Raoul Snoeck ziet de eerste sneeuw

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek.

20 november 1914 : De Ijzervallei is nog verder onder water gezet ten zuiden van Diksmuide. De Duitsers hebben zich volledig teruggetrokken op de rechteroever. Na een maand van onophoudelijke inspanningen zijn hun doorbraakpogingen volledig verijdeld. Het is barslecht weer. De sneeuw valt met grote vlokken.

22 november 1914 : Het vriest min vier tot min zeven. De kou hindert de krijgsverrichtingen. De Duitsers bestoken Ieper. Wat zal er overblijven van de architecturale schoonheid van ons land ?

24 november 1914 : Het houdt op met vriezen en herbegint met regenen. Velden en weiden worden ongeschikt voor militaire operaties. De situatie aan de Ijzer blijft onveranderd. Naar verluidt bombardeert de Engelse vloot furieus Zeebrugge om er de werven te vernietingen waar de Duitsers hun onderzeeërs klaarmaken.

Raoul Snoeck staat in het midden.

Raoul Snoeck staat in het midden.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Odon gaat na zijn rustperiode terug naar de eerste linie

Odon Van Pevenaege noteert op 15 november 1914 een aantal gebeurtenissen die duidelijk over een aantal dagen gespreid zijn. (bron : “Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat”, Ivan Adriaenssens, uitgeverij Lannoo)

Na die twee weken (rust) keerden we terug naar Fortem. Hier verbleef onze compagnie vlak bij de kerk van Oeren. De hele nacht regende het zonder ophouden. ’s Anderendaags gingen we verder in de richting van Lampernisse. We werden ernaartoe geleid langs kleine binnenwegen. Toen we in deze parochie arriveerden, kregen we repos in een stuk bietenveld, tot verdere orders zouden volgen. Het weer was niet goed en er dreigde voortdurend regen. Rond 16u kwam dan het bevel om voorwaarts te gaan. We gingen weer in de richting van Oostkerke. Achter het dorpsplein gekomen volgden we de spoorweg naar Diksmuide. Zo gingen we tot aan het gehucht Oude Bareel, baan Diksmuide-Oudekapelle en Diksmuide-Pervijze, dat wil zeggen de Drijstraat. Hier gekomen nam mijn bataljon de weg van Oudekapelle en na enkele honderden meters draaidenb we het veld in, richting Diksmuide. Het was een aardeweg, die ons door het vlakke land leidde. Het was er zo vuil dat er veel makkers hun schoenen verloren. Ik moest mijn geweer gebruiken als wandelstok. Desondanks viel ik in een gracht vol water. Het weer was ook al niet goed. Men zei dat we hier maar tweehonderd meter van de eerste linie waren en dat we ons tijdens de dag moesten schuilhouden. Als de vijand ons zag, zouden ze beginnen bombarderen. (…)
Na te hebben gegeten deed ik mijn natte schoenen uit om van sokken te veranderen en zonder veel gerucht te maken vertelden we elkaar onze belevenissen. Het duurde niet lang voor we sliepen. Toen ik ontwaakte, was het al licht. Ik ging door een kier van de deur loeren om het terrein te bekijken zonder zelf gezien te worden. De Fransen die op de eerste linie zaten, waren tranchees aan het graven.

Soldaten graven loopgraven - uit het boek "Odon"

Soldaten graven loopgraven – uit het boek “Odon”

De onbekende zoeaaf aan de Drie Grachten

In de voorafgaande dagen bestookten Duitse en Franse troepen elkaar in de buurt van Drie Grachten (Merken – Houthulst). Aanvallen volgende elkaar op. De Fransen bezetten de voorpost Drie Grachten op de weg Noordschote – Luingne. In de loop van de nacht van 11 november op 12 november 1914 doen de Duitsers een nieuwe tegenaanval, waarbij ze enkele gevangen genomen zoeaven voor zich uit duwen om met deze list de Franse voorpost in te nemen. Een van de onder schot gehouden zoeaven ziet het gevaar van de situatie en roept naar zijn landgenoten “Tirez donc au nom de Dieu,, ce sont des Boches ” (Schiet in godsnaam, het zijn moffen.). De Fransen vuren en doden daarbij zowel de Duitsers als hun niet-geïdentificeerde strijdmakker.deuxieme_zouave_003

Tijdens het Lichtfront op 17 oktober 2014 werd er een brandende reus over de brug getrokken als eerbetoon aan de Franse zoeaaf die zijn leven gaf voor zijn strijdmakkers.

