de slag om Frezenberg

De datum van 20 september 1917 is wellicht de meest voorkomende op grafstenen van Zuid-Afrikaanse soldaten in de wijde omgeving van Ieper. Bij het begin van de derde slag om Ieper valt de 9e Schotse divisie aan in de buurt van Frezenberg in Zonnebeke. Tot die Schotse manschappen die deze brigade telt, hoort ook de Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Van de 2576 manschappen die deze brigade telt, keert slechts de helft ongedeerd terug. De anderen zijn gedood, gewond of vermist. De Zuid-Afrikaanse gesneuvelden worden nadrukkelijk herdacht op het Schots monument op de Frezenberg (Ieperstraat, Zonnebeke).

Het schilderij hieronder toont een tafereel uit deze slag en is van de hand van William Wollen.

WilliamBranesWollen_BattleOfFrezenberg1917

de inname van Cryer Farm

Britse troepen onder leiding van luitenant Cryer nemen op 15 september 1917 tijdens de slag van Passendale (of derde slag van Ieper) een zwaar verdedigde Duitse medische post in, die door een smalspoor met het tramspoor verbonden is. Tijdens de inname van deze grotendeels ondergrondse betonnen constructie sneuvelt de bevelvoerende luitenant. Sindsdien kennen we deze locatie als Cryer Farm.

CryerFarm

Toeristische tip : Cryer Farm (Menenstraat 43, Geluveld) wordt ook nog tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt, dan als schuilplaats voor burgers. Nadien gaat de historische waarde van de plek compleet verloren want het wordt een beerput. Pas bij opgravingen in 2001 wordt deze locatie herontdekt.

CryerFarm_Model

een model van Cryer Farm

Postume prijs voor Hedd Wyn

De Welshe dichter Hedd Wyn (pseudoniem van Ellis Humphrey Evans) krijgt op 6 september 1917 postuum de belangrijkste poëzieprijs van zijn land, de Zetel van de Nationale Eisteddfod.

Een week eerder raakte hij dodelijk gewond op het kruispunt van de Boezingestraat en de Groenestraat in Langemark, bij het Hagebos. Eerder op die dag veroverde hij samen met zijn kameraden van de Royal Welsh Fusiliers nog de Pilkem Ridge in Pilkem, een gehucht van Boezinge.

Hedd Wynn schreef zijn bekroonde gedicht “Yr Arwr” (de held) twee weken voor zijn dood in Fléchin (Frankrijk) toen hij op weg was naar het front in Vlaanderen.

Toeristische tip : Hedd Wyn rust op het Artillery Wood Cemetery (Poezelstraat 3, Boezinge). Er hangt een gedenkplaat aan de gevel van het huis in de Boezingestraat 158 te Langemark bij de plek waar hij sneuvelde. Iedere eerste maandag van de maand is er om 19u een kleine Last Post bij deze gedenkplaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hedd_Wyn.JPG

de resten van Ieper

Kapitein Frank Hurley, officieel oorlogsfotograaf van het Australisch leger, schrijft op 3 september 1917 in zijn dagboek hoe Ieper eruit ziet.

De mooie toren is nu een zielige hoop bakstenen met littekens en vol kogelgaten. De prachtige gebeeldhouwde muren zitten vol granaatscherven waarbij geen spoor is overgebleven van het beeldhouwwerk. De beelden zijn onthoofd en de prachtige zuilen en gebeeldhouwde pilaren liggen als gevallen reuzen dwars over de verwrongen overblijfsels van daken en andere bovenbouwwerken. O, het is te erg voor woorden.

Toeristische tip : In het centrum van de vredesstad Ieper, in de ooit kapotgeschoten Lakenhallen op de Grote Markt, is nu het In Flanders Fields museum ondergebracht. Eem absolute aanrader voor iedereen die wil kennis maken met talrijke uiteenlopende aspecten van de Groote Oorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ieper1917_01

geveld door Duitse sluipschutter

Eén enkel schot van een Duitse sluipschutter volstaat om kapitein W.B. Wood van het leven te beroven op 25 augustus 1917. In een relatief rustige sector van het front bij Ieper kijkt hij toe terwijl zijn manschappen een prikkeldraadversperring aanbrengen.

Minder dan een maand voordien heeft de kapitein nog een hoge Britse onderscheiding gekregen voor zijn moedige gedrag tijdens de inname van een reeks betonnen versterkingen op 31 juli 1917. Terwijl overal in zijn omgeving mannen sneuvelen, blijft hij de overlevenden aanvoeren totdat ze hun doel bereikt hebben.

Die 31e juli lijkt de kapitein immuun voor Duitse kogels terwijl hij deze avond op een relatief rustige plek op het slagveld geveld wordt door die ene kogel die afgevuurd wordt. Hij ligt begraven op Kemmel Chateau Military Cemetery (Nieuwstraat 40 te Kemmel).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsSluipschutterMasker.jpg

 

stellingname van de Somerset Light Infantry

Tijdens de slag van Passendale (derde slag om Ieper) zijn de gevechten bijzonder fel en dodelijk. Hierna een beknopt overzicht van de berichten die een verantwoordelijke van de 43e brigade van de Somerset Light Infantry van de frontlinie naar de commandopost achter het front stuurt

9u30 : We zijn omsingeld. We moeten terugtrekken. Versterkingen nodig

10u05 : Achteruit gedrongen. Meer versterkingen nodig. Nog negentig man over.

