van Brussel naar de bataille des frontières

Brussel wordt bezet door de Duitsers op 20 augustus 1914. Dit gebeurt zonder slag of stoot. Even heeft de Belgische overheid nog getwijfeld om Brussel te verdedigen. Er waren al verschansingen opgeworpen, en er waren 20.000 Burgerwachten bijeengebracht. Uit schrik voor represailles werd de burgerwacht terug geroepen en de stellingen weer afgebroken. Burgemeester Adolphe Max roept de bevolking op om zich rustig te houden en er zijn zo goed als geen opstootjes. In tegenstelling tot elders gebeurt de intocht van de Duitsers in alle kalmte.

Brussel_augustus1914

Duitse troepen op de Brusselse Grote Markt

Het Belgische leger trekt zich terug naar Antwerpen, dat haar rol als nationaal bolwerk opneemt. Ook de ministeries en politici zijn naar daar getrokken. Nederland wil echter zijn neutraliteit bewaren en heeft de westerschelde afgesloten. Daardoor kunnen de Britten Antwerpen niet bevoorraden. De Duitsers rukken verder op naar het zuiden en hierdoor vermindert de druk op het Belgische leger.

De komende dagen zullen de Duitsers de forten in Namen belegeren. Tussen 23 en 25 augustus 1914 vallen de forten rond Namen één voor één. In die dagen wordt er ook gevechten in Charleroi, waarbij de Belgen steun krijgen van Britten en Fransen. Ook in Bergen wordt er gevochten op 22 augustus en ook hier zijn er Britse en Franse troepen betrokken. Deze gevechten staan bekend als de slag aan de grenzen (“bataille des frontières”).

De frontlinies rond 20 augustus 1914

De frontlinies rond 20 augustus 1914

 

Aarschot krijgt een zware rekening te betalen

Bron : kalender 2014-2018, Davidsfonds vermeldt op 19 augustus 2014 onderstaande feit van toen 100 jaar geleden

Terwijl de Duitsers agressief de stad Aarschot binnentrekken, vallen er schoten. Van Duitse soldaten, van ongecontroleerde sluipschutters of van allebei… Beschuldigingen vliegen over en weer, maar burgemeester Jozef Tielemans voorkomt erger. Later op de dag schiet iemand de Duitse kolonel Johannes Stenger neer wanneer die verschijnt op het balkon van het huis van de burgemeester. De Duitse wraak is bloeddorstig : huizen op de markt gaan op in vlammen en een groep van 75 mannen en jongens krijgt de kogel. Nadien volgen er nog 29, onder wie de burgemeester. Nog meer huizen vatten vuur. Op 6 september worden 300 mensen getransporteerd naar Duitsland.

Opmerking : in Aarschot staat onderstaande foto vlakbij het oude huis van de burgemeester waar de noodlottige repressailles zouden starten.

herdenking aan de Duitse inval in Aarschot 1914

herdenking aan de Duitse inval in Aarschot 1914

Raoul Snoeck krijgt zijn vuurdoop in Tienen

Op 18 augustus 1914 krijgt Raoul Snoeck zijn vuurdoop in Tienen. De Duitsers hebben zich hersteld van hun nederlaag in de slag om Halen en staan klaar om de Gete over te steken. De volgende tekst komt uit het dagboek van Raoul Snoeck, gepubliceerd onder de titel “in de modderbrij van de Ijzervallei”.

Vandaag krijgen we de vuurdoop in de omgeving van Tienen. Het gevecht begint om twee uur in de namiddag. aan onze kant strijden het 2de linie en de rest van het derde, ongeveer duizend achthonderd man. De Duitsers brengen zo’n twintigduizend man in het veld. Om zeven uur ’s avonds duurt het gevecht nog voort. De vijand slaagt erin ons te omsingelen. Onmogelijk stand te houden. We verlaten het slagveld om halfnegen na hen zware verliezen te hebben toegebracht. Ook wij tellen doden. Een stuk van ons veldgeschut is compleet buiten dienst. De Duitsers gebruikten een schandelijke list om de mannen van het 2de Linie, compagnie 3/2 te verschalken. Ze vermomden zich als Belgische soldaten met een armband van het Rode Kruis. Zo gleden ze in de loopgraven bij onze soldaten om ze dan op het gepaste moment af te maken.

