De Harpalion, inspiratie voor Willy Stöwer

In het kanaal treft de Duitse onderzeeër U-8 op 24 februari 1915 het Britse vrachtschip Western Coast met een torpedo terwijl het zowat 15 kilometer voor de kust vaart. Het cargoschip zinkt, maar alle negentien bemanningsleden overleven de aanval. Eveneens op deze dag treffen de Duitsers nog twee andere Britse vrachtschepen in het kanaal : de Harpalion en de Rio Parana. Beide zinken. Op het eerste schip vallen drie doden, alle andere bemanningsleden kunnen zich redden.

Het schilderij hieronder geeft het zinken van de Harpalion weer. De schilder is Willy Stöwer (1864-1931), de meest gekende maritieme schilder van Duitsland en de favoriet van de Duitse keizer.Hij was de zoon van een zeekapitein, geboren in Wolgast. Hij kreeg een opleiding als metaalbewerker en werkte als technisch tekenaar op scheepswerven. Al snel kreeg hij opdrachten als schilder. Daarbij werd hij opgemerkt door keizer Wilhelm II. Tussen 1905 en 1912 begeleidde hij ook de keizer op zijn reizen. Met de ondergang van het keizerrijk en de keizerlijke vloot eindigde ook zijn meest creatieve periode. Willy Stöwer viel na de oorlog terug op wat hij in zijn beginperiode deed : reclame maken voor maritieme maatschappijen.

ondergang van de Harpalion - Willy Stöwer

ondergang van de Harpalion – Willy Stöwer

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Willy_St%C3%B6wer

Edith Appleton vraagt sokken voor de Tommies

KnittingForTommyIn een brief aan haar moeder schrijft zuster Edith Appleton op 23 februari 1915 over het tekort aan sokken bij de verzorging van soldaten :

De gebreide sokken waren snel opgebruikt door de Tommies (Britse soldaten). Onze dienst is zoiets al een bodemloze put voor sokken, hemden en pyjama’s. Soms gebruiken we meer dan vijftig paar sokken in een dag.

De gewonde militairen die hier binnengebracht worden, zijn meestal doordrenkt van nvocht door hun verblijf in de loopgraven. Al hun kleding moet gewisseld worden. Zou je voor de verandering sokken zonder hiel kunnen zenden; losjes gebreid. Ze zijn zo nuttig bij bevroren voeten : we doen ze hen aan boven kussenvulling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Wie de oorspronkelijke brief wil lezen, kan daarvoor terecht op deze webpagina : http://www.edithappleton.org.uk/EarlyLetters/Letter19150223_transcript.pdf

Edith Appleton

Edith Appleton

Edith Appleton (1877, 1958) heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden. De Groote Oorlog begon voor haar toen ze op 10 oktober 1914 in Oostende aankwam. Volgens een website aan haar gewijd is de brief van 23 februari 1915 geschreven in Hazebrouck, Frans-Vlaanderen.

Voor haar moed en toewijding kreeg ze meerdere medailles waaronder de “military OBE”, het “Royal Red Cross” en ook een Belgische Koningin-Elisabeth-medaille.

meer informatie over Edit Appleton

http://anurseatthefront.org.uk/about-edie/

https://twitter.com/ediesdiaries

http://www.illustratedfirstworldwar.com/first-world-war-series-sister-edith-appleton/

de eerste zeppelin in Gontrode

Op het Duitse vliegveld van Gontrode landt op 22 februari 1915 voor het eerst een zeppelin, meer bepaald de LZ-33. Omdat zeppelins vooral ’s nachts vlogen, zagen de dorpelingen pas ’s anderendaags hun eerste luchtschip van relatief dichtbij. Minder prettige natuurlijk was het geluid van de motoren van de zeppelins, dat de nachtrust van de omwonenden danig hinderde.

Relatief kort na hun inval leggen de Duitsers diverse vliegvelden aan, onder meer in Gontrode en in het aanpalende Lemberge. In het begin van 1915 kwam er ook een apart vliegveld voor zeppelins. De voornaamste redenen om niet voor Sint-Denijs-Westrem te kiezen waren de eerder beperkte afmetingen en de herhaalde bombardementen daar.

