verontrustende berichten over Duitse gasaanval (1)

DuitsGasmasker1915_01Op 13 april 1915 deserteert de Duitse soldaat August Jaeger in de buurt van Langemark. Ongezien slaagt hij erin de Franse stellingen te bereiken. Tijdens zijn ondervraging informeert hij de Fransen over de Duitse troepensterkte, hun bewapening en hun ligging. Hij vertelt zelfs in welk huis in Poelkapelle zijn bevelvoerende officier verblijft.

Belangrijker nog is dat hij de Fransen informeert over een nakende Duitse aanval met gifgas. De flessen met het gas zijn reeds geïnstalleerd in de Duitse loopgraven. Het is alleen nog wachten op het geschikte ogenblik. Eenmaal de flessen geopend zijn, moet de wind het gas in de richting van de Fransen drijven.

De Franse generaal Edmond Ferry verwittigt zijn oversten, evenals de bevelhebbers van de Britse, Canadese en Belgische troepen. Niemand neemt ernstige maatregelen, met alle gevolgen van dien op 22 april 1915.

In 1930 schrijft generaal Ferry een artikel over dit incident en hij vermeldt de naam van soldaat Jaeger. Dit wordt Jaeger in Duitsland niet in dank afgenomen en hij wordt opgespoord en in 1932 veroordeeld tot 10 jaar gevangenisstraf. Hij zal ook de tweede wereldoorlog overleven en bevrijd worden in april 1945 als het concentratiekamp Dachau door de geallieerden wordt ingenomen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.greatwar.co.uk/battles/second-ypres-1915/prelude/french-react.htm

https://gerryco23.wordpress.com/2014/08/14/deserters-mutineers-and-the-german-soldier-who-warned-of-the-first-gas-attack/

de slag van Shaiba

SuleimanAskeriDe Turken vallen op 12 april 1915 Britse stellingen aan nabij Shaiba in Mesopotamie (wat later Irak zou worden en in 1915 nog deel uitmaakt van het Ottomaanse rijk). Het is de bedoeling om de Britten hier te verjagen en ze daarna ook uit de havenstad Basra te verdrijven. Deze belangrijke havenstad was in handen van de Britten na de slag om Basra (11 nov – 21 nov 1914). Met het invallen van de winter waren de gevechten gestaakt tot de lente van 1915.

De Turkse commandant Suleiman Askeri staat aan het hoofd van 4.000 Turkse soldaten en Arabische hulptroepen met een totaal van 14.000 man. Hij valt het Britse garnizoen van 7.000 soldaten  aan op 12 april 1915. De bombardementen en de aanvallen op de Britse stellingen leveren echter geen overwinning op en de Turken trekken zich terug in het bos van Barjisiyeh. Op 13 april vallen de Britten op hun beurt aan en zij slagen erin de Arabische troepen te verjagen. Tijdens de rest van de slag zullen de Arabieren niet meer deelnemen aan de gevechten. Op 14 april verlaten de Britten hun stellingen om de Turkse troepen op de vlucht te drijven. De ganse dag wordt er gevochten in het bos van Barjisiyeh. Na een stormaanval met bajonet slagen de Britten er toch in de Turken uit hun posities te verdrijven. Zo eindigt deze slag op 15 april. De Turken trekken zich terug en de uitgeputte Britten zetten de achtervolging niet in. Commandant Suleiman Askeri pleegt na de slag zelfmoord en wijt het verlies aan het gebrek aan ondersteuning vanwege de Arabische troepen.

