Odon ziet de zoeaven sneuvelen

Odon van Pevenaege noteert het volgende in zijn dagboek over de gevechten bij Steenstrate.

23 april 1915
Stilaan begint het licht te worden. Het bombardement was wat verminderd. Maar rond 10 uur in de voormiddag begon het opnieuw, tot ’s avonds. Rond 14 uur kwam er versterking aan van de Fransen. Het waren zoeaven die in tirailleur recht op ons afkwamen.

Odon_19150424a

Toen ik dat merkte, had ik schrik in hun plaats. Ik wist dat zij door de mitrailleurs van de vijand zouden worden neergemaaid zodra ze over de heuvel kwamen. Wat ook snel geschiedde. Opeens begonnen de mitrailleurs te ratelen en ook de schrapnels waren ontelbaar. Niemand van ons durfde nog zijn hoofd op te heffen om te kijken. De balletjes vlogen in het rond als hagelstenen, maar de zoeaven, die net aan een straat kwamen, hadden zich zo veel mogelijk in de gracht verborgen. Zo gauw het schieten wat minderde, kwamen ze weer vooruit. Enkelen geraakten zelfs tot bij ons. Het was vreselijk om te zien met welke grote moed die jongens vooruitkwamen, ondanks de grote verliezen die ze leden.

Toen ze in onze loopgraaf waren, werd er opnieuw een order gegeven om verder te gaan. De officieren sprongen eerst uit de tranchee en werden gauw gevolgd door de mannen. Ze naderden tot op een vierhonderd meter van de vijand. Zodra die dat opmerkte, werd er opnieuw een hels vuur op hen geopend. Het was meelijwekkend te zien hoe de ongelukkigen neergemaaid werden. De ene na de andere stortte neer en toch liepen de overblijvenden tot aan de eerste linie. De plaats waar zij over gelopen hadden, was geheel bezaaid met lijken.  (…)

Odon_19150424b

Het bombardement ging even hard door. Onze artillerie liet zich goed horen en op sommige momenten namen onze kanonnen het ernstig op. Toen het donker werd, kwam er opnieuw versterking van de Fransen. Rond 22 uur werden we weer gas gewaar. Het was net als gisteren. Opeens zagen we de Fransen achteruit trekken. Ze zeiden dat ze door de vijand aan de kant van de gemeente Zuidschoote waren omsingeld. Onmiddellijk ontruimden we onze tranchee en legden ons in een gracht aan de kant van een straat. Onmiddellijk kregen we bevel van onze majoor Denys om de tranchee van de Fransen weer in te nemen.Toen die ons zagen terugkeren, kregen ze ook het bevel om mee te gaan. De zoeaven, die onze koelbloedigheid zagen, keerden allemaal samen met ons terug. (…)

24 april 1915
Toen het de dag erna licht werd, zagen we tot onze grote verwondering dat het front helemaal veranderd was. Bij de Fransen van de Belgische sector was er geen winst ondanks alle moeite. Het bombardement van onze artillerie stopte geen moment. De hele dag zagen we dat de Fransen een aanval voorbereidden. Ja, tegen de avond togen de zoeaven aan het werk en veroverden ze een groot deel van wat ze daags voordien hadden verloren. De volgende avond werden wij afgelost door het 3e linieregiment. Mijn peloton werd niet afgelost omdat men ons net gevonden had. Zo bleven we die nacht zitten.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon vecht in Steenstrate

De eerste Duitse gasaanval aan het westelijk front was gericht tegen de Fransen (lees meer op deze pagina). Maar ook de Belgen waren bij de gevechten betrokken (informatie op deze pagina) .In het boek van Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau werden de grenadiers, waaronder Odon van Pevenaege, al vermeld. Hoog tijd dus om Odon zelf aan het woord te laten. In zijn dagboek schrijft Odon het volgende over deze gevechten rond Steenstrate.