Vlakbij, in Lemberg, werd vaak een kabelballon opgelaten, als een soort van baken voor piloten.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bunkergordel.be/14.030%20Duitse%20WO%20I%20vliegvelden%20in%20de%20omgeving%20van%20Gent.html

de verkenningsballon van Lemberge

de verkenningsballon van Lemberge

Jozef Gesquière gaat op uitstap naar De Panne

Onderwijzer Jozef Gesquière uit Veurne is voor een dagje op weg naar De Panne en noteert in zijn dagboek op 21 februari 1915.

Prachtig boven onze hoofden het draaien en zwenken van onze vliegers die op verkenning zijn. Ook een vijand nadert. Boven Veurne heeft hij het warm gehad te midden van de ontploffende shrapnels. Hier zal hij ook geen vriendelijk onthaal genieten. De machinegeweren uit de vliegtuigen rikketikken geweldig. Alleen tegen zoveel tegenstrevers houdt hij het niet uit en blaast ijlings de aftocht, over zee naar het oosten toe.

We zetten onze weg naar De Panne voort. Wat een gewoel, wat een beweging in het vroeger zo stille vissersdorp.

De Panne tijdens de oorlog

De Panne tijdens de oorlog

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.depanneblogt.be/?p=21431

gevechten rond kasteel Herenthage

Rond 19 februari 1915 heeft rond Zonnebeke een van de felste loopgravengevechten uit de regio plaats, in het gebied om het domein en het kasteel Herenthage.

De 18e februari veroverden de Duitsers de ruïnes van het kasteel op de Fransen. De 19e gebeurt het omgekeerde, maar de Duitsers blijven de omgevende bossen bezetten. De 20e zullen de Fransen opnieuw proberen de vijand uit de bossen te verdrijven. Tijdens de eerste drie aanvalsgolven weten de goed opgestelde Duitse machinegeweren de Fransen op een afstand te houden.

Uiteindelijk zullen de Duitsers verdreven worden rond 15u. Ongeveer tweehonderd van hen blijven dood achter op het slagveld.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dat de gevechten het kasteel Herenthage tot een ruïne zullen herleiden, mag blijken uit onderstaande afbeeldingen van dit kasteel voor en tijdens de oorlog.

KasteelHerenthage_1911

KasteelHerenthage_1915

Jeroom Leuridan ziet de miserie van de vluchtelingen

In zijn dagboek heeft Jeroom Leuridan het over de vele ongelukkigen. Op 18 februari 1915 noteert hij :

Veel ongelukkigen zijn er nu, rampzalige lieden, die zonder dak noch onderkomen moeten leven aan vreemde haard en die de harde broodkorst toegereikt moeten worden door vreemde hand. Bijna dagelijks zie ik dingen die mij stil in het hart verheugen, ofwel – en dit wellicht wel meer – mijn gemoed vol doen komen. Ik spreek van de behandeling van de schamele bannelingen, die uit erf en goed worden verjaagd.

De oorlog wijst helklaar uit wie leeft voor edele werken, wie voor zelfzuchtig winstbejag en eigen genot. Roerende voorbeelden van grootmoedige naastenliefde heb ik gezien evenals afkeerwekkende daden van laaghartige baatzucht. Eén voorbeeld maar : rijke boeren zonden arme zwervers, ’s avonds, na een gure winterdag, zonder één enkele snede brood van hun hoeve weg, terwijl hun arme schuurdorser de schamele, afgetobde bannelingen in zijn nederige hutje opnam en met hen zijn harde brok brood deelde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jeroom Leuridan behoorde tot het 23e linieregiment, waartoe vanaf 1916 ook Martinus Evers zou behoren.

Het schilderij hieronder is van Eugeen van Mieghem en heet “vluchtelingen bij molen”.

EugeenVanMieghem_VluchtelingenBijMolen

de eerste dieptemijn voor Hill 60

Het Britse leger brengt op 17 februari 1915 zijn allereerste dieptemijn tot ontploffing, op de plek die nu bekend staat als Hill 60. Eigenlijk is dit niet eens een echte heuvel, maar is die gevormd door mensenhanden : door de ophoping van aarde die uitgegraven werd tijdens de aanleg van aanpalende spoorwegbedding.

