de Folketsone Parade op het adres dat hij ons heeft achtergelaten maar hij is vertrokken zonder enige aanduiding. In de namiddag worden we in een privéclub ontvangen. De leden zijn wat blij met de kleine souvenirs die we van het front hebben meegebracht.

20 april 1915 : Londen. Strand Palace Hotel. Zeker aan te bevelen. Fooien zijn niet toegelaten. We ontmoeten Jozef, een heel chique meneer, een echte gentleman. Hij heeft een kleine kamer in D street. Op een klein plankje boven het bed lees je :”Strikt verboden dames binnen te brengen”. Het is doodstil in Londen, want het is zondag en alles is dicht. ’s Avonds begeven we ons naar Hotel Monico, ontmoetingsplaats van de Belgen.

21 april 1915 : We flaneren en wandelen in Londen.

22 april 1915 : Grote propaganda voor rekrutering : je ziet langs alle kanten mensen samentroepen en mannen en vrouwen die de massa bewerken. Bij Kingsway treedt een buitengewoon originele Schotse muziekgroep op met fluiten en doedelzakken en tamboers die de grote trom roeren. De muzikanten zijn in pantervellen gekleed. Ze worden gevolgd door een auto met een officier en 2 dames in uniform. Daarna houdt de officier een uiteenzetting en vraagt om tien man. Een na een komen die uit de menigte en worden naar de kazerne gebracht. In Groot-Brittanië word je op die manier bij het leger ingelijfd. Bij Kodak koop ik een fototoestel (de foto’s die dokter Lievens daarmee maakt, zijn ook in het boek afgebeeld).

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Pavilion Hotel te Folkestone

Pavilion Hotel te Folkestone

de eerste Amerikaanse burger sterft door een Duitse U-boot

Op 28 maart 1915 sterft de eerste Amerikaanse burger door het oorlogsgeweld. Mijningenieur Leon Thrasher is een passagier aan boort van het Britse passagiersschip Falaba, als die door een Duitse onderzeeër tot zinken wordt gebracht. Deze gebeurtenis staat ook bekend als het Thrasher-incident.

Het schip is met 242 passagiers en bemanningsleden onderweg van Liverpool naar Sierra Leone als de duikboot U-28 het ophoudt een eind voor de Britse kust. Volgens de Duitsers hield het schip zich aan de internationale regels, volgens de Britten kregen de passagiers slechts vijf minuten de tijd om aan boord te gaan van de reddingsschepen. De Duitsers beweren slechts geschoten te hebben nadat Britse destroyers in aantocht waren. Van de opvarenden overleefden 104 het zinken van de Falaba niet, onder hen de Amerikaan Leon Thrasher, die op terugweg was naar Goudkust (nu Ghana).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Falaba_19150328

De Harpalion, inspiratie voor Willy Stöwer

In het kanaal treft de Duitse onderzeeër U-8 op 24 februari 1915 het Britse vrachtschip Western Coast met een torpedo terwijl het zowat 15 kilometer voor de kust vaart. Het cargoschip zinkt, maar alle negentien bemanningsleden overleven de aanval. Eveneens op deze dag treffen de Duitsers nog twee andere Britse vrachtschepen in het kanaal : de Harpalion en de Rio Parana. Beide zinken. Op het eerste schip vallen drie doden, alle andere bemanningsleden kunnen zich redden.

Het schilderij hieronder geeft het zinken van de Harpalion weer. De schilder is Willy Stöwer (1864-1931), de meest gekende maritieme schilder van Duitsland en de favoriet van de Duitse keizer.Hij was de zoon van een zeekapitein, geboren in Wolgast. Hij kreeg een opleiding als metaalbewerker en werkte als technisch tekenaar op scheepswerven. Al snel kreeg hij opdrachten als schilder. Daarbij werd hij opgemerkt door keizer Wilhelm II. Tussen 1905 en 1912 begeleidde hij ook de keizer op zijn reizen. Met de ondergang van het keizerrijk en de keizerlijke vloot eindigde ook zijn meest creatieve periode. Willy Stöwer viel na de oorlog terug op wat hij in zijn beginperiode deed : reclame maken voor maritieme maatschappijen.

ondergang van de Harpalion - Willy Stöwer

ondergang van de Harpalion – Willy Stöwer

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Willy_St%C3%B6wer

de slag bij de Doggersbank

Franz von Hipper

Franz von Hipper

David Beatty

David Beatty

Bij de Doggersbank in de Noordzee bevechten de Britse en de Duitse marine elkaar op 24 januari 1915 in een van de weinige grote zeeslagen uit de eerste wereldoorlog. Bij deze poging om de Britse blokkade te doorbreken en de Engelse oostkust te beschieten (lees meer op de bladzijde gedenk Scarborough) stomen de Duitsers onder leiding van admiraal Franz von Hipper op met 1 pantserkruiser, 3 slagkruisers, 4 lichte kruisers en 18 torpedoboten. Hipper werd opgewacht door vijf slagkruisers, onder bevel van admiraal David Beatty, de held van de slag bij Helgoland.

