de laatste minuten voor de aanval

Arthur Knaap, een Nederlandse vrijwilliger in het Vreemdelingenlegioen, vertelt in eenb brief van 5 oktober 1916 aan zijn familie over de laatste minuten voor de aanval begint.

Boven onze hoofden is het een voortdurend gesuis van kleine granaten en een blazend gezucht van de middelgrote. Van tijd tot tijd komt er ook een grote voorbij met het geratel van een locomotief.
Ik kijk het mechanisme van mijn geweer nog eens na en geef me rekenschap dat mijn bajonet goed bevestigd is. Mijn vingers beven. Ten alle kosten beproevend mijn koelbloedigheid te bewaren steek ik een sigaret op, maar na enkele trekken word ik duizelig. Ik durf niet te spreken uit angst mijn zenuwachtigheid te tonen.
Mijn kameraden zijn trouwens in hetzelfde geval, onrustig, de ogen wijd open, als zagen ze iets ontzagwekkends. Sommigen bidden en ik benijd ze, één zag ik in een hoek gezakt die stil weent.

Over het frontleven van Arthur Knaap is er in 2014 een film gemaakt onder de titel “Patria”. Die titel verwijst naar de slogan van het Vreemdelingenlegioen “Legio Patria Nostra” (het Legioen is ons vaderland). Het boek waarin zijn brieven zijn verzameld, heeft eveneens de titel “Patria”.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.patriathefilm.com/

arthurknaap

Berthe van Brussel

De Duitse artillerist Herbert Sulzbach kan eind september 1916 samen met luitenant Schellenberg naar Brussel. Ze reizen via Saint-Quentin (Fr) via Mons en Braine-le-Comte en komen aan in de Belgische hoofdstad.

Ik moet deze kleine uitstap in detail beschrijven want deze dagen vormen een enorm contrast met het dagelijkse leven aan het front. Hier voel je je volop leven, terwijl de dood alomtegenwoordig is in de eerste linies. Mijn kamer met een wit, zacht bed is de meest heerlijke plaats die je je kan inbeelden, vergeleken met de modderige schuilplaatsen in de loopgraven. In het restaurant kunnen we genieten van een goed maal, omgeven door muziek en overal rondom ons zien we vrouwen. ’s Avonds gaan we naar de danscafé’s en dit  leven is bijzonder aangenaam. De mensen moeten het ons maar niet kwalijk nemen, net zo min als ik het erg vind dat ze zich aan het thuisfront ook nog aangenaam maken. Je weet immers maar nooit of je nog terug komt om er weer van te genieten.

(…)

De stad zelf, die ik in 1912 al eerder bezocht, vind ik heel aangenaam : het stadhuis, de kathedraal van Sint-Goedele en de Beurs zijn bewonderenswaardig. Ik ontmoet heel wat mensen op die korte verloven. ’s Avonds in het restaurant dineer ik met een aangename Belgische dame. Eindelijk weer praten met een intelligente dame, hoe lang heb ik dat niet gemist. Afscheid nemen van Brussel was bijzonder hard, juist omwille van die dame : Berthe was haar naam. Er zijn mensen waarmee je direct vriendschap kan sluiten in een paar uur en waarmee je je zo eigen voelt alsof je ze al jaren kent. Belgische burgers behandelen ons Duitsers doorgaans zeer afstandelijk. (…)

Op de terugweg hielden we een uur halt in Namen en ik wandelde door de stad en bezocht de plaatsen waar ik in 1914 gelegerd was. Op de terugweg naar het front was de spoorlijn geblokkeerd door troepentransporten : grote troepenbewegingen van en naar de Somme, compagnieën soldaten die gevechtsmoe waren en ongelooflijk smerig.

bron : Herbert Sulzbach, with the german guns, Pen & Sword military

DuitseSoldaten_Schaarbeek.jpg

een bijzonder eerbetoon in Ieper

Tijdens de slag van Flers-Courcelette (Frankrijk) sneuvelt op 25 september 1916 tweede luitenant Charles Dean Prangley, de zoon van Eerwaarde Charles Prangley, van het rectoraat van de anglicaanse kerk in Norfolk. De tweede luitenant ligt begraven in Guards’ Cemetery in Lesboeufs.

Het meest bijzondere en overweldigende eerbetoon voor Doox, zoals de bijnaam luidt van de gesneuvelde, bevindt zich sinds 1927 in Saint George’s kerk in Ieper (Elverdingsestraat 1, Ieper). Het is een geïllustreerd boek van de Heilige Communiedienst in de anglicaanse kerk, voor de rouwende vader gemaakt door een kalligraaf. Op elke bladzijde van het boek staat de naam Doox, terwijl de omslag is gemaakt van de schors van een boom voor het rectoraat van Norfolk. Voor het gouden kruis werd de trouwring van Doox’ moeder hersmolten (zij overleed vermoedelijk bij zijn geboorte).