Hill 60 is een zeer fel bevochten plek. Bij de aanvang van de oorlog beztten de Fransen de heuvel, maar nog in december van hetzelfde jaar veroveren de Duitsers de plek. De Britse dieptemijn verjaagt hen niet meteen. Dat gebeurt pas op 17 april 1915. Nauwelijks enkele weken later verdrijven de Duitsers hen met behulp van gifgas. Ze beheersen de strategische belangrijke heuvel tot 7 juni 1917.

De volgende paar jaren blijft de strijd hier ondergronds woeden. De donkere tunnels in de kleigrond werden een naamloos graf voor zovelen. Zoals Toerisme Ieper op zijn webstek schrijft :”Hill 60 is een begraafplaats zonder stenen”.

Toeristische tip : de site van Hill 60 (Zwarteleenstraat, Zillebeke) is vrij toegankelijk. In dit oorspronkelijk oorlogslandschap bemerkt je nog steeds de kraters die ontstonden door de ontploffing van dieptemijnen en ander oorlogstuig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds.

Hill 60 te Zillebeke

Hill 60 te Zillebeke

Britten en Fransen vallen aan nabij Reims

Na weken van voorbereidend trommelvuur beginnen Britse en Franse troepen op 16 februari 1915 in de buurt van Reims (Champagnestreek) aan de zogenaamde winterslag. In totaal trekken twintig geallieerde divisies op tegen de Duitsers die hier in de minderheid zijn. Toch kunnen ze een doorbraak verhinderen omdat de aanvallen plaatsvinden in een relatief smal gebied. Bovendien beschikken de Duitsers over een zeer uitgebreide en degelijke verdediging, met een netwerk aan loopgraven en versterkingen.

Een van de redenen om deze aanval nu te laten doorgaan, is dat de geallieerden hun Russische bondgenoot willen ontlasten, die het in het oosten zeer zwaar te verduren heeft tegen de Duitse troepen.

Op 20 maart 1915 worden de gevechten gestaakt. Alleen al de Fransen tellen bijna een kwart miljoen doden, gewonden en krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening komt uit de stripreeks “moeder oorlog” (album “tweede aanklacht) van Kris & Maël.

MoederOorlog_2eaanklacht_01

Gaston Le Roy heeft heimwee naar Wetteren

Op 14 februari 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek :

Het is al een maand geleden sinds ik Wetteren verliet… De dagen kruipen voorbij. Het heimwee naar huis besluipt mij. Kon ik maar terugkeren ! Maar daar kan ik niet aan denken. Had ik maar naar hen geluisterd, had ik alles rijpelijk overwogen, dan zou ik hier niet onder de militaire dwang gebukt moeten gaan. Dan zou ik nu niet naar hun pijpen moeten dansen. Ik schik me in mijn lot en gehoorzaam uit noodzaak.

De inwoners van de streek zijn guller en vriendelijker dan in de vijandig gezinde steden. Ook de officieren kunnen we over ’t algemeen best verdragen.

Op het moment dat Gaston dit schrijft, is hij in militaire opleiding in Bréhal, Normandië.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, uitgeverij Lannoo

Wetteren - kerkstraat

Wetteren – kerkstraat

Veurne slaat carnaval en vasten over

Zou iemand in Veurne carnaval vieren, vraagt Jozef Gesquière zich af. In zijn dagboek noteert hij op 13 februari 1915 het volgende :

In de Zuidstraat weerklinken plots de schreeuwerige tonen van een harmonica. Carnavalvierders ? Och kom, wie zal er nu in deze omstandigheden aan dergelijke zotternijen denken ? Ze zouden ten andere één dag te vroeg zijn. En toch, die harmonica ?

Daar komen ze inderdaad de Markt overgestapt of liever gedanst, plisplassende door de immer striemende regen, vier Franse mariniers, zingende en springende, nat van buiten en waarschijnlijk ook van binnen. Ze schijnen het aan hun hart niet te laten komen dat het zo’n ellendig weer is en zo’n ellendige tijd vooral.

In al de missen wordt op 14 februari 1915 afgekondigd dat, gezien de droevige omstandigheden, iedereen ontslagen wordt van het vasten en zelfs van het vlees derven op vrijdag. In Veurne is van “maskeren” zoals gebruikelijk op carnaval, natuurlijk geen sprake. Het weer leent er zich dan ook niet toe. De hele dag is het geen weer om een hond door te jagen, en ook geen carnavalszot.

Zuidstraat in Veurne

Zuidstraat in Veurne