Tienen 1914

Tienen 1914

Onze compagnie, de 3/2 moet de aftocht dekken. We blijven als laatsten op het slagveld. Omdat we de tijd niet meer hebben om te vluchten, beveelt commandant Ruquoy het vuren te staken en ons op de bodem van de loopgraven onder stro te verbergen. De Duitsers die zich tweehonderd meter verderop bevinden, beelden zich in dat we de biezen gepakt hebben. Het is bijna duister als zij voorzichtig de loopgraven naderen. Ze denken dat ze verlaten zijn, trekken voorbij en groeperen zich wat verder. Op een sein van de chef springen we uit onze schuilplaats en vallen de Moffen in de rug aan de bajonet op het geweer. Ze zijn zo verrast dat ze elkaar omverlopen terwijl wij ontsnappen. Dit maneuver heeft ons maar een gewonde gekost, een zekere Robert Fréchier. Ze schieten nog wel op ons, maar te laat want ’s nachts is het onmogelijk te mikken en op duizend kogels is er maar zelden een raak. Onder een hagelbui van projectielen trekken we ons terug richting Lovenjoel en arriveren er om middernacht. De reservecompagnies wisten niet dat er zich nog Belgen achter de vijand bevonden en vuurden zonder ophouden omdat ze Duitsers opgemerkt hadden in het schijnsel van de branden. Het is een mirakel dat de makkers niet getroffen werden voor ze onze linies bereikten, vooral omdat ze briesten en lawaai maakten als een aanvallende ruiterij. Dankzij onze koelbloedigheid kon een ernstige vergissing vermeden worden.Men beveelt de terugtocht. De start is moeilijk, want we vorderen onder een geweldige bui van mitrailleur- en geweervuur. Maar de Duitsers achtervolgen ons niet.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

De Russen zijn daar !

Het von Schlieffenplan ging uit van een snelle Duitse overwinning op Frankrijk in 40 dagen om daarna met de Russen af te rekenen. Daarbij rekende men op een tragere Russische mobilisatie. Maar de Duitsers kwamen al snel tot de ontdekking dat ze 2 misrekeningen hadden gemaakt. De Belgen verzetten zich feller wat hun meer tijd kostte. En bovendien waren de Russen al heel snel om legers over de grens te sturen. Op 17 augustus valt een Russisch leger onder leiding van generaal von Rennenkampf (van oorsprong een Baltische Duitser) Oost-Pruisen binnen. Dit leidt tot een eerste slag om Stallupönen (huidige naam Nesterov in Rusland) op 17 augustus 1914. Hier zouden de Duitsers onder leiding van von François een defensieve overwinning behalen en de Russen kunnen terugdringen. Maar al snel blijkt dat dit niet voldoende zal zijn, want de Russen komen terug. Door hun numerieke minderheid aan het oostfront zijn de Duitsers gedwongen zich dan terug te trekken naar Gumbinnen (huidige naam Goesev nabij de Russische enclave Kaliningrad).

Stalluponen1914

 

De Gaulle in de slag om Dinant

De Duitsers hebben Luik veroverd en willen zo snel mogelijk naar de Franse grens. Dinant is daarbij een strategisch gelegen plaats aan de Maas. Het stadje ligt tussen Luik en Bergen in en is gelegen op korte afstand van zowel de Franse als de Duitse grens. 

Charles de Gaulle

Charles de Gaulle

Maar de Fransen zitten natuurlijk ook niet stil. Zodra de Duitsers Belgie zijn binnengevallen, heeft de Belgische regering Frankrijk en Engeland om hulp gevraagd. De Fransen sturen een leger naar Belgie. Het 148e régiment d’infanterie neemt posities in op de linkeroever van de Maas bij Dinant.

Op 15 augustus 1914 vallen de Duitsers Dinant aan, gesteund door hun artillerie. om 11 u 40 hebben de Duitsers de citadel van Dinant op de Fransen veroverd. De Fransen doen hun uiterste best om de stad te heroveren. Om 16u zal het 8e régiment d’infanterie een aanval doen op de citadel van Dinant en deze op de Duitsers heroveren. De Duitsers moeten zich terugtrekken uit Dinant.

Tijdens deze slag om Dinant is luitenant Charles de Gaulle gewond geraakt aan zijn been. In Dinant hangt daar nog altijd een plakkaat om dat feit te herinneren. Charles de Gaulle zou later bij het 33e RI nabij Verdun worden ingezet. Hij overleeft de slag maar wordt als krijgsgevangene naar Duitsland afgevoerd. Tijdens de 2e wereldoorlog zal Charles de Gaulle nog een zeer voorname rol spelen als leider van “la France libre” die alle gevluchte Franse soldaten aanvoert in de strijd tegen nazi-Duitsland. 

