De Eiffeltoren bekeken vanuit Duitse linies

Herbert Sulzbach heeft de paasdagen van 1916 in Frankfurt-am-Main kunnen doorbrengen. Hij bezoekt familie en gaat met vrienden op café om de oorlog te vergeten. Maar ook thuis is de oorlog erg aanwezig : hij verneemt er dat de bediende Berthold die voor zijn familie jarenlang heeft gewerkt, in Verdun is omgekomen. Uit zijn laatste brief bleek al dat Berthold ervan uitging dat hij niet levend van het front zou terugkeren.

Eenmaal terug in de linies begeeft Sulzbach zich naar Noyon, meer bepaald de Mont Saint-Siméon. Daar heeft hij begin mei 1916 een heel bijzonder zicht op Parijs.

Tegen de avond gingen we terug via de Mont Saint-Siméon : een observatiepost daar heeft je een heel mooi zicht tot ver in het vijandelijke hinterland. Onze sector nabij Noyon en de sector in Piémont zijn de meest vooruitgeschoven posities die het Duitse leger in handen heeft. En dus liggen ze ook het dichtste bij Parijs. Als ik nu zeg dat ik door de telescoop keek en de Eiffeltoren zag, dan begrijpen de lezers misschien – of misschien ook niet – hoe ik me voelde als ik dit beeld zag : Parijs in zicht ! En toch nog te ver om ernaar te reiken, ook al waren onze legers binnen de laatste tien kilometers van Parijs aan het begin van september 1914.

Guillaume_Apollinaire_Calligramme

 

Louis Barthas op de côte 304

Het bataljon van Louis Barthas krijgt op 11 mei 1916 het bevel naar de frontlinies van Verdun te gaan. De Franse soldaten vertrekken om acht uur ’s avonds. Om elf uur diezelfde avond komen ze aan in de loopgraaf. De helen nacht slepen de soldaten met plaatijzer, planken en takken om de loopgraaf af te dekken en te camoufleren voor vliegtuigen. Over de dag erna (12 mei 1916) , noteert Louis Barthas het volgende in zijn dagboek.

Toen het dag werd, bekeek ik deze beroemde heuvel aan de voet waarvan onze loopgraaf zich bevond. Maandenlang was hierom gevochten alsof er een diamantmijn in haar flanken verborgen lag. Helaas, de heuvel bevatte alleen maar duizenden lijken. Het was een hoogte die zich in niets onderscheidde van de naburige heuvels. Het schijnt dat hij ooi voor een deel bebost was. Maar nu was er geen spoor van begroeiing meer te zien. De aarde was omgewoeld en verwoest en bood alleen nog maar een desolate aanblik.

En dan moeten Louis Barthas en zijn kameraden iets verderop de helling stellingen opnieuw inrichten. Die stellingen liggen bijna midden op de helling. Bij de ingang van de loopgraven leest Barthas de naam :”Tranchée Rascas“.

Die plek was één grote berg van uit elkaar gereten mensenvlees. Op de plaatsen waar de aarde bloed had gedronken, krioelde het van de vliegen. Je zag geen lijken maar waarschijnlijk lagen ze onder een klein laagje aarde in de vlakbij gelegen granaattrechters. Hun aanwezigheid bleek uit de stank van rottend vlees. Overal lagen brokstukken, verbrijzelde geweren, gescheurde ransels, waaruit tedere brieven en angstvallig bewaarde dierbare herinneringen dwarrelden en door de wind werden verspreid.

De helen nacht moesten we de verbindingsgang begaanbaar en bewoonbaar maken. Toen het licht werd, was de hemel tot onze grote vreugde bewolkt. Laaghangende wolken bedekten heuvel 304 en we bleven de hele dag buiten het zicht van de vijand.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Verdun_Cote304.jpg

Achtung ! Lebensgefahr !

Den draad, de elektrische afscheiding op de grens tussen België en Nederland, is bedoeld om de doorgang van mensen en goederen in beide richtingen onmogelijk te maken : Belgische vluchtelingen of smokkelaars, Duitse deserteurs, spionnen die uit Groot-Brittannië kwamen en via Nederland naar het oorlogsgebied willen.

Soms is er ook een echte ongeluksvogel bij de slachtoffers van deze hoogspanningsdraad : neem nu reservist Heinrich Metser, uit het infanteriebataljon Neuss. In de buurt van Castelré (niet ver van Baarle-Hertog) wil hij gewoon een konijntje (eveneens een slachtoffer) van tussen de draad halen. Het wordt niet eens zijn galgenmaal maar zijn onmiddellijke dood.

dodendraad03

Sykes en Picot verdelen Midden-Oosten

In het geheime Sykes-Picotverdrag afgesloten op 9 mei 1916 spreken Britten en Fransen af hoe ze het naoorlogse Midden-Oosten onder elkaar zullen verdelen. Het Ottomaanse rijk zou daarvan het grootste slachtoffer moeten worden. Twee andere grote mogendheden, Rusland en Italië, gaan akkoord met het verdrag, dat genoemd is naar de twee voornaamste onderhandelaars : Mark Sykes en Georges Picot.

De Britten zouden het gebied aan het noorden van de Perzische Golf krijgen, de wijde regio om Basra. Voor de Fransen was er het kustgebied van Noord-Syrië en Libanon, met onder meer de steden Beiroet en Damascus. Het tussenliggende binnenland wordt verdeeld in invloedssferen : de Bijbelse regio zou onder internationaal bestuur komen. Voor een derde grote partij is er geen plaats, dus ook niet voor de Ottomanen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A-Line-in-the-Sand-01

Brutale bloedprocessie in Brugge

Als het geen oorlog was, zou in Brugge op 8 mei 1916 de Heilig Bloedprocessie plaatsvinden. Naar verluidt had admiraal Ludwig von Schröder gezegd : “De Bruggelingen zullen dit jaar een feest hebben van het Heilig Bloed dat ze nog lang zullen onthouden.” Hij zou daarmee gedoeld hebben op de drie terechtstellingen die ‘s namiddags doorgingen.

