De sluizen aan de Ganzepoot gaan open in Nieuwpoort

Vandaag, 28 oktober 2014, is er een plechtigheid in Nieuwpoort. Koning Filip I ontvangt buitenlandse staatshoofden voor een herdenking. Die reden van de herdenking staat te lezen in de kalender 2014-2018 van het Davidsfonds. Die tekst zet ik hieronder. De tekening die ik erbij heb gezet komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens.

In de nacht van 28 op 29 oktober 1914 zetten de Belgen bij vloed de schutsluizen open aan de Ganzepoot. Het zeewater stroomt dan volop in de Noordvaart en verspreidt zich door sloten en grachten over de hele polder. Als het water in de Noordvaart even hoog staat als het zeewater, gaan de sluizen weer dicht. Bij de volgende paar hooggetijden herhalen de Belgen deze operatie.

Het eindresultaat is dat een oppervlakte van zowat 25 vierkante kilometer tussen de Ijzer en de berm van de spoorlijn Nieuwpoort-Diksmuide onder water staat. Die berm is slechts één tot een paar meter hoger dan de Ijzervlakte die ze doorkruist, maar dat is voldoende om te fungeren als dijk. Het front ligt hier vast voor de rest van de oorlog. De Duitsers kunnen het vergeten om langs hier naar Calais en Duinkerken op te rukken. Belangrijke figuren achter de inundatie van de Ijzervlakte zijn de burgers Karel Cogge en Hendrik Geeraert.

uit "Afspraak in Nieuwpoort"

uit “Afspraak in Nieuwpoort”

 

de onderwaterzetting van de Ijzervlakte wordt voorbereid

Geniesoldaat Maurice Braet maakt op 26 oktober 1914 de aanloop mee van de onderwaterzetting van de Ijzervlakte.

Vandaag trekken de Belgen zich terug achter de spoorwegberm van de lijn Diksmuide-Nieuwpoort. De Veurnse onderzoeksrechter (Emeric) Feys suggereert kolonel (Félix) Wielemans een inundatie van het gebied tussen de spoorweg en de Ijzer. Hij stelt ook voor om een beroep te doen op de technische kennis van Karel Cogge, toezichter van de Veurnse Noordwatering. Cogge verstrekt de militaire overheid de technische bijzonderheden voor het overstromingsplan en legt ter plaatse de te volgen handelingen vast. Schipper (Hendrik) Geeraert komt er opnieuw bij om de zwengels van de sluizen te bedienen. De genietroepen dichten alle waterlopen onder de spoorwegberm, om de achterliggende Belgische sector droog te houden.

bron : kalender 2014-2018, Davidsfonds

Karel Cogge

Karel Cogge

HendrikGeeraert

Hendrik Geeraert

Odon onder vuur in Pervijze

bron : Odon, oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat door Ivan Petrus Adriaenssens

20 oktober 1914
’s Morgens om 4 uur was het réveille en zodra we gerassembleerd waren, trokken we in de richting van Pervijze. Toen we hier op het dorpsplein kwamen, was de 4e linie er al. Vanhier gingen wij in de richting van Ramskapelle, maar halfweg werden we nogmaals in het veld geleid. Hier maakten we tranchées om ons te kunnen verwarmen, want het was erg koud. We kregen voor de eerste keer Frans brood te eten. Eén brood voor zes man. Dat we content waren, hoeft ge niet te vragen. (…) Tegen de avond werd er gezegd dat we naar de slag moesten, waar niemand zin in had. Iedereen was bevreesd want sinds onze aankomst in Oostkerke was het bombardement nog niet gestopt. (…) Rond 21 uur van de avond van de 20e oktober kwam het bevel om te vertrekken. We gingen door Ramskapelle en trokken in de richting van de Ijzer. Buiten Ramskapelle gekomen moesten wij alweer wachten. We bleven daar liggen tot 2 uur ’s nachts.

21 oktober 1914
(…) We vulden allemaal onze gourde met wateren zakten af in de richting van Pervijze, staken het dorpsplein en de spoorweg over naar de vijand toe. Toen we enkele minuten voorbij het station waren, merkte de vijand ons op en werden de schrapnels voor ons niet gespaard. (…) Onmiddellijk gaf de luitenant ons het bevel ons aan de kant in een gracht te verschuilen. (…) We bleven hier tot omstreeks 14 uur. Er werd oneindig veel geschoten. Rond die tijd gingen wij in tirailleur het veld door. Op een vijfhonderdtal meter voor ons was de vijand een plek aan het bombarderen dat het horen en zien verging. (…)
Het was het bataljon van majoor graaf d’Oultremont. Ze waren nog met 150 man. Men vertelde mij dat ze een aanval gelanceerd hadden en dat dit alles was wat overschoot van dat bataljon. Hun majoor was ook doodgeschoten. Alle mannen waren erdoor aangedaan en zeiden dat het schandalig was om een aanval te doen op zeshonderd meter van een vijand die hen opwachtte met mitrailleurs.

