Jozef Gesquière gaat op uitstap naar De Panne

Onderwijzer Jozef Gesquière uit Veurne is voor een dagje op weg naar De Panne en noteert in zijn dagboek op 21 februari 1915.

Prachtig boven onze hoofden het draaien en zwenken van onze vliegers die op verkenning zijn. Ook een vijand nadert. Boven Veurne heeft hij het warm gehad te midden van de ontploffende shrapnels. Hier zal hij ook geen vriendelijk onthaal genieten. De machinegeweren uit de vliegtuigen rikketikken geweldig. Alleen tegen zoveel tegenstrevers houdt hij het niet uit en blaast ijlings de aftocht, over zee naar het oosten toe.

We zetten onze weg naar De Panne voort. Wat een gewoel, wat een beweging in het vroeger zo stille vissersdorp.

De Panne tijdens de oorlog

De Panne tijdens de oorlog

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.depanneblogt.be/?p=21431

gevechten rond kasteel Herenthage

Rond 19 februari 1915 heeft rond Zonnebeke een van de felste loopgravengevechten uit de regio plaats, in het gebied om het domein en het kasteel Herenthage.

De 18e februari veroverden de Duitsers de ruïnes van het kasteel op de Fransen. De 19e gebeurt het omgekeerde, maar de Duitsers blijven de omgevende bossen bezetten. De 20e zullen de Fransen opnieuw proberen de vijand uit de bossen te verdrijven. Tijdens de eerste drie aanvalsgolven weten de goed opgestelde Duitse machinegeweren de Fransen op een afstand te houden.

Uiteindelijk zullen de Duitsers verdreven worden rond 15u. Ongeveer tweehonderd van hen blijven dood achter op het slagveld.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dat de gevechten het kasteel Herenthage tot een ruïne zullen herleiden, mag blijken uit onderstaande afbeeldingen van dit kasteel voor en tijdens de oorlog.

KasteelHerenthage_1911

KasteelHerenthage_1915

Jeroom Leuridan ziet de miserie van de vluchtelingen

In zijn dagboek heeft Jeroom Leuridan het over de vele ongelukkigen. Op 18 februari 1915 noteert hij :

Veel ongelukkigen zijn er nu, rampzalige lieden, die zonder dak noch onderkomen moeten leven aan vreemde haard en die de harde broodkorst toegereikt moeten worden door vreemde hand. Bijna dagelijks zie ik dingen die mij stil in het hart verheugen, ofwel – en dit wellicht wel meer – mijn gemoed vol doen komen. Ik spreek van de behandeling van de schamele bannelingen, die uit erf en goed worden verjaagd.

De oorlog wijst helklaar uit wie leeft voor edele werken, wie voor zelfzuchtig winstbejag en eigen genot. Roerende voorbeelden van grootmoedige naastenliefde heb ik gezien evenals afkeerwekkende daden van laaghartige baatzucht. Eén voorbeeld maar : rijke boeren zonden arme zwervers, ’s avonds, na een gure winterdag, zonder één enkele snede brood van hun hoeve weg, terwijl hun arme schuurdorser de schamele, afgetobde bannelingen in zijn nederige hutje opnam en met hen zijn harde brok brood deelde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jeroom Leuridan behoorde tot het 23e linieregiment, waartoe vanaf 1916 ook Martinus Evers zou behoren.

Het schilderij hieronder is van Eugeen van Mieghem en heet “vluchtelingen bij molen”.

EugeenVanMieghem_VluchtelingenBijMolen

de eerste dieptemijn voor Hill 60

Het Britse leger brengt op 17 februari 1915 zijn allereerste dieptemijn tot ontploffing, op de plek die nu bekend staat als Hill 60. Eigenlijk is dit niet eens een echte heuvel, maar is die gevormd door mensenhanden : door de ophoping van aarde die uitgegraven werd tijdens de aanleg van aanpalende spoorwegbedding.

Hill 60 is een zeer fel bevochten plek. Bij de aanvang van de oorlog beztten de Fransen de heuvel, maar nog in december van hetzelfde jaar veroveren de Duitsers de plek. De Britse dieptemijn verjaagt hen niet meteen. Dat gebeurt pas op 17 april 1915. Nauwelijks enkele weken later verdrijven de Duitsers hen met behulp van gifgas. Ze beheersen de strategische belangrijke heuvel tot 7 juni 1917.

