Raoul Snoeck heeft verlof in Paname

Raoul Snoeck  was de voorbije dagen op verlof in Parijs. In het soldatenjargon spreken ze van Paname, naar de Panamahoed die in die dagen heel populair was in Parijs.

8 augustus 1915 : Geluk ! Voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog, vertrek ik met verlof naar Parijs (naar Paname zeggen wij in het soldatenjargon).

14 augustus 1915 : Terug in de gevechtszone. Ik heb vijf dagen achter het front doorgebracht en met verrukking genoten van de ontspanning die me gegund werd. Ik ben nog onder de indruk van de hartelijke en warme ontvangst, die me te beurt viel bij onze vrienden Bruneau. Zulke lieve mensen !

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit het stripalbum van Kris & Maël, Moeder Oorlog – derde aanklacht

MoederOorlog_3eAanklacht_01

Antwerpen draagt nog de sporen van de gevechten

Antwerpen is eveneens zwaar getroffen, stelt schrijfster Virginie Loveling vast, zowel de haven als de stad. Op 13 augustus 1915 noteert ze het volgende in haar dagboek.

Aan de dokken doodse eenzaamheid, geen stoombootschoorsteen, geen zeilen, geen koordenladders, geen mastenvlaggen, geen gerol van tonnen, geen wagens die af en aan rijden, geen gewemel van arbeiders, geen laden of lossen van koopwaren…

Daarna door het verwoeste deel van Antwerpen gereden : de Beddestraat, de Schoenmarkt… Hele rijen huizen waar winkels waren, niets dan steen- en kalkgruis, overal gevels beschadigd en ruiten met grote zigzagsprongen in. Men toont ons een grote open plek : daar was de drukkerij van de Métropole, een anti-Duits blad. Moedwillig werd het in brand gestoken en ten gronde gericht.

Antwerpen - Schoenmarkt

Antwerpen – Schoenmarkt

De Russen verlaten Warschau

Aan het oostfront schuift de frontlijn in augustus 1915 sterk op naar het oosten, ten nadele van de Russen. Eén van de eerste gevolgen is dat ze Warschau moeten verlaten onder Duitse druk. In het dagboek van Sophie Botjarski, een Russische verpleegster, lezen we het volgende op 7 augustus :

Warschau was ingesloten door een hoefijzer van vuur en rook. Ons leger had tiçjdens de terugtocht vuren aangestoken, en een wijde, ongelijkmatige strook van vernietiging omsloot bijna de hele stad. We zagen de opening waar we langs moesten, en de geur van brandend hout bereikte onze neusgaten. Het was heel stil, in de lucht zweefden enkele rookwolken van exploderende granaatkartetsen.

Samen met een vriendin en een transportofficier wandelt ze naar de rivier en ze zien dat er loopgraven zijn aangelegd aan de oever. Een officier komt door de zomerduistern,is naar hen toe en vertelt dat de Duitsers naderbij komen. De bruggen over de Weichsel zullen heel gauw opgeblazen worden. Rond een uur of vijf sluiten ze zich aan bij de massa’s die Warschau verlaten. Om een uur of drie ’s middags bereiken ze Novominsk, waar het Botjarski en de anderen lukt om twee uur te slapen. Daarna worden ze gewekt. Tegenorder. De eenheid moet terug naar het westen om op een punt halverwege naar Warschau een veldhospitaal op te zetten. Maar dan zijn de Duitsers ondertussen al in Warschau toegekomen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Duitse intrede in Warschau 1915

Duitse intrede in Warschau 1915

Duits applaus voor een Frans soldaat

Herbert Sulzbach is sinds begin augustus 1915 terug aan het front na een tijdje in het hospitaal gelegen te hebben. Hij maakt deel uit van een artilleriebataljon gelegen in Evricourt (Picardië). En één van de eerste dagen dat hij terug aan het front is, gebeurt er iets bijzonders dat hij in zijn dagboek noteert.

Op een van die door sterren verlichte zomernachten kwam een soldaat van de Landwehr naar luitenant Reinhardt en zei: “Luitenant, het is die Fransman weer die zo mooi zingt.”. We stapten uit de schuilplaats in de loopgraven, en ongelooflijk maar waar, daar weerklonk een schitterende tenorstem die de nacht opvrolijkte met een aria van Rigoletto. De ganse compagnie stond in de loopgraven te luisteren naar de “vijand”, en toen hij gedaan had met zingen, applaudisseerden ze allemaal zo luid dat die brave Fransman het zeker gehoord moet hebben en ongetwijfeld ontroerd was op een of andere manier, net zoals wij ontroerd waren door zijn gezang.

