Onrust in het Midden-Oosten

In december 1924 neemt de onrust in het Midden-Oosten verder toe. Het koninkrijk Hejaz onder leiding van Hoessein ben Ali lijdt al een tijdje onder aanvallen van de legers van Ibn Saud. In september 1924 was de stad Taif al in Saoedische handen gevallen. Op 6 oktober 1924 doet Hoessein troonsafstand ten voordele van zijn zoon Ali ben Ali. Hoessein zelf verlaat Jeddah en reist onder Britse bescherming door naar Akaba en vervolgens naar Cyprus. De troonsafstand moedigt ibn Saud alleen maar aan om naar Mekka te marcheren en de stad op 5 december 1924 binnen te trekken. 

Na de verovering van Mekka hergroepeert Ali ben Ali zich met de overgebleven Hejazi-troepen in de havenstad Jeddah, die in januari 1925 belegerd wordt door Saoedische troepen. Het beleg zal duren tot 16 december 1925, als Sharif Ali zich, door Britse bemiddeling, overgeeft en de stad verlaat naar Bagdad.  

Op dezelfde dag dat Mekka in Saoedische handen valt, wordt de staat Syrië gesticht. In feite gaat het om een fusie van de staat Aleppo met de staat Damascus. De staat Syrie is de opvolger van de Syrische federatie, met dit verschil dat de staat van de Alawieten niet mee overgaat van de federatie naar de staat Syrië. Deze staat gaat in vanaf 1 januari 1925, maar veel vrede zal de Syriërs niet gegund worden. In 1925 zal er een opstand uitbreken onder leiding van sultan Pasha el Atrash tegen de Franse koloniale overheersing.  

Bron : December 1924 – Wikipedia 

Ondergang van de Dixmude

De Dixmude is een Zeppelin-luchtschip gebouwd voor de Duitse Keizerlijke Marine als L72. Het maakt deel uit van de X klasse en het is de bedoeling om hiermee New York te bombarderen. Maar nog voor het luchtschip  kan voltooid worden, is de Groote Oorlog ten einde. Het luchtschip wordt aan Frankrijk gegeven als deel van de herstelbetalingen en opnieuw in bedrijf genomen in dienst van de Franse marine en omgedoopt tot Dixmude. Hiermee wil het Franse leger een eerbetoon geven aan de Franse Fusiliers marins die in 1914 zwaar slag hebben geleverd in Diksmuide in de beginperiode van de oorlog.

De Dixmude blijft de komende drie jaar aan de grond. In 1921 wordt een poging gedaan om hem opnieuw op te blazen, waarbij blijkt dat de oorspronkelijke gaszakken daarvoor te veel zijn verslechterd. Hoewel er nieuwe gaszakken door het bedrijf Zeppelin kunnen worden geleverd, geven de Fransen er de voorkeur aan om hun eigen gaszakken in Frankrijk te laten maken, wat resulteert in een vertraging van twee jaar.  Een ambitieus plan om over de Sahara naar Dakar te vliegen wordt goedgekeurd, en om zich hierop voor te bereiden wordt een proefprogramma gestart. In augustus en september vliegt de Dixmude boven Noord-Afrika. In oktober volgt een vlucht boven zuid-west-Frankrijk.

Op 18 december 1923 verlaat de Dixmude zijn basis in Cuers met een bestemming in Noord-Afrika. Het laatste radiobericht dat van Dixmude wordt ontvangen, is om 02:08 uur verzonden, waarbij het luchtschip meldt dat het zijn radioantenne inhaalt als gevolg van een onweersbui. Spoorwegarbeiders in Sciacca, Sicilië, zijn zich aan het voorbereiden om een trein te nemen die om 02.30 uur zal vertrekken, als ze de hemel in het westen zien oplichten. Elders ziet een jager aan de kust een bliksemflits in een wolk slaan, gevolgd door een rode glans in de wolk en vier brandende voorwerpen die uit de wolk vallen. In de ochtend spoelen twee aluminium brandstoftanks aan met de nummers “75 L-72” en “S-2-48 LZ-113” en diverse andere brokstukken. Het nieuws over deze gebeurtenissen bereikt de buitenwereld echter enkele dagen niet; De Franse regering, die om politieke redenen niet bereid is de mogelijkheid van verlies van het luchtschip toe te geven, onderdrukt deze rapporten. Pas op 26 december , als vissers een lichaam vinden, geïdentificeerd als commandant du Plessis door documenten in de zakken, wordt het verlies van de Dixmude erkend. Het is met 52 mensenlevens het dodelijkste luchtschipongeval in de geschiedenis, dat in 1933 overtroffen wordt door de vernietiging van de USS Akron, waarbij 73 mensen om het leven kwamen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Dixmude_(airship)