22 april 1915
De 22e april begon de vijand bij valavond heel de sector van Steenstrate te bombarderen zonder ophouden. Ondertussen lieten ze hun geweren en mitrailleurs ook nog eens goed draaien. Die dag was mijn bataljon in repos bij de burgemeester van Oostvleteren. Het was de tweede dag van onze repos. Iedereen vroeg zich af wat dit kon betekenen. Het bombardement werd steeds heviger. Rond 22 uur was het alert voor ons. Meteen schoten we onze tenue aan en zonder een hap eten voor de volgende dag vertrokken we. Alles wat we kregen, waren cartouches. Onderweg werd er weinig lawaai gemaakt, want iedereen was bevreesd. Op onze piketplaats gekomen vernam ik dat de vijand de Fransen had aangevallen en ook een kant van ons regiment. Ze hadden de Franse linie al ingenomen. Toen wij dat hoorden, verbeterde onze moreel niet. Toch liet ik de moed niet zakken. Na het lezen van een mooi gebed voelde ik me al een stuk beter. Zo kwamen we bij de Kemmelbeek. Hier werden we opeens iets gewaar aan onze ogen. Iedereen vroeg zich af wat dat kon zijn. Ook onze keel begon meteen pijn te doen. Maar niettemin bleef er niemand achter. De kogels begonnen over te vliegen en ook de ene schrapnel na de andere. De compagnie werd verdeeld in drie groepen. Het tweede peloton – het mijne – moest zich vestigen aan de rechterkant van de Lizernemolen. Die molen was afgebroken door de genie van de 6e D.A in de dagen dat wij hier tranches maakten, op 14 oktober 1914.  Net naast die molen was er een tranchee gegraven. Daar moesten wij in. Door een regen van kogels trokken wij erheen. Aan de tranchee gekomen sprongen wij er gauw in om ons zo goed mogelijk tegen de mitrailleurs van de vijand te beschermen. Het bombardement nam in hevigheid toe. (…) Zo bleven we hier tot de volgende ochtend.

23 april 1915
Rond 2 uur ’s nachts deden de Duitsers opnieuw een aanval die voorafgegaan werd door een sterke wolk gas waar we niet konden doorkijken en die ons bijna verstikte. Mijn ogen deden niets dan tranen en aan onze keel konden we het bijna niet uithouden van de pijn. Het duurde drie kwartier voor het gas begon te verdwijnen. Maar desondanks waren onze mannen niet opgehouden met schieten. Door het voortdurende schieten van onze kant waren de Duitsers er niet in geslaagd vooruit te komen.

Odon_19150423

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdqgboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

dokter Lievens verruilt verlof voor de gevechten van Steenstrate

Dokter Lievens was vanaf 18 april 1915 op verlof en ging naar Folkestone en Londen. Zijn notities daarover vind je terug op deze pagina. Zijn verlof eindigt op 22 april en daags nadien komt hij terug in Belgie op de dag van de eerste Duitse gasaanval nabij Ieper.  Hij noteert het volgende in zijn dagboek.

23 april 1915

dokter Lievens

dokter Lievens

De terugkeer verloopt op een woelige zee, maar ik word niet zeeziek. In Calais wacht een auto mij op om me direct naar het kantonnement te brengen. Wat een drukte bij mijn aankomst. Ik krijg bevel me onmiddellijk ter beschikking te stellen van de C.D.A. (cavaleriedivisie). De Duitsers hebben de Franse sector, verdedigd door territoriale troepen, in Steenstraete aangevallen. Voor de eerste maal heeft de vijand gebruik gemaakt van gifgas. De verraste soldaten werden vergiftigd. De Fransen moesten zich terugtrekken met verlies van vierentwintig 75-mm kanonnen, vier houwitsers en 1500 gevangenen. De Britten rechts van hen en onze cavaleriedivisie links worden gedwongen zich terug te trekken. De Duitsers bezetten Steenstrate.

24 april 1915
De Duitsers vallen het Belgische front aan na een overvloedige beschieting met gifgasgranaten. Vertrouwend op hun succes rukken ze op in colonnes van vier met het geweer aan de riem. De officieren nemen de leiding met getrokken sabel en de revolver in de vuist. Als gelukkige voorzorg heeft generaal De Ceuninck alle mitrailleurs in de bedreigde sector laten brengen. De moffen naderen tot op 150 meter en worden dan warmpjes onthaald met geweervuur, geratel van mitrailleurs en gedonderd van kanonnen. De Duitsers vallen als vliegen. Niettemin blijven zij die volgen de eersten vooruit duwen en dat blijft achttien minuten duren. Het wordt een bloedbad zonder voorgaande. Je zou medelijden krijgen met die kerels, ze worden als strohalmen neergemaaid. Eindelijk zien we de colonnes wankelen, uiteenvallen en dan wordt het een redde-wie-zich-redden-kan. Een immense zegekreet weerklinkt uit onze loopgraven, overwinningskreten, gehuil van vreugde. Ondanks het verbod van de officieren verlaten onze grenadiers en karabiniers zegedronken hun versterkingen om de verliezers te achtervolgen. Ze omhelzen elkaar, lachen, huilen, dansen, ze zijn als gek geworden.