onbekende zoeaaf - Lichtfront 2014

onbekende zoeaaf – Lichtfront 2014

bronnen

Odon en Raoul genieten van relatieve rust

EInd oktober 1914 waren ze nog allebei verwikkeld in hevige gevechten. Maar sinds de onderwaterzetting zijn de gevechten geluwd. Odon Van Pevenaege noteert het volgende in zijn dagboek :

2 tot 15 november 1914 – Pas na lange tijd gingen we naar Lampernisse en vervolgens naar Fortem. Om 2 uur ’s ochtends kwamen we eindelijk in Wulveringem aan. Ons bataljon moest in Het Zwaantje kantonneren (gehucht van Wulveringem) . Onze compagnie werd gelegerd op de hoeve van de burgemeester. Wij verbleven hier een veertiental dagen. In die periode ging de compagnie enkele dagen werken in Oeren en in Fortem aan het kanaal. Daar ging ik met de andere clairons naar de dagelijkse repetitie in een hoeve, vlakbij het dorpsplein.

Wulveringem - gehucht het Zwaantje

Wulveringem – gehucht het Zwaantje

In het dagboek van Raoul Snoeck staat het volgende te lezen :

28 oktober 1914. Om vier uur ’s morgens mogen we ons uit de gevechtszone terugtrekken. De Fransen zijn er ! Het werd tijd. We zijn op, halfdood van vermoeidheid, kou en ontbering. Enkel 65 van de 215 man in mijn compagnie hebben het overleefd.  We blijven slechts overeind door loutere vastberadenheid. Het 2e linie verzamelt in een weide van Booitshoeke (langs de weg Pervijze – Veurne). Met wat rest van ons regiment trekken we ’s nachts naar de Panne. (…)
1 november 1914 Al drie dagen ben ik in De Panne, met drie weken verschrikkelijke strijd achter de rug. Hier is het betrekkelijk rustig, uitgezonderd op patrouille, waar men ons zoals het hoort op geweerschoten onthaalt. (…)
2 november 1914 We leggen loopgraven aan in Wulpen, waarin we ook verblijven.
7 november 1914 We vertrekken om  de loopgraven in Ramskapelle te bezetten, waar we een dag van piket zijn. Daarna volgt een dag wacht en vervolgens een dag rust in Wulpen. De kou is geweken, nu volgt een vieze modderdooi. De loopgraven zijn herschapen in riolen.

Ramskapelle 1914

Ramskapelle 1914

bronnen :

Ivan Petrus Adriaenssens, Odon, Lannoo

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

De Pruisen vallen Ieper aan via de nonnebossen

11 november 1914 : de eerste slag om Ieper woedt nog steeds in alle hevigheid. De Pruisische gardedivisie wordt ingezet en valt de Britse posities aan via de nonnebossen. Einddoel is Ieper en keizer Wilhelm I houdt zich in Gent al klaar om ’s avonds de ingenomen stad de overwinningsparade van zijn troepen te kunnen afnemen. Maar de Britten zijn te taai en de Franse artillerie is er voor de Duitse aanvallers teveel aan.

William Barnes Wollen, Britse kunstschilder (geboren te Leipzig) is gekend voor zijn oorlogsschlderijen. Een ervan geeft de gevechten in het nonnebos bij Ieper weer. Een afbeelding van dit schilderij vind je hieronder.

bronnen

http://www.wo1.be/nl/geschiedenis/slagen-in-de-westhoek/de-ieperboog/de-eerste-slag-bij-ieper-19-oktober-22-november-19141

http://www.abfition.com/wo1/ieper-1914.htm

Nonnebosschen, defeating the Prussian guard - William Barnes Wollen

Nonnebosschen, defeating the Prussian guard – William Barnes Wollen

Franse fusiliers marins leveren slag in Diksmuide

De Franse fusiliers marins zijn in Belgie als ondersteuning van het Belgische leger. Samen met de Belgen hebben ze al slag geleverd in Melle van 9 tot 11 oktober om de Duitsers af te remmen. Aan het Ijzerfront hebben ze al enkele weken stand gehouden tegen een grote Duitse overmacht. Op 9 en 10 november 1914 leveren de fusiliers marins lijf-aan-lijfgevechten met de Duitsers in Diksmuide. Ze moeten Diksmuide prijsgeven maar de Duitse doorbraak komt er niet. Dankzij de zelfopoffering van de fuseliers marine. Wie hier meer over wil weten, kan terecht op de webpagina Franse fuseliers marins van Parijs tot Diksmuide. Als eerbetoon aan deze dappere Franse soldaten publiceer ik hieronder een tekening uit de Franse versie van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort” (“Retrouvailles de Nieuport”) van Ivan Petrus Adriaenssens.