wapenstilstand in Ierland

Frank Aiken wordt op 20 april 1923 de nieuwe stafchef van het Ierse Republikeinse leger als opvolger van Liam Lynch, die tien dagen eerder in een hinderlaag is omgekomen. Aiken, die de aanval van het Irish Free State National Army heeft overleefd, drintg er bij de 12 leden tellende raad van bestuur op aan om verdere actie in de Ierse burgeroorlog stop te zetten. Hij is tot de conclusie gekomen dat de anti-verdrags-IRA een langdurig gevecht met de Free State niet kan winnen. Aiken’s resolutie om vrede te sluiten met de Ierse Vrijstaat wordt aangenomen met 9 tegen 2 stemmen.

Op 27 april 1923 kondigt Éamon de Valera aan dat het Ierse Republikeinse leger bereid is in te stemmen met een staakt-het-vuren in de burgeroorlog. Op 30 april kondigt Frank Aiken, dan een staakt-het-vuren aan en roept alle IRA-vrijwilligers op om op 24 mei afstand te doen van hun wapens om 12 uur.

De foto links toont Frank Aikin. Rechts staat Eamon de Valera.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/April_1923

marsorder naar Kütahya

Hans Tröbst krijgt zijn nieuwe marsorders in de aanloop naar een verwachte veldslag tussen Grieken en Turken.

Eind juni 1921 was het nieuwe marsbevaal daar. Ons einddoel was Kütahya, een stad tussen Afyonkarahisar en Eskişehir. Tot dan toe hadden we steeds mooi weer gehad, maar als we afmarcheerden, goot het natuurlijk met bakken uit de hemel. Dat had ik ook al vaak vastgesteld tijdens de Groote Oorlog. Zolang we onderdak hadden, kon de zon niet heet genoeg schijnen. En zodra het masrbeval er was, begon de smeerlapperij. Om 10 uur in de voormiddag vertrokken we met onze bagage, honderddertig wagens getrokken door tweehonderdzestig waterbuffels. Stel je even voor dat deze kolonne op een traag tempo door de enge dalen trok,en je zal begrijpen dat het avond was als we ongeveer vijftien kilometer hebben afgelegd.

Majoor Izzet was natuurlijk zoals het een groot commandant past met zijn gevolg vooruitgetrokken. Wijzelf bereiketen eerst tegen zeven uur ’s avonds ons eerste kwartier, in de volksmond “bad van de vijf vissen” genaamd. Het was inderdaad een kuuroord, want er waren drie natuurlijke bronnen in de buurt.

’s Anderendaags trokken we om zeven uur verder en we bereikten de grote weg die van Eskişehir naar Kütahya leidt. Na verscheidene marspauen kwamen we in ons einddoel aan. Het ganse bataillon kreeg onderdak in een oude, lege kazerne. Zodra wij officieren ons hadden geïnstalleerd en na ons te hebben opgefrist, trokken e de stad in om de inwendige en uitwendige mens te versterken. Kütahya, het oude Kythaion, was gebouwd zoals elke andere Turkse stad. Net zoals Ankara en Kastamuni lag ze aan de voet van een kleinere bergkegel, waarop de ruïnes en vervallen muren van een vroegere burg lagen. De stad zelf wemelde van de militairen. Overal voortjagende auto’s, lange treinkolonnen, telefoondraden, koeriers, officieren en soldaten van allerlei graden en uit allerlei legeronderdelen. Kortom, de beelden die ik nog ken uit de Groote Oorlog.

De volgende morgen verliet het bataillon opnieuw Kütahya en trok naar Güwen, een dorp op ongeveer drie uur van de stad en waar we de hoofdverdedigingslinie zouden bouwen. Volgens de laatste berichten was de Griekse aanval nakend en meer dan waarschijnlijk. Er waren Griekse troepenconcentraties nabij Uşak gemeld.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie