Op 21 maart 1915 rond 18 u schieten Duitse militairen in Hasselt de ongehuwde schoenmaker Karel Cosemans uit de Paardsdemerstraat neer wanneer hij wegvlucht uit Koffiehuis Vanorshoven tegenover de “Spoorhalle” (oude benaming voor station). Reden was dat hij hen “op scherpe wijze bejegend had”. De Duitsers treffen hem met een kogel in de rug op het einde van de Geraetstraat. Een half uur later overlijdt Karel Cosemans in het koffiehuis van de weduwe Vos, op de hoek van de Geraetstraat en de Kuringerbaan.
Belgie
veroordeeld wegens lafheid
Jeroom Leuridan, later advocaat en Vlaams-nationalistische politicus, beschrijft in zijn dagboek op 17 maart 1915 hoe een Franstalige Belgische krijgsraad een Vlaamse soldaat die de Franse taal niet machtig is, veroordeelt wegens lafheid.
Op het einde van het proces klonk de enige Nederlandstalige zin :”Heb que noc iets te seque ?”. Natuurlijk had de soldaat niets te “seque”, want hij had van het hele verloop van het proces niets begrepen.
Een paar weken later wordt Leuridan medewerker van De Belgische Standaard, een Nederlandstalige krant die verspreid wordt in het onbezette gebied.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Jeroom Leuridan maakt de mis van de grenadiers mee
In de buurt van het front woont Jeroom Leuridan op 14 maart 1915 een mis bij op de zondag van halfvasten :
Ik heb de mis van de Belgische grenadiers bijgewoond. De kerk was “gestampt vol”. De grenadiers hebben de dood zien maaien in hun rangen. Heeft dat hen wellicht dichter tot de Gebieder van de Dood gebracht ? Het prachtige muziekkorps van de grenadiers heeft roerend schone stukken uitgevoerd.
De donderende basstem en dat schetterend klaroengeschal aan de consecratie, terwijl al die krijgshoofden diep gebogen waren… Aangrijpend ! Dat schone woord van de aalmoezenier… en dan ginder, het bonzen van de kanonnen, een dof gedonder als het grondspel in de verheven muziek van de ruisende snaren, begeleid door de gedempte tonenvloed van de zinderende fanfaremonden.
Ik vergeet ze niet licht, die mis van de grenadiers, daar zo dicht tegen de strijdlinie, onder ’t gedonder van de kanonnen.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Poperinge wordt gebombardeerd
Op 12 maart 1915 gooien Duitse vliegtuigen drie bommen op de grote markt van Poperinge. Er vallen maar liefst elf doden en dertig gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers zijn er soldaten, inwoners van Poperinge en vluchtelingen. Het jongste slachtoffer is 15 jaar, het oudste 50 jaar.
Op 15 maart 1915 gaat in de Sint-Bertinuskerk de begrafenisdienst door. De slachtoffers zullen allemaal samen in één graf begraven worden op het stedelijk kerkhof aan het Rekhof. Britse militairen die in de stad gelegerd zijn, zullen samen met de lokale brandweer een erehaag vormen.
bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7f850e90-bbc5-11e3-8d7d-ef0aaeb0fb3e
Dokter Lievens ziet de kerk van Reninge branden
8-3-1915 : We worden aangeduid om de 1e cavaleriedivisie te vervangen in de sector Fort Knokke en het Veermanshuis. We kantonneren in Gijverinkhove in de hoeve De Corte.
9-3-1915 : Verschillende granaten omkaderen de hoeve Dugardein in Lo. Gelukkig raakt niemand gewond. De hele familie blijft er wonen.
10-3-1915 : Kantonnement bij de Fintele aan de Ijzer. De kerk van Reninge brandt als gevolg van een beschieting met brandbommen. De toren is voor de helft vernield. ’s Avonds trekken we naar het front om de eerste linie te versterken en om colonnepaden aan te leggen. We werken tot 2 uur. Kalme nacht in de sector. De Duitsers verlichten onze linies met vuurpijlen, ze geven heel wat signalen waarvan wij niets begrijpen. Er zijn vuurpijlen van alle kleuren. Het is als een vuurwerk op een goede ouderwetse kermis. Plots weerklinkt hevig geweervuur rechts van ons. Naar verluidt zouden de Britten in de aanval gaan. Het geweervuur laait bij herhaling driemaal op om dan zachtjes uit te doven. In de verte vermindert de gloed van de kerk van Reninge langzaam in de nevelige nacht.
11-3-1915 : We moeten ons logement afstaan aan de 4e legerdivisie. Voor vannacht staan we dus op straat. We vernemen uit officiële bron dat de Britten vijf kilometer zijn opgerukt in de streek van La Bassée. Dit goede nieuws doet me de hardheid van het bestaan vergeten en ik droom er heerlijk van om binnenkort mijn lieve familie en mijn huisje terug te zien.
bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
De bakker blijft open in Ieper
Ieper, maart 1915 (volgens het boek van Daniël Vanacker 2 maart, volgens de website ww1westernfront.gov.au 20 maart). In de deuropening van de patisserie Bultiau in de Rijselstraat staat Philomène Menten, 51 jaar oud. Bij de beschietingen van Ieper was de bovenverdieping van dit huis weggeblazen. Het gelijkvloers, met een reclamebord voor het beste brood en het beste gist, bleef intact, zodat men de handelsactiviteiten kon voortzetten.
