de nachtmerrie van Raoul Snoeck

Op 31 oktober 1915 is Raoul Snoeck gewond afgevoerd van de eerste linie naar een hospitaal in Calais. Op 4 november 1915 komt hij toe in een hospitaal in Rennes. Op 20 november 1915 had Raoul nog genoteerd dat zijn wonde goed aan het genezen was (lees hier).

Maar in december loopt er iets mis. Zijn dagboek meldt het volgende.

10 december 1915
Mijn verwonding houdt me nog altijd in Rennes. Vandaag heb ik van thuis uit oude brieven met foto’s ontvangen. (…) Wat is het prettig nieuws te ontvangen van thuis, dat doet meer deugd dan een zwachtel. Ik stuur mijn ouders enkele interessante foto’s die ik hier heb genomen.

16 december 1915
We veranderen van hospitaal.

17 december 1915
Ik heb kennis gemaakt met een Franse dame, mevrouw Heyman. Haar echtgenoot is kapitein bij het Franse leger. Deze charmante vrouw komt dikwijls het hospitaal bezoeken om zieken te troosten.

18 december 1915Beenprothese
Ik ben moedeloos, heb niets te lezen en niets te doen en dagdroom over mijn familie. Schrijven is mijn enige afleiding. Ik noteer al mijn indrukken en neem veel foto’s.

19 december 1915
Wegens verhuis van hospitaal is mijn wonde drie dagen zonder verband gebleven. In de bil ontwikkelde zich een abces dat ontaardde in celweefelontsteking. De dokter is erg ongerust en ik trouwens ook, want ik zou niet graag hebben dat ze mij een poot afzetten.

Met dit bericht sluit Raoul Snoeck het jaar 1915 af. Hij zal terug beginnen schrijven op 1 januari 1916.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

 

Raoul Snoeck krijgt de Leopoldsorde

In zijn dagboek noteert Raoul Snoeck het volgende :

RidderLeopoldsorde20 november 1915 : Na drie weken behandeling ben ik bijna genezen. Over veertien dagen ben ik weer op de been en dan krijg ik nog veertien dagen herstelverlof. Daarna keer ik terug naar het front, waar ik misschien wel voor de derde maal gewond raak. Alle goede dingen bestaan uit drie, zegt men, twee is niet genoeg. Het leven is hier eentonig, zelden is er nieuws : of je nu kranten leest of niet, je wordt niets wijzer. De stilte regeert over de hospitaalbedden, er zijn veel meer zieken dan gewonden.

22 november 1915 : Zojuist heb ik in een nummer van ‘Vaderland’ het heuglijke nieuws gelezen dat ik benoemd ben tot  Ridder in de Leopoldsorde, een mooie verrassing. Ik ben fier en gelukkig, vooral voor mijn ouders. Ik verwacht mijn decoratie in het hospitaal, waar ze me die komen opspelden,, een gelegenheid om een klein feestje te bouwen. Ik zou thuis willen zijn om samen met mijn paatje op stap te gaan en te pronken met mijn decoratie. Ik heb altijd gezegd dat ik iets anders nodig heb dan een anjer in mijn knoopsgat

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & zoon

Gentenaren ondereen in Rennes

Raoul Snoeck heeft Adinkerke verlaten en is via Calais aanbeland in het hospitaal van Rennes.

4 november 1915 : Ik ben in Rennes. Mijn gezondheid is uitstekend en de wonde bezorgt me niet al te veel last. Ze groeit vlug dicht. Rond de opening waarlangs de kogel mijn lichaam verlaten heeft, vormt zich niettemin een kleine ontsteking.