11u15 : meerdere vijandelijke machinegeweren gericht op onze positie. We houden stand ten koste van alles.

Middag : Een van de laatsten die sneuvel is kapitein Gerald Patrick Manson.

De naam van Manson staat nu vermeld op Tyne Cot Cemetery. Om zijn nagedachtenis te eren is op 24 augustus 2002 een Special Last Post geblazen aan de Menenpoort te Ieper.

CaptainGeraldManson.JPG

de vier dagen van de Fray Bentos

Precies om 4u45 in de ochtend van 22 augustus 1917 lanceren Britse troepen een gecombineerde tank- en infanterieaanval op de Duitse stellingen op de strategisch belangrijke Hill 35, nabij Sint-Juliaan (Langemark). De Duitsers willen koste wat het kost hun prima uitzicht vanaf deze heuvel behouden en verdedigen hem dan ook fel met mitrailleurvuur. Toch slagen de Britten er met hun twee per twee opererende tanks al snel in om de vijandelijke voorposten te verdrijven.

De bemanning van tank F.41 (Fray Bentos) speelt een bijzondere rol. De tank komt vast te zitten en kan vooruit noch achteruit, maar ze beschikt wel nog over al haar vuurkracht. Vier dagen houdt de bemanning het uit in de tank, iedere vijandelijke aanval afslaand. Even krijgen ze zelfs te kampen met vuur uit eigen rangen. Tijdens de nacht van de vierde dag slaagt de bemanning erin om de tank te verlaten en zonder bijkomende kwetsuren weer de eigen rangen te bereiken.

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, de laatste Braedy

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Adriaenssens_LastBraedy_FrayBentos

niet op het appel voor de werkopdracht

Soldaat Herbert Morris verdwijnt op 20 augustus 1917 tijdens een werkopdracht. Samen met anderen van zijn bataljon moet hij munitie leveren aan een artilleriegeschut op een paar honderd meter van het front in Poperinge. ’s Anderendaags duikt hij op in Boulogne, zonder wapen, maar met zijn helm nog op wijn hoofd.

Herbert Morris die opgroeide in Jamaïca, nam op 16-jarige leeftijd vrijwillig dienst in het leger en kwam terecht in het British West Indies Regiment, een eenheid met vooral zwarte soldaten. Aan het front opereren ze als een werkeenheid, ze nemen dus niet werkelijk deel aan de gevechten.

Op 7 september veroordeelt de krijgsraad hem tot de dood met de kogel. Net als tal van anderen brengt hij zijn laatste uren door in de dodencel op de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge. Daar staat ook de executiepaal waaraan hij vastgebonden wordt, vroeg in de ochtend van 20 september 1917. Hij krijgt een wit kartonnetje ter hoogte van zijn hart… Om 6u10 klinken de schoten.

Toeristische tip : de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge is heringericht compleet met dodencellen en executiepaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Harry Patch gewond aan de Steenbeek

Vroeg in de ochtend van 16 augustus 1917 steekt het bataljon waartoe de 19-jarige Harry Patch behoort, de Steenbeek over en maakt zich klaar Langemark te heroveren. Bij die gevechten raakt Harry zwaargewond en verliest drie van zijn beste vrienden.

In 2008 komt de dan 110-jarige Harry Patch een laatste maal terug naar die plek bij de Steenbeek. Hij onthult er een zelfbetaalde gedenksteen ter ere van zijn gevallen strijdmakkers en van een hele generatie oorlogsslachtoffers. Als Harry Patch in 2009 op 111-jarige leeftijd overlijdt, is hij de laatste overlevende soldaat die gevochten had in de eerste wereldoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HarryPatch

de namenlijst van de Menenpoort

De datum 15 augustus 1917 bepaalt of de namen van vermiste militairen uit het Britse Gemenebest al dan niet op de Menenpoort in Ieper staan. Op de muren van deze indrukwekkende poort is er alleen maar ruimte voor hen die sneuvelden voor 15 augustus 1917. De namen van de manschappen die daarna sneuvelden, zijn gegraveerd in de boogvormige muur om Tyne Cot Cemetery in Passendale. 

De Menenpoort is zonder twijfel het belangrijkste oorlogsmonument in Flanders Fields. Via deze poort trokken duizenden manschappen naar de slagvelden. Een eindeloos aantal keerde nooit weer. Sinds 11 november 1929 weerklinkt hier dagelijks de Last Post om 20 uur.  

Toeristische tip : in de wandelbox Flanders Fields (Davidsfonds) vind je een routebeschrijving , een kaartje en andere nuttige informatie voor een wandeling die je langs de belangrijkste oorlogsmonumenten van het centrum van Ieper leidt. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

menin-gate-memorial