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.lynnnews.co.uk/news/doox-prangley-forgotten-hero-1-540465

charlesdeanprangley1916

 

de laatste dagen van Henare Mokena

HenareMokena1916.jpgTweede luitenant Henare Mokena, afkomstig van Te Araroa, het meest westelijke puntje van Nieuw-Zeeland, ligt te wachten totdat hij sterft op een draagberrie in een schuilplaats ergens in het gebied van de Somme. In zijn ene hand heeft hij een brandende sigaret, de andere is toegetakeld door een ghranaat.

Hij ziet er gelukkig uit, maar weet dat hij gaat sterven. Peter Buck, een hogere in rang, komt hem bezoeken en op de vraag hoe het het hem gaat, antwoordt Mokena in zijn eigen taal :”Ka nui te kino” (het ziet er zeer slecht uit).

Twee dagen, op 16 september 1916, later sterft de 26-jarige Henare Mokena. Vooraleer ze thuis weten dat hij er niet meer is, is hij hier allang begraven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

de slag om Guillemont

Onder steeds grotere druk en de noodzaak om Roemenië, dat nu ook deelneemt aan de oorlog, hulp te bieden, stemt generaal sir Douglas Haig in met nogmaals een nieuw groot offensief aan de Somme. Gesteund door een Franse aanval richten de Britten zich op 3 september 1916 voornamelijk op het dorp Guillemont, dat veroverd wordt door de 20e divisie. De aanvallen op de Duitse posities bij Haute Forêt en de Schwaben-versterking mislukken echter.

Na 2 maanden strijd veroveren de Britten op 5 september 1916, met Franse steun, alle versterkingen van de Duitse tweede linie. Verwacht was dat die tweede linie al in het begin van het offensief aan de Somme zou vallen.

Guillemont1916

herscholing voor oorlogsinvaliden

Op 17 augustus 1916 wijdt de Legerbode een artikel aan het onderwijs in het Belgische Tehuis voor Oorlogsinvaliden, dat in april 1916 is geopend in Le Havre. Er is een lagere school en een beroepsschool.

In de lagere school leren de oorlogsinvaliden lezen en schrijven of wordt hun kennis terzake opgefrist. Verder zijn er ook vakken als spelling, spraakkunst, rekenen, tekenen, geschiedenis… Deze opleiding is een voorbereiding op de beroepsschool waar men ofwel een nieuw vak leert of een vroeger vak heropfrist. Er zijn leergangen in technische vakken, maar ook in handels-Engels voor wie onbekwaam is voor handwerk.

bton : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MutilesdeGuerre

Kindsoldaten sneuvelen ook

Nogal wat jongeren geven een valse leeftijd op om soldaat te kunnen worden. Een van hen, de Australiër John Stanley Adams, sneuvelt op 16 augustus 1916 in Mouquet Farm, bij Pozières (Frankrijk).

In Australië is de minimum leeftijd voor soldaten 21 jaar, of 18 wanneer je de toestemming hebt van je ouders of voogd. Toen John Stanley zich in januari 1916 in Sydney aanmeldde voor legerdienst, vertelde hij dat hij 18 jaar en 1 maand oud was. Zijn vader schreef later dat hij pas 16 jaar was bij zijn overlijden.

John Stanley Adams krijgt een graf nabij de plek waar hij sterft, maar na de oorlog is zijn graf onvindbaar. Hij staat wel vermeld op het Australian Memorial in Villers-Bretonneux (ten oosten van Amiens).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BoySoldiersGreatWar

Belg en Fransman gefusilleerd in Hasselt

In de schoolkazerne in Hasselt schieten Duitse militairen op 12 augustus 1916 twee mensen dood : de Fransman Sylvain Duval en Hendrik Vervoort, onderwijzer in Meeuwen. Allebei worden ze in Zonhoven begraven.

Hendrik Verdonck neemt op 1 augustus 1914 voor de duur van de oorlog vrijwillig dienst bij het 2e regiment Jagers te Voet. Van oktober 1914 tot begin 1915 is hij omwille van verwondingen enkele malen gehospitaliseerd in Aberdeen en Calais. Daar wordt hij op 1 april 1915 wegens verwondingen aan het oog afgekeurd voor de velddienst. Hij meldt zich dan als vrijwilliger bij de spionagedienst met vertakkingen tot in Noord-Frankrijk. De Franse officier Sylvain Duval leidt samen met hem het gezelschap. Op 6 mei 1916 wordt Hendrik door de Duitsers gevangen genomen.