De volgende paar jaren blijft de strijd hier ondergronds woeden. De donkere tunnels in de kleigrond werden een naamloos graf voor zovelen. Zoals Toerisme Ieper op zijn webstek schrijft :”Hill 60 is een begraafplaats zonder stenen”.

Toeristische tip : de site van Hill 60 (Zwarteleenstraat, Zillebeke) is vrij toegankelijk. In dit oorspronkelijk oorlogslandschap bemerkt je nog steeds de kraters die ontstonden door de ontploffing van dieptemijnen en ander oorlogstuig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds.

Hill 60 te Zillebeke

Hill 60 te Zillebeke

Britten en Fransen vallen aan nabij Reims

Na weken van voorbereidend trommelvuur beginnen Britse en Franse troepen op 16 februari 1915 in de buurt van Reims (Champagnestreek) aan de zogenaamde winterslag. In totaal trekken twintig geallieerde divisies op tegen de Duitsers die hier in de minderheid zijn. Toch kunnen ze een doorbraak verhinderen omdat de aanvallen plaatsvinden in een relatief smal gebied. Bovendien beschikken de Duitsers over een zeer uitgebreide en degelijke verdediging, met een netwerk aan loopgraven en versterkingen.

Een van de redenen om deze aanval nu te laten doorgaan, is dat de geallieerden hun Russische bondgenoot willen ontlasten, die het in het oosten zeer zwaar te verduren heeft tegen de Duitse troepen.

Op 20 maart 1915 worden de gevechten gestaakt. Alleen al de Fransen tellen bijna een kwart miljoen doden, gewonden en krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening komt uit de stripreeks “moeder oorlog” (album “tweede aanklacht) van Kris & Maël.

MoederOorlog_2eaanklacht_01

Gaston Le Roy heeft heimwee naar Wetteren

Op 14 februari 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek :

Het is al een maand geleden sinds ik Wetteren verliet… De dagen kruipen voorbij. Het heimwee naar huis besluipt mij. Kon ik maar terugkeren ! Maar daar kan ik niet aan denken. Had ik maar naar hen geluisterd, had ik alles rijpelijk overwogen, dan zou ik hier niet onder de militaire dwang gebukt moeten gaan. Dan zou ik nu niet naar hun pijpen moeten dansen. Ik schik me in mijn lot en gehoorzaam uit noodzaak.

De inwoners van de streek zijn guller en vriendelijker dan in de vijandig gezinde steden. Ook de officieren kunnen we over ’t algemeen best verdragen.

Op het moment dat Gaston dit schrijft, is hij in militaire opleiding in Bréhal, Normandië.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, uitgeverij Lannoo

Wetteren - kerkstraat

Wetteren – kerkstraat

Veurne slaat carnaval en vasten over

Zou iemand in Veurne carnaval vieren, vraagt Jozef Gesquière zich af. In zijn dagboek noteert hij op 13 februari 1915 het volgende :

In de Zuidstraat weerklinken plots de schreeuwerige tonen van een harmonica. Carnavalvierders ? Och kom, wie zal er nu in deze omstandigheden aan dergelijke zotternijen denken ? Ze zouden ten andere één dag te vroeg zijn. En toch, die harmonica ?

Daar komen ze inderdaad de Markt overgestapt of liever gedanst, plisplassende door de immer striemende regen, vier Franse mariniers, zingende en springende, nat van buiten en waarschijnlijk ook van binnen. Ze schijnen het aan hun hart niet te laten komen dat het zo’n ellendig weer is en zo’n ellendige tijd vooral.

In al de missen wordt op 14 februari 1915 afgekondigd dat, gezien de droevige omstandigheden, iedereen ontslagen wordt van het vasten en zelfs van het vlees derven op vrijdag. In Veurne is van “maskeren” zoals gebruikelijk op carnaval, natuurlijk geen sprake. Het weer leent er zich dan ook niet toe. De hele dag is het geen weer om een hond door te jagen, en ook geen carnavalszot.

Zuidstraat in Veurne

Zuidstraat in Veurne

Commander Samson slaat toe

Charles Rumney Samson

Charles Rumney Samson

Britse vliegtuigen voeren op 12 februari 1915 een aanval uit op steden langs de Belgische kust. Tot op deze dag is dit een van de grootste luchtaanvallen uit de nog jonge militaire luchtvaartgeschiedenis.

