Col di Lana wordt Italiaans

De Italianen ondergraven de Oostenrijks-Hongaarse stellingen op de Col di Lana in de Italiaanse dolomieten. Eerder is er om deze bergtop al hevig gestreden. In 1915 hebben de Italianen meer dan negentig vergeefse pogingen ondernomen om zich meester te maken van de bergtop. Pas op 17 april 1916 slagen ze in hun opzet. De top wordt weggeblazen door de ontploffing van zo’n vijf ton explosieven. Tweehonderd Oostenrijkers komen om het leven, de overige honderdveertig worden gevangengenomen. De positie is eindelijk in Italiaanse handen. Vandaag herinnert een kapel en een museumpje aan de hevige strijd. Sindsdien wordt de bergtop Col di Sangue (de Bloedberg) genoemd.

bron : Knack Historia 1916

ColDiLana1916.jpg

de vijfde slag aan de Isonzo

Nu de strijd om Verdun zeer zwaar wordt voor het Franse leger, zoekt generaal Joffre steun bij de bondgenoten om elders ook offensieven te starten. Dat moet voorkomen dat de Duitsers teveel soldaten naar Verdun kunnen sturen. De Italianen starten daarom een vijfde offensief bij de Isonzo-rivier. Het offensief start op 9 maart 1916 en is vooral gericht op de inname van de stad Gorizia. De Italianen zijn echter te snel in de aanval gegaan en hun gebrek aan manschappen en vooral artillerie weegt door tijdens de slag. Door het aanhoudende slechte weer ziet generaal Cadorna zich genoodzaakt om op 17 maart 1916 het offensief te stoppen. Het zal duren tot augustus 1916 voor er terug een slag aan de Isonzo zal plaatsvinden.

bronnen :
http://www.firstworldwar.com/battles/isonzo5.htm
http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=277

battles-of-isonzo.jpg

 

bestorming van monte Santa Lucia

Aan de andere kant van het dal roffelt het afsluitende trommelvuur op “de twee zusters” : witte ontploffingswolken omkransen de beboste hellingen van de Monte Santa Lucia en de Monte Santa Maria. Ergens in een loopgraaf in het dal wacht de 7e compagnie op het bevel om weg te stormen. Maar Vincenzo D’Aquila is er niet bij. Met onverwachte hulp van zijn compagniechef is het hem gelukt een betrekking te vinden waar hij niet het risico loopt te doden of gedood te worden : als stafassistent – met zijn Amerikaanse achtergrond beheerst hij namelijk een nieuwe kunst : typen op een schrijfmachine.

Het artillerievuur houdt op. De laatste graantje doorklieven de koele lucht, suizen op “de twee zusters” omlaag. De witte rook verspreidt zich in de wind. Het wordt stil. Het blijft een hele tijd stil. Dan is er in de voorste Italiaanse loopgraven beweging te zien. Ketens van mannen in grijsgroen uniform die een eind uit elkaar lopen, begeven zich in de richting van de steile berghellingen. Een van deze groepen met klimmende, klauterende, kruipende, springende mannen is D’Aquila’s compagnie, de zevende. Het gaat langzaam. Vanaf een afstand gezien doen hun houding en manier van bewegen denken aan mensen die iets zoeken. Dan klinkt het holle getik van Oostenrijkse mitrailleurs. Een voor een openen ze het vuur vanaf onzichtbare verschansingen ergens boven op de beboste toppen – nee, het is de Italiaanse artillerie niet gelukt om hun het zwijgen op te leggen, ondanks het dagenlang vuren.

Tegen het einde van de dag hoort D’Aquila een gesprek dat over de veldtelefoon wordt gevoerd. Een kapitein van een compagnie bergjagers belt, smeekt om zijn mensen niet nog meer aanvallen te laten uitvoeren. Vijftien keer hebben zijn elitesoldaten de berghelling bestormd, en vijftien keer zijn ze teruggeslagen. Van de tweehonderdvijftig man zijn er nu nog amper vijfentwintig over. De bevelvoerder zegt nee, vraagt degene die de hoorn vasthoudt om de kapitein te herinneren aan de eed die hij heeft afgelegd aan de Kroon en Italië. De compagnie bergjagers valt een laatste keer aan. Ook die aanval mislukt. De kapitein behoort niet tot de overlevenden. Het gerucht gaat dat hij zich het leven heeft benomen.