Julius Delaplace, Julius De Sloovere en Charles Titeca worden alle drie geëxecuteerd omwille van spionage. Net voor  de aanvang van de terechtstelling excuseert de commandant van het executiepeloton zich bij de verplicht aanwezige Brugse burgerlijke autoriteiten :”Het is droevig voor u als voor ons.”.

FusillesdeBruges

boete voor verstopte duiven

In Het Volk staat op 6 mei 1916 een stukje over twee Belgen die zich niet hielden aan het Duitse decreet over duiven. In plaats van ze in te leveren bij de bevoegde overheid, waren de beestjes goed verborgen. Een militaire patrouille vond de dieren echter tijdens een huiszoeking.

Omdat het gemeentebestuur van Ingooigem had nagelaten om zelf huiszoekingen te doen, krijgt het als dwangstraf een boete van 3000 mark opgelegd.

Duitsers_Duiven

 

Verwarring over de tijd

Stijn Streuvels twijfelt over het juiste uur en noteert op 5 mei 1916 in zijn dagboek :

In afwachting dat het met het uur in huis in orde komt en tot overeenstemming, houd ik er hier in huis drie verschillende uren op na. In de keuken is het oude Belgische tijd, in mijn werkkamer nieuwe Belgische tijd, en in de voorplaats wijst de hangklok de nieuwe Duitse tijd aan, ten behoeve van de ingekwartierde militairen.

Met het nieuwe zomeruur zijn de mensen nog altijd in de war : niemand kan ertoe besluiten zijn uurwerk door te draaien. En ik geloof dat het nog lang zal duren eer de boeren hun noenklokje zullen luiden om 11 uur.

Ingooigem blijft volgens oude gewoonte onvermurwbaar als het erom gaat nieuwe gebruiken in te voeren. Als er dan nog eenheid zou zijn in de besluiten : de knechtenschool (jongensschool) heeft het nieuwe uur in voege gebracht en de meisjesschool niet.

Zomertijd-Wintertijd

Chinese arbeiders achter de frontlinies

De Franse en Chinese overheden ondertekenen op 4 mei 1916 een akkoord over de aanwerving van Chinese arbeiders. Onder het bewind van Yuan Shikai stelde China zich nog neutraal op. In het conflict tussen de oorlogvoerende partijen. Na diens dood kantelde het evenwicht naar de zijde van de geallieerden. China wil evenwel zijn economische banden met Duitsland niet al te zeer schaden. Daarom stuurt het land geen troepen maar arbeiders om achter het front te werken.

Enige tijd later sluit ook Groot-Brittannië een gelijkaardige overeenkomst met China. In het contract staat onder meer dat een deel van het loon uitbetaald wordt aan de familie, terwijl transport, voeding en dergelijke ten koste vallen van de opdrachtgever.

Travailleurs_chinois

laatste patrouille van Arthur Metz

ub-13-metzOberleutnant zur See Arthur Metz verlaat met de UB-13 Zeebrugge op 23 april 1916. Metz heeft de opdracht om gedurende een week de scheepvaart ter hoogte van Southwold aan te vallen. Na zijn vertrek raakt de Duitse admiraliteit elk spoor van UB-13 bijster. Vermoedelijk is de duikboot een dag na het vertrek in een Brits mijnenveld geraakt.

Britse rapporten bevestigen de Duitse vermoedens. Op 24 april 1916 zijn de Britten begonnen met een groot mijnenveld te leggen 18 mijl ten noorden van de Belgische kust. Daarmee willen ze het Belgische zeegebied zo goed mogelijk afsluiten voor U-boten. Die dag worden er ook verschillende ontploffingen gehoord in de netten. UB-10 is erin terechtgekomen en heeft bij verschillende pogingen om vrij te komen, mijnen tot ontploffing gebracht. Na acht uur spartelen kan UB-10 zichzelf bevrijden en veilig de basis te raken.
UB-13 heeft minder geluk. Ze raakt de ankerkabel van de drifter Gleaner of the Sea ter hoogte van de Thorntonbank. Door maneuvers om vrij te komen komt de duikboot in contact met een mijn in de sleep van het konvooi waarna die ontploft. Een patrouillerend watervliegtuig merkt wat er gaande is en werpt een bom op de plaats waar wrakstukken en olie aan de oppervlakte komen. Het wrak van de UB-13 blijft onontdekt tot de vroege jaren negentig van de vorige eeuw.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

 

Gevechten rond de Mort Homme

Eind april 1916 veroveren de Fransen na onmenselijke inspanningen de top van de Mort Homme, ook bekend als Côte 304. De Duitse legerleiding wil deze strategische plek absoluut terug en geeft op 3 mei 1916 het sein voor de tegenaanval.

Gedurende twee dagen en een nacht krijgen de Fransen een bijzonder hevig bombardement over zich heen. Op een front dat ongeveer 2 kilometer breed is, spuwen vijfhonderd Duitse kanonnen vuur, dood en vernieling. Schuilen is bijna onmogelijk voor de Fransen : hun terrein is bijna vlak, de loopgraven zijn ondiep, de granaatinslagen hebben de bodem doorwoeld.

Aanvoer van voedsel en munitie is bijna onmogelijk en gewonden kunnen niet geëvacueerd worden. Toch houden de Fransen het na de enorme beschietingen nog drie dagen vol tijdens man-tegen-mangevechten. De heuveltop komt weer in Duitse handen. Bij deze slachting laten tienduizend Fransen het leven.

MortHomme02