12 november 1915 : Mijn wonde geneest goed, hoewel ik nog altijd op bevel in mijn ongeluksbed blijf liggen. Ik heb enkele Gentenaars ontmoet, onder andere Albert Vandenabeele en De Keukelaere. Samen keuvelen we over onze goede stad Gent in het Gents natuurlijk. De dagen glijden traag voorbij. De kost is niet famues : twee maaltijden per dag ! Als je geen zieke maag hebt, is dat zeker onvoldoende. Gelukkig kunnen we door een verpleeger laten meebrengen wat we verlangen. Dat is een oplossing voor hen die centen hebben, want in het hospitaal krijgen we geen soldij.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, SNoeck-Ducaju & Zoon

Uit sympathie voor het Gents dialect beeld ik hieronder een Gentse leesplank af. We mogen niet vergeten dat Raoul Snoeck zijn dagboek in het Frans schreef. Frans was in die dagen een taal met bijzonder hoog aanzien. Maar als het gaat om een thuisgevoel te hebben in den vreemde, dan kiest Raoul toch voor het Gents.

GentseLeesplank

Raoul Snoeck komt toe in Rennes

Op 3 november 1915 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Ze brengen ons naar het station. De reeds gevormde hospitaaltrein is nog bijna leeg. Hij omvat wagons die zijn ingericht als gelegenheidsambulances met brancards voor zwaargewonden en enkele wagons van tweede en derde klasse voor lichtgewonden. Iedereen neemt plaats zoals hij kan. De beste gevallen helpen de anderen. Na een tijd is de trein volgepropt met soldaten van alle legeronderdelen, die door elkaar uitgestrekt liggen met omzwachtelde hoofden, armen en benen. Van alle kanten worden brancards aangebracht met doodsbleke soldaten. Je hoort geen enkele kreet, soms ontsnapt een klacht of een diepe “ah” aan de opgeklemde tanden. Een groot aantal gewonden ligt op het perron, wachtend om in een wagon gehesen te worden. Ik bekijk al die ongelukkigen, er bestaan niet genoeg woorden om die pijnlijke tonelen op te roepen, ik voel afschuw en medelijden tegelijk.

We komen aan in Rennes om acht uur ’s morgens. De gewonden worden uit de wagons gehaald, de vormeloze massa geslacht mensenvlees weggebracht, het is akelig.

bron

Raoul Snoeck, In de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Henri Gervex - train des blessés

Henri Gervex – train des blessés

Raoul Snoeck wordt gewond afgevoerd naar Calais

Het is al een tijdje geleden dat Raoul Snoeck nog iets noteerde in zijn dagboek. Het vorige bericht dateert van 31 augustus 1915. Dat bericht kan je hier lezen. Het duurt daarna tot 31 oktober voor Raoul weer wat in zijn dagboek noteert.

31 oktober 1915
’s Morgens word ik overgebracht naar Adinkerke, vandaar transporteert men mij naar Calais, waar ik aankom om één uur ’s nachts. Ik breng de nacht door in het station. De trein met gewonden komt aan. Ze zijn uitgeput door bloedverlies, koorts en door de reis. Vrouwen stappen op en geven hen wijn, vruchten en papier en een potlood om te schrijven. Zijn ze te zwak, dan schrijven lichtgewonde makkers of vrouwen een brief in hun plaats. Dokters en verpleegsters bewegen zich door al dat lijden heen. Zwaargewonden worden uit de wagons gehaald voor onmiddellijke operatie. Met veel zorg en zachtheid verbinden ze de wonden, die nog overvloedig bloeden en het gescheurde uniform rood kleuren. Op de grond slingeren beloofde zwachtels en watten rond. Hier ligt een ongelukkige bij wie men de broek tot aan de gordel heeft moeten opensnijden wegens een wonde aan de bil. Een andere ondersteunt zijn been omdat zijn kuit gewond is. Je hoort niet de minste klacht, iedereen is moedig. Het is een lange en lugubere stoet… De lijdensweg van slagveld naar hospitaal ligt bezaaid  met pijn en ellende, sommigen bezwijken helaas onderweg !