22 oktober 1914
Rond 3 uur ’s ochtends werden we afgelost door het 9e linieregiment. We waren in de zevende hemel toen het zover was. Het duurde dan ook niet lang of we gingen ervandoor. Aan Pervijze-station gekomen was het “halt”. Hier kregen we rantsoen zoveel we wilden.

23 oktober 1914
Rond 7 uur ’s morgens begon de vijand onze tranchée te bombarderen met stukken van 150 tot 210. Commandant De Kempenaar, die mijn bataljon commandeerde, liet ons van plaats veranderen. We gingen nu achter het plein van Pervijze in een gracht liggen, maar de obussen leken ons te volgen. Aan allek kanten zag ik onze arme soldaten terugtrekken. We werden goed bij elkaar gehouden door enkele moedige officiers. (…)
Wij kregen het bevel om vooruit te gaan tot aan de spoorweg. Er was niemand die dat bevel graag opvolgde, iedereen was uitgeput. Toen we aan de spoorweg kwamen, begon de vijand met een afgrijselijk bombardement. De Duitsers mikten voortdurend op de spoorweg. Ook de kerk van Pervijze werd zwaar getroffen.

tekening uit het boek "Odon"

tekening uit het boek “Odon”

Raoul Snoeck wacht vergeefs op versterking

Op 16 oktober 1914 noteert Raoul Snoeck in zijn dagboek dat hij de Schoorbakkebrug bewaakt. Lees meer op deze pagina. Hieronder noteren we enkele treffende fragmenten uit Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei.De tekening die tevens tekst uit dit dagboek vermeldt, komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens.

19 oktober 1914
De hele dag worden we hevig gebombardeerd. Hetzelfde gebeurt aan de kant van Nieuwpoort en Diksmuide. Er wordt geschoten zonder ophouden. De onverschrokkenheid van de Belgen moet niet onderdoen voor de koppigheid van de vijand. Het begint hardnekkig en doordringend te regenen, kleren en bodem raken doorweekt. (…)

20 oktober 1914
Nog een dag en een nacht gaan voorbij, de regen houdt maar niet op. Alleen het kanonvuur vermindert, een korte verpozing. ’s Morgens om acht uur herneemt het gedonder van de artillerie.Obussen van groot kaliber komen in grote hoeveelheden aansuize, keren de loopgraven ondersteboven en slaan enorme kraters. (…) Aangezien de veldkeuken onder vijandelijk vuur ligt, worden we niet meer regelmatig bevoorraad. Dan maar zonder voedsel. We zijn al verschillende dagen in het gevecht verwikkeld  en niemand komt ons aflossen, het is beangstigend. (…)

21 oktober 1914
(…) De Duitsers vallen aan met verse troepen : honderdzestigduizend man ondersteund door tenminste vijfhonderd kanonnen. Wij daarentegen zijn niet eens met vijftigduizend, slecht uitgerust en maar gesteund door driehonderdvijftig kanonnen van 75 en twee houwitsers van 149. De vierduizend soldaten die de lijn Nieuwpoort-Pervijze verdedigen, behoren tot de 1e, 2e en 22e linieregimenten. De anderen zijn richting Diksmuide vertrokken en worden gesteund door zesduizend Franse marinefusiliers.We zijn geveld en dood van honger. (…) De toestand is kritiek, het Belgisch leger wordt steeds kleiner en is aan zichzelf overgeleverd. We zijn hopeloos ontredderd en hebben drie dagen niets meer gegeten of gedronken.

Afspraak in Nieuwpoort

Afspraak in Nieuwpoort

23 oktober 1914
(…)Een hele lijn soldaten rukt op. Met een groot aantal makkers voeg ik me bij hen. Op hun beurt schallen de vijandelijke klaroenen en een groep Duitsers rukt op van Schore naar de Ijzer. We nemen de vijandelijke kolonne onder vuur, maar de gesneuvelden worden onmiddellijk vervangen. De vijand wordt tweemaal in de flank aangevallen tussen Schoorbakke en Stuivekenskerke. Zonder succes. De Duitsers blijven de Ijzer in hun greep houden.
(…) Eindelijk worden we afgelost door het 4e linie. We hoeven ons allen terug te trekken. Dat doen we onder artilleriebuien. In aanvulling op het moordende kanonvuur dunt levendig geweervuur links en rechts de rangen uit. Di cht bij de Beverdijk lopen we de weg op naar Pervijze en wat verder volgen we de spoorlijn Nieuwpoort-Pervijze. Wat een verschrikkelijke aftocht.

