Japanners in Vladivostok

In Vladivostok vallen onbekenden op 5 april 1918 het Japanse bedrijf Isido aan. Voldoende reden voor de Japanse en Britse commandanten ter plekke om de troepen te landen die reeds enige tijd aanwezig zijn op schepen in de Golden Horn Bay. Voorwendsel is natuurlijk dat ze hun burgers willen beschermen.

In augustus 1918 volgen nog meer buitenlandse troepen in wat de Siberische interventie genoemd wordt. Het is daarbij onder meer de bedoeling om de tegenstanders van de bolsjewieken te steunen, maar ook om ervoor te zorgen dat Duitsland aan het westelijk front geen militair voordeel haalt uit de in april 1918 afgesloten vrede met Rusland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

The_march_of_the_Japanese_army_at_Vladivostok

de profetie van Foch

De geallieerde troepen aan het westelijk front komen onder het opperbevel van de 66-jarige Franse generaal Ferdinand Foch. Een week geleden is dit besluit genomen in Doullens, om beter weerstand te kunnen bieden aan het Duitse lenteoffensief dat enkele dagen daarvoor werd ingezet. 

Achteraf gezien blijkt deze gemeenschappelijke beslissing van de Britse, Franse en Amerikaanse regering bijzonder succesvol. Foch blijft deze functie uitoefenen tot aan de wapenstilstand. Na de ondertekening van het verdrag van Versailles in 1919 spreekt hij deze profetische woorden :”Dit is geen vrede, maar een wapenstilstand voor twintig jaar.”. Op 65 dagen na klopt die profetie.  

Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

FerdinandFoch_Citation1918

noodlot treft Karel Desaever

Karel Desaever maakte meerdere gevaarlijke situaties mee tijdens de oorlog maar sneuvelt uitgerekend op zijn vrije dag op 2 april 1918.

Bij het begin van de eerste wereldoorlog wordt Karel Desaever, schrijnwerker van beroep, ingedeeld bij het 7e linieregiment. Bij de gevechten van de Dijle en om het fort van Waver wordt hij geraakt door een kogel, met een eerder lichte verwonding als gevolg. Later vecht zijn regiment ook bij Mannekensvere, Lombardsijde en Sint-Joris.

Na meer dan 3,5 jaar frontdienst komt Karel Desaever in Veurne terecht bij de 1e compagnie van het spoorwegbataljon. Vandaag heeft hij een dag verlof en bezoekt zijn ouders die in dezelfde stad aan de Iepersesteenweg wonen. Plots hoort iemand het geluid van een vliegtuig en iedereen loopt naar buiten. Een Duitse bom doodt Karel. Zijn vader, die op een schuur klom om een beter zicht te hebben, raakt gewond.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GrandeGuerre_Adieu

een paasei voor Louis Barthas

Louis Barthas krijgt aan het einde van dagenlange marsen dan toch een bijzonder paasei aangeboden. 

Op een dag kregen we tijdens het rapport te horen :”Alle verloven zijn ingetrokken.”. Hoe laconiek ook gezegd, toch was dit voor iedereen een zin waarvan een dreiging uitging. Wat een ramp was het voor de soldaten die nog dezelfde dag of de dag erna met verlof zouden vertrekken. Ik ken een paar soldaten die hun familie al blij hadden gemaakt met hun komst en pas toen de oorlog voorbij was tussen vier dennenplanken thuiskwamen ! 

Op 23 en 24 maart 1918 werd Les Islettes zwaar gebombardeerd. Alle diensten in het dorp waren in allerijl verhuisd. 

In de nacht van 24 op 25 maart, gebruik makend van een heldere maan, kwamen de Gothas verschillende keren bommen werpen op de spoorweg en het station. Twee of drie bommen vielen op nog geen honderd meter van onze slaapplaats die we gelukkig hadden verlaten om de nacht in de openlucht door te brengen. Je nam liever het risico van bronchitis dan onthoofd, opengereten of vermorzeld te worden.  

Op 27 maart was er alarm. We moesten de hele dag bij onze uitrustig blijven, klaar om te vertrekken, met de geweren in de rijen gezet. Rond vijf uur ’s middags kwam het bevel dat we de volgende morgen om zes uur te voet moesten vertrekken. 

Op 28 maart 1918 trokken we om acht uur door Sainte-Menehould dat een droevige aanblik bood. Tot nu toe was de stad door een vreemde gril van de Duitsers gespaard, maar sinds zes dagen vielen de granaten in groten getale op de stad. De inwoners sloegen op de vlucht alsof er een verschrikkelijke ramp op komst was.  

Bij de uitgang van de stad stond een oud vrouwtje dat iets in haar schort droeg en naar ons toekwam. Het waren eieren die ze aan ons uitdeelde. In het voorbijgaan mocht in er een nemen. Een ei betekent weinig maar we waren allemaal ontroerd. Dit arme vrouwtje ontzegde zichzelf het noodzakelijkste om het ons te geven. De manier van geven is belangrijker dan wat je geeft. 

Bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen 

Paasei_Poilus