einde training voor Raoul Snoeck

November en december 1916 waren trainingsmaanden voor Raoul Snoeck. Maar eindelijk komt dan het moment dat Raoul de opleiding in Frankrijk kan stoppen en terug naar België mag gaan.

24 december 1916 : We zijn nog altijd in Mailly, waar we elke dag oefeningen uitvoeren. Vandaag hebben we met de hele divisie de aanvalsgolven bestudeerd. Da verloopt als volgt : een eerste lijn soldaten rukt op naar een aangeduide stelling, een tweede neemt posities in voor de eerste en zo gaat dat maar door. Ze gelijken op de golven van de zee die uitdienen op het strand. Helaas, hoeveel soldaten zullen er niet sneuvelen voor de inname van et uiteindelijke doel !

26 december 1916 : Alle mannen verlangen naar België terug te keren, achter de Ijzer. Vandaag heeft een bataljon Franse soldaten een demonstratieaanval uitgevoerd met vlammenwerpers en granaten in aanwezigheid van het voetvolk van onze divisie en van Franse infanteristen.

31 december 1916 : De 6e divisie komt ons vervangen en we zijn allen heel blij naar België terug te mogen.

1 januari 1917 : Om zeven uur ’s morgens vertrekken we om de trein te nemen op zeven kilometer van Mailly. We stappen op om negen uur ’s avonds en reizen gedurende zesendertig uur : de enen uitgestrekt op stro in beestenwagons, de anderen als haringen in een ton in derdeklascompartimenten. Bij aankomst in Adinkerke krijgen we twee dagen rust in De Panne.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon.

Mailly_EnterrementdelaClasse.jpg

Muziek als troost

harrylauder_johnlauderDe Schotse kapitein John Lauder, 25 jaar oud, sneuvelt op 28 december 1916 door het schot van een Duitse sluipschutter. Hij is een van de talloze slachtoffers van de slag aan de Somme.

Zijn vader Harry Lauder, indertijd een gevierd entertainer, is net zoals zovele andere ouders, overmand door verdriet. Na een bezoek aan het graf van zijn zoon in Orvillers schrijft hij het bekende liedje “Keep right on to the end of the road”. Het wordt een hit tijdens de tweede wereldoorlog, als onder meer Vera Lynn het op haar repertoire heeft staan. Er wordt weleens gezegd dat dit een van de liedjes is die Engeland door de oorlog hielpen.

Toeristische tip : John Lauder ligt begraven op Orvillers Militairy Cemetary, rue Saint-Vincent 2, Orvillers-la-Boisselle, samen met 3438 andere militairen uit het Britse gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

 

vooruitzicht op een droeve kerst

Georg Bantlin, officier van gezondheid in het Duitse leger, schrijft op 19 december 1916 aan zijn familie hoe somber hij zich dezer dagen voelt.

Mijn stemming is somberder dan somber, in de dagen voor de vorige kerst was het al net zo, maar een derde kerst opnieuw ver weg van alles wat je dierbaar is, drukt zwaar op je gemoed. Zo word je oud en grijs en futloos in deze oorlog, terwijl de jaren verstrijken die voor de opbouw moesten worden benut.

De ellende van de hele mensheid maakt je neerslachtig als je bedenkt wat er wordt verwoest, elke dag dat de oorlog langer duurt. Hoe mooi had kerst kunnen zijn wanneer het grootmoedig vredesaanbo van onze keizer gunstig was onthaald. Maar dat kon je al meteen uit je hoofd zetten en de krantenberichten bevestigen nog eens dat we onze vijanden goed hebben ingeschat. Met afgrijzen besef je dat deze verwoesting nog lang kan duren.

bron: oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

weihnachten1916

nieuwe training voor Raoul Snoeck

In november 1916 was Raoul Snoeck reeds in Frankrijk voor een opleiding (Lees hier). In de december 1916 zit hij niet meer in Criel maar in het militaire kamp van Mailly.

8 december : Om vijf uur ’s avonds verlaten we Adinkerke en komen ’s anderendaags na de middag aan in Mailly op 80 km van Verdun. Bailly is een groot kamp, uitgestrekt over een lengte van 28 tot 32 km in een vallei met dennenbossen. Er zijn hier enorm veel Russen. We moeten een maand blijven en dagelijks oefenen.

12 december : Heel ons bataljon is in Mailly, in de Champagnestreek, om de nieuwe Franse tactiek van aanvalsgolven te leren. Sinds vier dagen maken we loopgraven voor de oefeningen.

13 december : Onze compagnie krijgt negen mitrailleurs, waarvoor telkens drie man nodig zijn : een eerste om het te dragen, een tweede voor de munitie en de derde om te schieten. Gezien mijn speciale opleiding in het mitrailleren in het kamp van Criel, word ik in mijn peloton aangeduid om die ploegen te bevelen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

camp_de_mailly_1916

 

 

Einde van de slag om Verdun

Op 15 december 1916 eindigt de slag om Verdun, niet alleen de meest bloedige uit de geschiedenis, maar ook nog zinlozer dan andere veldslagen.

Erich von Falkenhayn was voorstander van de leegbloedingstechniek. Hij zocht een plaats die de Fransen tot het uiterste zouden verdedigen om die vanuit een strategisch gunstige positie aan te vallen, zodat de Duitsers steeds nieuw aangevoerde Franse troepen konden uitschakelen. Verdun was zo’n plaats met grote symbolische waarde, uiterst belangrijk voor de Fransen.

De Duitse aanval begon op 21 februari 1916 met aanhoudend trommelvuur van 1225 kanonnen. Eerst wonnen ze terrein maar na enkele maanden stabiliseerde het front en tot slot kwamen de Franse tegenaanvallen die de oorspronkelijke toestand min of meer herstelden.

