Raoul Snoeck raakt gewond bij Drie Grachten

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

17 augustus 1915 : Ik raak gewond op verkenningstocht nabij Drie Grachten. Een kogel heeft de huidplooi van mijn knie doorboord, een centimeter meer naar links en het gewricht was verbrijzeld. Men brengt me naar de eerstehulppost.

20 augustus 1915 (divisie-eerstehulppost De Linde) : In de eerstehulppost hebben we op een gelegenheidspodium een klein feestje gebouwd. Iedereen doet zijn best om de zieken wat afleiding te bezorgen. Dokter Philippart zorg voor een heel origineel programma op autografisch papier. Als zoon, kleinzoon, achterkleinzoon, achterachterkleinzoon uit een drukkersgeslacht ben ik daarmee vertrouwd. Ik heb ook deelgenomen, liedjes gezongen zoals “langs de overs van de Ijzer” en “een drama in Falaise” en zelfs eem monoloog voorgedragen :”de teen van St-Guignolet”. Gelukkige heilige ! Bij hem hebben de Duitsers geen kogel door de knie gejaagd ! We genoten van enkele aangename uren.

23 augustus 1915 : Ik ben al enkele dagen niet meer aan het front en moet nog in de eerstehulppost blijven, omdat mijn wonde nog niet volledig genezen is. Maar ik verveel me stierlijk. Ik ben beslist niet geboren om ziek te zijn, verstoppertje spelen is niet mijn stijl. Aangezien ik geen breuken heb, is het niet nodig hier nog langer te beschimmelen. Ik wens terug te keren naar mijn compagnie. Dokter Philippart van ons bataljon vraagt me of ik gek word. Toch doe ik mijn zin.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & Zoon

wachten op hulp

wachten op hulp

Bovenstaande foto komt uit het boek Van Daniel Vanacker, Belgie in de grote oorlog, Roularta

Onder de titel “wachten op hulp” lezen we de volgende tekst :

Soldaten houden een zwaargewonde kameraad gezelschap tot de brancardiers hem komen verzorgen en wegbrengen. Zo’n situatie beschreef Jan Gom Gheuens in zijn roman De miskenden :

Wij leggen de zwaarst gewonde, Smets Louis, op de kapotjas van Dupon en snijden al zijn kleren open. Zijn borst- en buikwonden zijn dodelijk. Zijn ogen zijn al gebroken:

  • Gelooft ge dat ik kan genezen ? vraagt hij ons.
  • Waarom niet, Louis ? Uw wonden zijn wat pijnlijk maar niet gevaarlijk ! liegen wij.
  • Nu zult gij niet meer naar het front moeten, Louis.

Louis loost een pijnlijke wacht. Zijn lichaam zakt tegen mijn borst, terwijl ik de wonden reinig. Lievens ondersteunt hem met een ransel. Hij laat uitgeput zijn hoofd achterover zinken en stamelt:”Geef mij wat te drinken!… Ik heb dorst.”.

Gaston Le Roy komt toe aan het Ijzerfront

Na maanden van militaire training in Normandië komt Gaston Le Roy eindelijk toe aan het front. In zijn dagboek beschrijft hij zijn vertrek uit Frankrijk als volgt.

15 augustus 1915 : Gelukkige dag. Met 150 man trekken we naar het front. Gelaarsd en gespoord begeven we ons om 3 uur in de morgen naar het station, toegejuicht door enkele burgers die zich op dit uur verwaardigen ons vertrek bij te wonen. Om 4 uur, na een laatste vaarwel aan de drie vrienden en de oversten die blijven en ons “goede moed” en “veel geluk” toewensen, komt de trein in beweging.

Een beschrijving van die dag zou bladzijden vergen. We reizen door vreemde streken, zien veel en maken veel plezier. Foligny, Coutances, Belvoil, Saint-Lô, Bayeux, Lisieux, Caen, Rouen, allemaal namen die ik me nog herinner. In Rouen stoppen we om te middagmalen. De wagons worden met allerlei groen versierd. We zingen, roepen en juichen als kinderen. ’s Avonds zijn we hees. (…)

16 augustus 1915 : Het is vroeger klaar dan ik heb verwacht. De trein stoomt maar verder. Tegen de middag komen we in Calais aan en worden er verder bevoorraad. We rijden Duinkerke voorbij tot in Adinkerke. Eindelijk zijn we terug op eigen bodem. Nog een lange mars en we bereiken houten barakken, waar we de nacht zullen doorbrengen. (…) Jammer dat wij “Bréhalais” (Gaston Le Roy had zijn training in Bréhal gekregen samen met zijn kameraden). niet bijeen mogen blijven. Wij worden over verschillende regimenten verdeeld.

17 augustus 1915 : Ik ben dus bij het 7e linieregiment van de 2e legerafdeling, 4e compagnie, 2e peloton, 2e sectie. Ze wachten er niet mee om ons op de proef te stellen. Vanavond trekken we naar de vuurlinie. We zijn natuurlijk erg nieuwsgierig. Traag gaat de dag voorbij.