Onder leiding van Wing Commander Charles Rumney Samson bombarderen 34 vliegtuigen Oostende, Blankenberge en Zeebrugge. De Britten richten zich vooral op stations en spoorlijnen die dienstig zijn voor de aanvoer van Duitse manschappen, voedsel en munitie. Veel aandacht is er ook voor de haven van Zeebrugge, een belangrijke basis van Duitse duikboten. De aanval wordt omschreven als zeer succesvol : de Britten verloren manschappen noch toestellen.

Hieronder staat een overzicht van het gebied waarin Wing Commander C.R. Samson zijn piloten liet opereren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CR_SamsonsOperations

Joris Lannoo meldt zich als oorlogsvrijwilliger in Calais

Joris Lannoo (van de gelijknamige uitgeverij) biedt zich op 11 februari 1915 in het recruteringsbureau in Calais aan als “volontaire pour la durée de la guerre”. Na de medische keuring begint hij aan een treinreis van 2 dagen naar Octeville, nabij Cherbourg, in een verre uithoek van Normandië. Die eerste tien dagen in Octeville worden voor Joris de tien eenzaamste dagen van de ganse oorlog.

Hij heeft er dan al een hele omzwerving op zitten. En 1914 was voor de familie Lannoo niet goed begonnen : op 12 januari 1914 overlijdt Jozef Lannoo, vader van Joris en eigenaar van een drukkerij in de Ieperstraat in Tielt. Op 4 augustus 1914 vallen de Duitsers België binnen. De frontlijn nadert Tielt en op dinsdag 13 oktober 1914 verlaat de laatste trein het station van Tielt alvorens de Duitsers binnenvallen.  Op die trein zitten acht oud-leerlingen van het Sint-Jozefscollege. Onder hen bevindt zich ook Joris Lannoo. Laat in de avond van 13 oktober komt de groep aan in Adinkerke-De Panne. De groep verspreidt zich en Joris Lannoo vindt met 2 kameraden een onderkomen in Ruminghem in Frans-Vlaanderen. Daar blijven ze tot begin februari ieder zijn eigen weg gaat. Louis De Brabandere verdwijnt als het ware spoorloos. Joris Impe maakt de overtocht naar Folkestone en werkt mee aan de krant “De Stem uit België”. Joris Lannoo meldt zich in Calais als oorlogsvrijwilliger.

Op de foto hieronder staan de drie kameraden, van links naar rechts : Louis De Brabandere, Joris Lannoo met rouwband (voor zijn overleden vader), Joris Impe.

bron : Romain Van Landschoot, Een Vlaamse viking aan het front, uitgeverij Lannoo

Lannoo_Ruminghem_1915

Begin van de 2e slag aan de Mazurische meren

Aan het oostfront start op 7 februari 1915 een winterveldslag die gekend zal zijn onder de naam “tweede slag aan de Mazurische meren. Hindenburg wou met deze veldslag de Russen een nederlaag toebrengen en hen zo uit de oorlog stoten. Daarna kon de overwinning aan het wetsfront gezocht worden.

Generaal von Below start op 7 februari midden in een sneeuwstorm met een verrassingsaanval op de Russische linies. Hij rukt in totaal zo’n 112 kilometer op. Op 14 februari staan de Duitsers in Lyck (nu Elk in Polen). Op 21 februari hebben ze een Russisch legerkorps omsingeld bij het bos van Augustow. Dit korps geeft zich over. Maar de Russen brengen versterkingen aan en ze stoppen daarmee het Duitse offensief.

Verder naar het zuiden hebben de Russen meer succes en ze kunnen de vesting van Przemysl innemen. Het Oostenrijks-Hongaars leger leidt daarbij zware verliezen. Het zal dus nog even duren voor het Russisch leger aan de oorlog verzaakt.

Onderstaande foto geeft een positie weer van een Duitse artilleriebatterij tijdens deze slag. Het mag duidelijk zijn dat het een stevige winter was.

D

D

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_slag_bij_de_Mazurische_meren

https://ersterweltkrieg.bundesarchiv.de/digitales-bildarchiv