24 oktober 1914
Gezien onze grote verliezen werkt men aan een hergroepering van de eenheden. Ons bataljon wordt in tweeën verdeeld : het 1e bataljon van het 3e linie en het 4e van het 3e linie smelten samen met het 1e bataljon van het 2e linie onder het bevel van Reding. Het 2e en 3e betaljon van het 3e linie vormen samen met de resten van het 4e en het 2e linie de groep Ruquoy. Onze compagnie bezet het bruggenhoofd Schoorbakke. De hele dag wordt er gevochten.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Peter Kollwitz en de treurende ouders

Peter Kollwitz

Peter Kollwitz

Peter Kollwitz is pas 18 wanneer een kogel hem op 23 oktober 1914 doodt in Diksmuide. Hij maakt deel uit van het 207e Reserve Infenterie Regiment dat op dat ogenblik het Belgische 11e linieregiment aanvalt. In 1926 bezoeken de ouders van Peter zijn graf voor het eerst, toen nog in Esen.

Wanneer Karl en Käthe Kollwitz in 1932 terugkeren, brengen ze de pas gehouwen beeldengroep van de “treurende ouders” mee. Het kunstwerk groeide uit tot een aanklacht tegen oorlog vanwege alle ouders. In 1956 verhuisde het treurende ouderpaar naar het Soldatenfriedhof in Vladslo, samen met de stoffelijke resten van Peter Kollwitz (zie steen 3/29 vlak voor de treurende vader).

bron : kalender 2014-2018, Davidsfonds

Treurende Ouderpaar

Treurende Ouderpaar

Generaal Deschepper vlucht uit Achel

Generaal Deschepper leidt de troepen in Limburg in de maanden augustus en september 1914. Deze troepen maken geen deel uit van het Belgische veldleger dat zich eerst uit Luik en daarna uit Antwerpen terugtrekt. Het gaat om vrijwilligers en gendarmen. De acties beperken zich tot kleine tegenaanvallen tegen het Duitse leger, dat in oktober besluit komaf te maken met deze soldaten die de Duitsers eerder als vrijschutter dan als militair beschouwen.

generaal Deschepper

generaal Deschepper

Op 7 oktober 1914 hebben de Duitsers al een eerste actie in Hamont gevoerd. De vrijwilligers onder leiding van commandant Buysschaert hebben zich vanuit Kaulille naar Hamont terug getrokken en worden achtervolgd door Duitse uhlanen. De Duitsers eisen de overgave van de groep en dreigen Hamont te bombarderen als dit niet gebeurt. Diezelfde dag sterft ook burgemeester de Caritat van Lanaken die met zijn vrijwilligers vanuit Zuid-Limburg is gevlucht naar Hamont. Meer informatie over de Caritat vind je op deze pagina. Pastoor Keunen bemiddelt met de Duitsers en weet het bombardement te voorkomen. De vrijwilligers onder leiding van Buysschaert trekken de Nederlandse grens bij Hamont over en worden daar door Nederlandse soldaten ontwapend en geïnterneerd. De Duitsers trekken zich terug.

Generaal Deschepper heeft zich op 7 oktober 1914 ook in de kluis verschanst. Op 15 en 16 oktober 1914 trekken 3.000 Duitse landstormtroepen vanuit Hamont en Sint-Huibrechts-Lille samen naar Achel om deze laatste groep Belgische soldaten uit Limburg buiten strijd te stellen. Op 17 oktober 1914 onderhandelt de Duitse kapitein Woltereck met generaal Deschepper over diens overgave. Om 14 uur beschieten Duitse kanonnen de Achelse kluis. De pantserwagen van Deschepper met mitrailleuse houdt de Duitse soldaten even tegen, maar blokkeert na 400 schoten. Tegen de overmacht van de 3.000 soldaten kan Deschepper met zijn 200 man niet veel inbrengen. Generaal Deschepper steekt samen met zijn soldaten de Nederlandse grens over. Daar worden ze ontwapend en geïnterneerd. Dit betekent tevens het einde van het Belgisch gewapend verzet in Limburg. Andere vormen van verzet zullen echter wel blijven, zoals spionage en het overbrengen van personen over de grens. Heel wat Limburgers zullen zo via Nederland het Belgisch leger gaan vervoegen. Waaronder dus ook Martinus Evers die vanuit Hamont naar Folkestone gaat om zich te laten inlijven.