1 november 1915
Ik word naar het doorgangshospitaal gebracht in Calais, rue du Temple 50. De verpleegsters zijn heel erg goed en moederlijk. Ze staan de ongelukkigsten bij en troost hen met hartelijke woorden. Ze luisteren naar de laatste wil van de stervenden en fluisteren hen woorden van sympathie en hoop in. Een aantal soldaten heeft verschrikkelijke wonden, die volgens de chirurgen veroorzaakt zijn door dumdumkogels. Ach, hoeveel missie en ellende heb ik niet meegemaakt ! Het doet pijn aan het hart jonge levendige en gezonde mensen te zien die kreupel zullen blijven, als ze tenminste nog het geluk hebben te genezen ! Wat mij betreft, ik ben liever op slag dood dan verminkt door het leven te moeten. Maar de Duitsers hebben me nog niet ! Ik zal mijn huid duur verkopen. Morgen of overmorgen word ik naar Rennes overgebracht.

bron
Raoul Snoeck, In de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

TrainSanitaire03

binnenzicht van een zogenaamde “train sanitaire”

Raoul Snoeck krijgt een gevaarlijke opdracht

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 30 augustus 1915 het volgende :

Een gevaarlijke opdracht vanmorgen : de commandant vraagt een vrijwilliger om op verkenning te gaan en prikkeldraad te plaatsen zo’n zestig meter voor onze voorpost : ik bied me aan, voer mijn opdracht uit en kom terug. Het is verschrikkelijk heet en weldra breekt een onweer los : donderslagen wisselen af met artilleriegebulder. De lucht knettert van elektriciteit en wordt doorkliefd door obussen en bliksems. ’s Avonds ben ik van wacht in dezelfde voorpost. Omstreeks acht uur vertrek ik op mijn eentje om het werk van ’s morgens te controleren. Ik ben nog geen tien meter ver of ik word verrast door een Duits zoeklicht. Een ogenblik verward in de prikkeldraad kan ik me niet meteen uit de voeten maken. De Duitsers nemen me onder vuur en ik krijg een kogel door mijn rechterdij. Uiteindelijke slaag ik er in me te bevrijden. Ik hink naar de dichtsbijzinde dokter om me te laten verzorgen. Daarna wil ik terug naar mijn post. Het is niet het moment om kleinzerig te zijn. Ik hoor in mijn luisterpost te zijn, maar de dokter verbiedt het me streng. Een wagen brengt me naar De Linde, waar men de wonde opnieuw verbindt.

Dit feit bezorgde de dappere Raoul Snoeck een welverdiende vermelding.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening is overgenomen uit een website gewijd aan de kunst van de Groote Oorlog : http://www.dessins1418.fr/wordpress/portfolio/leon-broquet-les-guetteurs/

Les Guetteurs - Leon Broquet

Les Guetteurs – Leon Broquet

Nieuwe uniformen voor de Belgen

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 28 augustus 1915 te Pollinkhove het volgende :

Nieuwe uniformen. Chic ! Ze werden zoveel mogelijk vereenvoudigd. De biesjes zijn sober gehouden, wat de voorstanders van de vederbos misschien zal bedroeven. Maar de tijd van de parade is voorbij. Het voeren van een bollenoorlog verplicht de moderne soldaten zich te kleden in uniformen met camouflagekleuren. Veel officieren werden in het begin van de oorlog neergeschoten, omdat ze gemakkelijk herkenbaar waren. Natuurlijk mikt de vijand eerst op hen. Zoals de Engelsen zijn we allen in kaki, wel oversten als soldaten. Het uniformtype verschilt naargelang wapen en rang. De pet lijkt ons het eigenaardigst, maar ze is toch veel eleganter en praktischer dan ons vroeger hoofddeksel, en ze beschut ons tegen zon, wind en regen.

bronnen : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door Andre Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit Ivan Petrus Adriaenssens, Afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

RaoulSnoeck19150828

Raoul Snoeck raakt gewond bij Drie Grachten

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

17 augustus 1915 : Ik raak gewond op verkenningstocht nabij Drie Grachten. Een kogel heeft de huidplooi van mijn knie doorboord, een centimeter meer naar links en het gewricht was verbrijzeld. Men brengt me naar de eerstehulppost.

20 augustus 1915 (divisie-eerstehulppost De Linde) : In de eerstehulppost hebben we op een gelegenheidspodium een klein feestje gebouwd. Iedereen doet zijn best om de zieken wat afleiding te bezorgen. Dokter Philippart zorg voor een heel origineel programma op autografisch papier. Als zoon, kleinzoon, achterkleinzoon, achterachterkleinzoon uit een drukkersgeslacht ben ik daarmee vertrouwd. Ik heb ook deelgenomen, liedjes gezongen zoals “langs de overs van de Ijzer” en “een drama in Falaise” en zelfs eem monoloog voorgedragen :”de teen van St-Guignolet”. Gelukkige heilige ! Bij hem hebben de Duitsers geen kogel door de knie gejaagd ! We genoten van enkele aangename uren.