Om 18u30 trekken we op, beladen met een zware rugzak. Drie uur hebben we nodig om bij de frontlijn te geraken. Het is pikdonker, dus onmogelijk ons voor te stellen hoe het eruit ziet. Heel stil. We kruipen in een soort kamertje, wat ze een abri noemen. Ik verneem dat het heel kalm is. We hoeven geen schot te lossen en bevinden ons op 2 km van de vijand. Sector Lo.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

Vertrek Belgische recruten richting front

Vertrek Belgische recruten richting front

Antwerpen draagt nog de sporen van de gevechten

Antwerpen is eveneens zwaar getroffen, stelt schrijfster Virginie Loveling vast, zowel de haven als de stad. Op 13 augustus 1915 noteert ze het volgende in haar dagboek.

Aan de dokken doodse eenzaamheid, geen stoombootschoorsteen, geen zeilen, geen koordenladders, geen mastenvlaggen, geen gerol van tonnen, geen wagens die af en aan rijden, geen gewemel van arbeiders, geen laden of lossen van koopwaren…

Daarna door het verwoeste deel van Antwerpen gereden : de Beddestraat, de Schoenmarkt… Hele rijen huizen waar winkels waren, niets dan steen- en kalkgruis, overal gevels beschadigd en ruiten met grote zigzagsprongen in. Men toont ons een grote open plek : daar was de drukkerij van de Métropole, een anti-Duits blad. Moedwillig werd het in brand gestoken en ten gronde gericht.

Antwerpen - Schoenmarkt

Antwerpen – Schoenmarkt

de vergeten Duitser van Wervik

Luitenant Wolfgang Kühne komt op 6 augustus 1915 om het leven – wellicht in de buurt van Wervik – niet tijdens een gevecht, maar bij een ongeluk. Zijn collega’s bezorgen hem een laatste rustplaats op het stedelijk kerkhof.

Op het ogenblik dat de Duitse troepen Wervik bezetten, in de herfst van 1914, was het nieuwe kerkhof nog maar net in gebruik genomen. De Duitsers besluiten om het kerkhof ook zelf te gebruiken en geven het een nieuwe naam : Ehrenfriedhof nr 65 Wervik-Nord. Als de oorlog voorbij is, nemen de Duitse graven ongeveer de helft van de oppervlakte van het kerkhof in.

Toeristische tip : op de Stedelijke begraafplaats (Komenstraat 83, Wervik) is er een eeuw later nog slechts één enkel Duits graf, dat van Wolfgang Kühne. In 1915 werden alle Duitse graven gecentraliseerd op enkele grote begraafplaatsen (Vladslo, Langemark, Menen) maar Wolfgang Kühne werd vergeten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Vladslo

Vladslo

Duitse vlammenwerpers aan de Hooge Crater

Duitse troepen vallen op 31 juli 1915 Hooge Crater in Zillebeke aan, die reeds enkele weken onder Britse controle is. Manschappen van King’s Royal Rifle Corps verdedigen de stelling maar worden verdreven, onder meer omdat de vijand een nieuw wapen inzet : de vlammenwerper.

De Duitsers hadden de vlammenwerper enkele maanden eerder al uitgetest in Malancourt (Frankrijk) maar nu was de aanval grootschaliger en waren de vlammenwerpers al meer geperfectioneerd.

de Franse soldaat Louis Barthas maakte ook al eerder melding van een Duitse aanval met vuur : daarover lees je meer op [deze bladzijde].

Toeristische tip : ter nagedachtenis van de manschappen van het King’s Royal Rifle Corps die hier sneuvelden op 30 juli n 31 juli 1915 (en op 2 juli 1916 bij Sanctuary Wood) werd een gedenkteken geplaatst op de Meenseweg in Zillebeke ter hoogte van het huis met nummer 498 en tegenover de parking van pretpark Bellewaerde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseVlammenwerper1915

Jacobus Winters wordt korporaal

Jacobus Winters

Jacobus Winters

Jacobus Winters uit Grote Brogel krijgt op 22 juli 1915 zijn bevordering tot korporaal. Niet zonder reden, want overloop even het rijtje van plaatsen waar hij gedurende de voorbije oorlogsmaanden aan de slag was : Luik, Haacht, Mechelen, Tisselt, Lokeren, Diksmuide, Stuivekenskerke, Oud-Stuivekenskerke en Pervijze.

Af en toe schrijft Jacobus Winters wat in zijn dagboek. Vandaag is zijn boodschap heel kort :”Ik ben korporaal benoemd.”. Vier maanden later wordt Jacobus Winters benoemd tot sergeant. Snel na elkaar volgend dan ook nog bevorderingen tot adjudant en onderluitenant.

Wie de dagboeken van Jacobus Winters wil lezen, kan daarvoor terecht op volgende websites :

HTML pagina’s : http://users.telenet.be/frontsoldaat/index.html

PDF document : http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/wp-content/uploads/2014/07/JacobusWinters.pdf

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.wo1.be/nl/personen/winters-jacobus

Dood aan de draad in Knokke

De elektrische draad die de grens met Nederland afsluit, loopt in Knokke zelfs door de duinen. De Duitsers willen iedere vorm van grensverkeer uitsluiten. Toch zijn er altijd dapperen die zich niet laten stoppen door een versperring. En als je er al in slaagt om de grens te dwarsen, dan is het uitkijken voor Duitse militairen.