Indische kanonniers tijdens de slag om Shaiba

Indische kanonniers tijdens de slag om Shaiba

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_Basra

http://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Shaiba

http://www.king-emperor.com/Photographs%20-%20Battle%20of%20Shaiba%201915.html

http://www.turkeyswar.com/campaigns/mesopotamia.html

Raoul Snoeck krijgt een brief van het thuisfront

Raoul Snoeck is na lange tijd terug actief bezig met zijn dagboek. Op 27 januari 1915 noteerde hij dat hij een brief van zijn ouders uit Gent had gekregen. Daarna wacht hij tot 10 april 1915 voor hij weer iets in zijn dagboek noteert. We lezen er het volgende :

Sinds vijftien dagen heb ik met de eerste legerdivisie rust in Ghyvelde. Ik krijg een brief van moeder. Zoals altijd wenst ze me goeie moed en spoort me aan geduldig te zijn. Om de waarheid te zeggen : aan deze verschrikkelijke nachtmerrie moet toch eens een einde komen. En misschien zijn we dichter bij dat einde dan we allemaal denken. Elke dag brengt ons nader bij de ontknoping. Ondanks wanhoop en tranen komen we geen stap dichter bij het uur van de waarheid. In afwachting : hoop doet leven… en we hebben er veel nodig.

Ghyvelde_kaartje

Ghyvelde klinkt dan wel heel Vlaams maar is toch Frans grondgebied. Deze Franse gemeente grenst aan De Panne en hoort bij het moerassig gebied dat ze “de Moeren” noemen.
Tijdens de eerste wereldoorlog was ook dit gebied overstroomd als extra bescherming van de havenstad Duinkerke die op 40 kilometer van het front lag. De Duitsers hebben meermaals Duinkerke beschoten onder andere met het lange-afstandskanon Lange Max

Hieronder staat een oude foto van de marktplaats in Ghyvelde. Het is niet zeker dat Raoul Snoeck de slagerij “in de vetten os” heeft gezien, maar de kans is niet denkbeeldig.

Ghyvelde_Boucherie_Au_Boeuf_Gras

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

http://www.ville-dunkerque.fr/decouvrir-dunkerque/histoire-de-la-ville/1000-ans-dhistoire/la-grande-guerre/

urenlang granaatvuur in het slijk van Saint-Maurice

Gerhart Pastors, een van de vele Duitse studenten die zich vrijwillig meldden, schrijft op 10 april 1915 vanuit Saint-Maurice (Frankrijk, departement wordt niet vermeld) het volgende in een brief :

Beroerd weer, koud regenachtig. In de loopgraven stond er 30 tot 40 centimeter slijk en water. Onze kleding, door en door nat en doordrenkt met leem, zoog zich vast en drukte op onze verstijfde ledematen. Niet alleen onze muts was nat, maar ook onze haren, niet alleen onze benen, maar ook onze voeten in de laarzen. En zo moesten wij het eens 24 uur achter elkaar zien uit te houden. Dan urenlang, een ontzettend granaatvuur, zodat men waanzinnig dreigde te worden, en dan tot slot een stormaanval van de Fransen, die uitliep op een bloedig handgemeen. Zo ging het dagenlang : duizenden lijken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Schutzengraben

Lier ligt er met de paasdagen van 1915 troosteloos bij

Auteur Virginie Loveling ontmoet op 7 april 1915 iemand die tijdens de voorbije paasdagen in zijn geboortestad Lier op bezoek was. De voormalige Lierenaar vertelt hoe de stad eraan toe is :

De schade is er onbeschrijfelijk, een zijde van de Grote Markt is helemaal verwoest, moedwillig door de Duitsers verwoest. In de tuintjes liggen nog overal ongeschonden buisjes met ontplofbare stoffen, mild-misdadig uitgestrooid.

Het kasteel van Nazareth is ook ten gronde vernietigd. Niets kon gered worden van de antiquiteiten en schatten van allerhande aard : kostbare tapijten, schilderijen, porselein in overvloed… Het vele hectaren grote park heeft veel geleden.

Toeristische tip : de deels bewaarde toegangspoort tot het kasteel van Nazareth (voordien een abdij) staat nog overeind : Marnixdreef, Lier.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lier1914_02

gevechten rond Drie Grachten

Dokter Lievens maakt gevechten rond Drie Grachten mee. Drie Grachten is een gehucht in Merkem, deelgemeente van Houthulst en gelegen aan het front. In zijn dagboek noteert hij einde maart begin april de volgende zaken :

22-3-1915
Nachtwerk. Duitse aanval bij Drie Grachten. Ze veroveren de stelling van het veerbootje.

