Duitse sluippatrouille in Champagne

Aan het front in de Champagnestreek noteert Louis Barthas in zijn oorlogsdagboek.

Op 23 maart 1917, gebruikmakend van een pikdonkere nacht, viel een Duitse patrouille onze loopgraven aan en nam drie wachtposten gevangen die een dergelijk nachtelijk bezoek niet verwacht hadden. De Duitsers hadden bijna een vierde man meegenomen door hem een koord om de nek te werpen, maar de Fransman kon zich met een kopstoot in de buik van de mof losmaken en sloeg al vluchtend alarm.

Toen we met zijn allen ter plaatse aankwamen, was de patrouille met de gevangenen verdwenen. Deze nachtelijke ontvoering veroorzaakte grote opschudding in de sector. De generaal en de kolonel waren razend. Gedurende verschillende dagen regende het op rapport jammerklachten, verwijten en dreigementen.

Dit leek me een onderwerp waarbij ik heel moeilijk een passende foto of tekening zou vinden. Maar de Duitse veteraan en kuntschilder Otto Dix heeft hierover een tekening gemaakt :”Ueberfall einer Schleichpatrouille” (overval van een sluippatrouille).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

otto-dix-attack-by-a-stealth-patrol-crawling-through-the-trenches

Fransen naderen Saint-Quentin

Nu de Duitsers terugtrekken naar de Hindenburglinie om zo hun frontlinies in te korten en meer reserves achter de hand te houden, rukken Britten en Fransen op in het gebied dat door de Duitsers verwoest is achtergelaten. Le Petit Journal meldt zijn lezers hoe de opmars verloopt.

Op 20 maart 1917 publiceert le Petit Journal een kaart met de nieuwe frontlijn van Soissons tot Péronne. Heel wat bevrijde dorpen en steden zijn verwoest dor de terugtrekkende Duitsers. De stad Soissons is terug in Franse handen evenals 40 dorpen in de omgeving.

Op 21 maart 1917 wordt gemeld dat de Franse cavalerie Saint-Quentin nadert. De Britten bevrijden weer 14 dorpen. De opmars is wel moeilijker geworden door het slechte weer en de verwoesting van de wegen. Een Duitse tegenaanval wordt afgeslagen door de Franse artillerie.

De schilder François Flameng bezoekt de verwoeste streek en maakt er naderhand onderstaande schilderij van.

La_retraite_Allemande_(mars_1917)_François_Flameng

La Retraite Allemande (François Flameng)

bronnen

https://www.geneanet.org/blog/post/2017/03/20-mars-1917-ham-chauny-liberes-soissons-entierement-degage
https://www.geneanet.org/blog/post/2017/03/21-mars-1917-cavalerie-a-sept-kilometres-de-saint-quentin

 

 

Guynemer haalt als eerste een Gotha neer

De Fransman Georges Guynemer is de eerste piloot die erin slaagt een zware Duitse bommenwerper van het type Gotha G.III neer te halen. Hij doet dat op 8 februari 1917 aan boord van een SPAD VII. Weer een opmerkelijke prestatie van de jonge piloot (geboren 24 december 1894), ook al omdat hij nog maar anderhalf jaar in de lucht was.

Guynemer zal op 11 september 1917 neergeschoten worden in de buurt van Poelkapelle zonder dat er ooit nog een spoor van hem gevonden wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gotha01

Louis Barthas ziet zijn eerste tank

Louis Barthas zit eind november 1916 ergens aan de frontlinies van de Somme. Daar ziet hij voor de eerste keer een Engelse tank.

Niet ver van de loopgraaf zag ik een tank die midden in een veld was vastgeraakt. Een zware granaat had zonder te ontploffen de tank doorboord. Luitenant Lorius vertelde me dat deze Britse tank had deelgenomen aan de inname van Combles. Zo’n toestel hadden we nog nooit gezien. Het kreeg na dood en verderf bij de moffen te hebben gezaaid op de terugzeg motorpech, midden tussen de vijandelijke linies. Tevergeefs probeerden de Britten hun kameraden die opgesloten waren in de tank te bevrijden. Liever dan zich over te geven en het geheim van dit toestel prijs te geven, staken ze hun benzine in brand. Je zag de vlammen en rook door de schietgaten naar buiten spuiten en tegelijkertijd rook je de stank van gegrild vlees. Toen Combles was ingenomen werden er vier verkoolde lijken uitgehaald.

Helden ? Martelaars ? Of gekken ? Misschien waren ze gewoon het slachtoffer van een ongeval, van een ontploffing van de motor bijvoorbeeld ? Als ze vrijwillige slachtoffers waren, was het wel heel naïef te denken dat hun dood de Duitsers zou beletten op hun beurt tanks te bouwen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

british-mark-iv-3

Verbroedering in de Champagne

Louis Barthas schrijft over de leven-en-laten-leven-mentaliteit in de loopgraven in de Champagne.

