De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Een duikboot vaart door Gent

In haar oorlogsdagboek noteert Virginie Loveling op 31 maart 1915 dat ze enkele dagen geleden een duikboot door Gent zag varen.

Vrijdag is een duikboot door een deel van de stad gevaren, begeleid door hulpboten en veel militairen. De nieuwsgierigen werden achteruit gedreven. De duikboot kwam van Antwerpen en vaarde de Schelde op. Deze ochtend, bij mooi weer, scheen de stad als uitgestorven. Bijna geen mensen te zien langs de boulevards. De brug aan de Visserij, waar de duikboot voorbij voer, wordt door een schildwacht bewaakt.

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit oorlog onder water)

Een duikboot in een vlottend droogdok wordt naar Brugge getrokken (uit het boek “oorlog onder water”)

Het is niet zeker dat die duikboot vanuit Duitsland komt varen. De Duitsers hadden eerder de diverse havens van België bekeken : Oostende, Zeebrugge, Brugge, Gent en Antwerpen. Na inspectie hadden ze het idee opgevat om kleine duikboten in onderdelen per spoor te vervoeren en op de Gentse werf in elkaar te steken. Antwerpen biedt nog meer faciliteiten dan Gent.  Ook daar kunnen onderzeeboten in elkaar gezet worden en via de kanalen de doortocht maken van Antwerpen, naar Gent, Brugge en Oostende.

Karl Bartenbach

Karl Bartenbach

Deze duikboot maakte deel uit van de Unterseebootsflottilje  Flandern. Op 29 maart 1915 wordt deze flottilje gecreëerd met Korvettenkapitän Karl Bartenbach als bevelhebber. De duikboot die Virginie Loveling in Gent zag varen, zal een van de eerste duikboten geweest zijn van deze kersverse marine-eenheid.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds, 2014

http://uboat.net:8080/articles/48.html

http://www.vliz.be/wetenschatten/beeldbank.php?album=3793&pic=53342

De Harpalion, inspiratie voor Willy Stöwer

In het kanaal treft de Duitse onderzeeër U-8 op 24 februari 1915 het Britse vrachtschip Western Coast met een torpedo terwijl het zowat 15 kilometer voor de kust vaart. Het cargoschip zinkt, maar alle negentien bemanningsleden overleven de aanval. Eveneens op deze dag treffen de Duitsers nog twee andere Britse vrachtschepen in het kanaal : de Harpalion en de Rio Parana. Beide zinken. Op het eerste schip vallen drie doden, alle andere bemanningsleden kunnen zich redden.

Het schilderij hieronder geeft het zinken van de Harpalion weer. De schilder is Willy Stöwer (1864-1931), de meest gekende maritieme schilder van Duitsland en de favoriet van de Duitse keizer.Hij was de zoon van een zeekapitein, geboren in Wolgast. Hij kreeg een opleiding als metaalbewerker en werkte als technisch tekenaar op scheepswerven. Al snel kreeg hij opdrachten als schilder. Daarbij werd hij opgemerkt door keizer Wilhelm II. Tussen 1905 en 1912 begeleidde hij ook de keizer op zijn reizen. Met de ondergang van het keizerrijk en de keizerlijke vloot eindigde ook zijn meest creatieve periode. Willy Stöwer viel na de oorlog terug op wat hij in zijn beginperiode deed : reclame maken voor maritieme maatschappijen.

ondergang van de Harpalion - Willy Stöwer

ondergang van de Harpalion – Willy Stöwer

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Willy_St%C3%B6wer

de slag bij de Doggersbank

Franz von Hipper

Franz von Hipper

David Beatty

David Beatty

Bij de Doggersbank in de Noordzee bevechten de Britse en de Duitse marine elkaar op 24 januari 1915 in een van de weinige grote zeeslagen uit de eerste wereldoorlog. Bij deze poging om de Britse blokkade te doorbreken en de Engelse oostkust te beschieten (lees meer op de bladzijde gedenk Scarborough) stomen de Duitsers onder leiding van admiraal Franz von Hipper op met 1 pantserkruiser, 3 slagkruisers, 4 lichte kruisers en 18 torpedoboten. Hipper werd opgewacht door vijf slagkruisers, onder bevel van admiraal David Beatty, de held van de slag bij Helgoland.