23-3-1915
Met de commandant begeef ik me naar Duinkerke. We vernemen er dat Przemysl zich heeft overgegeven (lees meer hierover op deze bladzijde) . ’s Avonds ondergaat Reninge een beschieting bij volle aflossing. Vier doden en zes gewonden.

25-3-1915
Net als gisteren het gewone loopgravenwerk, zonder incidenten.

26-3-1915
Na het werk worden we door de Duitse artillerie bestookt. De granaten achtervolgen ons naargelang we ons verplaatsen. Een grote scherf valt op een halve meter van mij.

27-3-1915
Ik ontvang een brief van Maria Ide (schoonzus) en een andere van Ninove. Iedereen maakt het goed, dat is het belangrijkste. Nachtwerk van 19:00 tot 04:00 uur. Geweervuur bij post 2.
Het klooster van Pollinkhove met de infirmerie wordt getroffen door een granaat, die een bancardier doodt en vijf zieken verwondt.

1-4-1915
Een Duitse piloot gooit strooibriefjes uit met de mededeling dat ze Lo gaan bombarderen. Wat een verfijnde aankondiging ! En werkelijk, twee uur later begint dat feest. Het was dus geen aprilvis !

4-4-1915
Explosie van een munitiedepot. Acht man komen om.

5-4-1915
Zeven man verdrinken bij de aflossing van post 3. Tijdens de nacht vissen we twee lijken op.

6-4-1915
Ook de vijf andere lijken kunnen we bergen.

7-4-1915
Begrafenis van de acht ongelukkigen die op 4 april door die explosie zijn omgekomen. Daarna heroveren we de stelling van het veerbootje bij Drie Grachten.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DrieGrachten_Veerman

 

Herbert Sulzbach brengt de paasdagen in een hospitaal door

Herbert Sulzbach noteert begin april 1915 in zijn dagboek het volgende :

1 april : Ik heb een verschrikkelijke jeuk aan mijn huid en wil dat laten onderzoeken. Ik ga te voet naar Bazancourt-Ferme, van daar naar Chatillon en vervolgens, in een heerlijk lenteweertje, door omgeploegde velden en valleien naar Bally, waar ik een troepenconcentratie zag zoals nooit tevoren. Nieuwe regimenten met nieuwe nummers, in een nagelnieuwe uitrusting. Vandaar ga ik naar Vouziers. Daar gebeurt heel wat in Vouziers. Ons hoofdkwartier is er gelegen, en ook heel wat militaire hospitalen, en daar hoorde ik – voor het eerst sinds lang- de stem van een Duitse vrouw. Ik kom toe in het hospitaal van Sedan om 6 uur. Ik heb uitslag en dat komt van het niet wassen en van de vuiligheid waarin we wekenlang moeten leven. Maar in 2 dagen tijd ben ik genezen.

Paaszondag, 4 april : Ik denk na over het verleden en de toekomst. Ik denk terug aan Pasen 1913 die ik doorbracht met Bob (Bob was mijn bijnaam voor Friedl Schneider. De uitstap naar Lugano was mijn eerste onofficiële huwelijksreis). Ik bouw luchtkastelen voor de Paasdagen die na de oorlog zullen komen.

bron : Herbert Sulzbach, With the German guns, Pen & Sword military

Over Vouziers zijn er heel wat foto’s gevonden waar Duitse soldaten op staan. Ik plaats er hier één bij samen met een foto van het militair hospitaal van Sedan waar Sulzbach gelegen heeft.

