Mort subite aan het Vlaamse front

Het ene moment drink je samen koffie, een half uur later maak je zijn dodenkrans. Een Franse soldaat schrijft van aan het Vlaamse front naar huis :

Wij staan de praten in de loopgraaf en drinken een beker koffie. Naast mij valt plotseling mijn vriend neer. Eén kogel heeft zijn hersenen doorboord. Zonder een kreet is hij neergevallen.

In de tweede linie graven wij een put. Een halfuur later dragen wij het lijk, in zijn kapotjas gewikkeld, naar zijn laatste rustplaats. Iedereen groet, wanneer de harde aardeklompen in de kuil vallen. Wij planten er een klein houten kruisje op, en met dennentakken en een driekleurig lint maken wij een krans.

Voor hem geen plechtige staatsbegrafenis.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de tekening komt uit de stripreeks Edelweiss, auteurs Yann en Hugault, album nr 2 – Sidonie

Edelweis01

Duitse soldaten doden Hasselaar

Op 21 maart 1915 rond 18 u schieten Duitse militairen in Hasselt de ongehuwde schoenmaker Karel Cosemans uit de Paardsdemerstraat neer wanneer hij wegvlucht uit Koffiehuis Vanorshoven tegenover de “Spoorhalle” (oude benaming voor station). Reden was dat hij hen “op scherpe wijze bejegend had”. De Duitsers treffen hem met een kogel in de rug op het einde van de Geraetstraat. Een half uur later overlijdt Karel Cosemans in het koffiehuis van de weduwe Vos, op de hoek van de Geraetstraat en de Kuringerbaan.

Stationplaats te Hasselt

Stationplaats te Hasselt

Turken slaan Britten en Fransen terug bij Gallipoli

Bij een mislukte Britse aanval op de Dardanellen slagen achttien geallieerde schepen, waaronder ook drie Franse, er op 18 maart 1915 niet in om de Turkse vlooteenheid te verdrijven. Ze moeten zich terugtrekken, met achterlating van drie gezonken scherpen (waaronder de Franse Bouvet), terwijl drie andere behoorlijk beschadigd zijn. Blijkbaar hielden de geallieerden, onder leiding van viceadmiraal John de Robeck, geen of te weinig rekening met de aanwezigheid van mijnen in de relatief smalle zee-engte. Er waren dan ook nauwelijks mijnenvegers bij de geallieerde vloot. Voor de Turken is 18 maart 1915 dan ook een grote overwinning. Wie zich daarvan wil overtuigen, moet eens googelen op 18 mart 1915 Çanakkale (Turkse naam voor Gallipoli).

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

veroordeeld wegens lafheid

Jeroom Leuridan, later advocaat en Vlaams-nationalistische politicus, beschrijft in zijn dagboek op 17 maart 1915 hoe een Franstalige Belgische krijgsraad een Vlaamse soldaat die de Franse taal niet machtig is, veroordeelt wegens lafheid.

Op het einde van het proces klonk de enige Nederlandstalige zin :”Heb que noc iets te seque ?”. Natuurlijk had de soldaat niets te “seque”, want hij had van het hele verloop van het proces niets begrepen.

Een paar weken later wordt Leuridan medewerker van De Belgische Standaard, een Nederlandstalige krant die verspreid wordt in het onbezette gebied.

Krijgsraad

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Herbert Sulzbach rust uit in Les Petites-Armoises

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach na de winterveldslag in de Champagne het volgende :

Wij, oorlogsvrijwilligers, mogen fier zijn op het feit dat we betrokken waren in de grote slagen in het westen sinds de oorlog is uitgebroken. We waren bij de opmars betrokken, in de eerste defensieve slag in Vlaanderen en nu in de winterveldslag in de Champagne.

Les Petites-Armoises

Les Petites-Armoises

(…) We waren elf weken in dit gebied, elf weken van ononderbroken vechten, in de grootste veldslag tot nu toe en op 14 maart 1915 verlaten we de frontlinies. We trekken door Vouziers en onderweg passeren we gemotoriseerde colonnes of colonnes op paardenkracht die naar de achterhoede trekken. (…) We komen aan in Les Petites-Armoises. We worden ingekwartierd en vallen in een lange, lange slaap, op hooi in een zolder, en er zijn geen ontploffingen meer te horen.