Eindresultaat : nauwelijks terreinwinst maar wel naar schatting 263.000 doden en 492.000 gewonden.

bron : oorlogskalender 2014-2016, Davifdsonds

De tekening hieronder is van Jean-Louis Forain, getiteld “la borne de Verdun”

jeanlouisforain_la-borne_verdun

Onaangenaam bezoek van bovenaf

Samen met luitenant Klein loopt gezondheidsofficier Hugo Natt over het hevig toegetakelde slagveld in Miraumont. Plots duikt er een Brits vliegtuig op. Hugo Natt noteert op 23 november 1916 daarover het volgende in zijn dagboek.

We kijken voortduren omhoog naar de vliegtuigen die boven ons rondjes draaien. Net als kippen wanneer er een havik in de lucht cirkelt. Opeens blijft luitenant Klein pal staan : recht boven ons een vlieger die plotseling een heel scherpe bocht maakt. We wachten al op artillerievuur na deze vermoedelijke aanval.

Ineens klinkt er vlakbij een hels lawaai, en nog een keer : hij heeft twee bommen op ons gegooid. We duiken weg achter een hoop puin. Dan gaan we elk onze eigen weg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

WW1 Doc

Tolkien verlaat voorgoed het front

tolkienEen document op datum van 22 november 1916 bevestigt de terugkeer van J.R.R. Tolkien (The Hobbit, The Lord of the Rings) naar Groot-Brittannië. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk van vier maanden deed hij immers de loopgravenkoorts op, een infectieziekte overgedragen door luizen.

In brieven geschreven in januari en februari 1917 aan de overheid bevestigt hij dat hij weer fit is voor de dienst. Toch zal hij de rest van de oorlogsjaren doorbrengen in een hospitaal of in een hersteloord voor militairen omdat hij er niet in slaagt de slopende gevolgen van de ziekte van zich af te schudden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Louis Barthas ziet zijn eerste tank

Louis Barthas zit eind november 1916 ergens aan de frontlinies van de Somme. Daar ziet hij voor de eerste keer een Engelse tank.

Niet ver van de loopgraaf zag ik een tank die midden in een veld was vastgeraakt. Een zware granaat had zonder te ontploffen de tank doorboord. Luitenant Lorius vertelde me dat deze Britse tank had deelgenomen aan de inname van Combles. Zo’n toestel hadden we nog nooit gezien. Het kreeg na dood en verderf bij de moffen te hebben gezaaid op de terugzeg motorpech, midden tussen de vijandelijke linies. Tevergeefs probeerden de Britten hun kameraden die opgesloten waren in de tank te bevrijden. Liever dan zich over te geven en het geheim van dit toestel prijs te geven, staken ze hun benzine in brand. Je zag de vlammen en rook door de schietgaten naar buiten spuiten en tegelijkertijd rook je de stank van gegrild vlees. Toen Combles was ingenomen werden er vier verkoolde lijken uitgehaald.

Helden ? Martelaars ? Of gekken ? Misschien waren ze gewoon het slachtoffer van een ongeval, van een ontploffing van de motor bijvoorbeeld ? Als ze vrijwillige slachtoffers waren, was het wel heel naïef te denken dat hun dood de Duitsers zou beletten op hun beurt tanks te bouwen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

british-mark-iv-3

einde van de slag aan de Somme

Het pas opgerichte Britse 5e leger onder generaal sir Hubert Gough begint op 13 november 1916 de slag van de Ancre ten noordoosten van Albert. De Britse aanval, ingeleid door de vernietiging van de Duitse Hawthorn-vesting door de ontploffing van een ondergrondse mijn, richt zich op het dorp Beaumont Hamel, dat veroverd wordt. De strijd in deze sector duurt verder tot de 18e.

Op 18 november 1916 eindigt de slag van de Ancre en sluit het Britse offensief bij de Somme af. Bij de Britten zijn enorm veel slachtoffers gevallen : zo’n 420.000. De campagne heeft de Fransen 205.000 soldaten gekost en de Duitsers 500.000. Tegen het einde van hun aanvallen hebben de Britten bepaalde van hun begindoelen nog steeds niet gerealiseerd. Zo zitten ze nog steeds op 5 km van Bapaume. Hoewel ze weinig terrein gewonnen hebben, maakten de Britten veel Duitse slachtoffers. Bovendien bespoedigden ze de Duitse beslissing om zich terug te trekken tot de Hindenburglinie

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande foto is ingekleurd door Leo Courvoisier. Meer foto’s vind je op zijn FB pagina https://www.facebook.com/Greetingsfromthetrenches/?fref=ts

ancre_1916_leocourvoisier

naar het front bij Miraumont

In zijn dagboek beschrijft gezondheidsofficier Hugo Natt op 16 november 1916 hoe hij in de buurt van Miraumont (ten zuiden van Arras) ’s nachts naar het front trekt.

De weg was redelijk, ganzenmars. Af en toe een granaattrechter. De eerste die er een ziet, roept “granaattrechter”, de mannen achter hem geven het door. De wegen worden alsmaar slechter. Zo nu en dan komt er een munitiewagen aangesuisd, dan is het “rechts houden”, meestal beland je dan in een diepe sloot.

Nu kruisen we een spoorwegovergang en lopen dan in hoog tempo verder omdat juist dit gebied straks onder vuur komt te liggen. Langs een steile spoordijk, omhoog naar de heuvel waar de toegang tot de schuilplaats ligt.

“Wat zal er gebeuren ?”, is de telkens herhaalde vraag.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Albin Egger-Lienz, “Die Namenlosen”.

albineggerlienz_dienamenlosen