Philomène Menten, afkomstig uit Sint-Truiden, was samen met haar broer, een pater kapucijn, naar Ieper gekomen. Ze werkte als onderwijzeres in de katholieke school De Verloren Hoek aan de Zonnebeekse weg en huurde een kamer bij bakkerij Bultiau. Vanaf het uitbreken van de oorlog zette ze zich als gediplomeerde verpleegster in voor de burgerbevolking. Toen de overheid alle burgers in april 1915 verplichtte de stad te verlaten, trok ze naar Wisques (pas-de-Calais), waar ze voor de allerkleinsten zorgde in het weeshuis van de Ieperse pastoor Camiel Delaere.
bronnen
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books
http://www.ww1westernfront.gov.au/dutch/ieper/a-walk-around-ieper/lille-street-rijselestraat.php
https://oorlogskantschool.wordpress.com/tussen-het-front-en-de-zee/
Waar haalt Ivan Petrus zijn inspiratie
Ivan Petrus Adriaenssens is de tekenaar van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort“. Een aanrader zonder meer van liefhebbers van strips en van de groote oorlog. Ivan Petrus heeft beiden op een zeer goeie manier bij mekaar gebracht. Het boek is trouwens gebaseerd op dagboeken en levens van historische figuren, zoals de Belgische soldaat Raoul Snoeck.
Vooral zijn landschappen kan ik bijzonder bewonderen. Vandaag was ik op zoek naar foto’s van Pervijze tijdens de groote oorlog toen mijn oog op deze foto viel. En die foto deed me aan iets denken… Had ik ze eerder gezien… Of onder een andere vorm ?
Blijkbaar kende ik deze foto omdat ik ze als tekening gezien had in “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens. De tekenaar heeft zich duidelijk op de foto geïnspireerd om zijn tekening te maken. Ik bewonder vooral het geduld om zo’n tekening te maken.
soldaten van het 29e linieregiment sneuvelen
In de nabijheid van het station van Pervijze houden soldaten van het 29e linieregiment de wacht in de loopgraven. In een ervan valt op 4 maart 1915 een obus die meteen zes onder hen wegrukt uit het leven. Hun medesoldaten brengen de lichamen een paar kilometer verder naar de dorpskern, een eindje achter het front.
De pastoor organiseert een korte plechtigheid voor de gesneuvelden, die vervolgens begraven worden in een massagraf bij de kerk. De pastoor noteert nog vlug hun namen en herkomst. Ze komen van overal in het land : Bomal, Hornu, Ichtegem, Mechelen, Tielt en Zichem. Later worden de slachtoffers herbegraven, op één na niet in hun geboortedorp. Samen op wacht, samen in het graf.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Krijgsgevangenen op weg naar Duitsland
Virginie Loveling heeft het op 28 februari 1915 in haar dagboek over krijgsgevangenen.
Een brief van klachten is toegekomen bij de plaatselijke commandant over het eten van de krijgsgevangenen in Duitsland. De brief is ondertekend door vijf Gentse soldaten, behorend tot bekende families. Dat het voedsel slecht is, wordt door de Duitsers gelogenstraft.
Zevenentwintig krijgsgevangenen schreden vrijdag laatste door de stad, op weg naar Duitsland zeker. Belgen en Fransen onder begeleiding van vijf Feldgrauen (= een verwijzing naar de kleur van de Duitse uniformen). Ze zagen er bleek uit, vermoeid, erg bemodderd en verwaarloosd, met gehavende uniformen en scheefgelopen schoenen.
de eerste zeppelin in Gontrode
Op het Duitse vliegveld van Gontrode landt op 22 februari 1915 voor het eerst een zeppelin, meer bepaald de LZ-33. Omdat zeppelins vooral ’s nachts vlogen, zagen de dorpelingen pas ’s anderendaags hun eerste luchtschip van relatief dichtbij. Minder prettige natuurlijk was het geluid van de motoren van de zeppelins, dat de nachtrust van de omwonenden danig hinderde.
Relatief kort na hun inval leggen de Duitsers diverse vliegvelden aan, onder meer in Gontrode en in het aanpalende Lemberge. In het begin van 1915 kwam er ook een apart vliegveld voor zeppelins. De voornaamste redenen om niet voor Sint-Denijs-Westrem te kiezen waren de eerder beperkte afmetingen en de herhaalde bombardementen daar.
Vlakbij, in Lemberg, werd vaak een kabelballon opgelaten, als een soort van baken voor piloten.
bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bunkergordel.be/14.030%20Duitse%20WO%20I%20vliegvelden%20in%20de%20omgeving%20van%20Gent.html