Duitse soldaten in Vouziers

Duitse soldaten in Vouziers

militair hospitaal te Sedan

militair hospitaal te Sedan

Gastesten in het kamp van Beverlo op Goede Vrijdag

Het is Goede Vrijdag, 2 april 1915. Op de heide tussen Leopoldsburg en Meeuwen doorbreekt een sissend geluid de ochtendstilte. Seconden later kruipt een geelgroene wolk tergend traag over het schrale oefenterrein. Schapen en honden die her en der zijn vastgebonden aan houten palen, creperen wanneer de nevel hen bereikt. Fritz Haber, Duits topchemicus, taxeert vanaf een afstandje de uitwerking van zijn chloorgas, hij kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen. Plots stuurt Haber zijn paard de nevel in. “Hij raakt bevangen en ziet wit als was”, beschrijft een Duitse officier het tafereel. De demonstratie in het kamp van Beverlo neemt de laatste twijfels weg. Het chloorgas zal ingezet worden aan het westelijk front.

FritzHaberDe testen hebben alles te maken met een poging van de Duitsers om de patstelling aan het westelijk front te doorbreken. Kolonel Max Bauer neemt daarom contact op einde 1914 met Fritz Haber, die op dat moment al een zeer gekend chemicus is en directeur van het Kaiser Wilhelm instituut te Berlijn. Zijn eerste plan is om granaten te vullen met springstof en traangas. Een test aan het Oostfront (lees deze pagina) mislukt echter : het is te koud voor het gas om echt te werken. Daarna stelt Haber voor om cilinders te gebruiken,wat veel praktischer is om een geconcentreerd gas te laten ontsnappen. Haber stelt voor om chloorgas te gebruiken omdat dit toch al op industriële schaal wordt geproduceerd door Bayer. Chloorgas is veel zwaarder dan lucht, blijft dicht bij de grond en zakt in de loopgraven waar het zich op de bodem verzamelt. Na verloop van tijd verspreidt het zich in de lucht en kunnen aanvallende soldaten oprukken zonder bang te moeten zijn om last te krijgen van het gas.

De Duitse Generale Staf maakt zich in eerste instantie zorgen over de ethische bezwaren tegen zo’n gasaanval, maar krijgt de verzekering dat het technisch gezien niet in strijd is met de Haagse Conventie omdat het gifgas niet uit projectielen komt maar uit cilinders. En dus besluit men door te gaan met het plannen van de gasaanval. De plaats van aanval is al snel gevonden : Ieper.

Nog even terug naar Haber : na de oorlog zou hij zelfs nog de Nobelprijs krijgen, maar niet zonder protest van de geallieerden. Pijnlijk detail : Haber vindt het Zyklon B uit, het gifgas dat in de tweede wereldoorlog miljoenen Joden aan hun einde zal brengen. In 1934 moet Haber als Jood Nazi-Duitsland ontvluchten maar hij zal aan een hartaanval in Basel overlijden.

bronnen

Timmie Van Diepen in een artikel uit Oorlog in Limburg 1914-1918, bijlage van HBVL

Taylor Downing, stille strijders, BBNC Uitgevers

Kresten Andresen een Deen in Duits uniform

Van het Oostenrijks-Hongaars leger wist ik dat er meerdere volkeren in dienden : naast Oostenrijkers en Hongaren waren er onder meer ook Serviërs, Polen, Italianen, Tsjechen, Slovenen, Kroaten. Dat ook het Duitse leger anderstaligen in de rangen telde, was een nieuw feit voor mij.

Kresten Andresen is zo’n anderstalige in het Duitse leger. Hij is een Deen afkomstig uit het voormalige Deense gebied dat we kennen als Sleeswijk-Holstein. Na de tweede Deens-Duitse oorlog in 1864 kwam dit gebied definitief toe aan Pruisen. Het gebied kende toen al heel wat Duitstaligen en in 1914 is deze regio al 50 jaar onder Duits bestuur. Wat niet wegneemt dat Kresten zich als Deenstalige wat verloren voelt in dat grote Duitse leger dat een oorlog voert voor redenen die hem niet kunnen begeesteren. Toen de mobilisatie werd aangekondigd, had Kresten net een gedicht af. Als laatste regel voegde hij eraan toe :

Ach God, wees ons genadig, wij die mee moeten, en wie weet wanneer we terugkomen !

