dokter Lievens herstelt van een gasaanval

In het vorige bericht over dokter Lievens schrijft hij over zijn werk als dokter tijdens een gasaanval op Nieuwpoort en hoe hij ten slotte zelf door het gas geveld werd. (lees daarover meer in dit bericht).

11-4-1918 : Nog geen beterschap. Hevige keelpijn !

12-4-1918 : Voor de eerste maal kan ik de ogen openen, maar ik kan bijna niets onderscheiden.

13-4-1918 : De koorts is over, ik mag opstaan en een beetje wandelen.

14-4-1918 : Mijn ogen klaren op en ik kan mezelf in de spiegel bekijken. Ik ben geel-groenachtig in het gezicht en al ferm vermagerd. Maar de appetijt komt terug en ik zou wel een hele ham kunnen binnenspelen. Wat ben ik gelukkig dat ik mijn zicht teruggekregen heb !

15-4-1918 : Ik voel me goed en omdat het hospitaal vol ligt en men plaats nodig heeft voor nieuwe slachtoffers, vraag ik naar mijn regiment te mogen terugkeren. Maar dat wordt me geweigerd en ik moet enkele dagen gaan uitrusten in de Colonne d’Ambulance VIième division in Koksijde.

18-4-1918 : Colonne d’Ambulance. Het hangt me hier ferm de keel uit. Het is verwonerlijk hoe je een zekere nostalgie naar dat leger kunt krijgen. Ik geloof dat ik als embusqué maar een ongelukkige jongen zou zijn. Ik loop nog altijd met een blauwe bril op, want ik kan de zon niet verdragen. (Embusqué betekent letterlijk iemand die in een hinderlaag ligt. In werkelijkheid gaat het hier om zogenaamde carottiers of lijntrekkers die de frontdienst ontlopen).

23-4-1918 : Ik ben tevreden dat ik weer bij onze jongens ben en verder mijn plicht mag vervullen.

Het schilderij hieronder is van John Singer Sargent getiteld “Gassed”.

JohnSingerSargent_Gassed

 

slag om Merkem

Tijdens een ochtendlijk offensief veroveren Duitse soldaten op 17 april 1918 het dorp Merkem op het Belgische leger. De Belgen moeten zich een eind terugtrekken, maar lanceren in de loop van de dag tegenaanvallen op diverse tijdstippen en plekken. Het ene na het andere gehucht, de ene boerderij na de andere komen opnieuw in Belgische handen.

Rond half tien ’s avonds trekken de Duitsers zich terug en nemen beide legers ongeveer dezelfde stellingen in als ’s ochtends. Op het terrein was er dus geen winst of verlies maar de Belgen namen wel bijna achthonderd Duitse soldaten en officieren gevangen. Een morele overwinning voor de Belgen dus, ook en vooral omdat ze de vijand hebben kunnen terugdrijven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Merkemapril1918-1

gasaanval in Nieuwpoort

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek met datum 8 april 1918 :

’s Nachts moeten twee raids plaatsvinden : een door de 1e karabiniers en een door mijn regiment in Sint-Joris waar ik een eerste verpleegpost moet installeren. Omstreeks 23u regent het Duitse gasgranaten over Nieuwpoort, zeker tot 10 uur.

Om 2 uur moet ik me door de stikwalm naar mijn post in Sint-Joris begeven. Ik hou mijn gasmasker klaar en snuif eerst een beetje de lucht op om te weten of het nodig is het op te zetten. Me dunkt dat de geur niet doordringend is en ik gerust kan doorstappen.

In Sint-Joris slagen onze mannen erin een mitrailleur buit te maken en ze komen ongedeerd terug, uitgenomen de aalmoezenier Franco de Wyels die een wonde aan de rechterarm met beenbreuk heeft opgelopen en die ik ter plaatse verzorg. Ondertussen hebben de Duitsers Nieuwpoort opnieuw met gas bestookt. Rond 8 uur komen enkele mannen naar mijn post met vergiftigingsverschijnselen. Na een eerste verzorging stuur ik hen door naar het hospitaal. Steeds nieuwe ongelukkigen komen er aan met roddelende ogen en bloedfluimen hoestend, maar ik doe mijn werk voort zonder iets te voelen.

Rond 14 uur voel ik een prikkeling aan mijn ogen en wellen er enige tranen op. Ik hecht er niet veel belang aan en werk verder. Meer dan tweehonderd soldaten heb ik op dat ogenblik naar het hospitaal doorgestuurd. De prikkeling op mijn ogen wordt pijnlijk en het is alsof er een waas, een lichte rook voor het gezicht zweeft. Ik heb niet veel tijd om eraan te denken want steeds nieuwe slachtoffers komen aan. Omstreeks 16 uur zie ik bijna niets meer. Mijn hoofd begint te gloeien en mijn oogleden knipperen krampachtig. Dan begin ik te braken en ik voel me zo doodmoe dat ik mij moet laten vallen en zo blijf doorsukkelen. Om 18 uur is elk slachtoffer geëvacueerd en laat ik me meenemen in een wagen die me naar het hospitaal de Oceaan in De Panne brengt. Ik word er helemaal ontkleed en gewassen. Ze verzorgen mijn ogen en stoppen me in bed.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
Onderstaande tekening komt uit de stripreeks Moeder Oorlog.

MoederOorlog_19180408

noodlot treft Karel Desaever

Karel Desaever maakte meerdere gevaarlijke situaties mee tijdens de oorlog maar sneuvelt uitgerekend op zijn vrije dag op 2 april 1918.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog wordt Karel Desaever, schrijnwerker van beroep, ingedeeld bij het 7e linieregiment. Bij de gevechten van de Dijle en om het fort van Waver wordt hij geraakt door een kogel, met een eerder lichte verwonding als gevolg. Later vecht zijn regiment ook bij Mannekensvere, Lombardsijde en Sint-Joris.

Na meer dan 3,5 jaar frontdienst komt Karel Desaever in Veurne terecht bij de 1e compagnie van het spoorwegbataljon. Vandaag heeft hij een dag verlof en bezoekt zijn ouders die in dezelfde stad aan de Iepersesteenweg wonen. Plots hoort iemand het geluid van een vliegtuig en iedereen loopt naar buiten. Een Duitse bom doodt Karel. Zijn vader, die op een schuur klom om een beter zicht te hebben, raakt gewond.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GrandeGuerre_Adieu

geen paasverlof voor Raoul Snoeck

Raoul Snoeck merkt de onrust in de eerste linies en noteert op 31 maart 1918. 

Slecht nieuws voor ons : alle verloven zijn ingetrokken en niemand weet voor hoelang, tenzij de oorlog vlug zou eindigen. Maar dat geloof ik niet, wat er ook over verteld wordt. Ik verwacht geen opheldering in de oorlogssituatie en denk dat we er nog voor lang hebben. Een vliegtuig komt bommen gooien. De paaseieren zijn jammer genoeg niet van chocolade. We volgen de vlucht van de oorlogsvogel. De projectielen gehoorzamen gelukkig aan de wet van de zwaartekracht waardoor ze gemakkelijker ontweken kunnen worden. Vijandelijke piloten bestoken ons niet alleen met bommen, al lang werpen ze over de kampen ook vlugschriften en aankondigingen uit. Ze willen ons uitnodigen tot overgave of ons mentaal klein krijgen, maar dat lukt ze niet. De moffen meten ons beslist met eigen maat. Kennen ze ons dan nog niet ?  

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon 

DuitseVliegtuigen_19180331

gemor in de loopgraven

Gaston Le Roy noteert op 30 maart 1918 het volgende in zijn dagboek.

Het offensief van de Duitsers werkt op ieders gemoed. Want al schrijven de kranten dat het moreel uitstekend is, nooit eerder waren de soldaten zo ontmoedigd. De Duitsers hebben Amiens en Albert veroverd, wel, geen enkele soldaat die daarover verontrust is, wel integendeel, want je hoort niks anders dan het kan ons niet schelen. 

Dat ze Amiens innemen ! 

Dat ze de baas zijn op zee ! 

Dat ze ons omsingelen. 

Dat ze ons krijgsgevangen nemen, als wij er maar vanaf zijn ! 

De jongens worden het moe als slaven behandeld te worden. 

Bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo 

TrancheesBelges_Barbier

 

guillotine voor Emile Verfaille

Volgens sommige bronnen wordt de doodstraf op Emile Verfaille voltrokken op 26 maart 1918, anderen houden het op 27 maart 1918. Wat er ook van zij, dit is in ieder geval de laatste uitgevoerde doodstraf voor een “gewoon” misdrijf. Na de tweede wereldoorlog worden er nog wel mensen gefusilleerd wegens collaboratie.

De krijgsraad veroordeelde Emile Verfaille, wachtmeester-foerier in het Belgische leger, voor roofmoord (lees meer op deze pagina) . Kort nadien wordt de doodstraf uitgevoerd met een speciaal daarvoor uit Frankrijk overgebrachte guillotine. Omdat het ging om een misdaad van gemeen recht, moet Verfaille niet het voor militairen meer gebruikelijke vuurpeloton trotseren. Naar verluidt werd Veurne beschoten tijdens de voltrekking van de doodstraf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

veurne-guillotine

 

verpleging onder moeizame omstandigheden

Dokter Lievens beschrijft helse maartdagen in zijn dagboek.

21 maart 1918 : Om 5 uur krijgen we gasalarm. Een hevige beschieting met mosterdgasgranaten en andere gassen woedt op heel ons front en verplicht ons het gasmasker op te zetten. Buiten is het nog donker en je kan niet zien of de gasrook in de lucht hangt. Gewonden worden aangebracht, onder wie luitenant De Coene, die ik allen moet verzorgen met het gasmasker op.

Het is uiterst lastig werken want ik heb moeite om adem te halen. Ondertussen komen nog halfverstikte mannen binnen, wat me verwittigt voor het gevaar. Als ik mijn masker ook maar even oplicht, zal ik niet alleen hetzelfde lot of nog erger ondergaan, tevens zullen al mijn zieken en gewonden zonder hulp blijven. Door die gedachte aangespoord werk ik voort, terwijl mijn borst hijgend als een blaasbalg in een smidse naar lucht snakt. Algauw begin ik te voelen dat de stikstof vat krijgt op mij want bij herhaling moet ik niezen en braken in mijn gasmasker. Toch mag ik het niet afzetten. Maar de brilglazen verduisteren dermate dat alles voor mijn ogen begint te schemeren en ik alle werk moet staken. Mijn oren ruisen, mijn hoofd gloeit en ik voel dat het zo niet kan voortduren. Ik denk aan mijn vrouwke en aan mijn lieve kindertjes en vraag me angstig af wat er van hen zal worden. Ik beveel ze aan bij Onze-Lieve-Heer en offer mijn lijden op voor hun geluk en welzijn. Dan prevel ik een akte van berouw en bereid me voor op het ergste…

Hoe lang ik zo bleef liggen, kan ik niet vertellen. Iemand heeft me een Tissant-apparaat opgezet, waardoor stilaan gezondere lucht in mijn longen komt. Ik herleef… Met knikkende knieën en bevende handen herbegin ik met werken zoveel ik kan. Aan allen die op me wachten breng ik in de mate van het mogelijke hulp en redding. Om 8 uur wordt het gasalarm afgeblazen, niettemin voel ik de hele dag een onverdraaglijke hitte in heel mijn lichaam. Er is geen gelegenheid om een ogenblik rust te nemen. Ik zou zo graag een beetje slapen.

22 maart 1918 : ’s Avonds trek ik naar de Poste Durand in Nieuwpoort, waar mijn bataljon in reserve gaat liggen. Onze totale verliezen tijdens de voorbije drie dagen : 223 doden en gewonden.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Gasmasker_201803

 

de laatste maanden van Hendrik Aegten

Als Hendrik Aegten uit Hamont zich in 1915 meldt als vrijwilliger voor het Belgische leger, bij het 4e regiment genie, is hij zo gezond als een visje. Een gezonde Kempenzoon.

HendrikAegtenZijn aanwezigheid aan het oorlogsfront gaat niet in de koude kleren zitten. Op 20 maart 1918, ongeveer drie jaar na zijn indiensttreding, brengen zijn medestrijders hem naar het hospitaal in Adinkerke wegens een longaandoening.

Wat er de volgende acht maanden met hem gebeurt, is niet geweten, alleen dat hij overlijdt op 18 november 1918. Postuum bezorgt het leger hem nog vijf frontstrepen.

Opmerking : de oorlogskalender vermeldt dat Aegten uit Achel komt. Het Grevenbroekmuseum vermeld op de website dat hij in Hamont geboren is.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.grevenbroekmuseum.be/gesneuveldenHamont

op het slagveld na de veldslag

Dokter Lievens bezoekt op 19 maart 1918 de eerste linies na de hevige gevechten in sector Nieuwpoort.

Ik moet naar de post van Sint-Joris (Vache crevée). Tegen de avond krijg ik bevel om met een speciale ploeg het slagveld door te lopen om de doden weg te halen en tevens te zien of er geen gewonden meer liggen. Ik trek de Ijzer over op een vlot, volg de overkant tot tegen de briquetterie (steenbakkerij), neem daar de vaart van Passendale en kom weldra ter plaatse. De maan schijnt maar een fijne regen heeft de bodem in modder herschapen. Met moeite vind ik onze ongelukkige jongens, die in alle houdingen op het verschrikkelijke doorploegde land liggen. Velen lijken enkel te slapen, anderen zijn ijselijk verminkt. Anderen liggen er samen met Duitsers. Nog verderop liggen er alleen vijandelijke lijken.

En tussen al die doden houden onze dappere overlevenden stil en stom de wacht. Onze helden houden daar stand in groepjes van twee of drie man in granaatputten. Sinds twee dagen hebben ze bijna niets te eten of te drinken gekregen en dat nog te midden van al die emoties bovenop de gaswalm en de kruitrook, die keel, longen en darmen doen branden. Wie zal zich ooit het honderdste deel kunnen inbeelden van de pijn, de agnst en de ontbering die onze arme jongens moeten doorstaan ? 

De tekening hieronder is van de Fransman George Barrière.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

GeorgeBarriere_SoirdAttaque