de gedenkmuur van het Lehr regiment

Het Lehr Infanterie Regiment verlaat op 30 augustus 1916 het kampement in het Praatbos in Vladslo, waar het sinds 25 juli 1916 verblijft om te recupereren na gevechten aan de Somme en de Ijzer. Hun vertrek heeft niet meteen bijzonder belang, behalve dan dat ze een monument achterlaten, een soort van gedenkmuur. En dat is wel bijzonder.

Blijkbaar was het relatief aangenaam verblijven in het Praatbos : de voedselvoorziening verloopt vlot en er is zelfs een cinemazaal. Een minpunt is dat de vijand op de hoogte is van de locatie en drie weken geleden zelfs acht bommen dropte.

Toeristische tip : de gedenkmuur bevindt zich in het Praatbos (Houtlandstraat, Vladslo) ongeveer 100 meter ten noordwesten van de bekende Duitse begraafplaats met de beelden van Käthe Kollwitz. Het monument bestaat uit een gebogen muur uit natuursteen waarop nog enkele letters en symbolen zichtbaar zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gedenkmuur-Praetbos.jpg

elektrocutie in Kinrooi

Landbouwer Leeters van de hoeve Keysershof in Kinrooi spreekt op 19 augustus 1916 aan de elektrische versperring achter zijn hoeve, op de grens met Nederland, met enkele familieleden. Op een bepaald ogenblik geeft hij een boterham aan een Duitse soldaat, die misschien wel kwam controleren wat die mensen doen bij den draad.

Leeters raakt de elektrische draad slechts even aan maar is bijna onmiddellijk dood. Zijn dochter, die hem wil bevrijden, wordt gered dankzij de isoleerstok van de soldaat. Ze houdt er wel brandwonden aan over.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendraad04

de apatische artillerist

Onderluitenant Arthur Pasquier kraakt in Wulpen (deelgemeente van Koksijde) met enkele vrienden een fles Sauternes, een wijn die daar gemakkelijk verkrijgbaar is. Op de weg terug naar zijn schuilplaats denkt hij na over de oorlog

Met blijdschap stel ik vast dat ik me veel minder ongerust maak over de algemene oorlogstoestand. Ik heb de onverschillige zorgeloosheid van de soldaat overgenomen sinds de korte tijd dat ik bij de artillerie ben. Alles bijeengenomen is het gemakkelijk een chef te hebben en zonder meer te gehoorzamen, zonder altijd te moeten zoeken om zich snel uit de slag te trekken, zoals ik zo dikwijls heb moeten doen.

Aan het kanon wordt het leven geregeld door bevelen en het lijkt zo eenvoudig en duidelijk dat ik me er ontspannen bij voel. Dat wil niet zeggen dat we leeglopers zijn, ver vandaar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeArtillerie.jpg

Belg en Fransman gefusilleerd in Hasselt

In de schoolkazerne in Hasselt schieten Duitse militairen op 12 augustus 1916 twee mensen dood : de Fransman Sylvain Duval en Hendrik Vervoort, onderwijzer in Meeuwen. Allebei worden ze in Zonhoven begraven.

Hendrik Verdonck neemt op 1 augustus 1914 voor de duur van de oorlog vrijwillig dienst bij het 2e regiment Jagers te Voet. Van oktober 1914 tot begin 1915 is hij omwille van verwondingen enkele malen gehospitaliseerd in Aberdeen en Calais. Daar wordt hij op 1 april 1915 wegens verwondingen aan het oog afgekeurd voor de velddienst. Hij meldt zich dan als vrijwilliger bij de spionagedienst met vertakkingen tot in Noord-Frankrijk. De Franse officier Sylvain Duval leidt samen met hem het gezelschap. Op 6 mei 1916 wordt Hendrik door de Duitsers gevangen genomen.

De Franse militair Sylvain Duval is sergeant bij het bataljon Douaniers en Infanterie. Hij komt naar België om enkele sabotagedaden te plegen. Zo is hij betrokken bij een “vernietigingsopdracht” in september en november 1915. In april 1916 is hij opnieuw in ons land om een inlichtingendienst op te zetten in Charleroi en Hirson, Frankrijk. Via zijn opdrachtgevers in Rotterdam komt hij in contact met Hendrik Verdonck. Na enkele onvoorzichtigheden arresteren de Duitsers hem. De Duitsers vinden een kaart die Duval vanuit Brussel naar Verdonck schreef en pakken daarop de Limburger op.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://hasel.be/node/270214
http://www.hetstadsmus.be/images/dbimages/docs/pub_keik046.pdf

 

HendrikVerdonck1916.Jpg

zeppelin ter zee voor Oostende

De schrijver van dienst van het Davidsfonds in Oostende noteert op 10 augustus 1916 hoe een zeppelin over de stad vliegt.

Rond 9u ’s avonds hoort men opeens het doffe gestamp van een motor hoog in de lucht en statig naderde een log gevaarte als een reusachtige sigaar. Geen gedonder van afweerkanonnen kondigt het toestel aan. Geen lichtkogels begeleiden zijn vaart. En geheimzinnig verdwijnt het in noordwestelijke richting.

