Herbert Sulzbach rust uit in Les Petites-Armoises

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach na de winterveldslag in de Champagne het volgende :

Wij, oorlogsvrijwilligers, mogen fier zijn op het feit dat we betrokken waren in de grote slagen in het westen sinds de oorlog is uitgebroken. We waren bij de opmars betrokken, in de eerste defensieve slag in Vlaanderen en nu in de winterveldslag in de Champagne.

Les Petites-Armoises

Les Petites-Armoises

(…) We waren elf weken in dit gebied, elf weken van ononderbroken vechten, in de grootste veldslag tot nu toe en op 14 maart 1915 verlaten we de frontlinies. We trekken door Vouziers en onderweg passeren we gemotoriseerde colonnes of colonnes op paardenkracht die naar de achterhoede trekken. (…) We komen aan in Les Petites-Armoises. We worden ingekwartierd en vallen in een lange, lange slaap, op hooi in een zolder, en er zijn geen ontploffingen meer te horen.

15 maart 1915 : Ik zit in de tuin die bij de schuur in dit kleine dorp hoort. Rechts van mij is een kleine kerk in een andere kleine tuin, en recht voor me, de boerderij en de brede dorpstraat, mooi en proper. Links van me zijn een aantal omgeploegde velden waar het eerste lentegroen al verschijnt, en je kan de vogels horen fluiten. Ik moet dit allemaal noteren omdat dit zo ongewoon voor me is en mooier dan ik me kon inbeelden. Ik merk plots dat ik nog in leven ben. Of beter, het voelt eerder alsof ik uit de doden ben opgestaan. Ik voel een golf van heimwee, en ik merk enkel dat er nog oorlog is door het gerommel van de artillerie in de verte. Hopelijk blijven we hier een aantal weken. De mensen van de boerderij geven ons melk en boter. Het is allemaal zo rustig en vredevol. Ik praat met de lokale burgers en alles wat deze goede mensen zeggen, vind ik interessant. Ik ga met een van mijn kameraden naar de kerk, waar een Franse priester een misviering houdt.

We zorgen voor de paarden, voeren wat taken uit en rusten voor de rest uit deze dagen in een heerlijk lenteweer. Ik ben nog altijd bij mijn maat Kurt Reinhardt (noot : dit is de broer van luitenant Reinhardt waarvan sprake in dit berichtHij en ik en nog 2 anderen hebben een kamer voor ons vieren, bij enkel Franse boerenmensen, en een zicht over kilometers omgeploegde velden die langzaam groen worden. De eigenares van de boerderij is een weduwe die hier woont met haar dochter Valentine. De volgende dagen trainen we de paarden en rijden door bossen en weiden. We vinden deze rustige streek echt heel aangenaam.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Jeroom Leuridan maakt de mis van de grenadiers mee

In de buurt van het front woont Jeroom Leuridan op 14 maart 1915 een mis bij op de zondag van halfvasten :

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

Ik heb de mis van de Belgische grenadiers bijgewoond. De kerk was “gestampt vol”. De grenadiers hebben de dood zien maaien in hun rangen. Heeft dat hen wellicht dichter tot de Gebieder van de Dood gebracht ? Het prachtige muziekkorps van de grenadiers heeft roerend schone stukken uitgevoerd.

De donderende basstem en dat schetterend klaroengeschal aan de consecratie, terwijl al die krijgshoofden diep gebogen waren… Aangrijpend ! Dat schone woord van de aalmoezenier… en dan ginder, het bonzen van de kanonnen, een dof gedonder als het grondspel in de verheven muziek van de ruisende snaren, begeleid door de gedempte tonenvloed van de zinderende fanfaremonden.

Ik vergeet ze niet licht, die mis van de grenadiers, daar zo dicht tegen de strijdlinie, onder ’t gedonder van de kanonnen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Poperinge wordt gebombardeerd

Op 12 maart 1915 gooien Duitse vliegtuigen drie bommen op de grote markt van Poperinge. Er vallen maar liefst elf doden en dertig gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers zijn er soldaten, inwoners van Poperinge en vluchtelingen. Het jongste slachtoffer is 15 jaar, het oudste 50 jaar.