Op zes meter van onze versperring hadden de Duitsers hun eigen versperring opgericht. Tussen de twee was prikkeldraad gesmeten maar slechts vier sprongen scheidden de twee volken, de twee rassen die elkaar aan het uitmoorden waren. Er was zelfs een overdekte gang die op één meter van de Duitse zandzakjes uitkwam.

(…) Hun verbazing (van de burgers aan het thuisfront bedoelt Barthas) zou in verbijstering zijn omgeslagen als ze de Franse en Duitse wachtposten hadden gezien die rustig op de borstwering een pijp zaten te roken en van tijd tot tijd als goede buren in hun buitendeur een luchtje schepten en met elkaar een babbeltje maakten. Bij elke aflossing werden deze gewoonten en gebruiken van de wachtposten doorgegeven. De Duitsers deden hetzelfde en al stond de hele Champagne in vuur en vlam, dan nog zou op deze bevoorrechte plaats geen granaat zijn gevallen.

(…) Soms wisselden we geschenken uit : pakjes Franse legertabak die ze in hun dikke Duitse pijpen oprookten of heerlijke sigaretten “made in Germany” die in onze Franse post terechtkwamen.
(…) De een zal het prachtig vinden, de ander misdadig. Het hangt ervan af of je het ideaal van menselijkheid onder of boven het ideaal van het vaderland plaatst. We kunnen er zeker van zijn dat dit gebaar van verbroedering op meer dan één plaats is voorgekomen. Onze bevelhebbers , onze leiders, moeten zich geen illusie maken : was er tussen de loopgraven een redelijke afstand geweest, waren er geen prikkeldraadversperringen geweest, dan zou iedereen elkaar de hand hebben gereikt. Eén bewijs, van de duizenden, dat deze gruwelijke oorlog tegen de wil van het volk ontketend is.

bronnen 
Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen
http://www.lefigaro.fr/culture/2015/12/17/03004-20151217ARTFIG00239-monument-des-fraternisations-mon-grand-pere-serait-fier.php

De tekening hieronder is van Thérèse Bisch en draagt de titel “Fraternisation”.

ThereseBisch_Fraternisation.jpg

Jansen en Janssen in Verdun

Jansen en Janssen in Verdun

Op 24 oktober 1916 valt het fort Douaumont nabij Verdun terug in Franse handen. In de loop van de slag van Verdun (21 februari – 15 december) verandert het fort van Douaumont tweemaal van bezetter, telkens zonder nauwelijks een schot te lossen. Op 24 oktober is de tweede maal.

Op 25 februari 1916 vallen de Duitsers het fort aan, een van de belangrijkste forten van de verdedigingslinie rond Verdun. Vooraf hebben ze ingecalculeerd dat de inname hen mogelijk tot tienduizend soldaten kan kosten. Wat de Duitsers nog niet weten, is dat de Fransen het fort ontmantelden en slechts zestig lichtbewapende militairen achterlieten. De verovering van het fort vraagt dan ook niet veel tijd of bloed.

Na een uitgebreide voorbereiding beginnen de Franse troepen op 24 oktober 1916 aan een tegenaanval op het fort van Douaumont. Er is iets wat zij niet weten : de dag voordien was er brand uitgebroken in het fort de de Duitsers hadden het helemaal ontruimd.

In onze 2e bron klinkt het anders : Gedekt door de mist heroveren de Fransen fort Douaumont en nemen 6000 Duitsers gevangen. De Duitse tegenaanvallen worden afgeweerd.

Wat de juiste toedracht ook is, de Franse regering wil dit heuglijke moment vereeuwigen en geeft schilder Henri Georges Jacques Chartier de opdracht de aanval van de Fransen op Douaumont te vereeuwigen. En de twee soldaten vooraan met snor, lijken wel dubbelgangers van mekaar. Ze doen sterk denken aan het duo Jansen en Janssen uit Kuifje (in de Franse versie heten ze Dupont en Dupond).

henri-georges-jacques-chartier-reprise-du-fort-de-douaumont

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Ian Westwel,, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag
http://www.geo.fr/photos/reportages-geo/premiere-guerre-mondiale-la-censure-pour-masquer-la-realite-des-combats-160983

Belg en Fransman gefusilleerd in Hasselt

In de schoolkazerne in Hasselt schieten Duitse militairen op 12 augustus 1916 twee mensen dood : de Fransman Sylvain Duval en Hendrik Vervoort, onderwijzer in Meeuwen. Allebei worden ze in Zonhoven begraven.

Hendrik Verdonck neemt op 1 augustus 1914 voor de duur van de oorlog vrijwillig dienst bij het 2e regiment Jagers te Voet. Van oktober 1914 tot begin 1915 is hij omwille van verwondingen enkele malen gehospitaliseerd in Aberdeen en Calais. Daar wordt hij op 1 april 1915 wegens verwondingen aan het oog afgekeurd voor de velddienst. Hij meldt zich dan als vrijwilliger bij de spionagedienst met vertakkingen tot in Noord-Frankrijk. De Franse officier Sylvain Duval leidt samen met hem het gezelschap. Op 6 mei 1916 wordt Hendrik door de Duitsers gevangen genomen.