De Franse militair Sylvain Duval is sergeant bij het bataljon Douaniers en Infanterie. Hij komt naar België om enkele sabotagedaden te plegen. Zo is hij betrokken bij een “vernietigingsopdracht” in september en november 1915. In april 1916 is hij opnieuw in ons land om een inlichtingendienst op te zetten in Charleroi en Hirson, Frankrijk. Via zijn opdrachtgevers in Rotterdam komt hij in contact met Hendrik Verdonck. Na enkele onvoorzichtigheden arresteren de Duitsers hem. De Duitsers vinden een kaart die Duval vanuit Brussel naar Verdonck schreef en pakken daarop de Limburger op.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://hasel.be/node/270214
http://www.hetstadsmus.be/images/dbimages/docs/pub_keik046.pdf

 

HendrikVerdonck1916.Jpg

gevechten rond Fleury

Het dorp Fleury is in juli 1916 al ingenomen door de Duitsers. Maar daarmee zijn de gevechten rond Verdun lang niet gedaan. Die blijven verder duren net zolang tot het ganse dorp zodanig verwoest is dat men het na de oorlog niet meer heropbouwt.

Fleury is maar 500 meter verwijderd van het Fort Souville. De Duitsers moeten echter wachten op versterkingen voor ze aan een nieuwe aanval kunnen denken. Op 12 juli 1916 is het zo ver : de Duitsers bereiken het fort maar ze kunnen het niet innemen. Generaal Falkenhayn vraagt het Ve leger om een periode zonder aanvallen in te lassen. Nadruk ligt voortaan op defensie om zo munitie, soldaten en artillerie te kunnen uitsparen. Die zijn immers nodig aan de Somme.

De Fransen zijn trouwens niet onder de indruk van het terreinverlies. Generaal Nivelle spreekt de historische woorden :”Ils ne passeront pas !”. En de gewone Franse poilus zijn al even vastberaden iedere meter te verdedigen en tegenaanvallen te lanceren waar het kan.

De Fransen lanceren verschillende aanvallen op Fleury en de nabijgelegen versterking van Thiaumont tussen 1 en 12 augustus 1916. Thiaumont wisselt heel geregeld van bezetter maar zal in augustus toch voornamelijk in Duitse handen blijven. In het Duitse hoofdkwartier in Stenay beseft men echter dat het offensief in Verdun ten einde is. Er is een tekort aan munitie en artillerie. Reservetroepen zijn er niet meer en de soldaten aan het front zijn uitgeput. Vanaf augustus 1916 ligt het initiatief voortaan bij de Fransen

bronnen
http://www.wereldoorlog1418.nl/battleverdun/battleverdun55/index.htm
http://www.oocities.org/bunker1914/Karten_Schlachtfeld.htm

Verdun191608

 

Kresten Andresen is vermist aan de Somme

Kresten Andresen is een Deenstalige soldaat in Duits uniform. Als inwoner van Sleeswijk-Holstein draagt hij de gevolgen van een andere oorlog, de 2e Deens-Duitse oorlog van 1864, en wordt hij dus als Duitser beschouwd en in 1914 opgeroepen. Uit zijn brieven en dagboek blijkt duidelijk dat hij zich helemaal niet betrokken voelt bij deze oorlog voor het Duitse keizerrijk. Ieder bericht over vrede begroet hij met geestdrift en het liefst van al doet hij karweitjes achter de linies waar het rustig is.

Maar als de slag om de Somme woedt, bevindt Kresten zich in het strijdgewoel. Op 5 augustus 1916 schrijft hij onderstaande brief naar zijn ouders. Op 8 augustus 1916 gaat hij naar de eerste linies en geraakt vermist.

Ablincourt de 5e augustus 1916

Lieve ouders,

op dit ogenblik zit ik ver achter het front – dwz Ik lig op mijn buik in het gras en schrijf u. We hebben hier al moeilijke dagen beleegd. Ik ben zelf nooit in contact geweest met de Britten zelf, maar des te meer met hun artillerie, en het was absoluut verschrikkelijk. Nooit heb ik een erger bombardement meegemaakt. We zitten in een smalle loopgraaf in de derde linie en ’s nachts voeren we herstellingswerken uit. Toen het bombardement begon rond 10u30, klonk het als een woedend gebrul van duizend monsters. De aarde beefde en schudde, aarde, steen en rook mengden zich met mekaar. Dekking hebben we niet, we kruipen tegen een muur, de stalen helm ingedrukt over de oren. Het hart klopt je in de keel als de ene na de andere harde ontploffing volgt. Als het wat rustiger wordt, hoor ik een soldaat roepen om schoppen, drie van zijn kameraden zijn levend begraven. Een aantal soldaten begint te graven en ze slagen erin de drie levend onder de aarde te halen. Onder hen is ook Ebsen van Nybøl.
Momenteel bekomen we van het zware bombardement en lijkt het me enkel een nachtmerrie te zijn.
Veel hartelijke groeten van uw toegewijde zoon, Kresten

Kresten_Andresen_i_Uniform