Op 30 oktober 1915 moet D’Aquila op zijn schrijfmachine een order in het net typen, waarin vermeldt wordt dat de aanvallen voorlopig worden gestaakt. Wat naderhand de derde slag bij Isonzo is gaat heten, loopt ten einde. Niet een van de aanvalsdoelen is beëindigd. Een paar dagen later wordt Allerheiligen met extra aandacht in het Italiaanse leger gevierd. D’Aquila komt er na verloop van tijd achter dat een van de mannen die tijdens de mislukte aanval zijn gesneuveld, zijn goede vriend Frank is.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

dagboeken van de grote oorlog Duitse versie http://www.14-tagebuecher.de/page/de/timeline/vincenzo-d-aquila/

dagboeken van de grote oorlog Franse versie http://www.14-des-armes-et-des-mots.fr/page/fr/timeline/vincenzo-d-aquila/

Op zwart-wit foto’s zie je geen verschil tussen de Franse en de Italiaanse uniformen. Daarom plaats ik hieronder een afbeelding in kleur die een idee geeft van de Italiaanse soldaten van de Groote Oorlog. 

uit Domenica del Corriere

uit Domenica del Corriere

Bittere gevechten nabij Podgora

Vanaf 18 juli 1915 woedt de tweede slag om de Isonzo in alle hevigheid. De Italianen willen nog steeds deze grensrivier oversteken met als eerste doel de Oostenrijks-Hongaarse stad Gorizia (Gorica in het Sloveens). Het Oostenrijks-Hongaarse leger probeert daarbij zo lang mogelijk in defensieve bolwerken volt te houden.

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Een van de gevechten die in de legende is getreden, is de slag om de Podgora. Deze naam verwijst naar de berg nabij een stadje met dezelfde naam. Op 19 juli 1915 vechten de Italiaanse carabinieri daar hevig voor de controle van deze berg en het bijbehorende stadje. Oorspronkelijk traden de carabinieri vooral op als militaire politie maar ze werden ook ingezet tijdens veldslagen. Hun inzet is zo bewonderenswaardig dat de Italiaanse schilder Achille Beltrame een schilderij aan deze slag heeft gewijd.

Vandaag draagt de berg Podgora de naam Monte del Calvario en het stadje het Piedimonte del Calvario. De Slovenen spreken nog steeds van Podgora, niet ver verwarren met de Kroatische plaats Podgora in Dalmatie.

bronnen

http://home.mweb.co.za/re/redcap/carahist.htm

http://www.worldwar1.com/itafront/ison1915.htm

https://it.wikipedia.org/wiki/Monte_Calvario_(Gorizia)

Monte Scorluzzo in Oostenrijkse handen

Het Oostenrijks-Hongaarse leger verovert op 4 juni 1915 de top van de Monte Scorluzzo op de Italianen. Precies over de top van deze ruim 3000 meter hoge berg, in het zuiden van de Stelviopas, loopt de grens tussen Italië en Oostenrijk. De berg ligt op de grens van Lombardije en het betwiste gebied Trentino-Alto Adige.
In de nabijheid van deze naar het schijnt gemakkelijk te beklimmen bergtop verwijzen tal van resten naar de oorlog, zoals loopgraven en uitgehakte schuilplaatsen.

Onderstaande foto toont een kanon in zo’n uitgehakte schuilplaats op de Monte Scorluzzo.

Scorluzzo_Tour_004.2_Geschuetzkaverne_histbron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

het nieuws over Italië dringt door tot in de loopgraven

Het nieuws dat Italië de oorlog heeft verklaard aan Oostenrijk-Hongarije dringt door tot in de loopgraven.

bersagliereAan Belgische kant schrijft Raoul Snoeck daarover het volgende op 25 mei 1915 :