Retrouvailles de Nieuport

Retrouvailles de Nieuport

Bommen op Kortrijk

Zoals zovelen houdt Stijn Streuvels de oorlogsgebeurtenissen nauwlettend in het oog, maar hij noteert ook wat hij ziet en denkt. Op 6 november 1914 schrijft hij het volgende :

Zware treinen stomen over de sporen van Kortrijk naar Brussel, hier door ’t veld, geladen met paarden, materiaal en soldaten. Bij een boer in de buurt eisen soldaten die in Vichte verblijven, een stier op. In Deerlijk vordert men paarden voor ’t leger. De Duitsers willen naar Calais maar de Britten versperren hen de weg. Geen van beiden komt vooruit.

In Kortrijk hebben de Fransen bommen laten vallen. ’t Station was bedoeld maar in plaats daarvan komen de bommen terecht op de Vlasmarkt, waar een tiental burgers worden gedood en een dertigtal gewond.

Station te Kortrijk tijdens WO I

Station te Kortrijk tijdens WO I

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De foto komt van http://www.kortrijkbezet14-18.be/beeldbank

Palingbrug in Nieuwpoort heroverd door de Belgen

Op 3 november 1914 herovert het Belgische leger de Palingbrug in Nieuwpoort op de Duitsers. Vanuit deze versterkte positie kunnen ze het belangrijke sluizencomplex beschermen. Van hieruit blijft de waterhuishouding van de onder water gezette Ijzervlakte gedurende de hele oorlog onder controle.

Vraag is echter of het om een brug gaat dan wel om de hoeve met diezelfde naam. Die hoeve vind je op onderstaande foto. De Palingbrug was tot de heraanleg van de achterhaven van Nieuwpoort een brug over de Brugse vaart. De weg naar Oostende dwarste die vaart ongeveer waar nu de westhelling naar het Albert monument ligt : dat was de Palingbrug. Er was later een herberg in die buurt en een hoeve met die naam. In 1876 verdween de brug, maar het toponiem bleef op de kaarten staan.

Nieuwpoort - hoeve "Palingbrug"

Nieuwpoort – hoeve “Palingbrug”

bronnen

Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.nieuwpoort-digitaal.be/geschiedenis/Toon_Foto.asp?pic=42&Cat=4

http://www.nieuwpoort-digitaal.be/geschiedenis/Misverstanden.asp

de slag aan de Ijzer en bij Ieper vanuit Duits standpunt

Otto Schwing - Ypres 1914

Otto Schwing – Ypres 1914

Gisteren publiceerde ik een kort bericht uit de kalender 2014-2018 van het Davidsfonds. Daar was een kort verslag van Otto Schwink in vermeld over 30 oktober 1914, toen de Duitsers zich moesten terug trekken voor het wassende water. Wie googelt op Otto Schwink, komt uit bij een reeks boeken, in allerhande talen, die verwijzen naar het boek dat Otto Schwink na de oorlog heeft geschreven. Naast de Duitse versie zijn er Engelse, Franse en Nederlandse vertalingen. Bij amazon.com is het boek beschikbaar in verschillende versies. Wie het boek online wil lezen, kan terecht op onderstaande link

http://www.gutenberg.org/files/44234/44234-h/44234-h.htm

Duitse aanval in Ramskapelle valt in het water

30 oktober 1914 : Otto Schwink, een Duitse kapiteit in Ramskapelle, is verbijsterd over het opkomend water op de Ijzervlakte.

Tegen 23.30 meldt een stafofficier dat, wegens het stijgen van het water, onze aanval afgelast werd. Wat gebeurt er ? Onze soldaten staan tot aan de enkels in het water, op sommige plaatsen zelfs tot aan de knieën. In het leemachtige slijk kunnen ze nauwelijks de voeten optillen. Wie onder het vreselijke vuur van de machinegeweren wil gaan liggen, is verloren.

Men veronderstelt dat de regenbuien van de laatste dagen de oorzaak van het stijgen van het water zijn en men hoopt dat het stelsel  van de afwateringskanalen spoedig de vloed zou afleiden. Het rijzen van het water belet al vlug het transport van munitie en de inzet van ambulances. Er zit voor de Duitsers niets anders op dan zich terug te trekken.

bron : Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
tekening uit “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens

uit "Afspraak in Nieuwpoort"

uit “Afspraak in Nieuwpoort”