De Duitsers weten niet dat de Britten hun radiobericht decoderen. Ze kijken dan ook verbaasd op als er een bijna dubbel zo sterke vijandelijke vlooteenheid opduikt.

Hipper probeert te ontsnappen omdat hij gelooft dat zijn schepen sneller zijn dan de Britse. Maar het tegendeel blijkt het geval. Na anderhalf uur komt het tot een treffen waarbij de Blücher tot zinken wordt gebracht. Hippers vlaggenschip, de Seydlitz wordt beschadigd, maar op hun beurt weten de Duitsers Beatty’s vlaggenschip, de Lion, tot stilstand te brengen en dusdanig te beschadigen dat het niet meer aan de strijd kan deelnemen. Na enkele uren blazen de Duitsers de aftoch : ze verliezen 950 manschappen tegen 50 bij de Britten. Een grote overwinning lijkt in de maak maar Beatty trekt de Britse schepen terug uit angst voor mijnen en (nooit gesignaleerde) U-boten.

Doggersbank 1915

Doggersbank 1915

De slag kent geen duidelijke overwinnaar, maar het Engelse moreel wordt er wel door versterkt. De Duitsers trekken hun conclusie : keizer Wilhelm laat weten dat dit soort zeegevechten voortaan vermeden moeten worden. Als uitloper hiervan roepen de Duitsers op 18 februari de “onbeperkte duikbotenoorlog” uit.

bronnen

oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

De Britse marine verliest een slagschip met nieuwjaar

Onder leiding van vide-admiraal sir Lewis Bayly doet de  5h Battle Squadron schietoefeningen ten zuiden van de Ilse of Portland.  Na de oefeningen blijft de vloot patrouilleren, ook al waren er U-boten gesignaleerd. De Britten gaan ervan uit dat de ruwe zee een aanval door een duikboot onwaarschijnlijk maakt.

Rudolf Schneider

Rudolf Schneider

Captain Loxley

Captain Loxley

Op 1 januari 1915 om 2u20 torpedeert de Duitse U-boot U-24 onder leiding van Kapitänleutnant Rudolf Schneider het Britse slagschip “HMS Formidable”. Om 3u05 volgt een 2e torpedo. Om 4u45 kapseist het slagschip. 537 van de 780 opvarenden, waaronder kapitein Loxley,  verliezen daarbij het leven.

HMS_Formidable

bronnen

https://dailydiaryww1.wordpress.com/2015/01/01/january-1-1915/

http://ww1blog.osborneink.com/?p=4605

http://en.wikipedia.org/wiki/HMS_Formidable_(1898)

http://uboat.net/wwi/men/commanders/304.html

Otto Weddigen slaat toe met de U-9

Binnen 90 minuten torpedeert de Duitse duikboot U-9 de drie Britse pantserkruisers Aboukir, Cressy en Hogue voor de Nederlandse kust, zo’n 30 kilometer buiten SCheveningen. Ruim 1450 mensen laten daarbij het leven, slechts 837 worden gered. Een belangrijke reden voor dit vreselijke hoge aantal is dat er nauwelijks zwemvesten zijn aan boord van de drie gezonken schepen.

De Aboukir is de eerste die ten onder gaat. Dat gebeurt zo snel dat niemand overleeft. De Hogue komt naderbij om hulp te bieden, maar krijgt ook een voltreffer te verwerken van de U-9. Ten slotte komt ook de Cressy nader : vanaf 1 kilometer afstand schiet de U-9 weer raak.

In Groot-Brittannië kan men de omvang van de ramp nauwelijks geloven. In Duitslands is de kapiteit van de U-9, Otto Weddigen, een zeeheld.

Duitse postkaart die de overwinning van Otto Weddigen viert.

Duitse postkaart die de overwinning van Otto Weddigen viert.