’s Anderendaags luiden de officiële berichten dat de zeppelin Engeland bombardeerde en behouden terugkeerde. Een paar bewoners weten beter : bij het aanbreken van de ochtend hebben ze hevig kanonvuur gehoord en een donkere massa zien drijven op de zee. Een aantal nieuwsgierigen trok naar de dijk en, inderdaad, daar lag het monster te drijvenb met gebroken vleugels.

De foto bij dit bericht toont een zeppelin nabij Oostende. Maar de pagina waar ik de foto vond, had het over 10 augustus 1915 en niet 1916. Vraag is dus welke bron het juiste jaar vermeldt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds
http://florsnieuweblog.blogspot.be/2014_04_01_archive.html

Zeppelin_Oostende_19160810.jpg

Dromen van revolte

Soldaten en oversten zijn niet altijd de beste vrienden, een van hen lijkt wel een Duitser, zo lezen we op 2 augustus 1916 in het dagboek van Joris Van Severen.

Loopgraven in hete, felblakerende zon. Bommenbombardement. Afgrijselijk schouwspel van bloedige mensenrompen die rochelen. Ik voel me vol opstand, wilde volle opstand. A quo bon ?

’s Namiddags komt onze schandalige echt-Duitse harteloze kolonel Defever ons een brutale scène maken over zaken, plankjes en zonbeschutsel. Ik antwoord en dan kwam het natuurlijk :” Et d’abord commencez  par vous taire.”. Dan begon de zinloze, compleet zinloze schreeuwerigheid van die arrrivist en van die verderfelijke in zijn volle pracht. Revolte ! Revolte ! Eens breken we de nek van al die kerels. ik smacht daarom naar het einde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tardi_PutaindeGuerre.png

executie van Adelin Colon

Adelin Colon, onderstationschef in Ottignies, wordt op 26 juli 1916 door de Duitsers geëxecuteerd. Ze arresteerden hem op 7 november 1915  (lees hier meer daarover). en vervolgens veroordeelde het Krijgsgerecht hem ter dood. Hij vatte zijn spionageactiviteit aan kort na de Duitse inval in België.

Geen enkele andere van de bijna honderd mensen die in zijn dienst spioneerden, werd achteraf opgepakt. Dat geeft aan dat Adelin Colon absoluut niemand verraden heeft tijdens de ongetwijfeld talloze harde ondervragingen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AdelinColon

Adelin Colon

Rattenplaag in Ieper

Ongelooflijk hoe sterk de streek van Ieper (en misschien ook elders) van de raten krioelt, noteert onderkastletters Van Walleghem op 24 juli 1916.

Overal in de hoven, velden, zelfs rijke huizen, maar vooral in de loopgraven zitten er ratten. Sommigen korenakkers zijn werkelijk verslonden door die beesten : zij bijten de vruchten van onderen af, de korenaar valt neer en wordt leeggegeten. Sommige velden zijn zelfs het pikken (met de pikdonker) niet meer waard; Vooral ’s avonds kan men geen tien stappen zetten zonder ratten te zien.

Vooral in de loopgraven krioelt het van de ratten. De soldaten moeten gedurig hun eten op zich dragen of anders wordt het onmiddellijk rattenkost. Nochtans ontbreekt het niet aan honden : de Belgen van de 4e Batterij alleen hebben er veertig. Katten daarentegen zijn zeldzaam geworden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

image

Protest op zijn Belgisch

De Duitsers hebben in bezet België verboden om de Belgisch nationale feestdag te vieren. Belgen zijn inventief genoeg om de feestdag dan maar subtiel te vieren op andere manieren. Op de dag na de nationale feestdag (22 juli 1916) bemerkt Virginie Loveling in Gent subtiele vormen van Belgisch protest.

Een fruitverkoopster had voor haar straatraam een uitstalling gemaakt van zwarte kersen, citroenen en tomaten. Een Duitser trad de winkel binnen en wees er met de vinger naar. Weg damit, de Belgische kleuren”, gebood hij, wat ogenblikkelijk gebeurde.

Buitengewoon talrijk waren de wandelaars, iedereen op zijn allerbest uitgedost. Een meid van buiten de Dampoort ging uit met een zwarte rok, een rode bloes en een gele center. Onmiddellijk werd ze gearresteerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

flagdress-belgie

Overval op Duitse loopgraaf

Raoul Snoeck noteert op 18 juli 1916 het volgende in zijn dagboek :

Vandaag zijn we met een compagnie doorgestoten tot in een ver vooruitgeschoven Duitse loopgravenkop. De aanval werd voorafgegaan door een artilleriebombardement en is volledig geslaagd. We hebben de vierentwintig Duitsers die de versterkte bunker bezetten met dolken omgebracht. De loograaf werd ondersteboven gekeerd door onze artillerie. We vonden er halfbedolven uiteengereten lijken, de overlevenden bewaarden nog schrikbeelden van angst in de ogen. Als je het nog niet bent, zou je gek worden van dergelijke gruwelen. Maar tijdens de actie geven we niet toe aan sentimentaliteit. We zijn beneveld door kruitgeur, haat en overleveingsinstinct. In het begin van de oorlog zijn we al te dikwijls slachtoffer geweest van onze goedhartigheid. Maar de tijden zijn veranderd, teveel beproevingen hebben ons gestaald !

Onderstaande schilderij is van François Flameng en heeft als titel “tranchée conquise”.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

flameng_tranchee_conquise.jpg

Flameng – tranchée conquise