In Flensburg krijgt Kresten in augustus 1914 zijn Duits uniform. Naar alle verwachting zal hij 4 weken later naar Frankrijk gestuurd worden. Geregeld worden er vrijwilligers gevraagd, maar Kresten behoort tot de uitzonderingen die zich niet melden. In zijn dagboek noteert hij.

Je bent zo verdoofd dat je rustig ten strijde trekt, zonder tranen en zonder angst, en toch weten we allemaal dat we onderweg zijn naar een onvervalste hel. Maar in een strak uniform klopt je hart niet zoals het wil. Je bent jezelf niet, je bent nog nauwelijks mens, ten hoogste een goed functionerende automaat die alles zonder veel nadenken doet. Ach, mijn God, dat we toch weer mens konden zijn !

In december 1914 is Kersten aan het front in Lassigny, Picardië. In maart 1915 is hij iets verderop gelegerd in Cuy. Daar knoopt hij een gesprek aan met 2 Franse vrouwen, vluchtelingen in eigen land. Het contact wordt vergemakkelijkt door het feit dat hij geen Duitser maar een Deen is. De dochter van één van de vrouwen, Susanne, noemt hem “Kresten le Danois”. De andere vrouw is alle contact met haar man verloren. Getroffen door dit verhaal besluit Kresten de vrouw te helpen en schrijft het Rode Kruis aan in Genève om zo aan inlichtingen te komen.

De Denen zijn hun taalgenoten in Duits uniform niet vergeten. Zo is er zeer recent een heruitgave van het dagboek van Kresten Andresen gedrukt.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum, 2010

http://politiken.dk/kultur/boger/faglitteratur_boger/ECE1596403/100-aar-gamle-private-krigsbreve-er-saert-roerende/

Kresten Andresen

Kresten Andresen

Een duikboot vaart door Gent

In haar oorlogsdagboek noteert Virginie Loveling op 31 maart 1915 dat ze enkele dagen geleden een duikboot door Gent zag varen.

Vrijdag is een duikboot door een deel van de stad gevaren, begeleid door hulpboten en veel militairen. De nieuwsgierigen werden achteruit gedreven. De duikboot kwam van Antwerpen en vaarde de Schelde op. Deze ochtend, bij mooi weer, scheen de stad als uitgestorven. Bijna geen mensen te zien langs de boulevards. De brug aan de Visserij, waar de duikboot voorbij voer, wordt door een schildwacht bewaakt.

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit oorlog onder water)

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit het boek “oorlog onder water”)

Het is niet zeker dat die duikboot vanuit Duitsland komt varen. De Duitsers hadden eerder de diverse havens van België bekeken : Oostende, Zeebrugge, Brugge, Gent en Antwerpen. Na inspectie hadden ze het idee opgevat om kleine duikboten in onderdelen per spoor te vervoeren en op de Gentse werf in elkaar te steken. Antwerpen biedt nog meer faciliteiten dan Gent.  Ook daar kunnen onderzeeboten in elkaar gezet worden en via de kanalen de doortocht maken van Antwerpen, naar Gent, Brugge en Oostende.

Karl Bartenbach

Karl Bartenbach

Deze duikboot maakte deel uit van de Unterseebootsflottilje  Flandern. Op 29 maart 1915 wordt deze flottilje gecreëerd met Korvettenkapitän Karl Bartenbach als bevelhebber. De duikboot die Virginie Loveling in Gent zag varen, zal een van de eerste duikboten geweest zijn van deze kersverse marine-eenheid.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds, 2014

http://uboat.net:8080/articles/48.html

http://www.vliz.be/wetenschatten/beeldbank.php?album=3793&pic=53342