’s Avonds tellen we voor onze linies achthonderd Duitse doden en we beschouwen de Duitse inspanning als gebroken. Eens te meer heeft ons kleine dappere leger Europa gered, want als wij de Duitsers niet hadden tegengehouden, dan zouden ze doorgebroken zijn en Duinkerke en Calais hebben ingenomen, met alle funeste gevolgen vandien. Diezelfde dag hebben de 418de Franse en het 135e Zouavenregiment bijgestaan door de Britten en Canadezen het verloren terrein heroverd ten koes van heldhaftige inspanningen en verschrikkelijke verliezen. Mijn God, wat een bloed ! Wat een bloed ! ie dag heb ik meer bloed zien bloeien dan gedurende heel de oorlog. Brancardiers en dokters hebben met bewonderenswaardige energie en toewijding stoïcijns hun taak volbracht.

25 april 1915
Bij Steenstrate rukken we nog op, maar de Duitsers verdedigen hardnekkig het gehucht (Luzern). Ze gaan energiek in de tegenaanval, maar wij houden wat we hebben.

de Belgen zetten zich schrap bij Steenstraete

Op 22 april 1915 lanceren de Duitsers hun eerste gasaanval op het westelijk front (lees meer daarover op deze pagina). De gaswolk drijft naar de Franse loopgraven waar de eerste slachtoffers vallen en paniek uitbreekt. De Franse loopgraven sluiten naar het noorden toe op de Belgische loopgraven. Hier zit de 6e divisie onder generaal Armand De Ceuninck. De Belgen hebben zich ingegraven achter het kanaal naar Ieper. De grenadiers zitten het dichtst tegen de Fransen aan, tot op 200 meter ten noorden van het onooglijke gehucht Steenstraete.

Bataljonschef de Callataÿ is op 22 april 1915 met zijn troep van piket te Pypegaele, als hij rond vijf uur in de namiddag een dikke mist met appelgroene kleur ziet opdoemen. Hij neemt de telefoon om het voorval te melden en krijgt te horen dat de Fransen zich halsoverkop terugtrekken en Steenstraete aan de vijand laten. Dat betekent dat de Duitsers het kanaal zijn overgestoken.

De grenadiers, waar we Odon van Pevenaege terugvinden, zijn in repos in Oostvleteren. Ze horen schieten vanuit de richting Steenstraete en het duurt niet lang of het alarm wordt geblazen. De grenadiers vertrekken zonder eten mee te nemen, maar wel met een massa kogels. Er is een doorbraak, maar ze geven de moed niet op en trekken naar de Kemmelbeek. Daar komen ze een eerste maal in contact met het gifgas, maar het gas is al niet meer zo sterk zodat er geen paniek uitbreekt zoals in de Franse loopgraven. Odon zit bij de Lizernemolen in de tweede linie achter wat struikgewas. De grenadiers vormen nu front naar het zuiden, richting Steenstraete en Lizerne, terwijl hun linkerflank aan het kanaal en de Ieperlee stand moet houden.

Steenstraete_april1915Generaal De Ceuninck laat zijn kanonnen vuren, zowel op het voorland van de eigen troepen als dat van de Franse buren. Dat heftige schieten gaat de hele nacht door en draagt er flink toe bij om het Duitse offensief te smoren. De artilleriebarrages geven de eigen infanteristen moed om vol te houden. Ze klampen zich vast aan een verbindingsloopgraaf die de dijk van het kanaal verbindt met de Lizernemolen. Die molen vormt een belangrijk steunpunt in de 2e Belgische defensielijn.

Vanaf dan wordt dag en nacht gevochten. In alle vroegte van 23 april vallen de Belgen het groepje huizen van Steenstraete aan. Ondanks het Duitse artillerievuur raken ze behoorlijk ver. Ze blijven pas steken in een loopgraaf op korte afstand van enkele gebouwen. Daar graven de grenadiers zich een loopgraaf. Daar zien ze in de avondschemering een aanval van Franse zouaven doodlopen. In de loop van de nacht van 23 op 24 april krijgen ze een gaswalm over zich heen maar ze houden stand.

Op 23 april 1915 beschiet de Duitse artillerie de hele Belgische frontlijn tot bij Nieuwpoort. Vooral voorposten en de eerste loopgraaf worden geviseerd. Dit gebeurt om de Belgen te beletten versterkingen naar het zuiden te sturen. In de nacht van 22 op 23 april is er trouwens al een infanterieaanval geweest op voorposten tussen Stuivekenskerke en Oud-Stuivekenskerke.

Toch worden er Belgische versterkingen naar het zuiden gestuurd. Het 4e linie krijgt op 23 april om half twaalf ’s avonds het bevel zich klaar te maken voor vertrek. De volgende ochtend (24 april) staan tramwagons klaar om het regiment via Oostvleteren naar het front te brengen. Het 4e linieregiment wordt echter door een Duitse piloot opgemerkt en de soldaten krijgen een urenlange artilleriebeschieting over zich heen. In de nacht van 24 op 25 april komt er weer een gifgasaanval bij. Het 3e linie wordt aangevallen in dezelfde nacht om 23 uur. In de nacht van 25 op 26 april worden de Belgen zwaar beschoten door de Duitse artillerie. Daarna valt de Duitse infanterie aan maar de Belgen houden stand. Tegen 1 uur is het ergste achter de rug.

Ondertussen zijn de Fransen ook begonnen aan tegenaanval. Op 25 april veroveren ze Lizerne. Ook de Canadezen dragen zeker hun steentje daartoe bij, ondanks het feit dat ook zij zware verliezen hebben geleden tijdens de gifgasaanval.

bronnen

Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

Ivan Adriaenssens, Odon oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_p92

Duitse gasaanval te Ieper

Op 22 april 1915 draaien Duitse soldaten nabij Ieper rond 17 uur ongeveer zesduizend flessen gevuld met chloorgas open. Over een frontbreedte van verscheidene kilometers worden verstikkende, geelgroene wolken geproduceerd en door een gunstige wind voortgedreven. Wellicht de eersten die het gas inademen zijn Algerijnse soldaten die deel uitmaken van de 45e Algerijnse divisie. Honderden soldaten sterven ter plekke of zijn niet meer in staat zich te verweren tegen de Duitse stormtroepen. Hun kameraden die nog in staat zijn te lopen, vluchten weg. Ongeveer een kwartier na de aanval trekken Duitse manschappen behoedzaam in de aanval. Zij maken gebruik van het breed gat dat in de frontlijn is gekomen.

Minder dan 35 minuten na het lossen van de gaswolk verschijnen Duitse aanvallers bij een Franse batterij op zo’n 3800 meter van het front. De 22-jarige Duitse soldaat Willi Siebert zal later het volgende zeggen over deze dag :

Niets leefde nog. Al het gedierte was uit de holen gekropen om te sterven. Overal lagen dode ratten, konijnen en muizen. De geur van gas hing nog steeds in de lucht, hij bleef hangen tussen de weinige struiken die er nog stonden. De Franse loopgraven waren leeg, maar de volgende honderd meters lagen overal lichamen van gestikte Fransen. Toen zagen we dat er ook enkele Britten bij waren. Je kon goed merken waar de mannen aan hun gezicht en keel hadden geklauwd om toch wat te kunnen ademen. Sommigen hadden zichzelf dood geschoten.

Gasaanval_Ieper1915_01

Feit is dat de eerste slachtoffers ooit van een gaswolkaanval in meerderheid uit Noord-Afrika kwamen. Hun oriëntaalse grafstenen springen in het oog tussen de duizenden kruisen op de Franse begraafplaats Saint-Charles de Potyze in Ieper.

Gasaanval_Ieper1915_02

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Knack Historia 1915

Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

Duitsers bereiden de gasaanval op Ieper voor

Duitse militairen treffen allerhande voorbereidingen om daags erna (22 april 1915) de eerste gasaanval op de geallieerden te lanceren. De twee vorige pogingen werden afgelast omdat de wind niet gunstig zat. Op 21 april 1915 ’s avonds noteert luitenant Becker van een Reserve Infanterie Regiment het volgende :

We zitten in de loopgraven boordevol zelfvertrouwen. De mannen van de genie komen langs en controleren de vergrendeling van de ventielen van de stalen cilinders waarin het gas onder hoge druk opgeslagen zit. Veilig staan de cilinders in de Vlaamse modder. De leidingen waardoor het gas zal worden vrijgelaten, zitten onzichtbaar voor de vijand verborgen in de aarden wal boven de loopgraven. Onze enige bescherming tegen het gas bestaat uit vochtige katoenen doeken voorzien van een draagbandje om ze tegen onze neus en mond te klemmen.

gascilinders

bron

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

strijders van over de Middellandse zee

Het bericht dat ik gisteren publiceerde over de graven van Algerijnse soldaten (met als titel Arabische stenen), deed me denken aan het dagboek van grenadier Odon van Pevenaege. Odon noteert op 19 oktober 1914 het volgende :

’s Morgens was het om 3 uur reveille. Na het rassemblement gingen we in de richting van Loo. Onderweg zagen we veel Fransen. Te Loo aangekomen zag ik Arabieren te paard. Dat had ik nog nooit gezien.

MarokkaanseSpahi1915De Arabische cavaleristen in dienst van het Franse leger werden Spahis genoemd. Het woord is afkomstig via het Turks van Het Perzische sipahi, wat ruiter betekent. Zowel in Algerije als in Marokko worden er Spahi-regimenten gevormd.

Eind augustus 1914 arriveert een Marokkaanse divisie in Frankrijk. De Duitsers hebben zich dan ingegraven op de heuvelruggen van Vimy, tussen Atrecht en Lens in Frans-Vlaanderen. Daar wordt de Marokkaanse divisie ingezet. Op anderhalf uur tijd breken de Marokkaanse soldaten door de 4 Duitse loopgraven. Ze hebben slechts één fout gemaakt : winnen waar het niet verwacht werd. Het Franse leger heeft bijgevolg geen versterkingen klaar om de overwinning te consolideren en dus wordt deze grond later weer prijsgegeven.

Later wordt de divisie noordelijker ingezet. Een van de weinige Marokkaanse officieren Brick Ben Kaddour sneuvelt  in Radinghem bij Rijsel. Een deel van de divisie arriveert op 13 november 1914 aan het kanaal Ieper-Ijzer en verovert er Bikschote. Ook nabij Hill 60 in Zinnebeke ziet men deze Marokkaanse soldaten vechten. Eind januari 1915 wordt de Divisie op rust gesteld bij Duinkerke.

Naast de Marokkanen zijn er ook Algerijnen aan het front in Vlaanderen. Zij vangen de eerste gaswolk van de Duitsers op nabij Ieper op 22 april 1915.

De afbeelding van modelbouwsoldaat mag geenszins het vermoeden wekken dat ik deze soldaten als speelgoedfiguren wil beschouwen. Onderstaande link met als titel “Marokkanen aan de Ijzer” zal het tegendeel bewijzen. Maar soldaten die al te lang zijn vergeten, worden beter herdacht met een kleurenafbeelding dan met een klassieke zwart-wit-foto.

bronnen

Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat

http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/08/04/marokkanen-aan-de-ijzer

Arabische Stenen in Westvleteren

Op het kerkhof van Westvleteren heb ik ze zien liggen, in de grote gemeenschappelijke put, de vroegere rode broeken en de blauwe turco’s, gesneuveld bij het Veerhuis, la Maison du Passeur, ginder aan de Ieperlee. Gesneuveld, in de aarde gestopt, ongekend en vergeten voor immer. En zo zijn er duizenden, miljoenen ! Heer, zo de mensen onmeedogend zijn, weest Gij toch barmhartig.