15 maart 1915 : Ik zit in de tuin die bij de schuur in dit kleine dorp hoort. Rechts van mij is een kleine kerk in een andere kleine tuin, en recht voor me, de boerderij en de brede dorpstraat, mooi en proper. Links van me zijn een aantal omgeploegde velden waar het eerste lentegroen al verschijnt, en je kan de vogels horen fluiten. Ik moet dit allemaal noteren omdat dit zo ongewoon voor me is en mooier dan ik me kon inbeelden. Ik merk plots dat ik nog in leven ben. Of beter, het voelt eerder alsof ik uit de doden ben opgestaan. Ik voel een golf van heimwee, en ik merk enkel dat er nog oorlog is door het gerommel van de artillerie in de verte. Hopelijk blijven we hier een aantal weken. De mensen van de boerderij geven ons melk en boter. Het is allemaal zo rustig en vredevol. Ik praat met de lokale burgers en alles wat deze goede mensen zeggen, vind ik interessant. Ik ga met een van mijn kameraden naar de kerk, waar een Franse priester een misviering houdt.

We zorgen voor de paarden, voeren wat taken uit en rusten voor de rest uit deze dagen in een heerlijk lenteweer. Ik ben nog altijd bij mijn maat Kurt Reinhardt (noot : dit is de broer van luitenant Reinhardt waarvan sprake in dit berichtHij en ik en nog 2 anderen hebben een kamer voor ons vieren, bij enkel Franse boerenmensen, en een zicht over kilometers omgeploegde velden die langzaam groen worden. De eigenares van de boerderij is een weduwe die hier woont met haar dochter Valentine. De volgende dagen trainen we de paarden en rijden door bossen en weiden. We vinden deze rustige streek echt heel aangenaam.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Jeroom Leuridan maakt de mis van de grenadiers mee

In de buurt van het front woont Jeroom Leuridan op 14 maart 1915 een mis bij op de zondag van halfvasten :

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

Ik heb de mis van de Belgische grenadiers bijgewoond. De kerk was “gestampt vol”. De grenadiers hebben de dood zien maaien in hun rangen. Heeft dat hen wellicht dichter tot de Gebieder van de Dood gebracht ? Het prachtige muziekkorps van de grenadiers heeft roerend schone stukken uitgevoerd.

De donderende basstem en dat schetterend klaroengeschal aan de consecratie, terwijl al die krijgshoofden diep gebogen waren… Aangrijpend ! Dat schone woord van de aalmoezenier… en dan ginder, het bonzen van de kanonnen, een dof gedonder als het grondspel in de verheven muziek van de ruisende snaren, begeleid door de gedempte tonenvloed van de zinderende fanfaremonden.

Ik vergeet ze niet licht, die mis van de grenadiers, daar zo dicht tegen de strijdlinie, onder ’t gedonder van de kanonnen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Poperinge wordt gebombardeerd

Op 12 maart 1915 gooien Duitse vliegtuigen drie bommen op de grote markt van Poperinge. Er vallen maar liefst elf doden en dertig gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers zijn er soldaten, inwoners van Poperinge en vluchtelingen. Het jongste slachtoffer is 15 jaar, het oudste 50 jaar.

Op 15 maart 1915 gaat in de Sint-Bertinuskerk de begrafenisdienst door. De slachtoffers zullen allemaal samen in één graf begraven worden op het stedelijk kerkhof aan het Rekhof. Britse militairen die in de stad gelegerd zijn, zullen samen met de lokale brandweer een erehaag vormen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7f850e90-bbc5-11e3-8d7d-ef0aaeb0fb3e

DuitseVliegtuigen

Dokter Lievens ziet de kerk van Reninge branden

8-3-1915 : We worden aangeduid om de 1e cavaleriedivisie te vervangen in de sector Fort Knokke en het Veermanshuis. We kantonneren in Gijverinkhove in de hoeve De Corte.

9-3-1915 : Verschillende granaten omkaderen de hoeve Dugardein in Lo. Gelukkig raakt niemand gewond. De hele familie blijft er wonen.

10-3-1915 : Kantonnement bij de Fintele aan de Ijzer. De kerk van Reninge brandt als gevolg van een beschieting met brandbommen. De toren is voor de helft vernield. ’s Avonds trekken we naar het front om de eerste linie te versterken en om colonnepaden aan te leggen. We werken tot 2 uur. Kalme nacht in de sector. De Duitsers verlichten onze linies met vuurpijlen, ze geven heel wat signalen waarvan wij niets begrijpen. Er zijn vuurpijlen van alle kleuren. Het is als een vuurwerk op een goede ouderwetse kermis. Plots weerklinkt hevig geweervuur rechts van ons. Naar verluidt zouden de Britten in de aanval gaan. Het geweervuur laait bij herhaling driemaal op om dan zachtjes uit te doven. In de verte vermindert de gloed van de kerk van Reninge langzaam in de nevelige nacht.

