De Belgen terug in Aarschot

Vanuit Antwerpen ondernemen de Belgen tot 3 maal toe een uitval naar de Duitse linies. Zo komen ze op 14 september 1914 terug in Aarschot. Kapelaan Lambert Paredis omschrijft de herovering als volgt : “Dan horen wij de kanonnen van de Belgen om Aarschot te ontzetten. Je kunt niet geloven hoe blij de mensen zijn nu de Belgen Aarschot binnentrekken. Ze zijn de vorige maand arm en ongelukkig gemaakt door de Duitsers en o zo fel mishandeld op allerlei manieren. Na het leger trekken ook wij de stad binnen en die intoch vergeet ik nooit meer. Op diverse plaatsen zie je lijken van paarden en soldaten die maar voor de helft begraven zijn.

bron kalender 2014-2014 – Davidsfonds

gepantserde auto in Aarschot 1914

gepantserde auto in Aarschot 1914

Raoul Snoeck ziet de pontonbrug in Antwerpen

In 1914 was er in Antwerpen een pontonbrug gelegd om het Belgisch leger toe te staan vanuit Antwerpen naar de linkeroever te kunnen. Raoul Snoeck vermeldt in zijn dagboek op 4 september 1914 deze pontonbrug/
Kontich – Om drie uur worden we te wapen geroepen. We marcheren naar het station van Kontich waar we plaatsnemen in beestenwagons. Bestemming : onbekend. Rekening houdend met het verloop van de veldtocht en het uitzicht van de versterkingen, vermoeden we dat we het centrum van een verdediginspositie naderen. Effectief, om half vijf stappen we af in Antwerpen – Zuid. We marcheren de stad door met het geweer op de schouder, trekken door Hoboken, en komen na een half uur aan in Burcht op de Schelde waar onze genie een botenbrug gebouwd heeft. Ik kan niet genoeg mijn bewondering uitdrukken voor de mannen van de genie, ze leverden prachtig werk. De stroming is nogal hevig, het is ebbe. Wat een enig uitzicht ! We steken de Schelde over, om het land van Waas te bezetten. ”
bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

pontonbrug te Antwerpen in 1914

pontonbrug te Antwerpen in 1914

het Haltebefehl van Hentsch

Richard Hentsch

Richard Hentsch

Op 9 september 2014 is Oberstleutnant Richard Hentsch bezig met een inspectieronde aan de fronten van de Duitse legers. Die inspectieronde is op verzoek van Von Moltke die in zijn hoofdkwartier in Luxemburg nauwelijks berichten doorkrijgt. Van de frontlinies komt er nauwelijks wat door.

Alles lijkt nochtans goed te gaan voor de Duitsers. Zeker de soldaten van von Klucks 1e leger hebben de indruk dat Parijs voor het grijpen ligt. En dan komt er op 9 september rond 14 uur een bevel om terug te trekken.

De inspectieronde van Hentsch bij het Duitse 2e leger leidt tot een bevel tot terugtrekking naar beter verdedigbare linies. Wie meer wil weten over de slag van de Marne en wat er gebeurde in de periode van 5 tot 9 september 1914 op zo’n 50 kilometer van Parijs, kan terecht op deze webpagina. 

Francois Waterlot de man die twee maal stierf

Fusille vivant, het boek over François Waterlot

Fusille vivant, het boek over François Waterlot

Op 7 september 1914 worden 7 Franse soldaten gefusilleerd om een voorbeeld te stellen. De slag aan de Marne is dan volop bezig. Francois Waterlot is een van die zeven soldaten van het 327e infanterieregiment. In de nacht van 6 op 7 september komen deze soldaten onder zwaar Duits artillerievuur te liggen. Het bombardement is zo hevig dat ze hun posities verlaten. De ochtend van 7 september 1914 gaan ze terug naar hun posities maar ze stuiten jammer genoeg op generaal Boutegourd. Die beschuldigt hen van desertie en laat ze opsluiten in een nabijgelegen schuur. De generaal beslist op eigen houtje deze 7 soldaten te laten executeren om een voorbeeld te stellen. In de ochtend van 7 september verschijnen deze  7 soldaten hand in hand voor het executiepeloton. Een peloton dat overigens niet goed mikt, al dan niet met opzet, waardoor Francois Waterlot kan overleven. Hij laat zich vallen en overleeft zelfs het genadeschot dat een luitenant moet geven. Als de kust veilig is, staat hij op en biedt zich opnieuw aan bij zijn regiment. Zijn directe chefs schrikken van het optreden van generaal Boutegourd en pleiten bij de generaal om Waterlot terug bij zijn makkers in te delen zonder verder gevolg. Uiteindelijk sneuvelt Waterlot op 15 juni 1915 in Colincamps in Picardie, op 50 kilometer van zijn geboortestreek.