Terug uit de loopgraven. Ik verneem dat Italië de oorlog verklaard heeft aan Oostenrijk. Wat zullen ze juichen in de schutterskuilen aan de Ijzer. Hierop zullen de Duitsers uit nieuwsgierigheid wel even hun vuile smoelen tonen, een goede gelegenheid om er enkele te vellen. Dat is interessanter dan ratten doden.
Ik koester echt een zweem van hoop op het einde van de oorlog. Raakt Italië er niet bij betrokken, dan krijgen we zeker een tweede oorlogswinter. En die zie ik niet zonder bezorgdheid tegemoet. Want de voorbije tien oorlogsmaanden hebben me gebroken. In mijn linkerschouder lijd ik aan reuma als gevolg van zovele nachten in water, sneeuw en slijk te hebben geslapen. Maar basta, als we het hier overleven, dan zal het ons een kleine voldoening geven te kunnen zeggen. “wel ouwe jongens, ondanks gebrek aan alles hebben we ons er doorheen geslagen.”.

ausspruch-bismarck_Italien

Aan Duitse kant noteert Herbert Sulzbach het volgende :

Op pinksteren, 23 mei 1915, krijgen we ’s avonds het nieuws dat Italië de oorlog verklaard heeft, zoals verwacht. Da’s dus een vijand meer ! Er wordt gejuicht in de loopgraven en in de artilleriestellingen als het nieuws toekomt en er is een overweldigend gevoel van woede tegenover deze verraders. De Fransen beantwoorden ons gejuich met een hevig, woest kanonnengebulder alsof ze geloven dat wij niet het recht hebben dit nieuws toe te juichen en dat zij alleen blij mogen zijn.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Oostenrijk-Hongarije neemt de Italiaanse uitdaging aan

De dag nadat Italie de oorlog verklaart aan Oostenrijk-Hongarije (lees meer over de achtergrond daarvan op deze pagina) , krijgt het daarvoor al de rekening gepresenteerd. Op 24 mei 1915 verlaat de Oostenrijks-Hongaarse vloot de haven van Pula (vandaag in Kroatie gelegen, toen nog Oostenrijks-Hongaars gebied) en steekt de Adriatische zee over. Daar nemen de schepen diverse doelen in de regio Marche onder vuur. Hoofddoel is Ancona, dat het zwaar te verduren krijgt tijdens het bombardement vanaf de zee. Als de Oostenrijks-Hongaarse schepen terugkeren naar hun thuishaven, zijn er 63 Italiaanse doden te betreuren.

Bombardement van Ancona mei 1915

Bombardement van Ancona mei 1915

bronhttp://en.wikipedia.org/wiki/Bombardment_of_Ancona

Italie verklaart de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije

De Italianen zijn bij het uitbreken van de oorlog hun Triple Alliantie-verdrag met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, dat stamde uit 1872, niet nagekomen. Premier Antonio Salandra vreest dat zijn voormalige bondgenoten Italië zullen aanvallen en gaat daarom op zoek naar nieuwe partners. Het overleg met de geallieerden levert op 26 april 1915 het geheime verdrag van Londen op. De Italianen hebben hard onderhandeld, ze willen als beloning grote territoriale concessies verwerven. En die komen er ook : Italië zal na de oorlog Trentino, Zuid-Tirol, Istrië, Gorizia en een aantal kleine eilandjes verwerven. Dalmatië, Fiume en Albanië, die ook op het Italiaanse verlanglijstje staan evenals een aantal koloniale gebieden in Afrika en Azië, worden ervan afgevoerd, en dit tot frustratie van de Italiaanse nationalisten die zich bedrogen voelen. Wel wordt er neteen een lening van 50 miljoen Engelse ponden verstrekt, dit helpt om de pijn wat te verlichten. Op 23 mei 1915 verklaart Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije (en niet aan Duitsland). Het grote probleem van deze toezeggingen door de Engelsen en Fransen, blijkt pas na de oorlog : een aantal van de toegezegde territoria valt dan niet meer onder het Oostenrijks gezag, maar onder dat van de nieuw gevormde Balkanstaten. Zo komt Italië er uiteindelijke slechter vanaf dan gedacht, en dit wordt uitgebuit door fascistische oproerkraaiers. Begin 1915 bezit de Italiaanse generaal Luigi Cadorna vier legers, met in totaal 25 infanterie- en 4 cavaleriedivisies. Wel is het wapentuig erg mager, ze bezitten slechts 120 zware en middelzware kanonnen en zo’n 700 machinegeweren. Dit weerhoudt Italië er niet van om zich volledig in de oorlog te storten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgever

corriere19150524