Op 15 maart 1915 gaat in de Sint-Bertinuskerk de begrafenisdienst door. De slachtoffers zullen allemaal samen in één graf begraven worden op het stedelijk kerkhof aan het Rekhof. Britse militairen die in de stad gelegerd zijn, zullen samen met de lokale brandweer een erehaag vormen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7f850e90-bbc5-11e3-8d7d-ef0aaeb0fb3e

DuitseVliegtuigen

Dokter Lievens ziet de kerk van Reninge branden

8-3-1915 : We worden aangeduid om de 1e cavaleriedivisie te vervangen in de sector Fort Knokke en het Veermanshuis. We kantonneren in Gijverinkhove in de hoeve De Corte.

9-3-1915 : Verschillende granaten omkaderen de hoeve Dugardein in Lo. Gelukkig raakt niemand gewond. De hele familie blijft er wonen.

10-3-1915 : Kantonnement bij de Fintele aan de Ijzer. De kerk van Reninge brandt als gevolg van een beschieting met brandbommen. De toren is voor de helft vernield. ’s Avonds trekken we naar het front om de eerste linie te versterken en om colonnepaden aan te leggen. We werken tot 2 uur. Kalme nacht in de sector. De Duitsers verlichten onze linies met vuurpijlen, ze geven heel wat signalen waarvan wij niets begrijpen. Er zijn vuurpijlen van alle kleuren. Het is als een vuurwerk op een goede ouderwetse kermis. Plots weerklinkt hevig geweervuur rechts van ons. Naar verluidt zouden de Britten in de aanval gaan. Het geweervuur laait bij herhaling driemaal op om dan zachtjes uit te doven. In de verte vermindert de gloed van de kerk van Reninge langzaam in de nevelige nacht.

11-3-1915 : We moeten ons logement afstaan aan de 4e legerdivisie. Voor vannacht staan we dus op straat. We vernemen uit officiële bron dat de Britten vijf kilometer zijn opgerukt in de streek van La Bassée. Dit goede nieuws doet me de hardheid van het bestaan vergeten en ik droom er heerlijk van om binnenkort mijn lieve familie en mijn huisje terug te zien.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

de kerk van Reninge

de kerk van Reninge

 

de aanval op Neuve-Chapelle

JosephJoffre

Joseph Joffre

sir John French

sir John French

Het plan van de Franse opperbevelhebber Joffre is om het stadje Aubers te veroveren en zodoende extra druk uit te oefenen op de Duitse verdediging rond Lille. Daarom stemt sir John French, commandant van de British Expeditionary Force (BEF), in om Neuve-Chapelle te veroveren, dat een kleine uitstulping vormt dat in de weg zit. Het Britse 1e leger van 40.000 man, onder bevel van Douglas Haig, zal de aanval uitvoeren. Op 10 maart 1915 wordt er eerst een barrage aan kanonnenvuur afgeleverd van 35 minuten; in deze tijdsspanne worden meer granaten gebruikt dan in de hele Boerenoorlog – en die duurde 15 jaar. De Britten, waaronder veel Indiërs, breken door een Duitse linie die over een breedte van 3 km wordt gevormd door één enkele divisie van kroonprins Rupprechts 6e leger. Binnen vier uur is het dorp Neuve-Chapelle veroverd.

Rupprecht zendt direct reserves naar Neuve-Chapelle, die op 12 maart 1915 een tegenaanval uitvoeren. De Britten houden stand, maar van enig oprukken richting Aubers is geen sprake meer. Ook krijgen de Engelsen  veel last van bevoorradings- en communicatieproblemen. Alles bij elkaar zal het Britse leger na de slag (13 maart) 2 vierkante km hebben veroverd, ten koste van 11.200 slachtoffers (onder wie 4.200 Indieërs). De Duitsers lijden eenzelfde aantal verliezen en er worden bovendien 1.200 Duitse krijgsgevangenen gemaakt door de Britten. Het hoofddoel, Aubers, wordt nooit gehaald. Van de 1.000 man die een poging daartoe waagden, komt er niemand terug. De Fransen geven de schuld aan het weinige (!) granaatvuur dat van tevoren is afgeschoten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

James Beadle - slag bij Neuve-Chapelle

James Beadle – slag bij Neuve-Chapelle

De bakker blijft open in Ieper

Ieper, maart 1915 (volgens het boek van Daniël Vanacker 2 maart, volgens de website ww1westernfront.gov.au 20 maart). In de deuropening van de patisserie Bultiau in de Rijselstraat staat Philomène Menten, 51 jaar oud. Bij de beschietingen van Ieper was de bovenverdieping van dit huis weggeblazen. Het gelijkvloers, met een reclamebord voor het beste brood en het beste gist, bleef intact, zodat men de handelsactiviteiten kon voortzetten.