De Franse militair Sylvain Duval is sergeant bij het bataljon Douaniers en Infanterie. Hij komt naar België om enkele sabotagedaden te plegen. Zo is hij betrokken bij een “vernietigingsopdracht” in september en november 1915. In april 1916 is hij opnieuw in ons land om een inlichtingendienst op te zetten in Charleroi en Hirson, Frankrijk. Via zijn opdrachtgevers in Rotterdam komt hij in contact met Hendrik Verdonck. Na enkele onvoorzichtigheden arresteren de Duitsers hem. De Duitsers vinden een kaart die Duval vanuit Brussel naar Verdonck schreef en pakken daarop de Limburger op.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://hasel.be/node/270214
http://www.hetstadsmus.be/images/dbimages/docs/pub_keik046.pdf

 

HendrikVerdonck1916.Jpg

gevechten rond Fleury

Het dorp Fleury is in juli 1916 al ingenomen door de Duitsers. Maar daarmee zijn de gevechten rond Verdun lang niet gedaan. Die blijven verder duren net zolang tot het ganse dorp zodanig verwoest is dat men het na de oorlog niet meer heropbouwt.

Fleury is maar 500 meter verwijderd van het Fort Souville. De Duitsers moeten echter wachten op versterkingen voor ze aan een nieuwe aanval kunnen denken. Op 12 juli 1916 is het zo ver : de Duitsers bereiken het fort maar ze kunnen het niet innemen. Generaal Falkenhayn vraagt het Ve leger om een periode zonder aanvallen in te lassen. Nadruk ligt voortaan op defensie om zo munitie, soldaten en artillerie te kunnen uitsparen. Die zijn immers nodig aan de Somme.

De Fransen zijn trouwens niet onder de indruk van het terreinverlies. Generaal Nivelle spreekt de historische woorden :”Ils ne passeront pas !”. En de gewone Franse poilus zijn al even vastberaden iedere meter te verdedigen en tegenaanvallen te lanceren waar het kan.

De Fransen lanceren verschillende aanvallen op Fleury en de nabijgelegen versterking van Thiaumont tussen 1 en 12 augustus 1916. Thiaumont wisselt heel geregeld van bezetter maar zal in augustus toch voornamelijk in Duitse handen blijven. In het Duitse hoofdkwartier in Stenay beseft men echter dat het offensief in Verdun ten einde is. Er is een tekort aan munitie en artillerie. Reservetroepen zijn er niet meer en de soldaten aan het front zijn uitgeput. Vanaf augustus 1916 ligt het initiatief voortaan bij de Fransen

bronnen
http://www.wereldoorlog1418.nl/battleverdun/battleverdun55/index.htm
http://www.oocities.org/bunker1914/Karten_Schlachtfeld.htm

Verdun191608

 

de slag van Albert

Op 1 juli 1916 begint de slag van Albert en die eindigt op 13 juli 1916. Deze veldslag vormt de aanzet voor het Britse en Franse offensief dat later bekend zal worden als de slag aan de Somme en tot na half november 1916 zal duren. De gevechten bij Albert leveren immers min of meer de gewenste uitgangspositie op voor het grote offensief in de regio.

Vooraleer aan het grote Somme-offensief te beginnen evalueren Britten en Fransen de voorbije gevechten. De Franse generaal Joffre vindt dat de Britten onvoldoende gepresteerd hebben, terwijl de Engelse generaal Haig wilt dat de Fransen aanvallen in Guidemont. Samengevat : de verstandhouding tussen beide heren is niet optimaal. Ook bij de Duitsers is er ontevredenheid : een generaal wordt ontslagen en de defensiestrategie wordt aangepast.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

somme4tharmy.gif

 

Bombardement op Karlsruhe

In de loop van de oorlog kennen militaire lichtvaarttoepassingen een geweldige ontwikkeling. Aanvankelijk werden vliegtuigen ingezet voor verkenningen of werden granaten of kleine bommen uit het cockpitraam gegooid. geleidelijk aan konden vliegtuigen en zeppelins zwaardere bommen meenemen en heuse bombardementen uitvoeren. Tijdens de oorlog stierven in Groot-Brittannië meer dan 1400 mensen bij Duitse luchtaanvallen, terwijl er in Duitsland ongeveer 700 doden vielen bij geallieerde aanvallen.

Op 22 juni 1916 bombarderen Franse vliegtuigen de stad Karlsruhe en daarbij vallen 117 doden. Onder hen zijn 85 kinderen die een voorstelling van circus Hagenbeck bijwonen. Naar verluidt was het de bedoeling het oude spoorstation te treffen, maar alle bommen vallen in bewoond gebied.

De Franse schilder Henri Farré heeft onderstaand schilderij van dit bombardement gemaakt. Hij was niet alleen officieel schilder bij het leger maar tevens piloot

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://fr.wikipedia.org/wiki/Henri_Farré

HenriFarré_Karlsruhe1916.jpg