DeGaulleDinant1914

Raoul Snoeck in Tienen

dagboek van Raoul Snoeck

dagboek van Raoul Snoeck

Raoul Snoeck is een Gentenaar die begin augustus door de mobilisatie terug door het leger wordt opgeroepen. Zijn oorlogsdagboek loopt van 1914 tot 1918 en is onder de titel “in de modderbrij van de Ijzervallei” uitgegeven. Hieronder herneem ik een passage van zijn dagboek van begin augustus 1914.

10 augustus 1914
Zoals gisteren verzameling van het bataljon tussen Breisem en Tienen. Oefeningen. ’s AVonds bivak in Vertrijk. Volgens een officiële mededeling ziet de toestand er uit als volgt :”De Duitse cavalerie is de Maas overgestoken en bevindt zich op de linkeroever. De hoofdmacht houdt zich op in Sint-Truiden. De troepen die Luik belegeren, schijnen onbeweeglijk en hebben zich enkele kilometers teruggetrokken.“.

12 augustus 1914
We zien de lansiers terugkeren van Halen met hun buit : helmen, sabels, gordels enzovoort. Het schijnt dat de strijd hevig was. Velen zijn omgekomen.

13 augustus 1914
’s Middags : vertrek van Vertrijk naar Vissenaken. Het bataljon ordent zich en de artillerie neemt stelling. Bivak. Om elf uur ’s avonds komt het bevel ons naar een kampplaats in Kumtich te begeven via de weg Vissenaken – Tienen – Kumtich.

14 augustus 1914
Constructie van loopgraven in de velden langs de weg Leuven – Vissenaken – Tienen : een aangename oefening ! Bij regen ploeter je in de modder, bij droog weer en wind eet je zand. Is het warm, dan lekt het zweet je van het gezicht. Maar oorlog is oorlog ! We slaan er ons wel doorheen. Enkele ‘Taubes’ vliegen over. Het is verbonden erop te schieten om onze posities niet te verraden.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

(Opmerking : de Taube was een Duits oorlogsvliegtuig dat vooral gebruikt werd voor verkenninsgvluchten).

Taube

Taube – Duits oorlogsvliegtuig

Pastoor Cuppens en de slag van Halen

August Cuppens

August Cuppens

Deze blog gaat over mijn grootvader langs moederskant, Martinus Evers. Langs vaderskant heb ik geen weet van een voorouder die met de eerste wereldoorlog verbonden is. En dan is het heel leuk als ik mijn familienaam Cuppens toch zie opduiken bij een bekend slag, namelijk de slag van Halen.

Pastoor August Cuppens was afkomstig van Beringen, maar was pastoor van Loksbergen, deelgemeente van Halen, in 1914. Hij heeft dus de slag meegemaakt, of op zijn minst de geweerschoten de ganse dag gehoord. En ongetwijfeld heeft hij na de slag ook de gesneuvelde soldaten en paarden zien liggen. Wie het verloop van de slag van Halen wilt kennen, kan terecht op deze pagina.

Na de slag worden Duitse vaandels, geweren en helmen als trofeeën naar de pastorij van Loksbergen gebracht. Deze pastorij fungeert als hoofdkwartier van generaal Léon de Witte. Pastoor Cuppens doet er alles aan om het de soldaten naar hun zin te maken. Zo haalt hij een dode Duitse ulaan van het slagveld, doet de man opnieuw laarzen, een jas en een helm aan en zet het lijk rechtop in de gang van de pastorij. De Duitsers komen echter terug op 19 augustus en pastoor Cuppens moet de dode Pruis in allerijl in de tuin begraven. De pastorij wordt geplunderd en Cuppens wordt als gijzelaar meegenomen. Hij kan echter ontsnappen en verschuilt zich achter het huis van de burgemeester. Uiteindelijk raakt hij op 6 oktober over de Nederlandse grens en krijgt onderdak bij de kruisheren van Uden. Het is daar dat hij zijn gedicht over de zilveren helmen schrijft en zijn woede tegen de Duitse bezetter botviert :”Als er ’n rechtveerdige God bestaat, dan komt nooit meer een Pruis in de hemel.”.

Het is niet de eerste tekst die pastoor Cuppens schrijft. Hij was vriend van Guido Gezelle en ontving geregeld kunstenaars in zijn pastorie zoals  Hugo Verriest, Stijn Streuvels, Maria Belpaire, Alice Nahon. Hij heeft meegewerkt aan het tijdschrift “Dietsche Warande en Belfort”. Maar August Cuppens is nog het meest bekend voor de tekst van het lied “Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen”. Hij is dan ook niet aan zijn proefstuk toe als hij het gedicht “de slag der zilveren helmen” schrijft. Hiermee maakt Cuppens een duidelijke verwijzing naar de slag der gulden sporen (Kortrijk – 11 juli 1302).

Bronnen