Philomène Menten, afkomstig uit Sint-Truiden, was samen met haar broer, een pater kapucijn, naar Ieper gekomen. Ze werkte als onderwijzeres in de katholieke school De Verloren Hoek aan de Zonnebeekse weg en huurde een kamer bij bakkerij Bultiau. Vanaf het uitbreken van de oorlog zette ze zich als gediplomeerde verpleegster in voor de burgerbevolking. Toen de overheid alle burgers in april 1915 verplichtte de stad te verlaten, trok ze naar Wisques (pas-de-Calais), waar ze voor de allerkleinsten zorgde in het weeshuis van de Ieperse pastoor Camiel Delaere.

Patisserie Bultiau te Ieper

Patisserie Bultiau te Ieper – photo Antony

bronnen

Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

http://www.ww1westernfront.gov.au/dutch/ieper/a-walk-around-ieper/lille-street-rijselestraat.php

https://oorlogskantschool.wordpress.com/tussen-het-front-en-de-zee/

Gaston Le Roy oefent op het strand

Gaston Le Roy noteert op 8 maart 1915 in zijn dagboek :

We oefenen met het geweer op het strand. Boven de hoge duinen zien we in de verte de toren van Bréhal, die ons nog steeds aan de goede dagen herinnert, want de inwoners van Granville zijn bijlange niet zo vriendelijk als de Bréhalais.

Onderstaande postkaart toont casino en strand van Granville. Het is maar de vraag of Gaston hier zijn exercities deed.

Granville voor de oorlog

Granville voor de oorlog

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Gaston Le Roy verlaat Bréhal

Op 6 maart 1915 lezen we het volgende in het dagboek van Gaston Le Roy.

Het werd een droevig vertrek uit het vrolijke Bréhal, waar we bij de inwoners kind aan huis waren. Na een solemnele misviering, gevolgd door een patriottische toespraak, vertrokken we om half negen. Ik moest de aangeboden chocolademelk laten staan om bijtijds in de rangen te zijn. Velen kregen tranen in de ogen en hartelijk werd er “merci” en “au revoir” geroepen.

Onderstaande foto toont de “route de Granville” in Bréhal. We mogen aannemen dat Gaston Le Roy langs deze weg Bréhal heeft verlaten.

Bréhal_RouteDeGranville

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Waar haalt Ivan Petrus zijn inspiratie

Ivan Petrus Adriaenssens is de tekenaar van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort“. Een aanrader zonder meer van liefhebbers van strips en van de groote oorlog. Ivan Petrus heeft beiden op een zeer goeie manier bij mekaar gebracht. Het boek is trouwens gebaseerd op dagboeken en levens van historische figuren, zoals de Belgische soldaat Raoul Snoeck.

Vooral zijn landschappen kan ik bijzonder bewonderen. Vandaag was ik op zoek naar foto’s van Pervijze tijdens de groote oorlog toen mijn oog op deze foto viel. En die foto deed me aan iets denken… Had ik ze eerder gezien… Of onder een andere vorm ?

Pervijze

Pervijze

Blijkbaar kende ik deze foto omdat ik ze als tekening gezien had in “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens. De tekenaar heeft zich duidelijk op de foto geïnspireerd om zijn tekening te maken. Ik bewonder vooral het geduld om zo’n tekening te maken.

Afspraak in Nieuwpoort

Afspraak in Nieuwpoort

soldaten van het 29e linieregiment sneuvelen

In de nabijheid van het station van Pervijze houden soldaten van het 29e linieregiment de wacht in de loopgraven. In een ervan valt op 4 maart 1915 een obus die meteen zes onder hen wegrukt uit het leven. Hun medesoldaten brengen de lichamen een paar kilometer verder naar de dorpskern, een eindje achter het front.

De pastoor organiseert een korte plechtigheid voor de gesneuvelden, die vervolgens begraven worden in een massagraf bij de kerk. De pastoor noteert nog vlug hun namen en herkomst. Ze komen van overal in het land : Bomal, Hornu, Ichtegem, Mechelen, Tielt en Zichem. Later worden de slachtoffers herbegraven, op één na niet in hun geboortedorp. Samen op wacht, samen in het graf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

station van Pervijze

station van Pervijze