De Duitsers weten niet dat de Britten hun radiobericht decoderen. Ze kijken dan ook verbaasd op als er een bijna dubbel zo sterke vijandelijke vlooteenheid opduikt.

Hipper probeert te ontsnappen omdat hij gelooft dat zijn schepen sneller zijn dan de Britse. Maar het tegendeel blijkt het geval. Na anderhalf uur komt het tot een treffen waarbij de Blücher tot zinken wordt gebracht. Hippers vlaggenschip, de Seydlitz wordt beschadigd, maar op hun beurt weten de Duitsers Beatty’s vlaggenschip, de Lion, tot stilstand te brengen en dusdanig te beschadigen dat het niet meer aan de strijd kan deelnemen. Na enkele uren blazen de Duitsers de aftoch : ze verliezen 950 manschappen tegen 50 bij de Britten. Een grote overwinning lijkt in de maak maar Beatty trekt de Britse schepen terug uit angst voor mijnen en (nooit gesignaleerde) U-boten.

Doggersbank 1915

Doggersbank 1915

De slag kent geen duidelijke overwinnaar, maar het Engelse moreel wordt er wel door versterkt. De Duitsers trekken hun conclusie : keizer Wilhelm laat weten dat dit soort zeegevechten voortaan vermeden moeten worden. Als uitloper hiervan roepen de Duitsers op 18 februari de “onbeperkte duikbotenoorlog” uit.

bronnen

oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gaston Le Roy wordt ingelijfd in het Belgisch leger

In een vorig bericht lazen we dat Gaston Le Roy de Nederlandse grens oversteekt en Vlissingen bereikt. We lezen het volgende in zijn dagboek.

17 januari 1915

Ik verblijf twee dagen in het goede Vlissingen, maar ik heb al een hele dag nodig om mijn reispas in orde te brengen. De zee blijft onstuimig. Al is de dijk erg hoog, toch zwiepen de golven een tiental meter hoger. Vanavond trek ik naar de boot waar ik samen met drie lotgenoten in een tweedeklasse kajuit zal overnachten.

18 januari 1915

Afvaart om 8 uur. Het schip klieft door het ruime sop en schommelt als een grote wieg op de speelzieke golven. We zijn ijlhoofdig, worden zeeziek en braken. Af en toe kruisen we een ander vaartuig, maar verder hebben we de eindeloze eentonigheid van de zee voor ons. In het zicht van de Engelse kust stellen we het wat beter. 16 uur : Folkestone. (…) Ik trek naar het Vluchtelingencomité. De vriendelijke (?) dame vraagt er naar mijn leeftijd (19 jaar) en verwijt me een slechte patriot te zijn omdat ik me niet dadelijk laat inlijven als vrijwilliger.  Uiteindelijk bezorgt ze me toch een adres om bij burgers de nacht door te brengen. Met een mondjevol Engels weet ik me uit de slag te trekken. De enige gast is een verminkte soldaat. Ik leg hem mijn voornemen uit verder naar Frankrijk te reizen, wat volgens hem totaal onmogelijk is, want in de stad is een order uitgeplakt waarin staat dat alle jonge kerels tussen 18 en 25 voor en door het leger worden opgevorderd.

Haven van Folkestone

Haven van Folkestone

20 januari 1915

Vanmorgen was ik nog een vrije burger en nu ben ik soldaat. Eerst dacht ik er helemaal niet aan militair te worden, nu ben ik in het leger ingelijfd.  In een plotse opwelling ondertekende ik het briefje waardoor ik oorlogsvrijwilliger werd. (…) Bij kalm weer varen we van Folkestone naar Calais. In Calais krijgen we een onderkomen in de onvoltooide aartsvuile Nouvelle Mairie, met stro als mest om op te slapen. (…) De hele morgen slenter ik door de stad. Bij valavond trekken we naar de haven waar we op een boot, de Leopold II inschepen. (…)

21 januari 2015

Rond 7 uur word ik door een geweldige schok van het schip wakker geschud, maar ik durf mijn zetel niet verlaten uit schrik voor het spook van de zeeziekte. Om 9 uur bereiken we Cherbourg. Veel geroep en getier, ovaties van het patriotissche front.