Wat een merkwaardig contrast ! Je vuurt op mekaar, je maakt mekaar af, en dan plots begint een Fransman te zingen, en die muziek doet ons de ganse oorlog vergeten : muziek overbrugt blijkbaar alle verschillen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Onderstaande tekening komt uit de stripreeks “Moeder Oorlog” van Kris & Maël. Jammer genoeg heb ik de Franse versie niet gevonden. Het zou beter gepast hebben bij dit artikel.

uit Moeder Oorlog, 2e aanklacht van Kris & Maël

uit Moeder Oorlog, 2e aanklacht van Kris & Maël

Herbert Sulzbach gaat terug naar het front

In het vorige bericht (lees hier) was Herbert Sulzbach uit het hospitaal ontslagen en had hij een aantal dagen verlof gehad in Frankfurt. Maar begin augustus 1915 gaat hij terug naar het front. In zijn dagboek lezen we het volgende.

30 juli 1915 : Op de trein naar het westelijk front. De commandant van onze artilleriebatterij is luitenant Reinhardt, geassisteerd door de luitenanten Becker en Bremshey. Onze kanonnen zijn getooid met de Duitse, Oostenrijkse en Turkse vlaggen. We reizen terug langs dezelfde weg die we op 2 september 1914 langs de Rijn hebben gevolgd en de “Rijnmeisjes” brengen ons eten aan de stopplaatsen.

31 juli 1915 : Luik, en daarna gaan we langs mijn dierbaar oude Namen en ook Maubeuge, waar ik de eerste zeppelinhangar zie in vijandelijk gebied. We verlaten de trein in Baboeuf.

1 augustus 1915 : Een gans jaar oorlog ! Wie zou dat gedacht hebben, een jaar geleden ? We brengen de dag door in onze kwartieren, die me doen terugdenken aan Les Petites Armoises. ’s Avonds rijden luitenant Reinhardt,  2 onderofficieren en ikzelf voorbij Noyon naar onze nieuwe posities nabij Evricourt. Ik heb nooit zo’n rustige artilleriepositie gezien. Daarna rijden we terug naar onze kwartieren.

2 augustus 1915 : We rijden terug naar Evricourt, door een idyllisch landschap, heuvels en valleien, kleine bossen en weiden – dit is Picardië. We rijden verder dan gisteren, laten de paarden achter en wandelen verder om onze nieuwe observatiepost in de infanterielinies te inspecteren. Het is wonderlijk om te zien dat in deze gevechtszone de mooie, kleine dorpen, die slechts deels zijn beschadigd, toch nog door de burgers bewoond worden.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military.

Herbert Sulzbach in Picardië, zomer van 1915

Herbert Sulzbach in Picardië, zomer van 1915

Fritz Schilling ziet Duitse troepen de Narew oversteken

Fritz Schilling is een Duitse soldaat die bij de telecommunitietechniekers bij. In het Duits heet dat dan Fernemeldetechniker. In deze moderne tijden denken we aan heel andere zaken dan toen het geval was. Fritz Schilling was dus niet steeds vooraan in de linies te vinden bij het gros van de infanteristen maar heeft zeker op tijd en stond onder vuur gelegen. Op 24 juli 1915 is hij ooggetuige van het feit dt de Duitse troepen de Narew rivier oversteken. In zijn dagboek lezen we het volgende :

We komen vroeg aan op het divisie-hoofdkwartier. Spoedig begon onze artillerie hevig te vuren en onze infanterie bereidde zich voor om de Narew over te steken.Tegen de morgen waren een aantal companies aan de overzijde. Het artillerievuur van de Russen was relatief zwak.

De Narew is een rivier tussen Polen en Wit-Rusland. Op 24 juli 1915 worden de forten van Rozan en Pultusk (allebei rood omcirkeld) veroverd door Duitse troepen en de rivier werd op beide plaatsen overgestoken. Dit maakte de situatie voor de Russen in Warschau bijzonder moeilijk.

Pultusk_19150723

bronhttp://fritz-schilling-berlin.blogspot.be/2015/02/juni-und-juli-1915.html

FritzSchillingBlog_GoogleTranslateWie het dagboek van Fritz Schilling wil lezen, hoeft geen kei te zijn in het Duits. De website voorziet in een Google knop waarmee je kan vertalen. Die knop vind je aan de linkerkant. Als je op die knop klikt, kan je voor Nederlands kiezen. Let op : alle talen zijn alfabetisch gerangschikt maar mogelijk heb je een Nederlandstalige Windows-PC waardoor Nederlands als eerste taal wordt voorgesteld.

De Duitsers vallen de vesting Rozan aan

Hellmuth Strassman, een Duits militair, vertelt over een stormaanval op de Russen in de buurt van Rozan (Polen) op 24 juli 1915 :

 Van 8 tot 8:30 u vuren we snelvuur af en van 8u30 tot 8u42 roffelvuur, de hoogste climax. Over een breedte van 200 meter vliegen in deze twaalf minuten ongeveer tien granaten per seconde in de Russische stellingen. De aarde dreunt.