François Waterlot in 1905 tijdens zijn legerdienst

François Waterlot in 1905 tijdens zijn legerdienst

Het verhaal van Waterlot en zijn 6 makkers zal in de jaren 20 terug naar boven komen en in de jaren 90 ontdekt historica Odette Hardy-Hemery deze geschiedenis opnieuw. Ze zal aan deze 7 soldaten een boek wijden.

bronnen

http://www.lepaysbriard.fr/le-drame-des-fusilles-pour-l’exemple-10596/

http://www.france24.com/fr/20140902-grande-guerre-fusille-vivant-francois-waterlot-premiere-mondiale-soldat-francais/

De LZ17 Sachsen valt Antwerpen aan

LZ17 boven Antwerpen

LZ17 boven Antwerpen

 

Koning Albert en de Belgische regering hebben Brussel verlaten op 19 augustus 1914. Ook het Belgisch leger trekt zich vanaf 20 augustus terug naar het nationaal bolwerk Antwerpen, dat vanaf dan de functie van feitelijke hoofdstad vervult. De Duitsers laten in eerste instantie Antwerpen ongemoeid en trekken met het gros van hun leger naar het Zuiden om Frankrijk zo snel mogelijk binnen te vallen. 

Maar hoewel de grote gevechten ten zuiden van Antwerpen doorgaan, blijft de stad niet buiten schot. In de nacht van 24 op 25 augustus 1914 valt een zeppelin een eerste keer Antwerpen aan. Er vallen 10 doden en men besluit de stad  ’s nachts niet meer te verlichten.  
In de nacht van 2 op 3 september 1914 valt er weer een zeppelin Antwerpen aan. Het gaat om de LZ17 “Sachsen” die drie bommen van 90 kilo aan boord heeft. Er zijn geen foto’s van de aanval maar de Duitsers hebben wel voor de nodige postkaarten gezorgd die hun propaganda moesten ondersteunen.

 

 

bronnen

Oorlog in België, 14-18, Luc De Vos & Al.

http://www.koelner-luftfahrt.de/Angriff_Antwerpen.htm

http://www.zeppelinhistory.com/list-of-zeppelins/zeppelin-lz-17

http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/September

 

Raoul Snoeck op militaire raid

1 september 1914 Opgestaan om drie uur. Op het programma staat een militaire raid  via Londerzeel en Vilvoorde : we herbben onze zakken in het kantonnement gelaten en zijn vertrokken met het geweer, 120 kogels en mondvoorraad. Via een botenbrug steken we de Rupel en het Brusselse zeekanaal over en beginnen aan een echte drijfjacht. Terwijl we een spoorwegviaduct dwarsen, wordt iemand dodelijk getroffen : een verkenner, neergemaaid door vijf kogels. Vanuit een klein bosje vluchten vijf tot zes ulanen weg, die we onmogelijk kunnen treffen. Om zeven uur ’s avonds maken we een eerste tussenstop in Herent, in de omgeving van Wijgmaal en Leuven op 55 kilometer van Kontich. We maken rechtsomkeert maar worden intussen door een groep Duitsers omsingeld, die ons bij het verlaten van het dorp op een echte kogelregen onthalen. In deze kleine schermutseling veliezen we korporaal Couvent en soldaat Gelein. Na een kwartier zijn we buiten gevaar, trekken vervolgens door een gebombardeerd en verlaten Londerzeel en komen om elf uur ’s avonds aan in Puurs. Boven het station signaleren we een zeppelin. We komen terug aan in Kontich om half een ’s morgens, uitgeput en afgejakkerd,  met een drijfjacht van zo’n zeventig kilometer in de benen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

Belgische infanterie 1914

Belgische infanterie 1914