11-3-1915 : We moeten ons logement afstaan aan de 4e legerdivisie. Voor vannacht staan we dus op straat. We vernemen uit officiële bron dat de Britten vijf kilometer zijn opgerukt in de streek van La Bassée. Dit goede nieuws doet me de hardheid van het bestaan vergeten en ik droom er heerlijk van om binnenkort mijn lieve familie en mijn huisje terug te zien.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

de kerk van Reninge

de kerk van Reninge

 

de aanval op Neuve-Chapelle

JosephJoffre

Joseph Joffre

sir John French

sir John French

Het plan van de Franse opperbevelhebber Joffre is om het stadje Aubers te veroveren en zodoende extra druk uit te oefenen op de Duitse verdediging rond Lille. Daarom stemt sir John French, commandant van de British Expeditionary Force (BEF), in om Neuve-Chapelle te veroveren, dat een kleine uitstulping vormt dat in de weg zit. Het Britse 1e leger van 40.000 man, onder bevel van Douglas Haig, zal de aanval uitvoeren. Op 10 maart 1915 wordt er eerst een barrage aan kanonnenvuur afgeleverd van 35 minuten; in deze tijdsspanne worden meer granaten gebruikt dan in de hele Boerenoorlog – en die duurde 15 jaar. De Britten, waaronder veel Indiërs, breken door een Duitse linie die over een breedte van 3 km wordt gevormd door één enkele divisie van kroonprins Rupprechts 6e leger. Binnen vier uur is het dorp Neuve-Chapelle veroverd.

Rupprecht zendt direct reserves naar Neuve-Chapelle, die op 12 maart 1915 een tegenaanval uitvoeren. De Britten houden stand, maar van enig oprukken richting Aubers is geen sprake meer. Ook krijgen de Engelsen  veel last van bevoorradings- en communicatieproblemen. Alles bij elkaar zal het Britse leger na de slag (13 maart) 2 vierkante km hebben veroverd, ten koste van 11.200 slachtoffers (onder wie 4.200 Indieërs). De Duitsers lijden eenzelfde aantal verliezen en er worden bovendien 1.200 Duitse krijgsgevangenen gemaakt door de Britten. Het hoofddoel, Aubers, wordt nooit gehaald. Van de 1.000 man die een poging daartoe waagden, komt er niemand terug. De Fransen geven de schuld aan het weinige (!) granaatvuur dat van tevoren is afgeschoten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

James Beadle - slag bij Neuve-Chapelle

James Beadle – slag bij Neuve-Chapelle

De bakker blijft open in Ieper

Ieper, maart 1915 (volgens het boek van Daniël Vanacker 2 maart, volgens de website ww1westernfront.gov.au 20 maart). In de deuropening van de patisserie Bultiau in de Rijselstraat staat Philomène Menten, 51 jaar oud. Bij de beschietingen van Ieper was de bovenverdieping van dit huis weggeblazen. Het gelijkvloers, met een reclamebord voor het beste brood en het beste gist, bleef intact, zodat men de handelsactiviteiten kon voortzetten.

Philomène Menten, afkomstig uit Sint-Truiden, was samen met haar broer, een pater kapucijn, naar Ieper gekomen. Ze werkte als onderwijzeres in de katholieke school De Verloren Hoek aan de Zonnebeekse weg en huurde een kamer bij bakkerij Bultiau. Vanaf het uitbreken van de oorlog zette ze zich als gediplomeerde verpleegster in voor de burgerbevolking. Toen de overheid alle burgers in april 1915 verplichtte de stad te verlaten, trok ze naar Wisques (pas-de-Calais), waar ze voor de allerkleinsten zorgde in het weeshuis van de Ieperse pastoor Camiel Delaere.

Patisserie Bultiau te Ieper

Patisserie Bultiau te Ieper – photo Antony

bronnen

Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

http://www.ww1westernfront.gov.au/dutch/ieper/a-walk-around-ieper/lille-street-rijselestraat.php

https://oorlogskantschool.wordpress.com/tussen-het-front-en-de-zee/