Dat noteerde student Jeroom Leuridan uit het naburige Oostvleteren op 20 april 1915 in zijn dagboek. De ‘rode broeken’ verwijzen naar Franse soldaten, de ‘blauwe turco’s’ naar de Algerijnen die met de Fransen meegevochten hadden aan de Ieperlee, een zijrivier van de Ijzer. Op het kerkhof van Westvleteren kregen de gesneuvelde moslims de volgende maanden een individueel grafteken met een Arabisch opschrift. Men vindt er nog steeds de graven van tweehonderd Fransen, met hetzelfde kruisje. De Arabische stenen zijn verdwenen.

ArabischeStenenbron
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

Roland Garros geeft zijn geheim prijs in Hulste

Roland Garros geeft zijn geheim prijs in Hulste

De Fransman Roland Garros is aan het begin van de oorlog al een ervaren vliegenier. Hij heeft in 1913 als eerste de Middellandse zee, van Frankrijk naar Tunesie, overgevlogen en een aantal andere vliegrecords op zijn naam staan. In 2013 heeft Google dit trouwens ook herdacht.

RolandGarros1913

Bij het uitbreken van de oorlog is hij werkzaam in Duitsland, maar onverschrokken keert hij via Zwitserland naar zijn vaderland terug, waar hij toetreedt tot het befaamde gevechtseskader Ooievaar (“Les Cigognes”).

Aan het begin van de oorlog gaan gevechtspiloten elkaar te lijf door laags elkaar heen te vliegen en dan met een pistool of geweer te trachten de vijandelijke piloot te raken. Andere oplossingen waren met 2 piloten aan boord te vliegen waarvan een de mitrailleur bedient.

FransVliegtuig

Roland Garros is de eerste die erin slaagt om rechtuit vanuit de cockpit te schieten. Hiervoor heeft hij op basis van een ontwerp een constructie ontworpen door metalen plaatjes op zijn propeller te plaatsen die ervoor zorgen dat de propeller heel blijft als er per ongeluk tegenaan geschoten wordt. Dit systeem geeft hem een voordeel op de Duitse piloten. Op 1 april 1915 vliegt hij recht op een Duitse Albatros II af en schiet die neer. Gedurende de twee weken daarna haalt Garros vijf Duitse tegenstanders neer.

RolandGarros1915_04

Op 19 april 1915 wordt het toestel van Roland Garros boven het spoorwegstation van Kortrijk geraakt en moet hij een noodlanding maken in de wijk Hoog Wallegem in Hulste. Hij steekt zijn vliegtuig onmiddellijk in brand om te beletten dat de Duitsers weet krijgen van het nieuwe wapen dat aan boord geïnstalleerd is en waarmee de Franse piloot in de voorbije weken diverse successen boekte. Roland Garros kan echter niet ontsnappen en komt in krijgsgevangenschap terecht. De Duitsers stellen het toestel tentoon op een boerenkar. Daarna wordt het bestudeerd door de Nederlander Anthony Fokker die dit systeem zal perfectioneren.

RolandGarros1915_03

Het vliegtuig van Roland Garros in Duitse handen

 

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Lanoe Hawker bombardeert het vliegveld van Gontrode

LanoeHawkerOmdat het Duitse leger steeds veelvuldiger gebruik maakt van zeppelins tijdens nachtelijke bombardementen, onder meer op Noord-Frankrijk en Groot-Brittanie, besluiten de geallieerden tot tegenacties. Op 18 april 1915 bombardeert luitenant Lanoe Hawker de hangars van de zeppelins op het vliegveld van Gontrode. Terwijl Hawker onderweg is, bemerken andere toestellen van zijn eskadron de grote aanwezigheid van rollend materieel in het station van Wervik.

Lanoe Hawker is al sinds oktober 1914 gestationeerd in Frankrijk. Zijn bombardement op Gontrode waarbij hij zeer laag vliegt om bommen te laten vallen op het vliegveld, levert hem een medaille op. Tijdens de 2e slag om Ieper raakt hij gewond aan de voet maar hij staat erop verder te vliegen. Zijn kameraden dragen in die periode hem van de barak naar zijn vliegtuig. In juni 1915 krijgt hij voor een geslaagde aanval op 3 Duitse vliegtuigen het Victoria Cross. Hawker wordt majoor in 1916. Op 23 november 1916 raakt hij slaags met Manfred von Richthofen, beter bekend als de rode baron. Het kost Hawker zijn leven.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Lanoe_Hawker