Onze mannen branden van ongeduld, onze overwinnende artillerie sleept ze haast mee. De compagnie is in de eerste linie en moet in drie rijen voorwaarts. Als oudste officier voer ik de eerste rij aan. Om 8u40 kruip ik al uit de loopgraaf, wenk mijn mannen om mee te komen en in snelvuur gaan we de hoogte op.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

een burg nabij Rozan aan de Narew rivier

een burg nabij Rozan aan de Narew rivier

Jacobus Winters wordt korporaal

Jacobus Winters

Jacobus Winters

Jacobus Winters uit Grote Brogel krijgt op 22 juli 1915 zijn bevordering tot korporaal. Niet zonder reden, want overloop even het rijtje van plaatsen waar hij gedurende de voorbije oorlogsmaanden aan de slag was : Luik, Haacht, Mechelen, Tisselt, Lokeren, Diksmuide, Stuivekenskerke, Oud-Stuivekenskerke en Pervijze.

Af en toe schrijft Jacobus Winters wat in zijn dagboek. Vandaag is zijn boodschap heel kort :”Ik ben korporaal benoemd.”. Vier maanden later wordt Jacobus Winters benoemd tot sergeant. Snel na elkaar volgend dan ook nog bevorderingen tot adjudant en onderluitenant.

Wie de dagboeken van Jacobus Winters wil lezen, kan daarvoor terecht op volgende websites :

HTML pagina’s : http://users.telenet.be/frontsoldaat/index.html

PDF document : http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/wp-content/uploads/2014/07/JacobusWinters.pdf

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.wo1.be/nl/personen/winters-jacobus

Belgen dragen voortaan kaki

Niet alleen dragen Belgische soldaten een Engels pak, ze zingen ook Engels, bemerkt Jozef Gesquière  op 2 juli 1915.

Een lage tram (elf wagons) stoomt deze middag van De Panne naar Veurne. De jongens zitten in een splinternieuw kakipak en zingen dat het dreunt :”It’s a long way to Tipperary”. Engelsen ? Toch niet, want in de laatste wagon dreunt “De Vlaamse Leeuw” en bij het uitstappen horen we alleen maar Vlaamse en Waalse gesprekken.

Werkelijk, ’t zijn Belgische piloten in een Engels uniform. Ze zien er alleszins eleganter uit dan in hun vooroorlogse plunje. Naar het schijnt wordt heel het Belgische leger naar Engelse trant in ’t kaki gestoken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Onderstaande foto komt uit het dagboek van Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei en toont Raoul aan het front te Noordschote. Hij is net zoals de andere Belgische soldaten in een Engels uniform gekleed, wat enorm verschilt van de uniformen van 1914.

RaoulSnoeck06_juli1915

Louis Barthas verdwaalt in de voorste linie

Eind juni 1915 is Louis Barthas gelegerd nabij Sains-en-Gohelle, een gemeente in de Pas-de-Calais op zo’n 15 kilometer van Lens en 40 kilometer ten zuidwesten van Rijsel (Lille). Hij krijgt samen met zijn frontmakkers de opdracht een nieuwe loopgraaf aan te leggen op een plek waar de voorste linie niet meer bestaat door de aanhoudende artilleriebombardementen. In zijn dagboek noteert Barthas het volgende.

Om negen uur ’s avonds volgden we met circa veertig soldaten onderluitenant Malvesy die ons in groepjes verspreid opstelde. Het was een donkere nacht, landkaarten en kompas hadden geen enkel nut. We moesten ons door ons gevoel laten leiden. Maar deze keer kwamen we bedrogen uit want degenen die met de onderluitenant voorop liepen, kwamen in een Duitse loopgraaf terecht. We merkten het pas toen de vijandelijke wachtposten, misschien nog banger dan wij, met een keelstem riepen :”Halt, wer da ! Halt, wer da !”. We raakten in totale paniek. Het was redden wie zich redden kan, we wisten zelfs niet meer waar de Franse loopgraven waren. Er werd geschoten en met handgranaten gegooid. We verstopten ons in granaattrechters. (…)
Dit alarm zou wel eens aan aanleiding kunnen zijn tot een hele nacht ononderbroken vuurgevecht. Gelukkig gebeurde er niets. Het werd weer rustig en we konden verder werken.

bron : Louis Barthas , vertaald door Dirk Lambrecht, oorlogsdagboeken, uitgeverij Lubberhuizen

schilderij van Géo Michel - fusée éclairante

schilderij van Géo Michel – fusée éclairante