Leander Waeghe (24 jaar) brengt onder meer brieven over de grens naar Sluis. Wanneer hij samen met een paar vrienden terugkeert over de Hazegraspolderdijk (achter het Zwin), merkt een Duitse patrouille hen op en opent het vuur. Zijn twee medestanders kunnen vluchten, maar Leander is dodelijk geraakt. Over de precieze datum van dit droeve gebeuren verschillen de bronnen ietwat, maar de oorlogskalender van het Davidsfonds plaatst dit op 21 juli 1915.

Naar verluidt veroorzaakt zijn uitvaartdienst in de Sint-Margaretakerk een massale volkstoeloop. Bij wijze van waarschuwing verspreidt de Duitse overheid foto’s van de dode Leander.

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

Leander Waeghe omringd door Duitse soldaten

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=175

http://www.zwinstreek.eu/zs/index.php?option=com_content&view=article&id=113:militaire-geschiedenis-6&catid=27:theerens&Itemid=3

Dudzelenaar sterft in Cannes

Louis Timmerman

Louis Timmerman

Louis Timmerman uit Dudzele overlijdt op 13 juli 1915 in Cannes, ver van huis, op 24-jarige leeftijd.

Op 20 mei 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, huwde Louis Timmerman, stoker op de stoomtram, met Paulina Dusoir,een kindermeisje. Lang duurt hun huwelijksgeluk niet : in de namiddag van 29 juli krijgt Louis zijn oproepingsbevel voor het leger, meer bepaald het 4e linieregiment. In Tienen lijdt Louis honger, in Hakendover ziet hij duizenden vluchtelingen en in Grimde bewaakt hij het station. Hij trekt voorbij Kumtich en Boortmeerbeek, hij vervoegt zijn regiment in Walem, vandaar trekt hij naar Wilrijk en Mortsel. Tussendoor moet hij ook nog defileren voor de koning, in Hofstade liggen de lijken op de velden… De eerste oorlogsmaand is een nachtmerrie voor Louis en zijn medesoldaten.

Meer ellende volgt in 1915 : Louis wordt ziek aan het front in Ramskapelle, waarna hij naar een hospitaal in Calais verhuisd. Via via belandt hij uiteindelijk in Cannes, in het hôpital militaire belge de Cannes. Dit hospitaal bestaat in feite uit 3 villa’s, met name Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. Het is niet geweten in welke van deze 3 villa’s Louis Timmerman zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/LOUISTIMMERMAN

http://www.1914-1918.be/hopitaux_belges_france_2.php

noodscholen in Veurne

Naar school gaan in onbezet gebied is moeilijk. Tal van scholen herbergen militairen, anderen liggen binnen het bereik van vijandelijk vuur. Op sommige plaatsen, zoals in Veurne, richt men noodscholen op, zoals Jozef Gesquiere noteert in zijn dagboek :

sedert enkele dagen is men naast het Zuidkapelleke volop aan het werk om er een grote houten barak op te trekken, ruim en luchtig, om er school te kunnen houden. De barak bevat vijf klassen : één voor de kleuters, twee voor oudere jongens en eveneens twee voor oudere meisjes. Niets ontbreekt, zelfs in een woonhuis voor de schoolbestuurder is voorzien.

Zodra dat klaar is, komt er aan de overzijde van de Duinkerkevaart, nabij het Klokhof, ook een noodschool voor de talrijke kinderen die met hun ouders langs de Pannenkassei wonen.

bron : oorlogskalender 2014-2015, Davidsfonds

naarSchoolinOorlogstijd

het scheermes van Boezinge

In Boezinge, op de oever van de vaart naar de Ijzer, sneuvelt op 11 juli 1915 de 23-jarige soldaat George Herbert Parker, samen met anderen uit zijn bataljon. Hun lichamen kunnen die dag niet achter de Britse linies gebracht worden, en later trouwens ook niet. Alleen zijn naam op de Menenpoort in Ieper herinnert nog aan hem. Hij lijkt wel een soldaat zonder geschiedenis, net als zovele andere vermisten.

Op dezelfde kanslozer vinden The Diggers 85 jaar later het scheermes met het stamnummer van George Herbert Parker. In dezelfde omgeving vinden dezelfde onderzoekers ook stoffelijke resten van het regiment van soldaat Parker. Via de pers kwamen The Diggers in contact met de weduwnaar van de kleindochter van George Herbert Parker. Hij bezorgde hen de oorlogsmedaille die de weduwe van de soldaat ontving na zijn dood. George Herbert Parker heeft nu ook een geschiedenis dankzij The Diggers (www.mausershooters.org/diggers).

Medaille en scheermes werden door the Diggers geschonken aan het In Flanders Field Museum van Ieper.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.mausershooters.org/diggers/E/activiteiten/stoffelijkeresten/stamnummers.htm

GeorgeHerbertParker1915