de laatste vlucht van Werner Voss

Werner Voss is bij de Duitse luchtmacht vanaf 1916. Hij behaalt enkele weken zijn vliegbrevet en wordt al snel instructeur. In juli 1916 wordt Voss overgeplaatst naar het front als staartschutter van een tweezits-verkenningsvliegtuig. Voss blijft in deze functie tot hij in november 1916 een baan als gevechtspiloot krijgt.  Op 27 november 1916 behaalde Voss zijn eerste overwinning.

Tegen april 1917 heeft Voss 25 vijandige toestellen neergeschoten en wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse onderscheiding. Manfred von Richthofen nodigt hem uit in zijn luchteskader, het beroemde Jagdgeschwader 1. De samenwerking tussen Von Richthofen en Voss klikt zo goed, dat Von Richthofen hem benoemt tot wingman. Dit houdt in dat Voss bij alle luchtgevechten rechts van Von Richthofen vliegt. Tegen juli 1917 vernietigt Voss 13 vijandige vliegtuigen en komt zijn totaal op 38 luchtoverwinningen.

Op 23 september 1917 komt Voss alleen tegenover 6 Britse vliegtuigen te staan. Hij vat moedig het gevecht aan, maar de overmacht is te groot en Voss sneuvelt onder de kogels van de Brit Rhys-Davies. Zijn toestel stort neer nabij Frezenberg.

bronhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Werner_Voss

WernerVoss

 

 

de laatste brief van Horace Rex

De Australische luitenant Horace Joseph Rex schrijft een brief op 24 september 1917 aan zijn moeder vanuit Flanders Fields. Zijn laatste brief want op 7 oktober 1917 sneuvelt hij. Op de Mensenpoort staat zijn naam naast die van duizenden andere oorlogshelden zonder graf…

HoraceJosephRexJe hebt ongetwijfeld gehoord over het Australische aandeel in de grote aanval. De jongens haalden gemakkelijk al hun objectieven. In feite beklaagden ze zich dat de moffen niet wilden vechten. Een sergeant van het 10e bataljon viel een versterkte vesting aan en voor dat ze goed wisten wat er aan de hand was, staken due Hunnen de armen in de lucht en smeekten om erbarmen. Onze sergeant sloeg de eerste man neer en beval zijn mannen om komaf te maken met de rest. Wat ze ook prompt deden. Dit is natuurlijk maar een voorbeeld uit de vele.

We namen Glencorse Wood in, Nonnenbosschen Wood en vervolgens Polygon Wood. Het is werkelijk om te lachen dat ze die plekken bossen nemen. Ik kan je niet beschrijven hoe ze eruit zien : toegetakeld, verscheurd en omgewoeld alsof er om de 10 meter een aardbeving plaatsvond. Slechts hier en daar staat er nog een stronk overeind.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PolygonWood_1917

Paardenkeuring te Gent

Schrijfster Virginie Loveling vraagt zich op 23 september 1917 in haar oorlogsdagboek af waar alle opgeëiste paarden zijn.

Om de twee of drie weken is er gedwongen paardenkeuring. De beste zijn al lang meegenomen, vervolgens ook de afgekeurde en nu is het de beurt aan de afgereden knollen. Ze zijn in menigte naar het front gestuurd, krachtig en gezond, of voor andere diensten gebruikt. Te oordelen naar het steeds vernieuwen van de voorraad, moet hun leven kort zijn.

Het is een deerniswekkend schouwspel om de laatste uitgeputte paarden te zien. In lamlendige groepen worden ze langs de minst gebruikte straten naar de weiden buiten de stad gedreven om te herstellen. Het zijn geraamten, als het ware met een schurftige huid overdekt, hinkend, verwond, wankelend…

Dagelijks sterven er tien, twaalf of meer. Op een dag lagen er dertig dood. De rompen worden weggevoerd. Ja, naar waar ? Naar het slachthuis om er worst van te maken ? Of naar de brandoven waar ze tot een bruin, zwart, stinkend meel gemalen worden. ?

bronnen
oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds
Foto gevonden op http://www.geheugenvannederland.nl

Paardenkeuring_GroteOorlog

de papegaai van de Spaanse loskaai

Vaak houdt de bemanning van een U-boot een dier aan boord als mascotte, meestal een scheepshond, konijn of vogel. Een kat was uitgesloten omdat die ongeluk kon brengen. Exotische dieren zoals een papegaai of een aap komen ook voor. Doorgaans zijn de dieren afkomstig van gepraaide schepen die exotische havens hebben aangedaan.

Leutnant zur See Friedrich Siegel, tweede in bevel van UC-64, heeft een papegaai aan land gebracht en achtergelaten in zijn woning op de Spaanse loskaai in Brugge. De papegaai is op een van de patrouilles van UC-64 meegenomen van een gezonken schip, mogelijk de Franse bark Ville de Dieppe. Het beestje draagt de naam Roku en zal zijn baasje overleven, nadat Siegel niet meer van een patrouille terugkomt. De UC-64 vergaat op 20 juni 1918.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Siegel_SpaanseLoskaai

 

 

de slag om Frezenberg

De datum van 20 september 1917 is wellicht de meest voorkomende op grafstenen van Zuid-Afrikaanse soldaten in de wijde omgeving van Ieper. Bij het begin van de derde slag om Ieper valt de 9e Schotse divisie aan in de buurt van Frezenberg in Zonnebeke. Tot die Schotse manschappen die deze brigade telt, hoort ook de Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Van de 2576 manschappen die deze brigade telt, keert slechts de helft ongedeerd terug. De anderen zijn gedood, gewond of vermist. De Zuid-Afrikaanse gesneuvelden worden nadrukkelijk herdacht op het Schots monument op de Frezenberg (Ieperstraat, Zonnebeke).