23 augustus 1915 : Ik ben al enkele dagen niet meer aan het front en moet nog in de eerstehulppost blijven, omdat mijn wonde nog niet volledig genezen is. Maar ik verveel me stierlijk. Ik ben beslist niet geboren om ziek te zijn, verstoppertje spelen is niet mijn stijl. Aangezien ik geen breuken heb, is het niet nodig hier nog langer te beschimmelen. Ik wens terug te keren naar mijn compagnie. Dokter Philippart van ons bataljon vraagt me of ik gek word. Toch doe ik mijn zin.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & Zoon

wachten op hulp

wachten op hulp

Bovenstaande foto komt uit het boek Van Daniel Vanacker, Belgie in de grote oorlog, Roularta

Onder de titel “wachten op hulp” lezen we de volgende tekst :

Soldaten houden een zwaargewonde kameraad gezelschap tot de brancardiers hem komen verzorgen en wegbrengen. Zo’n situatie beschreef Jan Gom Gheuens in zijn roman De miskenden :

Wij leggen de zwaarst gewonde, Smets Louis, op de kapotjas van Dupon en snijden al zijn kleren open. Zijn borst- en buikwonden zijn dodelijk. Zijn ogen zijn al gebroken:

  • Gelooft ge dat ik kan genezen ? vraagt hij ons.
  • Waarom niet, Louis ? Uw wonden zijn wat pijnlijk maar niet gevaarlijk ! liegen wij.
  • Nu zult gij niet meer naar het front moeten, Louis.

Louis loost een pijnlijke wacht. Zijn lichaam zakt tegen mijn borst, terwijl ik de wonden reinig. Lievens ondersteunt hem met een ransel. Hij laat uitgeput zijn hoofd achterover zinken en stamelt:”Geef mij wat te drinken!… Ik heb dorst.”.

Raoul Snoeck heeft verlof in Paname

Raoul Snoeck  was de voorbije dagen op verlof in Parijs. In het soldatenjargon spreken ze van Paname, naar de Panamahoed die in die dagen heel populair was in Parijs.

8 augustus 1915 : Geluk ! Voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog, vertrek ik met verlof naar Parijs (naar Paname zeggen wij in het soldatenjargon).

14 augustus 1915 : Terug in de gevechtszone. Ik heb vijf dagen achter het front doorgebracht en met verrukking genoten van de ontspanning die me gegund werd. Ik ben nog onder de indruk van de hartelijke en warme ontvangst, die me te beurt viel bij onze vrienden Bruneau. Zulke lieve mensen !

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit het stripalbum van Kris & Maël, Moeder Oorlog – derde aanklacht

MoederOorlog_3eAanklacht_01

Belgen dragen voortaan kaki

Niet alleen dragen Belgische soldaten een Engels pak, ze zingen ook Engels, bemerkt Jozef Gesquière  op 2 juli 1915.

Een lage tram (elf wagons) stoomt deze middag van De Panne naar Veurne. De jongens zitten in een splinternieuw kakipak en zingen dat het dreunt :”It’s a long way to Tipperary”. Engelsen ? Toch niet, want in de laatste wagon dreunt “De Vlaamse Leeuw” en bij het uitstappen horen we alleen maar Vlaamse en Waalse gesprekken.

Werkelijk, ’t zijn Belgische piloten in een Engels uniform. Ze zien er alleszins eleganter uit dan in hun vooroorlogse plunje. Naar het schijnt wordt heel het Belgische leger naar Engelse trant in ’t kaki gestoken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Onderstaande foto komt uit het dagboek van Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei en toont Raoul aan het front te Noordschote. Hij is net zoals de andere Belgische soldaten in een Engels uniform gekleed, wat enorm verschilt van de uniformen van 1914.

RaoulSnoeck06_juli1915