bron : van generaal Deschepper tot de Achelse kluis, publicatie van de heemkundige kring van Hamont en buurtgemeentes,

Raoul Snoeck bewaakt de Schoorbakkebrug

Op 16 oktober 1914 noteert Raoul Snoeck in zijn dagboek het volgende :

Terug naar Schoorbakke om er loopgraven te maken langs de Ijzer. De frontlijn volgt de loop van de rivier die gemiddeld achttien tot twintig meter breed is. De linkerbedijking domineert de rechtse met twee meter. Met grote haast brengen we versterkingen aan langs de Ijzer, die wellicht Belgen zal zien sneuvelen. Sommigen hebben geen schoeisel meer en dragen klompen, pantoffels of plankjes die met koorden aan de voeten gebonden zijn. Velen moeten het stellen zonder jas, de kleren zijn versleten en gescheurd. We hebben geen vers ondergoed en niets om ons ’s nachts te bedekken. De kleding bestaat uit een kakelbonte mengeling van zowel burgerlijke als militaire hoofddeksels, broeken en jassen. Maar het kostuum heeft niet zoveel belang, het moreel is goed en dat is het essentieelste. Ons leger krijgt een prachtige maar heel gevaarlijke rol : het Duitse leger tegenhouden en standhouden op de laatste vaderlandse grond.

Samen met compagniegenoten bezet ik de brug van Pervijze (noot van de vertaler : nu spreekt met van de Schoorbakkebrug). We werken zonder verwijl verder aan de versterkingen en doen al het mogelijke om een hindernis te bouwen die de geduchte en koppige geestdrift van de Duitsers zou moeten breken. We graven kuilen die veertig centimeter diep en ongeveer even breed zijn. Ze worden telkens door twee personen bemand. Rooms en ik delen er een.

Schoorbakkebrug in 1914 na de gevechten

Schoorbakkebrug in 1914 na de gevechten

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Raoul Snoeck passeert zijn geboortestad Gent op de terugtocht

Raoul Snoeck beschrijft in zijn dagboek zijn terugtocht vanuit Antwerpen heel gedetailleerd.
7 oktober 1914
We vertrekken om vier uur naar Oude God, volgen eerst de steenweg naar Antwerpen en dan de spoorweg. Rust in Oude God, waar we eindelijk Engelsen zien die al twee en een halve maand geleden waren aangekondigd.
Ze zullen ons aflossen. We zijn genoodzaakt Antwerpen op te geven en moeten ons haasten om te ontsnappen aan de Germaanse omsingeling. De terugtocht begint. We trekken de stad door en de Schelde over op een botenbrug.
(…) Te voet nemen we de weg naar Gent en arriveren om vijf uur ’s avonds in Beveren-Waas. (…) Drie uur later (om acht uur) vertrekken we alweer en arriveren om half elf in Sint-Niklaas-Waas. Daar nemen we een trein om half een ’s morgens(…).

8 oktober 1914
Op de trein. We passeren Gent Sint-Pieters om half zes ’s morgens. Ik vergeet mijn vermoeidheid en kijk over de stad die me zo nauw aan het hart ligt en waar ik zulke heerlijke momenten beleefde. Gent ! Het hart bonst me in de keel. Het weerzien van mijn geboortestad overkomt me als in een droom. Ik heb er zoveel zoete herinneringen van tederheid en jeugdige ambitie achtergelaten. In mijn verbeelding zie ik mijn familie, mijn kamer, mijn bibliotheek. In mijn kleine innerlijke wereld komen sterke emoties los. Vroeger liep ik zorgeloos en vertroeteld door die straten. Nu doen ze het bloed sneller door mijn aders stromen. Als een kleine jongen ben ik triestig en blij tegelijk. We werpen briefjes door de ramen van de wagons, zodat een welwillende voorbijeganger wat nieuws kan brengen aan de familie. (…)

Gent_SintPïeters

We arriveren in Oostende, stappen opnieuw in voor Jabbeke vanwaar we te voet naar Stalhille trekken. (…) Een makker laat me weten dat mijn ouders er zijn. Ik haast me naar hen toe. Moeder ziet mij van ver aankomen en loopt me tegemoet. Een zachte omhelzing met lachen en tranen omstrengelt ons. Wat verder wacht vader. Samen met verschillende Gentse vrienden brengen we de namiddag door.  Aangezien we naar ons kantonnement terugmoeten, nemen we afscheid om negen uur. (…)