Het schilderij hieronder toont een tafereel uit deze slag en is van de hand van William Wollen.

WilliamBranesWollen_BattleOfFrezenberg1917

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

een kruis als luxeartikel

Zelfs aan hout is er tekort lezen we in Gruss aus Flandern.

Wanneer de batterij terugkeert naar Lichtervelde, na artillerieduels te hebben uitgevochten met de Fransen en Britten in de omgeving van Draaibank en Mangelare, is het om haar doden de begraven op het Duitse oorlogskerkhof. Dat gebeurt ook met soldaat Karl Ulrich, die sneuvelt op 16 september 1917.

Het is een uitzondering dat er in 1917 nog een houten kruis op zijn graf wordt geplaatst. Wegens de schaarste van hout worden veel Duitse gesneuvelden begraven met alleen maar een nummer op hun graf.

Toeristische tip : het Deutscher Soldatenfriedhof (Beverenstraat, Hooglede) is een van de vier grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog. Hier rust Karl Ulrich samen met 8240 anderen. De andere zijn Langemark, Menen en Vladslo.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volksbund_100JahreErsterWeltkrieg_header01

de inname van Cryer Farm

Britse troepen onder leiding van luitenant Cryer nemen op 15 september 1917 tijdens de slag van Passendale (of derde slag van Ieper) een zwaar verdedigde Duitse medische post in, die door een smalspoor met het tramspoor verbonden is. Tijdens de inname van deze grotendeels ondergrondse betonnen constructie sneuvelt de bevelvoerende luitenant. Sindsdien kennen we deze locatie als Cryer Farm.

CryerFarm

Toeristische tip : Cryer Farm (Menenstraat 43, Geluveld) wordt ook nog tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt, dan als schuilplaats voor burgers. Nadien gaat de historische waarde van de plek compleet verloren want het wordt een beerput. Pas bij opgravingen in 2001 wordt deze locatie herontdekt.

CryerFarm_Model

een model van Cryer Farm

de angst van Joris Lannoo

Sinds weken krijgt Joris Lannoo van de staf allerlei documenten over de situatie in de Duitse stellingen in Diksmuide en rond de Minoterie (de bloemmolens). Op verschillende kaarten en papieren staat geschreven dat ze bestemd zijn voor de 5e compagnie van Lannoo. Sommige hogere officieren denken dat een directe aanval op de Minoterie misschien wel een doorbraak aan het front kan teweegbrengen. Ook kapitein Jacoby en adjudant Lannoo zijn daar nauw bij betrokken. Jacoby noteert over de schrikbeelden van de Minoterie.

Zij zijn altijd aanwezig in ons gezichtsveld, alsof wij voortdurend bewaakt en bespied worden. De ruïne zit vol “fusils pointés” en talloze scherpschutters die schieten op al wat beweegt. (een fusil pointé is een geweer die op een vaste pikkel is gemonteerd)

Alsof Joris beseft dat de kans om te sneuvelen in de volgende weken bijzonder groot is, zet hij op 3 september 1917 zijn handtekening op een prentbriefkaart en schrijft op de keerzijde een beknopte boodschap :”voor moeder”. Op zijn kepie kan je duidelijk het regimentscijfer aflezen en de ster op de kraag is goed zichtbaar. Zijn gezicht oogt wat vermoeid en een beetje meewarig.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo_191709

Executies in Gent

Executies in Gent

EmilieSchatteman

Emilie Schatteman

In Gent stellen de Duitsers op 12 september 1917 drie mensen terecht uit de streek van Boekhoute : Leonie Rammeloo, Emilie Schatteman en Isidoor van Vlaanderen. Deze laatste is een 44-jarige jachtwachter, vader van acht kinderen, die een half jaar eerder was opgepakt, net als de beide anderen. De zus van Leonie Rammeloo vertelt hoe ze informatie bezorgen aan het Britse netwerk D.P.

Twee- of driemaal per week trokken we naar het dorp om een rolletje met inlichtingen, dat daar in het schortje van een kind genaaid werd om zo het gevaar van de pinhelmen te vermijden. Terug thuis lag er reeds een stukje stof met koord en steen klaar om het rolletje in te steken en over de grens te werpen. Hetzelfde gebeurde in omgekeerde richting.

LeonieRammeloo

Leonie Rammeloo

Deze verzetsleden stonden in contact met de Brusselse verzetsheldin Gabrielle Petit, die op 1 april 1916 in Brussel geëxecuteerd werd. Via Boekhoute kon zij haar verloofde naar Engeland laten overbrengen.

 

 

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://vdkg.weebly.com/de-slachtoffers/leonie-rammeloo

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen/

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen-2/