9 oktober 1914
Mijn ouders moeten samen met andere Gentenaars te voet naar Brugge. want er rijden geen treinen meer en ze vinden geen wagen of sjees. Ik kijk hen na met beklemd hart. Wat is oorlog toch een triestige zaak. (…)

10 oktober 1914
We staan op om vijf uur en trekken van Stalhille naar Middelkerke. We komen er om 2 uur aan. In Oostende, waar vele Engelsen ontschepen,logeren we in de kursaal. Antwerpen is definitief in handen gevallen van de vijand. (…)

11 oktober 1914
Rust in Middelkerke. (…)

13 oktober 1914
Ik ontvang nieuws van mijn ouders, die ’s morgens om negen uur uit Stalhille vertrokken en om middernacht in Gent aangekomen zijn. We vernemen dat de Moffen sinds gisteren in Gent zijn en zich rustig houden. Vanmorgen lag de omgeving wit van de rijm. We hebben nog geen deken ontvangen en ontwaken met benen als ijsklompen. Nu de Duitsers baas zijn in Antwerpen, denken ze zich gemakkelijk meester te maken van Duinkerke om dan als overwinnaars door te stoten naar Calais. Dat lijkt hen heel vanzelfsprekend. Ze hopen de Vlaamse polders als basis te kunnen gebruiken voor nieuwe militaire operaties. Ondanks onze grote vermoeidheid krijgen we het bevel te vertrekken om de Ijzeroever te versterken.  (…) Bij dageraad trekken we met schoppen en spaden naar Ichtegem en Koekelare, waar loopgraven gemaakt worden voor het station.

bron :  Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Dokter Lievens op de terugtocht uit Antwerpen

Dokter Lievens is één van de laatste Belgen in Antwerpen als hij op 9 oktober 1914 het bevel krijgt de stad te verlaten. Hij krijgt te maken met de snelle Duitse opmars.

De Duitsers steken in Schoonaarde en Antwerpen de Schelde over en omsingelen ons bijna helemaal. Omstreeks 22 u krijgen we het bevel ons vechtend terug te trekken. Verschrikkelijke nacht. Moreel beneden nul. Achter ons gaan de forten een na een de lucht in.

Paniek in Vrasene. Soldaten gooien wapens en uitrusting weg, duwen elkaar opzij en gaan op de vuist om hun hachje te redden. Heel wat mannen lopen verwondingen op. Uiteindelijk slagen oversten erin de orde te herstellen. Het merendeeld van de soldaten vindt zijn wapens terug en we begeven ons naar Verrebroek.

bron : kalender 2014-2018, Davidsfonds

Op onderstaande kaart staan Antwerpen, Vrasene en Verrebroek aangeduid. De nabijheid van de Nederlandse grens was voor sommigen heel aanlokkelijk om deze over te steken in de hoop van de oorlog af te zijn.

kaartBijAgendaLievens19141009

Van Mieghem en de landsverhuizers

Eugeen Van Mieghem is een Belgisch kunstenaar, geboren en getogen in Antwerpen, meer bepaald in de wijk van de oude haven. Hij maakt er kennis met de typische havensfeer en zou er waarschijnlijk ook een typisch havenberoep gevonden hebben als hij niet een bijzonder tekentalent had. Hij wordt jammer genoeg van de academie weggestuurd, nog wel door dezelfde profesoor die eerder ook Van Gogh had wandelen gestuurd. Maar zijn talent zal van Mieghem niet verloochenen en hij tektn met liefde de mensen die de haven van Antwerpen bevolken : de buildragers, de zakkenmaaksters, schippers, zwervers en emigranten. Voor de oorlog gaat het om de landverhuizers die oost-Europa verlaten om in Amerika een nieuw leven te beginnen. Menig schilderij van van Mieghem toont deze landverhuizers op zoek naar een beter leven.
En dan komt de grote oorlog die ook Antwerpen hard treft. Van Mieghem heeft deze tragiek treffend weten te tekenen in zijn typische stijl in onderstaande schilderij. Wie meer wil weten over deze kunstenaar kan terecht op  http://www.vanmieghemmuseum.com/main.php?lang=NL

Van Mieghem - vluchtelingen in Antwerpen

Van Mieghem – vluchtelingen in Antwerpen